Een regelsysteem van andere merken gebruiken

De microfoon kan een extern logisch bedieningssignaal sturen naar apparaten die zijn verbonden met het netwerk en ontvankelijk zijn voor logische signalen via een ethernetverbinding. Hierdoor kan de dempingsschakelaar van de microfoon worden gebruikt voor het dempen van een DSP-audiosignaal, in plaats van (of in aanvulling op) het dempen van de microfoon bij de bron. De microfoon ontvangt ook logische commando's via het netwerk. Veel parameters die met behulp van de webapplicatie worden bestuurd, kunnen indien de juiste commandostring wordt gebruikt ook met behulp van een besturingssysteem van andere merken worden bestuurd.

Veelvoorkomende toepassingen:

  • Demping
  • Gedrag en kleur LED
  • Voorinstellingen laden
  • Niveaus afstellen

Een uitgebreide lijst van commandostrings is beschikbaar in de hulpfunctie van het apparaat of op: www.shure.com.

Een logisch signaal uitzenden als de dempingsknop is ingedrukt:

  1. Selecteer in de webapplicatie Configuration > Button Control.
  2. Wijzig in het menu Button Properties de instelling Mute Control Function naar Logic out.

MXA310 Microflex®Advance™ Command Strings

Het apparaat is via ethernet verbonden aan een besturingssysteem, bijvoorbeeld AMX, Crestron of Extron.

Verbinding: Ethernet (TCP/IP; selecteer “Client” in het programma AMX/Crestron)

Poort: 2202

Conventies

Er zijn 4 soorten strings voor het apparaat:

GET Vindt de status van een parameter. Nadat de AMX/Crestron een GET-commando heeft verzonden, retourneert de MXA310 een REPORT-string.
SET Verandert de status van een parameter. Nadat de AMX/Crestron een SET-commando heeft verzonden, retourneert de MXA310 een REPORT-string om de nieuwe waarde van de parameter aan te geven.
REP Wanneer de MXA310 een GET- of SET-commando heeft ontvangen, retourneert deze een REPORT-commando om de status van de parameter aan te geven. REPORT wordt ook door de MXA310 verzonden wanneer een parameter op de MXA310 of door middel van de GUI wordt gewijzigd.
SAMPLE Hiermee worden audioniveaus gemeten.

Alle verzonden en ontvangen berichten zijn van het type ASCII. De indicatoren voor niveau en versterking zijn ook van het type ASCII.

De meeste parameters verzenden een REPORT-commando wanneer ze worden gewijzigd. Het is daarom niet nodig om voortdurend parameters op te vragen. De MXA310 verzendt een REPORT-commando wanneer deze parameters worden gewijzigd.

Het teken

‘x’

staat in alle opvolgende strings voor het kanaal van de MXA310 en kan ASCII-nummers 0 tot en met 5 zijn, zoals in de volgende tabel.

0 Alle kanalen
1 tot en met 4 Afzonderlijke kanalen
5 Automixuitgang

Commandostrings (veelvoorkomend)

Allemaal ophalen
Commandostring:

< GET x ALL >

Waarbij x een ASCII-kanaalnummer is van: 0 tot 5. Gebruik dit commando meteen na het inschakelen om de status van alle parameters bij te werken.
Reactie van MXA310:

< REP ... >

De MXA310 retourneert afzonderlijke rapportstrings voor alle parameters.
Modelnummer opvragen
Commandostring:

< GET MODEL >

Reactie van MXA310:

< REP MODEL {yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy} >

Waarbij yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy de 32 tekens van het modelnummer zijn. De MXA310 reageert altijd met een modelnummer van 32 tekens.
Serienummer opvragen
Commandostring:

< GET SERIAL_NUM >

Reactie van MXA310:

< REP SERIAL_NUM {yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy} >

Waarbij yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy de 32 tekens van het serienummer zijn. De MXA310 reageert altijd met een serienummer van 32 tekens.
Firmwareversie opvragen
Commandostring:

< GET FW_VER >

Reactie van MXA310:

< REP FW_VER {yyyyyyyyyyyyyyyyyy} >

Waarbij yyyyyyyyyyyyyyyyyy bestaat uit 18 tekens. De MXA310 reageert altijd met 18 tekens.
Audio IP-adres opvragen
Commandostring:

< GET IP_ADDR_NET_AUDIO_PRIMARY >

Reactie van MXA310:

< REP IP_ADDR_NET_AUDIO_PRIMARY {yyyyyyyyyyyyyyy} >

Waarbij yyyyyyyyyyyyyyy een IP-adres van 15 tekens is.
Audio subnetadres opvragen
Commandostring:

