Algemene beschrijving

De ANIUSB-MATRIX audionetwerkinterface biedt aansluitingen voor USB-, Dante-™ en analoge audiobronnen. Werk samen en maak verbinding met alle audioapparaten in een enkel netwerk, met ondersteuning voor draadloze microfoons, computers, mobiele apparaten, videocodecs en luidsprekersystemen. Maak verbinding met een enkele netwerkkabel om audio en voeding door te geven via Power over Ethernet (PoE). Een op een browser gebaseerde webapplicatie regelt audio- en netwerkinstellingen vanaf elke computer die is verbonden met hetzelfde netwerk.

Veiligheidsinformatie

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

  1. LEES deze instructies.
  2. BEWAAR deze instructies.
  3. NEEM alle waarschuwingen in acht.
  4. VOLG alle instructies op.
  5. GEBRUIK dit apparaat NIET in de buurt van water.
  6. REINIG UITSLUITEND met een droge doek.
  7. DICHT GEEN ventilatieopeningen AF. Zorg dat er voldoende afstand wordt gehouden voor adequate ventilatie. Installeer het product volgens de instructies van de fabrikant.
  8. Plaats het apparaat NIET in de buurt van warmtebronnen, zoals vuur, radiatoren, warmteroosters, kachels of andere apparaten (waaronder versterkers) die warmte genereren. Plaats geen vuurbronnen in de buurt van het product.
  9. ZORG ERVOOR dat de beveiliging van de gepolariseerde stekker of randaardestekker intact blijft. Een gepolariseerde stekker heeft twee pennen waarbij er één breder is dan de andere. Een randaardestekker heeft twee pennen en een extra aardaansluiting. De breedste pen en de aardaansluiting zijn bedoeld om uw veiligheid te garanderen. Als de meegeleverde stekker niet in de contactdoos past, vraag een elektricien dan om de verouderde contactdoos te vervangen.
  10. BESCHERM het netsnoer tegen erop lopen of afknelling, vooral in de buurt van stekkers en uitgangen en op de plaats waar deze het apparaat verlaten.
  11. GEBRUIK UITSLUITEND door de fabrikant gespecificeerde hulpstukken/accessoires.
  12. GEBRUIK het apparaat UITSLUITEND in combinatie met een door de fabrikant gespecificeerde wagen, standaard, driepoot, beugel of tafel of met een meegeleverde ondersteuning. Wees bij gebruik van een wagen voorzichtig tijdens verplaatsingen van de wagen/apparaat-combinatie om letsel door omkantelen te voorkomen.
  13. HAAL de stekker van dit apparaat uit de contactdoos tijdens onweer/bliksem of wanneer het lange tijd niet wordt gebruikt.
  14. Laat onderhoud altijd UITVOEREN door bevoegd servicepersoneel. Onderhoud moet worden uitgevoerd wanneer het apparaat op enigerlei wijze is beschadigd, bijvoorbeeld beschadiging van netsnoer of stekker, vloeistof of voorwerpen in het apparaat zijn terechtgekomen, het apparaat is blootgesteld aan regen of vocht, niet naar behoren werkt of is gevallen.
  15. STEL het apparaat NIET bloot aan druppelend en rondspattend vocht. PLAATS GEEN voorwerpen gevuld met vloeistof, bijvoorbeeld een vaas, op het apparaat.
  16. De NETSTEKKER of een koppelstuk van het apparaat moet klaar voor gebruik zijn.
  17. Het door het apparaat verspreide geluid mag niet meer zijn dan 70 dB(A).
  18. Apparaten van een KLASSE I-constructie moeten worden aangesloten op een WANDCONTACTDOOS met beschermende aardaansluiting.
  19. Stel dit apparaat niet bloot aan regen of vocht om het risico op brand of elektrische schokken te verminderen.
  20. Probeer dit product niet te wijzigen. Wanneer dit wel gebeurt, kan lichamelijk letsel optreden en/of het product defect raken.
  21. Gebruik dit product binnen de gespecificeerde bedrijfstemperaturen.
Dit symbool geeft aan dat in deze eenheid een gevaarlijk spanning aan-wezig is met het risico op een elektrische schok.
Dit symbool geeft aan dat in de documentatie bij deze eenheid belangrijke bedienings- en onderhoudsinstructies zijn opgenomen.

Aan de slag

Dit apparaat bevat een op browser gebaseerde webapplicatie waarmee audio- en netwerkeigenschappen beheerd kunnen worden. Nadat u dit eenvoudige installatieproces hebt doorlopen, kunt u:

  • Profiteren van toegang tot de webapplicatie om audio-instellingen, signaalroutering en netwerkeigenschappen aan te passen
  • Dante™ Controller-software gebruiken om verbinding te maken met andere Dante-apparaten en audio door te geven
  • Toegang tot extra configuratiegegevens verkrijgen

Stap 1: Maak verbinding met een netwerk

  1. Gebruik een ethernetkabel (Cat5e of hoger) om de ANIUSB-MATRIX aan te sluiten op een netwerkswitch.
  2. Opmerking: De netwerkswitch moet Power over Ethernet leveren (PoE). Zorg dat u deze aansluit op een PoE-poort, omdat veel switches niet op alle poorten voeding leveren.

  3. Sluit een computer op de netwerkswitch aan met een ethernetkabel

Stap 2: Toegang tot de webapplicatie

  1. Download en installeer de toepassing Shure Device Discovery (www.shure.com)
  2. Open de toepassing Shure Device Discovery
  3. Dubbelklik op het apparaat om de toepassing te openen.
  4. Tip: Gebruik de knop Identify in de toepassing om de lampjes op het apparaat te laten knipperen als u meerdere Shure-apparaten wilt instellen.

Stap 3: Maak verbinding met apparaten in de Dante Controller-software

  1. Download de Dante Controller-software op www.audinate.com en installeer deze
  2. Gebruik Dante Controller om verbinding te maken met andere Dante-apparaten

Opmerking: Raadpleeg de Dante Controller-gebruikershandleiding voor meer informatie over kanaalroutering (te vinden op www.audinate.com/resources/technical-documentation)

Voorbeeld: De ANIUSB-MATRIX en Shure MXA310 aansluiten

  1. Zoek de MXA310 in de lijst met Dante-zenders en selecteer het plusteken (+) om alle kanalen te bekijken.
  2. Zoek de ANIUSB-MATRIX in de lijst met Dante-ontvangers en selecteer het plusteken (+) om alle kanalen te bekijken.
  3. Selecteer het vak waarin de MXA310 AUTOMIX OUT en de ANIUSB-MATRIX DANTE INPUT 1 elkaar kruisen

Stap 4: Audio configureren

De uiteindelijke configuratiestappen variëren afhankelijk van de apparaten die met de ANIUSB-MATRIX gebruikt worden. Onder deze stappen valt mogelijk:

  • Analoge en usb-audioapparaten aansluiten
  • De matrix-mixer gebruiken om signaalroutering aan te passen
  • Ingangs- en uitgangsniveaus aanpassen
  • Het volledige signaalpad bekijken en instellingen in schematisch overzicht bewerken
  • Niveauregeling toepassen om spraakweergave te optimaliseren

Er is uitgebreide informatie over deze stappen beschikbaar in de helpsectie van de webapplicatie.

Voorbeeld: Luidsprekers, draadloze microfoons en een computer aansluiten

  1. Sluit analoge apparatuur (zoals luidsprekers of draadloze microfoonsystemen) aan op de analoge in- en uitgang. Raadpleeg de hardwaresectie in deze handleiding voor informatie over verbindingen en led-metingen.
  2. Sluit een computer aan op de usb-poort
  3. Open de matrix-mixer in de ANIUSB-MATRIX-webapplicatie om verbinding te maken tussen apparaten.
  4. Opmerking: Sommige verbindingen worden standaard in de matrix-mixer gemaakt. Raadpleeg het helponderwerp van de matrix-mixer in de webapplicatie voor meer informatie.

  5. Pas de in- en uitgangsniveaus aan in de ANIUSB-MATRIX-webapplicatie en voer een soundcheck uit. Raadpleeg helponderwerpen in de webapplicatie voor meer informatie.