< GET IP_SUBNET_NET_AUDIO_PRIMARY >

Reactie van MXA310:

< REP IP_SUBNET_NET_AUDIO_PRIMARY {yyyyyyyyyyyyyyy} >

Waarbij yyyyyyyyyyyyyyy een subnetadres van 15 tekens is.
Audio gateway-adres opvragen
Commandostring:

< GET IP_GATEWAY_NET_AUDIO_PRIMARY >

Reactie van MXA310:

< REP IP_GATEWAY_NET_AUDIO_PRIMARY {yyyyyyyyyyyyyyy} >

Waarbij yyyyyyyyyyyyyyy een gateway-adres van 15 tekens is.
Kanaalnaam ophalen
Commandostring:

< GET x CHAN_NAME >

Waarbij x een ASCII-kanaalnummer is van: 0 tot 5.
Reactie van MXA310:

< REP x CHAN_NAME {yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy} >

Waarbij yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy de 31 tekens van de kanaalnaam zijn. De MXA310 reageert altijd met een kanaalnaam van 31 tekens.
Apparaat-ID ophalen
Commandostring:

< GET DEVICE_ID >

Het commando voor apparaat-ID bevat niet het x omdat dit voor het volledige apparaat geldt.
Reactie van MXA310:

< REP DEVICE_ID {yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy} >

Waarbij yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy de 31 tekens van de apparaat-ID zijn. De microfoon reageert altijd met een apparaat-ID van 31 tekens.
Audioversterking ophalen
Commandostring:

< GET x AUDIO_GAIN_HI_RES >

Waarbij x het ASCII-kanaalnummer is van: 1 tot 5. Kanaalnummer 0 (alle kanalen) is niet geldig voor dit commando.
Reactie van MXA310:

< REP x AUDIO_GAIN_HI_RES yyyy >

Waarbij yyyy een ASCII-waarde aanneemt van 0000 tot 1400. yyyy bestaat uit stappen van een tiende dB.
Audioversterking instellen
Commandostring:

< SET x AUDIO_GAIN_HI_RES yyyy >

Waarbij yyyy een ASCII-waarde aanneemt van 0000 tot 1400. yyyy bestaat uit stappen van een tiende dB.
Reactie van MXA310:

< REP x AUDIO_GAIN_HI_RES yyyy >

Waarbij yyyy een ASCII-waarde aanneemt van 0000 tot 1400.
Audioversterking verhogen met n dB
Commandostring:

< SET x AUDIO_GAIN_HI_RES INC nn >

Waarbij nn de hoeveelheid is die een tiende dB bevat om de versterking te verhogen. nn kan bestaan uit één cijfer (n), twee cijfers (nn) of drie cijfers (nnn).
Reactie van MXA310:

< REP x AUDIO_GAIN_HI_RES yyyy >

Waarbij yyyy een ASCII-waarde aanneemt van 0000 tot 1400.
Audioversterking verlagen met n dB
Commandostring:

< SET x AUDIO_GAIN_HI_RES DEC nn >

Waarbij nn de hoeveelheid is die een tiende dB bevat om de versterking te verlagen. nn kan bestaan uit één cijfer (n), twee cijfers (nn) of drie cijfers (nnn).
Reactie van MXA310:

< REP x AUDIO_GAIN_HI_RES yyyy >

Waarbij yyyy een ASCII-waarde aanneemt van 0000 tot 1400.
Audioversterking na poort ophalen (firmware > v3.0)
Commandostring:

< GET x AUDIO_GAIN_POSTGATE >

Waarbij x het ASCII-kanaalnummer is van: 1 tot 4. Kanaalnummer 0 (alle kanalen) is niet geldig voor dit commando.
Reactie van MXA310:

< REP x AUDIO_GAIN_POSTGATE yyyy >

Waarbij yyyy een ASCII-waarde aanneemt van 0000 tot 1400. yyyy bestaat uit stappen van een tiende dB.
Audioversterking na poort instellen (firmware > v3.0)
Commandostring:

< SET x AUDIO_GAIN_POSTGATE yyyy >

Waarbij x een ASCII-kanaalnummer is van: 1 tot 4. Waarbij yyyy de ASCII-waarden van 0000 tot 1400 aanneemt. yyyy bestaat uit stappen van een tiende dB.
Reactie van MXA310:

< REP x AUDIO_GAIN_POSTGATE yyyy >

Waarbij yyyy een ASCII-waarde aanneemt van 0000 tot 1400.
Audiodemping van kanaal ophalen
Commandostring:

< GET x AUDIO_MUTE >

Waarbij x et ASCII-kanaalnummer is van: 0 tot 5. Zie tabel op pagina 1. Audiodemping van kanaal vindt voor de meting plaats.
Reactie van MXA310:

< REP x AUDIO_MUTE ON >

< REP x AUDIO_MUTE OFF >

De MXA310 retourneert een van deze strings.
Kanaalaudio dempen
Commandostring:

< SET x AUDIO_MUTE ON >

Reactie van MXA310:

< REP x AUDIO_MUTE ON >

Demping van kanaalaudio opheffen
Commandostring:

< SET x AUDIO_MUTE OFF >

Reactie van MXA310:

< REP x AUDIO_MUTE OFF >

Audiodemping van kanaal in/uitschakelen
Commandostring:

< SET x AUDIO_MUTE TOGGLE >

Reactie van MXA310:

< REP x AUDIO_MUTE ON >

< REP x AUDIO_MUTE OFF >

De MXA310 retourneert een van deze strings.
Audiodemping van apparaat ophalen
Commandostring:

< GET DEVICE_AUDIO_MUTE >

De werking van Device Audio Mute is gelijk aan de dempingsknop op de microfoon. Audiodemping van kanaal vindt na de meting plaats.
Reactie van MXA310:

< REP DEVICE_AUDIO_MUTE ON >

< REP DEVICE_AUDIO_MUTE OFF >

De MXA310 retourneert een van deze strings.
Apparaataudio dempen
Commandostring:

< SET DEVICE_AUDIO_MUTE ON >

Reactie van MXA310:

< REP DEVICE_AUDIO_MUTE ON >

Demping van apparaataudio opheffen
Commandostring:

< SET DEVICE_AUDIO_MUTE OFF >

Reactie van MXA310:

< REP DEVICE_AUDIO_MUTE OFF >

Demping apparaataudio in-/uitschakelen
Commandostring:

< SET DEVICE_AUDIO_MUTE TOGGLE >

Reactie van MXA310:

< REP DEVICE_AUDIO_MUTE ON >

< REP DEVICE_AUDIO_MUTE OFF >

De MXA310 retourneert een van deze strings.
Oversturingsstatus van uitgang ophalen
Commandostring:

< GET x AUDIO_OUT_CLIP_INDICATOR >

Waarbij x een ASCII-kanaalnummer is van: 1 tot 5. Zie tabel op pagina 1. Het is niet nodig om dit commando voortdurend te verzenden. De microfoon verzendt een REPORT-bericht wanneer de status verandert.
Reactie van MXA310:

< REP x AUDIO_OUT_CLIP_INDICATOR ON >

< REP x AUDIO_OUT_CLIP_INDICATOR OFF >

De MXA310 retourneert een van deze strings.
Knipperen van lampjes op microfoon
Commandostring:

< SET FLASH ON >

< SET FLASH OFF >

Hiermee wordt een van deze commando’s naar de MXA310 verzonden. Het knipperen houdt na 30 seconden automatisch op.
Reactie van MXA310:

< REP FLASH ON >

< REP FLASH OFF >

De MXA310 retourneert een van deze strings.
Meting inschakelen
Commandostring:

< SET METER_RATE sssss >

Waarbij sssss ide meetsnelheid is in milliseconden. De instellingsssss=0 schakelt meten uit. De minimale instelling is 100 milliseconden. Meting is standaard uitgeschakeld.
Reactie van MXA310:

< REP METER_RATE sssss >

< SAMPLE aaa bbb ccc ddd eee >

Waarbij aaa, bbb enzovoort de waarde van het ontvangen audioniveau is en uit de getallen 000-060 kan bestaan.

aaa= uitgang 1

bbb= uitgang 2

ccc= uitgang 3

ddd= uitgang 4

eee= uitgang 5

Stop meting
Commandostring:

< SET METER_RATE 0 >

Een waarde van 00000 wordt ook geaccepteerd.
Reactie van MXA310:

< REP METER_RATE 00000 >

Meetsnelheid versterking automixer ophalen (firmware > v3.0)
Commandostring:

< GET METER_RATE_MXR_GAIN >

Reactie van MXA310:

< REP METER_RATE_MXR_GAIN sssss >

< SAMPLE aaa bbb ccc ddd >

Waarbij sssss de meetsnelheid in milliseconden is. Instelling sssss= 0 schakelt de meting uit.
Meetsnelheid versterking automixer instellen (firmware > v3.0)
Commandostring:

< SET METER_RATE_MXR_GAIN sssss >

Waarbij sssss een waarde is van 0 tot 99999 in milliseconden.
  • 0 = uit
  • 100 = minimumwaarde
  • 99999 = maximumwaarde
Reactie van MXA310:

< SAMPLE aaa bbb ccc ddd >

Waarbij aaa, bbb enzovoort de waarde van het ontvangen audioniveau is en uit de getallen 000-060 kan bestaan.