Bekijk meer informatie

Nu u deze eenvoudige installatie heeft doorlopen, heeft u toegang tot de webapplicatie en kunt u audio naar apparaten verzenden. Uitgebreidere informatie vindt u online en in de helpsectie, waaronder:

  • Audiokwaliteit optimaliseren met de ingebouwde parametrische equalizer
  • Commandostrings extern bedieningssysteem
  • Signaalroutering
  • Situatieschema’s systeem
  • Softwareconfiguratie
  • Informatie netwerkinrichting
  • Probleemoplossing
  • Vervanging van onderdelen en accessoires

U vindt de volledige gebruikershandleiding op http://pubs.shure.com/guide/ANIUSB-MATRIX

Hardware en installatie

Achterpaneel

① Niveau-indicatoren (sig/clip)

De drie afzonderlijke ledkleuren geven het audiosignaalniveau voor de analoge kanalen aan en de verbindingsstatus voor het USB-kanaal. Stel de uitgangsniveaus bij in de webapplicatie om oversturing te voorkomen.

Analoge ingang/uitgang
Led-status Niveau audiosignaal
Uit minder dan –60 dBFS
Groen –60 dBFS tot –18 dBFS
Geel –18 dBFS tot –6 dBFS
Rood –6 dBFS of meer

Opmerking: de leds voor de ingang/uitgang blijven uit wanneer de meting is ingesteld op Post Fader en het kanaal wordt gedempt in de webapplicatie.

USB-audio
Led-status Status
Uit Geen USB-apparaat aangesloten
Groen USB-apparaat functioneert naar behoren
Rood (knipperend) Probleem opgetreden bij aansluiten USB-audioapparaat
② Audio-ingang (blokconnector) Pentoewijzingen blok:
Audio +
Audio -
Audiomassa
③ Schroef chassismassa Deze dient voor een optionele verbinding van de microfoonafschermingsdraad naar de chassismassa.
④ Audio-uitgang (blokconnector) Gebalanceerde audio-uitgang is aangesloten op een analoog apparaat. Stel het uitgangsniveau in de webapplicatie zo in dat dit overeenkomt met de ingangsgevoeligheid van het analoge apparaat.Opmerking: zie de labels op het voorpaneel voor toewijzing van de blokconnector.
⑤ USB-poort Wordt aangesloten op een computer om iedere combinatie van ingangs- en uitgangs-audiokanalen te verzenden en ontvangen.
⑥ LED-indicatoren Voeding: Power over Ethernet (PoE) aanwezig

Opmerking: Opmerking: Gebruik een PoE-injector als uw netwerkswitch geen PoE levert.

Netwerk: Netwerkverbinding actiefNetwerkaudio: Dante-audio is aanwezig op het netwerk

Opmerking: Foutinformatie is beschikbaar in het gebeurtenislogboek in de webapplicatie.

Gedrag netwerkaudio-LED
Led-status Activiteit
Uit Geen actief signaal
Groen Apparaat functioneert goed
Rood Er is een fout opgetreden. Zie gebeurtenislogboek voor details.
Versleuteling:
Led-status Activiteit
Uit Audio niet versleuteld
Groen Succesvolle versleutelde audioverbinding met een ander apparaat
Rood Fout bij versleutelen. Mogelijke oorzaken:
  • Versleutelen is op het ene apparaat ingeschakeld en op het andere niet
  • Wachtwoordzin komt niet overeen
⑦ Dante-netwerkpoort Deze poort sluit aan op een netwerkswitch om Dante-audio, Power over Ethernet (PoE) en gegevens van de besturingssoftware te ontvangen.
⑧ Resetknop Hiermee worden de apparaatinstellingen teruggezet naar de fabrieksstandaarden

Power Over Ethernet (PoE)

Dit apparaat vereist PoE om te kunnen werken. Het is compatibel met PoE-bronnen van zowel klasse 0 en klasse 3.

Power over Ethernet wordt op een van de volgende manieren geleverd:

  • Een netwerkswitch die PoE levert
  • Een PoE-injectorapparaat

Resetten

De resetknop bevindt zich in een klein gaatje in het achterpaneel. Gebruik een paperclip of ander klein hulpmiddel om de knop in te drukken.

Er zijn twee hardware-resetfuncties:

Resetten netwerk (houd knop 4-8 seconden ingedrukt) Hiermee worden alle bedieningsinstellingen en audionetwerk-IP-instellingen van Shure teruggezet naar de fabrieksstandaard.
Volledig terugzetten op fabrieksstandaarden (houd knop langer dan 8 seconden ingedrukt) Hiermee worden alle netwerk- en webapplicatie-instellingen teruggezet naar de fabrieksstandaarden.

Software-resetopties

Om de instellingen terug te zetten zonder alle hardware te resetten, gebruikt u een van de volgende opties:

Reboot Device:In de webapplicatie (settings > factory reset (instellingen > terugzetten naar fabrieksinstellingen)) is er een knop Reboot Device, waarmee het apparaat snel uit en weer in wordt geschakeld alsof het wordt losgekoppeld van het netwerk. Alle instellingen blijven behouden wanneer het apparaat opnieuw wordt opgestart.

Standaardinstellingen: Om de audio-instellingen terug te zetten naar de fabrieksconfiguratie (met uitzondering van Device Name, IP-instellingen en wachtwoorden), selecteert u Load Preset en kiest u de standaard voorstellingen.

Installatie en rackmontage

Er zijn twee montageopties beschikbaar voor de installeren van de audionetwerkinterface:

CRT1 rackblad van 19 inch (optionele accessoire): Ondersteunt maximaal 3 apparaten en kan in een rack of onder een tafel worden gemonteerd

Montageblad voor enkele eenheid (inbegrepen accessoir): ondersteunt een enkel apparaat voor montage onder een tafel

Apparaten bevestigen

Gebruik de schroeven die bij de set montagematerialen zijn inbegrepen om audionetwerkinterfaces vast te zetten. Audionetwerkinterfaces kunnen in beide richtingen worden gemonteerd. Steek de schroeven vanaf de onderzijde in de juiste gaten, volgens de volgende schema’s:

Lijn de gaten zoals weergegeven uit voor het bevestigen van een enkel apparaat in het montageblad voor een enkele eenheid

Lijn de gaten zoals weergegeven uit voor het bevestigen van maximaal 3 apparaten in het rackblad van 19 inch.

Rack-oorconfiguratie

Een combinatie van maximaal 3 audionetwerkinterfaces kan worden gemonteerd in een enkele rackruimte van 19 inch. De verstelbare rack-oren ondersteunen montage in een standaard apparatuur-rack of onder een tafel.

Standaardrack van 19 inch monteren

  1. Lijn de oren uit terwijl de montagegaten naar voren zijn gericht.
  2. Monteer zoals weergegeven de drie schroeven waarmee het oor aan het blad wordt bevestigd.

Montage onder de tafel

  1. Lijn de oren uit terwijl de montagegaten naar boven zijn gericht.
  2. Monteer zoals weergegeven de drie schroeven waarmee het oor aan het blad wordt bevestigd.

Onder een tafel installeren

  1. Houd het blad op de gewenste locatie onder een tafel.
  2. Markeer de locatie van de montagegaten met potlood op de tafel.
  3. Boor 4 gaten voor de schroeven. De diameter van de gaten in het blad is 7,1 mm.
  4. Installeer de componenten in het blad.
  5. Monteer deze met vier schroeven om het blad onder de tafel te bevestigen.

Identificatie van apparaat

Selecteer de knop Identify in het gedeelte voor apparaatopties om de hardware door middel van de knipperende lampen te identificeren.

Signaalstroom en verbindingen

Verbindingen en signaalstroom

① Computer

Compatibel met Mac en pc

De hostcomputer zendt en ontvangt audio via conferentiesoftware. Alle signalen worden doorgegeven via één USB-verbinding, waarbij de ingangsbronnen en uitgangsapparaten (Dante en analoog) worden doorgegeven via Dante Controller.
② Analoge ingangsbronnen Analoge bronnen (zoals draadloze microfoons of apparaten op line-niveau) worden aangesloten op de analoge line-ingang.
③ Analoge uitgangsapparaten Luidsprekers, versterkers of opname-apparaten worden aangesloten op de analoge line-uitgang.
④ Compatibele Dante-apparatuur Dante-microfoons, zoals de plafond- en tafelarrays van Shure Microflex Advance worden verbonden via de netwerkswitch en kunnen via het USB-kanaal op de ANIUSB worden doorgegeven.
⑤ Regelings-CPU Een computer die wordt aangesloten op het netwerk kan verbinding maken met de webapplicatie om de kanaalniveaus en -verwerking te regelen.
⑥ Netwerkswitch De netwerkswitch biedt Power over Ethernet (PoE) naar de ANIUSB, waarbij ook alle compatibele Dante-audioapparatuur wordt ondersteund.