aaa= uitgang 1

bbb= uitgang 2

ccc= uitgang 3

ddd= uitgang 4

Piekniveau van audio ophalen
Commandostring:

< GET x AUDIO_IN_PEAK_LVL >

Reactie van MXA310:

< REP x AUDIO_IN_PEAK_LVL nnn >

Waarbij nnn het audioniveau is en uit de getallen 000-060 kan bestaan.
RMS-niveau van audio ophalen
Commandostring:

< GET x AUDIO_IN_RMS_LVL >

Reactie van MXA310:

< REP x AUDIO_IN_RMS_LVL nnn >

Waarbij nnn het audioniveau is en uit de getallen 000-060 kan bestaan.
Voorinstellingen ophalen
Commandostring:

< GET PRESET >

Reactie van MXA310:

< REP PRESET nn >

Waarbij nn het voorinstellingsnummer 01-10 is.
Voorinstelling instellen
Commandostring:

< SET PRESET nn >

Waarbij nn het voorinstellingsnummer 1-10 is. (De eerste nul is bij het SET-commando optioneel).
Reactie van MXA310:

< REP PRESET nn >

Waarbij nn het voorinstellingsnummer 01-10 is.
Voorinstellingsnaam ophalen
Commandostring:

< GET PRESET1 >

< GET PRESET2 >

< GET PRESET3>

enz.

Verzend een van deze opdrachten naar de MXA310.
Reactie van MXA310:

< REP PRESET1 {yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy} >

< REP PRESET2 {yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy} >

< REP PRESET3 {yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy} >

enz.

Waarbijyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy de 25 tekens van de voorinstellingsnaam zijn. De MXA310 reageert altijd met een voorinstellingsnaam van 25 tekens.
Status poort uit ophalen
Commandostring:

< GET x AUTOMIX_GATE_OUT_EXT_SIG >

Waarbij x een ASCII-kanaalnummer is van: 0 tot 4. Het is niet nodig om dit commando voortdurend te verzenden. De MXA310 verzendt een REPORT-bericht wanneer de status verandert.
Reactie van MXA310:

< REP x AUTOMIX_GATE_OUT_EXT_SIG ON >

< REP x AUTOMIX_GATE_OUT_EXT_SIG OFF >

De MXA310 retourneert een van deze strings.
Externe schakelaar uit
Commandostring:

< GET EXT_SWITCH_OUT_STATE >

Het is niet nodig om dit commando voortdurend te verzenden. De MXA310 verzendt een REPORT-bericht wanneer de status verandert.
Reactie van MXA310: < REP EXT_SWITCH_OUT_STATE ON >

< REP EXT_SWITCH_OUT_STATE OFF >

De MXA310 retourneert een van deze strings.
Status dempingsknop
Commandostring:

< GET MUTE_BUTTON_STATUS >

Het is niet nodig om dit commando voortdurend te verzenden. De MXA310 verzendt een REPORT-bericht wanneer de status verandert.
Reactie van MXA310:

< REP MUTE_BUTTON_STATUS ON >

< REP MUTE_BUTTON_STATUS OFF >

De MXA310 retourneert een van deze strings.
Led-status van dempingsknop
Commandostring:

< GET MUTE_BUTTON_LED_STATE >

Reactie van MXA310:

< REP MUTE_BUTTON_LED_STATE ON >

< REP MUTE_BUTTON_LED_STATE OFF >

De MXA310 retourneert een van deze strings.
Led-status van ring ophalen (Te gebruiken wanneer GUI Verlichtingsstijl is ingesteld op RING)
Commandostring:

< GET DEV_LED_IN_STATE >

Dit commando is enkel beschikbaar wanneer ‘Mute Control Function’ is ingesteld op ‘Logisch uit’ of ‘Uitgeschakeld’ EN ‘Verlichtingsstijl’ van de lichtring is ingesteld op ‘Ring’ in de GUI.
Reactie van MXA310:

< REP DEV_LED_IN_STATE ON >

< REP DEV_LED_IN_STATE OFF >

De MXA310 retourneert een van deze strings.
Led-status van ring instellen (Te gebruiken wanneer GUI Verlichtingsstijl is ingesteld op RING)
Commandostring:

< SET DEV_LED_IN_STATE ON >

< SET DEV_LED_IN_STATE OFF >

Verzend een van deze commando’s naar de MXA310. Dit commando is enkel beschikbaar wanneer ‘Dempingsregelfunctie’ is ingesteld op ‘Logisch uit’ of ‘Uitgeschakeld’ EN ‘Verlichtingsstijl’ van de lichtring is ingesteld op ‘Ring’ in de GUI.
Reactie van MXA310:

< REP DEV_LED_IN_STATE ON >

< REP DEV_LED_IN_STATE OFF >

De MXA310 retourneert een van deze strings.
Led-status van segmenten ophalen (Te gebruiken wanneer GUI Verlichtingsstijl is ingesteld op SEGMENTEN)
Commandostring:

< GET x CHAN_LED_IN_STATE >

Dit commando is enkel beschikbaar wanneer ‘Dempingsregelfunctie’ is ingesteld op ‘Logisch uit’ of ‘Uitgeschakeld’ EN ‘Verlichtingsstijl’ van de lichtring is ingesteld op ‘Segmenten’ in de GUI.
Reactie van MXA310:

< REP x CHAN_LED_IN_STATE ON >

< REP x CHAN_LED_IN_STATE OFF >

De MXA310 retourneert een van deze strings.
Led-status van segmenten instellen (Te gebruiken wanneer GUI Verlichtingsstijl is ingesteld op SEGMENTEN)
Commandostring:

< SET x CHAN_LED_IN_STATE ON >

< SET x CHAN_LED_IN_STATE OFF >

Waarbij x een ASCII-kanaalnummer is van: 1 tot 4. Verzend een van deze commando’s naar de MXA310. Dit commando is enkel beschikbaar wanneer ‘Dempingsregelfunctie’ is ingesteld op ‘Logisch uit’ of ‘Uitgeschakeld’ EN ‘Verlichtingsstijl’ van de lichtring is ingesteld op ‘Segmenten’ in de GUI.
Reactie van MXA310:

< REP x CHAN_LED_IN_STATE ON >

< REP x CHAN_LED_IN_STATE OFF >

De MXA310 retourneert een van deze strings.
Led-helderheid ophalen
Commandostring:

< GET LED_BRIGHTNESS >

Reactie van MXA310:

< REP LED_BRIGHTNESS n >

Waarbij n de volgende waarden kan aannemen:

0 = led uitgeschakeld

1 = led verduisterd

2 = standaardinstelling led

Firmware > v3.0:

0 = led uitgeschakeld

1 = 20%

2 = 40%

3 = 60%

4 = 80%

5 = 100%

Led-helderheid instellen
Commandostring:

< SET LED_BRIGHTNESS n >

Waarbij n de volgende waarden kan aannemen:

0 = led uitgeschakeld

1 = led verduisterd

2 = standaardinstelling led

Firmware > v3.0:

0 = led uitgeschakeld

1 = 20%

2 = 40%

3 = 60%

4 = 80%

5 = 100%

Reactie van MXA310:

< REP LED_BRIGHTNESS n >

Led-kleur bij demping ophalen
Commandostring:

< GET LED_COLOR_MUTED >

Reactie van MXA310:

< REP LED_COLOR_MUTED nnnn >

Waarbij nnnn de waarde RED, GREEN, BLUE, PINK, PURPLE, YELLOW, ORANGE of WHITE kan hebben

Firmware > v3.0: Waarbij nnnn de waarde RED, GREEN, BLUE, PINK, PURPLE, YELLOW, ORANGE, WHITE, GOLD, YELLOWGREEN, TURQUOISE, POWDERBLUE, CYAN, SKYBLUE, LIGHTPURPLE, VIOLET of ORCHID kan hebben.

Led-kleur bij demping instellen
Commandostring:

< SET LED_COLOR_MUTED nnnn >

Waarbij nnnn de waarde RED, GREEN, BLUE, PINK, PURPLE, YELLOW, ORANGE of WHITE kan hebben.

Firmware > v3.0: Waarbij nnnn de waarde RED, GREEN, BLUE, PINK, PURPLE, YELLOW, ORANGE, WHITE, GOLD, YELLOWGREEN, TURQUOISE, POWDERBLUE, CYAN, SKYBLUE, LIGHTPURPLE, VIOLET of ORCHID kan hebben.

Reactie van MXA310:

< REP LED_COLOR_MUTED nnnn >

Led-kleur bij geen demping ophalen
Commandostring:

< GET LED_COLOR_UNMUTED >

Reactie van MXA310:

< REP LED_COLOR_UNMUTED nnnn >

Waarbij nnnn de waarde RED, GREEN, BLUE, PINK, PURPLE, YELLOW, ORANGE of WHITE kan hebben.

Firmware > v3.0: Waarbij nnnn de waarde RED, GREEN, BLUE, PINK, PURPLE, YELLOW, ORANGE, WHITE, GOLD, YELLOWGREEN, TURQUOISE, POWDERBLUE, CYAN, SKYBLUE, LIGHTPURPLE, VIOLET of ORCHID kan hebben.