Verbinden met een USB-apparaat

Via de USB-poort kan de hostcomputer worden aangesloten op het volledige audiosysteem in de ruimte, waaronder microfoons en luidsprekers.

Wanneer de ANIUSB-MATRIX voor het eerst wordt aangesloten, herkent de computer deze als USB-audioapparaat. U dient deze mogelijk te selecteren als ingangs-/uitgangsapparaat (opnemen/afspelen) om audio door te geven. Wijs de ANIUSB-MATRIX toe als standaardapparaat om er zeker van te zijn dat deze audio doorgeeft wanneer hij wordt aangesloten. Raadpleeg de handleiding voor uw computer om de audio-instellingen te configureren.

Compatibiliteit van de adapters

Dit apparaat is compatibel met de adapters USB-B naar USB-C. Het gebruik van adapters wordt uitsluitend aanbevolen voor pc’s en laptops, aangezien veel mobiele apparaten geen bi-directionele audio ondersteuning via USB- of Lightning-poorten.

Audiokanalen door de USB-poort leiden

Het doorgeven van audio-kanalen wordt beheerd door de software Dante Controller en de matrix-mixer in de webapplicatie ANIUSB-MATRIX.

Stap één: Dante Controller

  1. Open Dante Controller en geef compatibele Dante-apparaten (zoals Microflex®Advance™ en draadloze Microflex-microfoons) door aan de ANIUSB-MATRIX Dante-ontvangstkanalen. Geef de kanalen een naam in de webapplicatie ANIUSB-MATRIX om ze eenvoudiger te onderscheiden.
  2. Als de ANIUSB-MATRIX kanalen moet uitzenden naar compatibele Dante-apparaten (zoals een versterker, luidspreker of opname-apparaat op het netwerk), leidt u de ANIUSB-MATRIX Dante-zendkanalen naar de bijbehorende ontvangstapparaten in Dante Controller.

Stap twee: matrix-mixer

  1. Open het gedeelte matrix-mixer in de webapplicatie ANIUSB-MATRIX om Dante en analoge kanalen door te geven via de USB-poorten.
  2. Wijs het USB-ingangskanaal (andere audio-uiteinde) toe aan de bijbehorende uitgangen. Indien u een vergadering opneemt, dient u, naast de USB-ingang, ook de microfoons op het dichtstbijzijnde uiteinde naar het opname-apparaat te leiden.

Opmerking: raadpleeg het onderwerp Matrix-mixer voor aanvullende informatie en voorbeelden van signaalrouting.

Versleuteling

Audio is versleuteld met de Advanced Encryption Standard (AES-256), zoals gespecificeerd in de publicatie FIPS-197 van de Amerikaanse overheidsinstelling National Institute of Standards and Technology (NIST). Shure-apparaten die ondersteuning bieden voor versleuteling hebben een wachtwoordzin nodig om verbinding te maken. Versleuteling wordt niet ondersteund met apparaten van andere merken.

U activeert de versleuteling als volgt:

  1. Open het menu Settings en selecteer het tabblad General.
  2. Selecteer het keuzevakje Enable Encryption.
  3. Voer een wachtwoordzin in. Alle apparaten moeten dezelfde wachtwoordzin gebruiken om een versleutelde verbinding op te zetten.

Belangrijk: Om versleuteling te laten werken:

  • Versleuteling moet universeel op alle verbonden Shure-apparaten in- of uitgeschakeld zijn
  • AES67 moet uitgeschakeld zijn in Dante Controller om versleuteling in- of uit te schakelen. AES67-versleuteling wordt op dit moment niet ondersteund.

Audio-instellingen

Schematisch overzicht

Het schematisch overzicht in de webapplicatie biedt een overzicht van de volledige signaalketen en stelt u in staat om de instellingen en monitorsignalen aan te passen.

Instellingen aanpassen

Klik met de rechtermuisknop op een ingang, uitgang of verwerkingsblok om de volgende opties aan te passen:

Per kanaal
Kopiëren/plakken Kopieer en plak instellingen tussen items. U kunt bijvoorbeeld de equalizercurve instellen op de USB-ingang en vervolgens dezelfde instelling gebruiken voor de analoge uitgang. U kunt ook de versterkings- en dempingsstatus vanuit één ingangssignaal naar verscheidene andere kopiëren.
Dempen/demping opheffen Dempt of activeert het kanaal
Inschakelen/uitschakelen Zet verwerking aan of uit (alleen van toepassing op de equalizer en begrenzer)
Bewerken Opent het dialoogvenster voor het aanpassen van parameters
Globaal (klik met de rechtermuisknop op een leeg gebied)
Alle ingangen dempen Dempt alle ingangskanalen
Alle uitgangen dempen Dempt alle uitgangskanalen
Alle dialoogvensters sluiten Verwijdert alle geopende dialoogvensters uit de werkruimte

De werkruimte aanpassen

Maak een aangepaste omgevingen aan om een set ingangen, uitgangen en verwerkingsblokken te monitoren en bedienen vanuit één scherm. Er zijn twee manieren om dialoogvensters op te breken:

  • Rechtermuisknop > bewerken
  • Dubbelklik op de ingang, uitgang of het verwerkingsblok.

Open het gewenste aantal dialoogvensters om belangrijke bedieningsfuncties te behouden.

Meting en signaalstroom

Onder iedere ingang en uitgang wordt een meter weergegeven die het signaalniveau aangeeft (dBFS).

De lijnen waarmee ingangen en uitgangen in de matrix-mixer worden verbonden, worden gekleurd weergegeven wanneer verbinding tot stand is gebracht. Wanneer een signaal niet wordt doorgegeven, wordt de lijn in het grijs weergegeven. Gebruik deze hulpmiddelen om problemen met audiosignalen op te lossen en om verbindingen en niveaus te controleren.

Matrix-mixer

De matrix-mixer leidt audio-signalen tussen ingangen en uitgangen voor eenvoudige en flexibele routing:

  • het zenden van één ingangssignaal naar meerdere uitgangen
  • het zenden van meerdere ingangssignalen naar één uitgang

Kanalen doorgeven

Verbind de ingangen en uitgangen door het vak waar ze elkaar kruisen te selecteren.

Belangrijk: Dante-apparaten moeten worden doorgegeven in de Dante Controller-software om audio van of naar een Dante-apparaat te leiden.

Standaardinstelling

  • Alle Dante-ingangskanalen en analoog ingangskanaal > USB-uitgang
  • USB-ingangskanaal en analoog ingangskanaal > analoge uitgang

Kruislingse versterking

Met kruislingse versterking wordt de versterking tussen een specifieke ingang en uitgang bijgesteld. Hierdoor ontstaan afzonderlijke submixen zonder dat de instellingen voor de ingangs- of uitgangsfader worden gewijzigd. Selecteer de dB-waarde bij een kruispunt om het scherm voor het bijstellen van de versterking te openen.

Versterkingsgebruik: ingangsfader > kruislingse versterking > uitgangsfader

Voorbeeldsituatie

Een vergadering met een computer hosten:

Audio op het nabijgelegen uiteinde van Dante-microfoons (Shure MXA 310) en een analoge bron (draadloos Shure-microfoonsysteem) worden beide naar de USB-ingang geleid en verzonden naar het verre uiteinde.

Audio op het verre uiteinde van de computer (USB-ingang in de matrix-mixer) kan worden verzonden naar de analoge of compatibele Dante-versterkers of -luidsprekers.

Opname van vergaderingsaudio vanuit alle locaties door alle bronnen naar een opname-apparaat of computer op het netwerk te leiden.

Groepen voor dempen en kanaalvolumeregeling

Groepen dempen Selecteer het vakje Mute group om het kanaal aan een groep toe te voegen. Het dempen van een kanaal in de Mute group dempt alle kanalen in die groep.
Groepen kanaalvolumeregelaars Selecteer het vakje Fader group om het kanaal aan een groep toe te voegen. Alle kanaalvolumeregelaars in de groep zijn gekoppeld en bewegen allemaal als er één kanaalvolumeregelaar wordt aangepast.