Led-kleur bij geen demping instellen
Commandostring:

< SET LED_COLOR_UNMUTED nnnn >

Waarbij nnnn de waarde RED, GREEN, BLUE, PINK, PURPLE, YELLOW, ORANGE of WHITE kan hebben.

Firmware > v3.0: Waarbij nnnn de waarde RED, GREEN, BLUE, PINK, PURPLE, YELLOW, ORANGE, WHITE, GOLD, YELLOWGREEN, TURQUOISE, POWDERBLUE, CYAN, SKYBLUE, LIGHTPURPLE, VIOLET of ORCHID kan hebben.

Reactie van MXA310:

< REP LED_COLOR_UNMUTED nnnn >

Knipperen van led bij demping ophalen
Commandostring:

< GET LED_STATE_MUTED >

Reactie van MXA310:

< REP LED_STATE_MUTED nnn >

Waarbij nnn de waarde ON, OFF of FLASHING kan hebben.
Knipperen van led bij demping instellen
Commandostring:

< SET LED_STATE_MUTED nnn >

Waarbij nnn de waarde ON, OFF of FLASHING kan hebben.
Reactie van MXA310:

< REP LED_STATE_MUTED nnn >

Knipperen van led bij geen demping ophalen
Commandostring:

< GET LED_STATE_UNMUTED >

Reactie van MXA310:

< REP LED_STATE_UNMUTED nnn >

Waarbij nnn de waarde ON, OFF of FLASHING kan hebben.
Knipperen van led bij geen demping instellen
Commandostring:

< SET LED_STATE_UNMUTED nnn >

Waarbij nnn de waarde ON, OFF of FLASHING kan hebben.
Reactie van MXA310:

< REP LED_STATE_UNMUTED nnn >

MXA310 opnieuw starten (firmware > v2.0)
Commandostring:

< SET REBOOT >

Reactie van MXA310: De MXA310 stuurt geen reactie voor dit commando
Foutgebeurtenissen ophalen (firmware > v2.0)
Commandostring:

< GET LAST_ERROR_EVENT >

Reactie van MXA310:

< REP LAST_ERROR_EVENT {yyyyy} >

Waarbij yyyy uit maximaal 128 tekens kan bestaan.
Hoogdoorlaatfilter ophalen (firmware > v2.0)
Commandostring:

< GET LOW_CUT_FILTER >

Reactie van MXA310:

< REP LOW_CUT_FILTER ON >

< REP LOW_CUT_FILTER OFF >
De MXA310 retourneert een van deze strings.
Hoogdoorlaatfilter instellen (firmware > v2.0)
Commandostring:

< SET LOW_CUT_FILTER ON >

< SET LOW_CUT_FILTER OFF >

< SET LOW_CUT_FILTER TOGGLE >
Verzend een van deze commando’s naar de MXA310
Reactie van MXA310:

< REP LOW_CUT_FILTER ON >

< REP LOW_CUT_FILTER OFF >
De MXA310 retourneert een van deze strings.
PEQ-filter inschakelen ophalen (firmware > v3.0)
Commandostring:

< GET xx PEQ yy >

Waarbij xx het PEQ-blok 01-04 is op mic-kanaal. 5 is de PEQ op het automix uit-kanaal. Waarbij yy het PEQ-filter 01-04 binnen het blok is. 00 kan worden gebruikt voor alle blokken of alle filters.
Reactie van MXA310:

< REP xx PEQ yy ON >

< REP xx PEQ yy OFF >

PEQ-filter inschakelen instellen (firmware > v3.0)
Commandostring:

< SET xx PEQ yy ON >

< SET xx PEQ yy OFF >

Verzend een van deze opdrachten naar de MXA915.
Reactie van MXA310:

< REP xx PEQ yy ON >

< REP xx PEQ yy OFF >

Waarbij xx het PEQ-blok 01-04 is. 5 is de PEQ op het automix uit-kanaal. Waarbij yy het PEQ-filter 01-04 binnen het blok is. 00 kan worden gebruikt voor alle blokken of alle filters.
Alle EQ omzeilen ophalen (firmware > v3.0)
Commandostring:

< GET BYPASS_ALL_EQ >

Reactie van MXA310:

< REP BYPASS_ALL_EQ sts >

Waarbij sts kan zijn:
  • ON
  • OFF
Alle EQ omzeilen instellen (firmware > v3.0)
Commandostring:

< SET BYPASS_ALL_EQ sts >

Waarbij sts kan zijn:
  • ON
  • OFF
  • TOGGLE
Reactie van MXA310:

< REP BYPASS_ALL_EQ sts >

Waarbij sts kan zijn:
  • ON
  • OFF
Polair patroon ophalen (firmware > v2.0)
Commandostring:

< GET x POLAR_PATTERN >

Reactie van MXA310:

< REP x POLAR_PATTERN TOROID >

< REP x POLAR_PATTERN OMNI >

< REP x POLAR_PATTERN CARDIOID >

< REP x POLAR_PATTERN SUPER >

< REP x POLAR_PATTERN HYPER >

< REP x POLAR_PATTERN BIDIRECTION >

De MXA310 retourneert een van deze strings.
Polair patroon instellen (firmware > v2.0)
Commandostring:

< SET x POLAR_PATTERN TOROID >

< SET x POLAR_PATTERN OMNI >

< SET x POLAR_PATTERN CARDIOID >

< SET x POLAR_PATTERN SUPER >

< SET x POLAR_PATTERN HYPER >

< SET x POLAR_PATTERN BIDIRECTION >

Verzend een van deze strings naar de MXA310.
Reactie van MXA310:

< REP x POLAR_PATTERN TOROID >

< REP x POLAR_PATTERN OMNI >

< REP x POLAR_PATTERN CARDIOID >

< REP x POLAR_PATTERN SUPER >

< REP x POLAR_PATTERN HYPER >

< REP x POLAR_PATTERN BIDIRECTION >

De MXA310 retourneert een van deze strings.
Lobehoek ophalen (firmware > v2.0)
Commandostring:

< GET x LOBE_ANGLE >

Reactie van MXA310:

< REP x LOBE_ANGLE nnn >

Waarbij nnn de waarde 015, 030, 045, 060, 075, 090, 105, 120, 135, 150, 165, 180, 195, 210, 225, 240, 255, 270, 285, 300, 315, 330 of 345 kan hebben.
Lobehoek verhogen/verlagen (firmware > v2.0)
Commandostring:

< SET x LOBE_ANGLE INC nn >

< SET x LOBE_ANGLE DEC nnn >

Verzend een van deze strings naar de MXA310. Waarbij nn 15, 30, 45, 60 enzovoort is.
Reactie van MXA310:

< REP x LOBE_ANGLE nnn >

Waarbij nnn de waarde 015, 030, 045, 060, 075, 090, 105, 120, 135, 150, 165, 180, 195, 210, 225, 240, 255, 270, 285, 300, 315, 330 of 345 kan hebben.
Lobehoek instellen (firmware > v2.0)
Commandostring:

< SET x LOBE_ANGLE nn >

Reactie van MXA310:

< REP x LOBE_ANGLE nnn >

Waarbij nnn de waarde 015, 030, 045, 060, 075, 090, 105, 120, 135, 150, 165, 180, 195, 210, 225, 240, 255, 270, 285, 300, 315, 330 of 345 kan hebben.
Dempingsregelfunctie ophalen (firmware > v2.0)
Commandostring:

< GET MUTE_CONTROL_FUNC >

Reactie van MXA310:

< REP MUTE_CONTROL_FUNC LOCAL >

< REP MUTE_CONTROL_FUNC LOGIC >

< REP MUTE_CONTROL_FUNC DISABLED >
De MXA310 retourneert een van deze strings.
Dempingsregelfunctie instellen (firmware > v2.0)
Commandostring:

< SET MUTE_CONTROL_FUNC LOCAL >

< SET MUTE_CONTROL_FUNC LOGIC >

< SET MUTE_CONTROL_FUNC DISABLED >
Verzend een van deze commando's naar de MXA310
Reactie van MXA310:

< REP MUTE_CONTROL_FUNC LOCAL >

< REP MUTE_CONTROL_FUNC LOGIC >

< REP MUTE_CONTROL_FUNC DISABLED >
De MXA310 retourneert een van deze strings.
Led-status kanaaldemping ophalen
Commandostring:

< GET x CHAN_MUTE_STATUS_LED_STATE >

waarbij x het gevraagde kanaal is: 0: alle kanalen 1-4: individueel kanaal
Reactie van MXA310:

< REP x CHAN_MUTE_STATUS_LED_STATE ON >

< REP x CHAN_MUTE_STATUS_LED_STATE OFF >

waarbij x het kanaalnummer is: 1-4: individueel kanaal; ON = GEDEMPT OFF = NIET-GEDEMPT
Led-status apparaatdemping ophalen
Commandostring:

< GET DEV_MUTE_STATUS_LED_STATE >

Reactie van MXA310:

< REP DEV_MUTE_STATUS_LED_STATE ON >

< REP DEV_MUTE_STATUS_LED_STATE OFF >

ON = GEDEMPT OFF = NIET-GEDEMPT
Naam netwerkaudioapparaat ophalen
Commandostring:

< GET NA_DEVICE_NAME >

Reactie van MXA310:

< REP NA_DEVICE_NAME {yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy}

Waarbij {yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy} een tekst is. Voor de meeste apparaten kan de apparaat-ID tot 31 tekens bevatten. De waarde is zo nodig gesplitst met spaties, geef altijd de 31 tekens op.
Naam netwerkaudiokanaal ophalen
Commandostring:

< GET xx NA_CHAN_NAME >

Waarbij xx het kanaalnummer is. Alle kanalen: 0 MXA310: 1-5, 5 is het automixkanaal
Reactie van MXA310:

< REP xx NA_CHAN_NAME {yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy}

Waarbij xx het kanaalnummer is. Waarbij {yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy} de 31 tekens van het kanaalnummer zijn. De waarde is zo nodig gesplitst met spaties, geef altijd de 31 tekens op.
MAC-adres regelnetwerk ophalen
Commandostring:

< GET CONTROL_MAC_ADDR >

Reactie van MXA310:

< REP CONTROL_ MAC_ADDR yy:yy:yy:yy:yy:yy >

Waarbij yy:yy:yy:yy:yy:yy een letterlijke reeks van 17 tekens is, ingedeeld als 6 octetten, elk gescheiden door een dubbelpunt. Voorbeeld: 00:0E:DD:FF:F1:63
Standaardinstellingen herstellen (firmware > v2.0)
Commandostring:

< SET DEFAULT_SETTINGS >

Vraag het apparaat om terug te keren naar de standaardinstellingen.
Reactie van MXA310:

< REP PRESET xx >

waarbij xx = 00 indien het herstellen is geslaagd
PEQ-filters ophalen (firmware > v2.0)
Commandostring:

< GET PEQ_FLTRxx >

waarbij xx het filternummer is 01-04: individueel filter
Reactie van MXA310:

< REP PEQ_FLTRxx ON >

< REP PEQ_FLTRxx OFF >

waarbij xx het PEQ-filternummer is PEQ-filterstatus: ON OFF
PEQ-filters instellen (firmware > v2.0)
Commandostring:

< SET PEQ_FLTRxx ON >

< SET PEQ_FLTRxx OFF >

< SET PEQ_FLTRxx TOGGLE >

waarbij xx het filternummer is PEQ-filterstatus: ON OFF TOGGLE
Reactie van MXA310:

< REP PEQ_FLTRxx ON >

< REP PEQ_FLTRxx OFF >

waarbij xx het PEQ-filternummer is PEQ-filterstatus: ON OFF
Actieve microfoonkanalen ophalen
Commandostring:

< GET NUM_ACTIVE_MICS >

Reactie van MXA310:

< REP NUM_ACTIVE_MICS x >

waarbij n het aantal actieve kanalen is met de mogelijke waarden: MXA310: kanalen 1-4
Automixkanaal solo inschakelen ophalen
Commandostring:

< GET x CHAN_AUTOMIX_SOLO_EN >

waarbij x het kanaalnummer is: 0 is niet geldig MXA910: kanalen 1-8
Reactie van MXA310:

< REP x CHAN_AUTOMIX_SOLO_EN ENABLE >

< REP x CHAN_AUTOMIX_SOLO_EN DISABLE >

waarbij x het kanaalnummer is: 0 is niet geldig MXA910: kanalen 1-8; waarbij sts de SOLO-status van het kanaal x aangeeft: INSCHAKELEN UITSCHAKELEN
Automixkanaal solo inschakelen instellen
Commandostring:

< SET x CHAN_AUTOMIX_SOLO_EN ENABLE >

< SET x CHAN_AUTOMIX_SOLO_EN DISABLE >

waarbij x het kanaalnummer is: 0 is niet geldig MXA910: kanalen 1-8; waarbij sts de gevraagde status van SOLO-modus bepaalt: INSCHAKELEN UITSCHAKELEN
Reactie van MXA310:

< REP x CHAN_AUTOMIX_SOLO_EN ENABLE >

< REP x CHAN_AUTOMIX_SOLO_EN DISABLE >

waarbij x het kanaalnummer is: 0 is niet geldig MXA910: kanalen 1-8; waarbij sts de SOLO-status van het kanaal x aangeeft: INSCHAKELEN UITSCHAKELEN
Versleutelingsstatus ophalen (firmware > v2.0)
Commandostring:

< GET ENCRYPTION >

Vraag de versleutelingsstatus van het apparaatniveau op;
Reactie van MXA310:

< REP ENCRYPTION ON >

< REP ENCRYPTION OFF >

Verzend een van deze opdrachten naar de MXA310.