Ingangsniveaus afregelen

Niveaus voor analoge kanalen en Dante-kanalen zijn in te stellen in het tabblad Input.

Om de ingangsniveaus te volgen voordat ze de ANIUSB-MATRIX bereiken, stelt u de meting in op pre-fader in het instellingenmenu. Wanneer u de faders afstelt, zet de meting op post-fader.

Dante-bronnen

  1. Controleer het bronniveau voordat het de netwerkinterface bereikt:
  • Controleer of de netwerkmicrofoons of andere Dante-bronnen werken op nominaal uitgangsniveau.
  • Het niveau voor de Microflex Advance™-microfoons is regelbaar via de respectievelijke webapplicatie.
  • Regel de digitale versterking af in de netwerkinterface webapplicatie:
    • Gebruik de faders of voer handmatig een versterkingswaarde in.
    • De digitale versterking regelt het signaalniveau voordat dit de matrix-mixer bereikt.
    • Mix de niveaus zo hoog mogelijk zonder het luidste kanaal het piekniveau (0 dB) op de meter te laten bereiken.

    Opmerking: de matrix-mixer biedt kruislingse versterking om afzonderlijke submixen bij de stellen voor verschillende uitgangen.

    Analoge bronnen

    Controleer voordat u begint of de niveaus van de analoge apparaten met regelbaar uitgangsniveau op het nominale niveau werken. De fader past de digitale versterking aan voordat het signaal de matrix-mixer bereikt.

    1. Pas de analoge ingangsniveau-instelling aan op basis van het ingaande signaalniveau:
    2. Line (+4 dBu)

      Aux (–10 dBV)

    3. Gebruik de fader (digitale versterking) om de mix bij te stellen die naar de USB- of Dante-uitgangskanalen wordt uitgezonden.

    Uitgangsniveaus afregelen

    Tip: zet de meting op post-fader via het instellingenmenu om de uitgangsniveaus bij te stellen.

    U kunt de faders in de sectie Uitgangen zo hoog als gewenst bijstellen, maar dient er wel voor te zorgen dat oversturing wordt voorkomen (wanneer het signaal 0 dBFS bereikt). Stel altijd de ingangsversterking en kruislingse versterking bij in de matrix-mixer voordat u de uitgangsversterking bijstelt.

    Analoog uitgangsniveau:selecteer een uitgangssignaal op Line-, Aux- of Mic-niveau dat overeenkomt met de gevoeligheid van het ontvangende apparaat.

    Parametrische equalizer

    Maximaliseer de geluidskwaliteit door de frequentieweergave af te stellen met behulp van de parametrische equalizer.

    Veelvoorkomende equalizertoepassingen:

    • Spraakverstaanbaarheid verbeteren
    • Ruis van HVAC-systemen of videoprojectoren verminderen
    • Kameronregelmatigheden inperken
    • Frequentieweergave afstellen voor versterkingssystemen

    Filterparameters instellen

    Stel filterinstellingen af door de pictogrammen in de frequentieweergavegrafiek te manipuleren of door numerieke waarden in te voeren. Schakel een filter uit met behulp van het selectievakje naast het filter.

    Filter Type Alleen de eerste en de laatste band hebben selecteerbare filtertypen.

    Parametric: Verzwakt of versterkt het signaal binnen een aanpasbaar frequentiebereik

    Low Cut: Verzwakt het geluidssignaal onder de geselecteerde frequentie

    Low Shelf: Verzwakt of versterkt het geluidssignaal onder de geselecteerde frequentie

    High Cut: Verzwakt het geluidssignaal boven de geselecteerde frequentie

    High Shelf: Verzwakt of versterkt het geluidssignaal boven de geselecteerde frequentie

    Frequentie Selecteer de middenfrequentie van het filter voor verzwakking/versterking
    Versterking Hiermee wordt het niveau voor een specifieke filter afgesteld (=/- 30 dB)
    Q Hiermee wordt het bereik van frequenties afgesteld die worden beïnvloed door het filter. Naarmate deze waarde toeneemt, neemt de bandbreedte af.
    Breedte Hiermee wordt het bereik van frequenties afgesteld die worden beïnvloed door het filter. De waarde wordt in octaven weergegeven.

    Opmerking: De Q- en breedteparameters hebben dezelfde invloed op de niveauregelingscurve. Het enige verschil is de manier waarop de waarden worden weergegeven.

    Equalizerkanaalinstellingen Copy, Paste, Import en Export

    Dankzij deze functies kunnen effectieve equalizerinstellingen van een vorige installatie gebruikt worden, of kan de configuratietijd versneld worden.

    Copy & Paste

    Gebruiken om snel dezelfde PEQ-instelling voor meerdere kanalen toe te passen.

    1. Selecteer het kanaal vanuit het vervolgkeuzemenu in het PEQ-scherm.
    2. Selecteer Copy
    3. Selecteer in het vervolgkeuzemenu het kanaal om de PEQ-instelling toe te passen en selecteer Paste.

    Import & Export

    Gebruik PEQ-instellingen van een bestand op een computer op te slaan en te laden. Dit is handig voor het aanmaken van een bibliotheek met herbruikbare configuratiebestanden op computers die gebruikt worden voor systeeminstallatie.

    Export Kies een kanaal voor het opslaan van de PEQ-instelling en selecteer Export to file.
    Import Kies een kanaal voor het laden van de PEQ-instelling en selecteer Import from file.

    Toepassingen equalizer

    De akoestiek van conferentieruimten varieert op basis van de grootte en vorm van de ruimte en constructiematerialen. Gebruik de richtlijnen in onderstaande tabel.

    EQ-toepassing Voorgestelde instellingen
    Trebleversterking voor verbeterde spraakverstaanbaarheid Voeg een high-shelffilter toe om frequenties boven 1 kHz met 3-6 dB te versterken
    HVAC-ruisreductie Voeg een low-cutfilter toe om frequenties onder 200 Hz te verzwakken
    Flutterecho en sisklanken verminderen Identificeer het specifieke frequentiebereik die de ruimte ‘verlaat’:
    1. Stel een smalle Q-waarde in
    2. Vergroot de versterking zodat deze tussen +10 dB en +15 dB is en experimenteer vervolgens met frequenties tussen 1 en 6 kHz om het bereik van flutterecho of sisklanken te bepalen
    3. Verminder de versterking voor de geïdentificeerde frequentie (start met –3 tot –6 dB) om ongewenste geluiden in de ruimte te minimaliseren
    Hol, resonerend geluid in ruimte Identificeer het specifieke frequentiebereik die de ruimte ‘verlaat’:
    1. Stel een smalle Q-waarde in
    2. Vergroot de versterking zodat deze tussen +10 dB en +15 dB is en experimenteer vervolgens met frequenties tussen 300 en 900 Hz om te het bereik van flutterecho of sisklanken te bepalen
    3. Verminder de versterking voor de geïdentificeerde frequentie (start met –3 tot –6 dB) om ongewenste geluiden in de ruimte te minimaliseren

    Aangepaste voorstellingen

    Gebruik voorinstellingen om snel instellingen op te slaan en op te halen. U kunt op elk apparaat maximaal 10 voorinstellingen opslaan die overeenkomen met verschillende kamerindelingen. In een voorinstelling worden alle apparaatinstellingen opgeslagen behalve Device Name, IP Settings en Passwords. Het importeren en exporteren van voorinstellingen naar nieuwe installaties bespaart tijd en verbetert het werkproces. Als een voorinstelling is geselecteerd, verschijnt de naam boven het voorinstellingenmenu. Als wijzigingen worden aangebracht, verschijnt een sterretje achter de naam.

    Opmerking: Gebruik de standaardinstellingen voor terugzetten naar fabrieksconfiguratie (met uitzondering van Device Name, IP Settings en Passwords).

    Open het voorinstellingenmenu om opties voor voorinstellingen te bekijken:

    save as preset: Slaat instellingen op het apparaat op
    load preset: Opent een configuratie van het apparaat
    import from file: Downloadt een bestand met voorinstellingen van een computer naar het apparaat. Bestanden kunnen met behulp van de browser worden geselecteerd of naar het importvenster worden versleept.
    export to file: Slaat een bestand met voorinstellingen van het apparaat op de computer op

    Een wachtwoord gebruiken

    Alle instellingen zijn standaard aanpasbaar. Om uw instellingen met een wachtwoord te beveiligen, opent u het menu Settings en selecteert u het tabblad General. Op dit scherm kunt u wachtwoorden maken of wijzigen.

    Zodra een wachtwoord is ingesteld, wordt er een Read-Only-optie weergegeven op het aanmeldscherm. In de modusRead-Only kunnen apparaatparameters worden bekeken, maar niet worden bewerkt. Apparaatidentificatie blijft actief.

    Netwerken en Dante

    Dante-zendstromen

    Dit apparaat ondersteunt maximaal twee zendstromen en twee ontvangststromen. Een enkele stroom bestaat uit maximaal vier kanalen, door middel van een unicast- of multicast-overdracht.

    • Een unicast-stroom is een punt-naar-punt-verbinding tussen twee apparaten en ondersteunt maximaal vier kanalen per stroom.
    • Een multicast-stroom is een overdracht van één apparaat naar meerdere apparaten en ondersteunt het versturen van maximaal vier kanalen aan meerdere ontvangstapparaten op het netwerk.

    Toepassingen Shure-apparaat

    Dit apparaat kan verbinding maken met maximaal twee Dante-apparaten.

    De Shure MXA310, ANI22, ANIUSB-MATRIX en ANI4IN ondersteunen multicast-overdracht. Dit betekent dat stromen naar meerdere apparaten gezonden kunnen worden, zo veel als het netwerk kan ondersteunen. Als u unicast-stromen gebruikt, kan ieder van deze apparaten verbinding maken met maximaal twee Dante-ontvangers.

    De Shure ANI4OUT kan verbinding maken met maximaal twee Dante-zenders.

    Apparaatnamen overzetten naar het Dante-netwerk

    Om een apparaatnaam zo in te stellen dat deze in de Dante Controller te zien is, gaat u naar Settings>General en voert u een naam in bij Device Name. Selecteer vervolgens Push to Dante om de naam naar het netwerk te verzenden.

    Opmerking: namen in Dante Controller worden met een extra ‘-d’ weergegeven.

    ANIUSB-opdrachtregels

    Het apparaat is via ethernet verbonden aan een besturingssysteem, bijvoorbeeld AMX, Crestron of Extron.

    Verbinding: Ethernet (TCP/IP; selecteer “Client” in het programma AMX/Crestron)

    Poort: 2202

    Conventies

    Er zijn 4 soorten strings voor het apparaat:

    GET Vindt de status van een parameter. Nadat de AMX/Crestron een GET-commando heeft verzonden, retourneert de ANIUSB een REPORT-string.
    SET Verandert de status van een parameter. Nadat de AMX/Crestron een SET-commando heeft verzonden, retourneert de ANIUSB een REPORT-string om de nieuwe waarde van de parameter aan te geven.
    REP Wanneer de ANIUSB een GET- of SET-commando heeft ontvangen, retourneert deze een REPORT-commando om de status van de parameter aan te geven. REPORT wordt ook door de ANIUSB verzonden wanneer een parameter op de ANIUSB of door middel van de GUI wordt gewijzigd.
    SAMPLE Hiermee worden audioniveaus gemeten.

    Alle verzonden en ontvangen berichten zijn van het type ASCII. De indicatoren voor niveau en versterking zijn ook van het type ASCII.

    De meeste parameters verzenden een REPORT-commando wanneer ze worden gewijzigd. Het is daarom niet nodig om voortdurend parameters op te vragen. De ANIUSB verzendt een REPORT-commando wanneer deze parameters worden gewijzigd.

    Het teken

    “x”

    staat in alle opvolgende strings voor het kanaal van de ANIUSB en kan ASCII-nummers 0 tot en met 4 zijn, zoals in de volgende tabel

    00 Alle kanalen
    01-04 Dante-ingangen
    05 Analoge ingang
    06 USB-ingang
    07-08 Dante-uitgangen
    09 Analoge uitgang
    10 USB-uitgang

    Commandostrings (veelvoorkomend)

    Allemaal ophalen
    Commandostring:

    < GET xx ALL >

    Waarbij xx en ASCII-kanaalnummer is van: 00 tot en met 10. Gebruik deze opdracht meteen na het inschakelen om de status van alle parameters bij te werken.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP ... >

    De ANIUSB retourneert afzonderlijke rapportstrings voor alle parameters.
    Modelnummer opvragen
    Commandostring:

    < GET MODEL >

    Reactie van ANIUSB:

    < REP MODEL {yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy} >

    Waarbij yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy de 32 tekens van het modelnummer zijn. De ANIUSB reageert altijd met een modelnummer van 32 tekens.
    Serienummer opvragen
    Commandostring:

    < GET SERIAL_NUM >

    Reactie van ANIUSB:

    < REP SERIAL_NUM {yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy} >

    Waarbij yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy de 32 tekens van het serienummer zijn. De ANIUSB reageert altijd met een serienummer van 32 tekens.
    Kanaalnaam ophalen
    Commandostring:

    < GET xx CHAN_NAME >

    Waarbij xx een ASCII-kanaalnummer is van: 00 tot 10.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx CHAN_NAME {yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy} >

    Waarbij yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy de 31 tekens van de kanaalnaam zijn. De ANIUSB reageert altijd met een kanaalnaam van 31 tekens.
    Apparaat-ID ophalen
    Commandostring:

    < GET DEVICE_ID >

    Het commando voor apparaat-ID bevat niet het kanaalteken x, omdat dit voor de volledige ANIUSB geldt.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP DEVICE_ID {yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy} >

    Waarbij yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy de 31 tekens van de apparaat-ID zijn. De ANIUSB reageert altijd met een apparaat-ID van 31 tekens.
    Firmwareversie opvragen
    Commandostring:

    < GET FW_VER >

    Reactie van ANIUSB:

    < REP FW_VER {yyyyyyyyyyyyyyyyyy} >

    Waarbij yyyyyyyyyyyyyyyyyy bestaat uit 18 tekens. De ANIUSB reageert altijd met 18 tekens.
    Voorinstellingen ophalen
    Commandostring:

    < GET PRESET >

    Reactie van ANIUSB:

    < REP PRESET nn >

    Waarbij nn het voorinstellingsnummer 01-10 is. 0 = geen voorinstelling actief.
    Voorinstelling instellen
    Commandostring:

    < SET PRESET nn >

    Waarbij nn het voorinstellingsnummer 1-10 is. (De eerste nul is bij het SET-commando optioneel).
    Reactie van ANIUSB:

    < REP PRESET nn >

    < REP ERR >

    Waarbij nn het voorinstellingsnummer 01-10 is.

    Wanneer de gebruiker probeert om een lege voorinstelling te laden.

    Voorinstellingsnaam ophalen
    Commandostring:

    < GET PRESET1 >

    < GET PRESET2 >

    < GET PRESET3 >

    enz.

    Hiermee wordt een van deze commando’s naar de ANIUSB verzonden
    Reactie van ANIUSB:

    < REP PRESET1 {yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy} >

    < REP PRESET2 {yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy} >

    < REP PRESET3 {yyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy} >

    enz.

    Waarbijyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy de 25 tekens van de apparaat-ID zijn. De ANIUSB reageert altijd met een apparaat-ID van 25 tekens
    Audioversterking ophalen
    Commandostring:

    < GET xx AUDIO_GAIN_HI_RES >

    Waarbij xx een ASCII-kanaalnummer is van: 00 tot 10.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx AUDIO_GAIN_HI_RES yyyy >

    Waarbij yyyy een ASCII-waarde aanneemt van 0000 tot 1400. yyyy bestaat uit stappen van een tiende dB.
    Audioversterking instellen
    Commandostring:

    < SET xx AUDIO_GAIN_HI_RES yyyy >

    Waarbij yyyy een ASCII-waarde aanneemt van 0000 tot 1400. yyyy bestaat uit stappen van een tiende dB.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx AUDIO_GAIN_HI_RES yyyy >

    Waarbij yyyy een ASCII-waarde aanneemt van 0000 tot 1400.
    Audioversterking verhogen met n dB
    Commandostring:

    < SET xx AUDIO_GAIN_HI_RES INC nn >

    Waarbij nn de hoeveelheid is die een tiende dB bevat om de versterking te verhogen. nn kan bestaan uit één cijfer (n), twee cijfers (nn) of drie cijfers ( nnn ).
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx AUDIO_GAIN_HI_RES yyyy >

    Waarbij yyyy een ASCII-waarde aanneemt van 0000 tot 1400.
    Audioversterking verlagen met n dB
    Commandostring:

    < SET xx AUDIO_GAIN_HI_RES DEC nn >

    Waarbij nn de hoeveelheid is die een tiende dB bevat om de versterking te verlagen. nn kan bestaan uit één cijfer ( n ), twee cijfers ( nn ) of drie cijfers ( nnn ).
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx AUDIO_GAIN_HI_RES yyyy >

    Waarbij yyyy een ASCII-waarde aanneemt van 0000 tot 1400.
    Gainschakelaar voor analoge ingang opvragen
    Commandostring:

    < GET xx AUDIO_IN_LVL_SWITCH >

    Waarbij xx een ASCII-kanaalnummer is: 00 of 05.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx AUDIO_IN_LVL_SWITCH LINE_LVL >

    < REP xx AUDIO_IN_LVL_SWITCH AUX_LVL >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    Gainschakelaar voor analoge ingang instellen
    Commandostring:

    < SET xx AUDIO_IN_LVL_SWITCH LINE_LVL >

    < SET xx AUDIO_IN_LVL_SWITCH AUX_LVL >

    Waarbij xx een ASCII-kanaalnummer is: 00 of 05. Een van deze opdrachten wordt naar de ANIUSB verzonden.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx AUDIO_IN_LVL_SWITCH LINE_LVL >

    < REP xx AUDIO_IN_LVL_SWITCH AUX_LVL >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    Audiodemping van kanaal ophalen
    Commandostring:

    < GET xx AUDIO_MUTE >

    Waarbij xx een ASCII-kanaalnummer is van: 00 tot 10.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx AUDIO_MUTE ON >

    < REP xx AUDIO_MUTE OFF >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    Kanaalaudio dempen
    Commandostring:

    < SET xx AUDIO_MUTE ON >

    Waarbij xx een ASCII-kanaalnummer is van: 00 tot 10.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx AUDIO_MUTE ON >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    Demping van kanaalaudio opheffen
    Commandostring:

    < SET xx AUDIO_MUTE OFF >

    Waarbij xx een ASCII-kanaalnummer is van: 00 tot 10.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx AUDIO_MUTE OFF >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    Audiodemping van kanaal in/uitschakelen
    Commandostring:

    < SET xx AUDIO_MUTE TOGGLE >

    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx AUDIO_MUTE ON >

    < REP xx AUDIO_MUTE OFF >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    Audiodemping van apparaat ophalen
    Commandostring:

    < GET DEVICE_AUDIO_MUTE >

    Reactie van ANIUSB:

    < REP DEVICE_AUDIO_MUTE ON >

    < REP DEVICE_AUDIO_MUTE OFF >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    Audiodemping van apparaat instellen
    Commandostring:

    < SET DEVICE_AUDIO_MUTE ON >

    < SET DEVICE_AUDIO_MUTE OFF >

    < SET DEVICE_AUDIO_MUTE TOGGLE >

    Hiermee wordt een van deze commando’s naar de ANIUSB verzonden.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP DEVICE_AUDIO_MUTE ON >

    < REP DEVICE_AUDIO_MUTE OFF >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    Gainschakelaar voor analoge uitgang opvragen
    Commandostring:

    < GET xx AUDIO_OUT_LVL_SWITCH >

    Waarbij xx een ASCII-kanaalnummer is: 00 of 09.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx AUDIO_OUT_LVL_SWITCH LINE_LVL >

    < REP xx AUDIO_OUT_LVL_SWITCH AUX_LVL >

    < REP xx AUDIO_OUT_LVL_SWITCH MIC_LVL >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    Gainschakelaar voor analoge uitgang instellen
    Commandostring:

    < SET xx AUDIO_OUT_LVL_SWITCH LINE_LVL >

    < SET xx AUDIO_OUT_LVL_SWITCH AUX_LVL >

    < SET xx AUDIO_OUT_LVL_SWITCH MIC_LVL >

    Waarbij xx een ASCII-kanaalnummer is: 00 of 09. Een van deze opdrachten wordt naar de ANIUSB verzonden.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx AUDIO_OUT_LVL_SWITCH LINE_LVL >

    < REP xx AUDIO_OUT_LVL_SWITCH AUX_LVL >

    < REP xx AUDIO_OUT_LVL_SWITCH MIC_LVL >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    Knipperen van lampjes op ANIUSB
    Commandostring:

    < SET FLASH ON >

    < SET FLASH OFF >

    Hiermee wordt een van deze commando’s naar de ANIUSB verzonden. Het knipperen houdt na 30 seconden automatisch op.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP FLASH ON >

    < REP FLASH OFF >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    Meting inschakelen
    Commandostring:

    < SET METER_RATE sssss >

    Schakelt meting in/uit en stelt frequentie in. Waarbij sssss een waarde van 00000 tot 99999 in milliseconden is.

    00000 = uit

    00100 = minimumwaarde

    99999= maximumwaarde

    NB: Waarden 00001 tot 00099 zijn niet geldig en leiden tot de reactie <REP ERR>.

    Reactie van ANIUSB:

    < REP METER_RATE sssss >

    < SAMPLE aaa bbb ccc ddd eee fff ggg hhh iii jjj >

    sssss = snelheid in milliseconden. Waarde 00000 geeft aan dat het meten is uitgeschakeld. Waarbij de lijst die volgt het sample is voor elk kanaal. Audioniveaus hebben waarden 000-060, die de feitelijke audioniveaus van –60 tot 0 dBFS vertegenwoordigen.

    aaa= gegevens voor kanaal 1

    bbb= gegevens voor kanaal 2

    ccc= gegevens voor kanaal 3

    ddd= gegevens voor kanaal 4

    eee = gegevens voor kanaal 5

    fff = gegevens voor kanaal 6

    ggg = gegevens voor kanaal 7

    hhh = gegevens voor kanaal 8

    iii = gegevens voor kanaal 9

    jjj = gegevens voor kanaal 10

    Stop meting
    Commandostring:

    < SET METER_RATE 0 >

    Een waarde van 00000 wordt ook geaccepteerd.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP METER_RATE 00000 >

    Led-helderheid ophalen
    Commandostring:

    < GET LED_BRIGHTNESS >

    Reactie van ANIUSB:

    < REP LED_BRIGHTNESS n >

    Waarbij n de volgende waarden kan aannemen:

    0 = led uitgeschakeld

    1 = led verduisterd

    2 = standaardinstelling led

    Led-helderheid instellen
    Commandostring:

    < SET LED_BRIGHTNESS n >

    Waarbij n de volgende waarden kan aannemen:

    0 = led uitgeschakeld

    1 = led verduisterd

    2 = standaardinstelling led

    Reactie van ANIUSB:

    < REP LED_BRIGHTNESS n >

    Indicator audiofragment ophalen
    Commandostring:

    < GET xx AUDIO_OUT_CLIP_INDICATOR >

    Waarbij xx een ASCII-kanaalnummer is van: 00 tot 10.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx AUDIO_OUT_CLIP_INDICATOR ON >

    < REP xx AUDIO_OUT_CLIP_INDICATOR OFF >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    Audio IP-adres opvragen
    Commandostring:

    < GET IP_ADDR_NET_AUDIO_PRIMARY >

    Reactie van ANIUSB:

    < REP IP_ADDR_NET_AUDIO_PRIMARY {yyyyyyyyyyyyyyy} >

    Waarbij yyyyyyyyyyyyyyy een IP-adres van 15 tekens is.
    Audio subnetadres opvragen
    Commandostring:

    < GET IP_SUBNET_NET_AUDIO_PRIMARY >

    Reactie van ANIUSB:

    < REP IP_SUBNET_NET_AUDIO_PRIMARY {yyyyyyyyyyyyyyy} >

    Waarbij yyyyyyyyyyyyyyy een subnetadres van 15 tekens is.
    Audio gateway-adres opvragen
    Commandostring:

    < GET IP_GATEWAY_NET_AUDIO_PRIMARY >

    Reactie van ANIUSB:

    < REP IP_GATEWAY_NET_AUDIO_PRIMARY {yyyyyyyyyyyyyyy} >

    Waarbij yyyyyyyyyyyyyyy een gateway-adres van 15 tekens is.
    Status begrenzer opvragen
    Commandostring:

    < GET xx LIMITER_ENGAGED >

    Waarbij xx ASCII-uitvoerkanaal is, met het nummer 07 t/m 10. Geeft aan of de begrenzer het signaalniveau momenteel beperkt.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx LIMITER_ENGAGED ON >

    < REP xx LIMITER_ENGAGED OFF >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    Versleutelingsstatus opvragen
    Commandostring:

    < GET xx ENCRYPTION_CH >

    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx ENCRYPTION_CH ON >

    < REP xx ENCRYPTION_CH OFF >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    ANIUSB opnieuw opstarten
    Commandostring:

    < SET REBOOT >

    Reactie van ANIUSB:

    < REP REBOOT >

    Foutgebeurtenissen opvragen
    Commandostring:

    < GET LAST_ERROR_EVENT >

    Vraagt de laatste fout op die in de ANIUSB is geregistreerd.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP LAST_ERROR_EVENT {yyyyyyyyyyyyyyy} >

    Waarbij yyyyyyyyyyyyyyy uit maximaal 128 tekens kan bestaan.
    Inschakeling PEQ-filter opvragen
    Commandostring:

    < GET xx PEQ yy >

    Waarbij xx het PEQ-blok 07 of 10 is. Waarbij yy het PEQ-filter 01-04 binnen het blok is. 00 kan worden gebruikt voor alle blokken of alle filters.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx PEQ yy ON >

    < REP xx PEQ yy OFF >

    Inschakeling PEQ-filter instellen
    Commandostring:

    < SET xx PEQ yy ON >

    < SET xx PEQ yy OFF >

    Hiermee wordt een van deze commando’s naar de ANIUSB verzonden.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx PEQ yy ON >

    < REP xx PEQ yy OFF >

    Waarbij xx het PEQ-blok 07 of 10 is. Waarbij yy het PEQ-filter 01-04 binnen het blok is. 00 kan worden gebruikt voor alle blokken of alle filters.
    Weergavemodus voor ingangsmeter opvragen
    Commandostring:

    < GET INPUT_METER_MODE >

    Reactie van ANIUSB:

    < REP INPUT_METER_MODE PRE_FADER >

    < REP INPUT_METER_MODE POST_FADER >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    Weergavemodus voor ingangsmeter instellen
    Commandostring:

    < SET INPUT_METER_MODE PRE_FADER >

    < SET INPUT_METER_MODE POST_FADER >

    Hiermee wordt een van deze commando’s naar de ANIUSB verzonden.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP INPUT_METER_MODE PRE_FADER >

    < REP INPUT_METER_MODE POST_FADER >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    Weergavemodus voor uitgangsmeter opvragen
    Commandostring:

    < GET OUTPUT_METER_MODE >

    Reactie van ANIUSB:

    < REP OUTPUT_METER_MODE PRE_FADER >

    < REP OUTPUT_METER_MODE POST_FADER >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    Weergavemodus voor uitgangsmeter instellen
    Commandostring:

    < SET OUTPUT_METER_MODE PRE_FADER >

    < SET OUTPUT_METER_MODE POST_FADER >

    Hiermee wordt een van deze commando’s naar de ANIUSB verzonden.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP OUTPUT_METER_MODE PRE_FADER >

    < REP OUTPUT_METER_MODE POST_FADER >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    Status van USB-aansluiting opvragen
    Commandostring:

    < GET USB_CONNECT >

    Reactie van ANIUSB:

    < REP USB_CONNECT ON >

    < REP USB_CONNECT OFF >

    < REP USB_CONNECT ERROR >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    Routering van matrix-mixer opvragen
    Commandostring:

    < GET xx MATRIX_MXR_ROUTE yy >

    Waarbij xx staat voor ingangskanalen 00-06. Waarbij yy staat voor uitgangskanalen 00 of 07-10.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx MATRIX_MXR_ROUTE yy ON >

    < REP xx MATRIX_MXR_ROUTE yy OFF >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    Routering van matrix-mixer instellen
    Commandostring:

    < SET xx MATRIX_MXR_ROUTE yy ON >

    < SET xx MATRIX_MXR_ROUTE yy OFF >

    Waarbij xx staat voor ingangskanalen 00-06. Waarbij yy staat voor uitgangskanalen 00 of 07-10. Een van deze opdrachten wordt naar de ANIUSB verzonden.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx MATRIX_MXR_ROUTE yy ON >

    < REP xx MATRIX_MXR_ROUTE yy OFF >

    De ANIUSB retourneert een van deze strings.
    Versterking van matrix-mixer opvragen
    Commandostring:

    < GET xx MATRIX_MXR_GAIN yy >

    Waarbij xx staat voor ingangskanalen 00-06. Waarbij yy staat voor uitgangskanalen 00 of 07-10.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx MATRIX_MXR_GAIN yyzzzz >

    Waarbij zzzz een ASCII-waarde aanneemt van 0000 tot 1400. zzzz bestaat uit stappen van een tiende dB.
    Versterking van matrix-mixer instellen
    Commandostring:

    < SET xx MATRIX_MXR_GAIN yyzzzz >

    Waarbij xx ingangskanaal 00-06 is. Waarbij yy uitgangskanalen 00 of 07-10 is. Waarbij zzzz een ASCII-waarde aanneemt van 0000 tot 1400. zzzz bestaat uit stappen van een tiende dB.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx MATRIX_MXR_GAIN yyzzzz >

    Versterking van matrix-mixer verhogen
    Commandostring:

    < SET xx MATRIX_MXR_GAIN yy INC nn >

    Waarbij xx ingangskanaal 00-06 is. Waarbij yy uitgangskanaal 00 of 07-10 is. Waarbij nn bestaat uit stappen van een tiende dB.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx MATRIX_MXR_GAIN yyzzzz >

    Waarbij zzzz een ASCII-waarde aanneemt van 0000 tot 1400. zzzz bestaat uit stappen van een tiende dB.
    Versterking van matrix-mixer verlagen
    Commandostring:

    < SET xx MATRIX_MXR_GAIN yy DEC nn >

    Waarbij xx ingangskanaal 00-06 is. Waarbij yy uitgangskanaal 00 of 07-10 is. Waarbij nn bestaat uit stappen van een tiende dB.
    Reactie van ANIUSB:

    < REP xx MATRIX_MXR_GAIN yyzzzz >

    Waarbij zzzz een ASCII-waarde aanneemt van 0000 tot 1400. zzzz bestaat uit stappen van een tiende dB.

    Probleemoplossing

    Probleemoplossing

    Probleem Oplossing
    Software vertraagt in de browser Google Chrome Het probleem is browsergerelateerd. Schakel de optie voor hardwareversnelling uit in Chrome.
    Geluidskwaliteit is gedempt Gebruik de equalizer om de frequentierespons bij te stellen. Zie de equalizertoepassingen voor juist gebruik.
    Hardware wordt niet weergegeven in apparaatherkenning
    • Zorg dat de apparaten voeding krijgen
    • Zorg ervoor dat de pc en apparatuur op hetzelfde netwerk zijn aangesloten en stel deze in op hetzelfde subnet.
    • Schakel andere netwerkinterfaces uit waarmee geen verbinding met het apparaat wordt gemaakt (inclusief WiFi)
    • Controleer of de DHCP-server werkt (indien van toepassing)
    • Reset het apparaat
    Geen audio
    • Controleer of de ANIUSB-MATRIX als audio-apparaat is geselecteerd in het menu voor audio-apparaten of het configuratiescherm op de computer
    • De audiokanalen moeten via de matrix-mixer naar een uitgang worden geleid
    • Verbindingen tussen apparaten moeten worden ingesteld in de software Dante Controller™
    • Controleer kabels
    • Controleer of de ingangs-/uitgangskanalen niet zijn gedempt
    • Controleer of de niveaus van de kanaalvolumeregelaar niet te laag zijn ingesteld
    • Controleer of er geen sprake is van een versleutelingsfout; als een wachtwoordzin niet overeenkomt of de versleuteling op slechts één apparaat is ingeschakeld, verstoort dit de audio.
    Kan Dante-audiokanalen niet doorgeven Installeer de nieuwste versie van Dante Controller vanuit Audinate®, verkrijgbaar via www.audinate.com.
    Hardware kan niet worden ingeschakeld
    • De netwerkswitch moet Power over Ethernet leveren. Anders moet er een PoE-injector worden gebruikt
    • Controleer netwerkkabels en -verbindingen

    Event-logboek

    Het gebeurtenislogboek bevat een gedetailleerd verslag van activiteiten vanaf het moment dat het apparaat wordt ingeschakeld. Het logboek bevat maximaal 1000 activiteiten voorzien van een tijdsmarkering ten opzichte van de laatste keer dat het apparaat is aangezet. De items worden opgeslagen in het interne geheugen en worden niet verwijderd als het apparaat wordt uitgezet. De export-functie maakt een CSV-bestand (comma separated values) om de gegevens uit het logboek op te slaan en te sorteren.

    Raadpleeg het logboekbestand voor details wanneer u problemen oplost of contact opneemt met de systeemondersteuning van Shure.

    U bekijkt het gebeurtenislogboek als volgt:

    1. Open het menu Help
    2. Selecteer View Event Log
    Ernstniveau
    Informatie Een actie of gebeurtenis is voltooid.
    Waarschuwing Een actie kan niet worden voltooid, maar de algehele functionaliteit is stabiel.
    Fout Er is een probleem opgetreden dat functionaliteit kan verhinderen.
    Informatie over het logboek
    Beschrijving Geeft informatie over gebeurtenissen en foutmeldingen, waaronder het IP-adres en subnetmasker.
    Tijdsmarkering In- en uitschakelen:dagen:uren:minuten:seconden sinds de laatste keer dat het systeem opgestart is.
    Gebeurtenis-ID Geeft het soort gebeurtenis aan voor interne referentie.

    Tip: Gebruik het filter om resultaten te beperken. Selecteer een categorietitel om het logboek te sorteren.

    Belangrijke productinformatie

    Het apparaat is bedoeld om in professionele audiotoepassingen te worden gebruikt.

    Opmerking: Dit apparaat is niet bedoeld voor directe aansluiting op een openbaar internetnetwerk.

    EMC-conformiteit met elektromagnetische omgeving E2: Commercieel en licht industrieel. De test wordt gebaseerd op het gebruik van meegeleverde en aanbevolen kabeltypen. Bij gebruik van andere dan afgeschermde kabeltypes kunnen de EMC-prestaties worden aangetast.

    Wijzigingen of aanpassingen die niet expliciet zijn goedgekeurd door Shure Incorporated kunnen uw bevoegdheid om het apparaat te gebruiken tenietdoen.

    Compliantielabel Industry Canada ICES-003: CAN ICES-3 (B)/NMB-3(B)

    Geautoriseerd volgens de verificatiebepaling van FCC Deel 15B.

    Houd u aan de plaatselijke regels voor recycling van batterijen, verpakkingsmateriaal en elektronisch afval.

    Informatie voor de gebruiker

    Deze apparatuur is getest en goed bevonden volgens de limieten van een digitaal apparaat van klasse B, conform deel 15 van de FCC-regelgeving. Deze limieten zijn bedoeld als aanvaardbare bescherming tegen schadelijke interferentie bij plaatsing in woonwijken. Deze apparatuur genereert en gebruikt hoogfrequente energie, kan deze ook uitstralen en kan, indien niet geplaatst en gebruikt in overeenstemming met de instructies, schadelijke interferentie aan radiocommunicatie veroorzaken. Er is echter geen garantie dat in specifieke installaties geen storingen kunnen optreden. Als deze apparatuur schadelijke interferentie in radio- of televisieontvangst veroorzaakt, wat kan worden vastgesteld door het apparaat uit- en weer in te schakelen, wordt de gebruiker geadviseerd om de storing te corrigeren door een of meer van onderstaande maatregelen:

    • Richt de ontvangstantenne opnieuw of plaats deze ergens anders.
    • Vergroot de scheidingsafstand tussen het apparaat en de ontvanger.
    • Sluit het apparaat aan op een contactdoos van een ander circuit dan dat waarop de ontvanger is aangesloten.
    • Vraag de dealer of een ervaren radio/TV-monteur om hulp.

    De CE-conformiteitsverklaring kan worden verkregen via: www.shure.com/europe/compliance

    Erkende Europese vertegenwoordiger:

    Shure Europe GmbH

    Hoofdkantoren in Europa, Midden-Oosten en Afrika

    Afdeling: EMEA-goedkeuring

    Jakob-Dieffenbacher-Str. 12

    75031 Eppingen, Duitsland

    Telefoon: +49-7262-92 49 0

    Fax: +49-7262-92 49 11 4

    E-mail: info@shure.de

    Dit product voldoet aan de essentiële vereisten van alle toepasselijke Europese richtlijnen en komt in aanmerking voor CE-markering.

    De CE-conformiteitsverklaring kan worden verkregen van Shure Incorporated of een van haar Europese vertegenwoordigers. Bezoek www.shure.nl voor contactinformatie

    Productgegevens

    Analoge aansluitingen

    Ingang (1) 3-penss blokconnector (Actief gebalanceerd)
    Uitgang (1) 3-penss blokconnector (Impedantie-gebalanceerd)

    Usb-aansluitingen

    (1) usb 2.0, Type B

    Enkele poort bevat 1 ingangs- en 1 uitgangskanaal (‘Summed mono’)

    Netwerkverbindingen (Dante digitale audio)

    (1) RJ45

    4 ingangskanalen, 2 uitgangskanalen

    Polariteit

    Niet-inverterend, een ingang naar een andere ingang

    Voedingsvereisten

    Power over Ethernet (PoE), Klasse 0. (PoE Plus compatibel).

    Vermogensverbruik

    6,5W, maximum

    Gewicht

    668  g (1,5 lbs)

    Afmetingen

    H x B x D

    4 x 14 x 12,8 cm (1,6 x 5,5 x 5,0 in.)

    controletoepassing

    Op browser gebaseerde HTML5

    Bedrijfstemperatuurbereik

    −6,7°C (20°F) tot 40°C (104°F)

    Opslagtemperatuurbereik

    −29°C (-20°F) tot 74°C (165°F)

    Thermaal vermogensverlies

    Maximum 6,8W (23,0BTU/uur)
    normaal 6,0W (20,8BTU/uur)

    Audio

    Frequentiekarakteristiek

    +1, -1.5  dB

    20 tot 20,000 Hz

    Dante digitale audio

    Bemonsteringssnelheid 48 kHz
    Bitdiepte 24

    USB Audio

    Bemonsteringssnelheid 44,1, 48 kHz
    Bitdiepte 16, 24

    Latentietijd

    Dante-latentie niet inbegrepen Analoog naar analoog 0,98 ms
    Analoog naar Dante 0,39 ms
    Dante naar analoog 0,72 ms
    Dante naar Dante 0,14 ms

    Dynamisch bereik

    20 Hz tot 20 kHz, A-gewogen, normaal

    Analoog-naar-Dante 113 dB
    Dante-naar-analoog 117 dB

    Equivalente ingangsruis

    20 Hz tot 20 kHz, A-gewogen, ingang beëindigd bij 150 Ω

    Lijn -86 dBV
    Aux -98 dBV

    Totale harmonische vervorming

    bij 1 kHz, 0 dBV Ingang, 0 dB analoge versterking

    <0,05%

    CMRR (onderdrukkingsverhouding van tweelingsignalen)

    150 Ω gebalanceerde bron bij 1 kHz

    >70 dB

    Impedantie

    10,6 kΩ

    Ingang Oversturingsniveau

    Lijn +27 dBV
    Aux +15 dBV

    Oversturingsniveau uitgang

    Lijn +20 dBV
    Aux +0 dBV
    Mic. -26 dBV

    Ingebouwd Digitale signaalverwerking

    Per kanaal Niveauregelaar (4-bands parametrisch, Alleen analoge en usb-uitgangskanalen), Dempen, Begrenzer, Gain (140 dB bereik)
    Systeem Matrix-mixer

    Actief op network

    Kabelvereisten

    Cat 5e of hoger (afgeschermde kabel aanbevolen)

    Accessoires

    Bijgeleverde accessoires

    KIT, HARDWARE, ANIUSB-MATRIX 90A33522
    Montagebeugel (1/3 rackunit) 53A27742

    Optionales Zubehör und Ersatzteile

    19-inch racktray CRT1