Algemene beschrijving

De Axient spectrummanager is een krachtig hulpmiddel voor het berekenen, analyseren en toewijzen van compatibele frequenties aan draadloze componenten. De spectrummanager scant de RF-omgeving en gebruikt deze gegevens om compatibele frequenties te berekenen voor alle draadloze kanalen die zich op het netwerk bevinden. Draadloze systemen op een netwerk kunnen worden geprogrammeerd vanuit de lijst met compatibele frequenties, terwijl back-upfrequenties voortdurend worden bewaakt en volgens kwaliteit gerangschikt. Tijdens bedrijf levert de spectrummanager geschikte frequenties voor ontvangers wanneer er storing optreedt. Ingebouwde hulpmiddelen voor spectrumbewaking zorgen voor visuele en audio-tracering van RF-activiteit.

Kenmerken

Breedbandscannen

De spectrummanager legt scangegevens vast voor het gehele UHF-frequentiebereik dat beschikbaar is voor draadloze audio. De scan wordt samengesteld met behulp van twee antenne-ingangen, met een gevoeligheid en resolutie die direct toepasbaar zijn op draadloze ontvangers.

Lijst van compatibele frequenties

De lijst van compatibele frequenties (CFL) is een lijst van beschikbare frequenties die kunnen worden berekend, bekeken en bewerkt via de spectrummanager, of die gegenereerd kan worden via een computer met Wireless Workbench® 6. De ingebouwde frequentiecalculator kan zo worden ingesteld dat bepaalde tv-kanalen, frequentiebereiken of een RF-signaal boven een bepaalde drempel worden vermeden. Tijdens bedrijf geeft de spectrummanager de actuele status van elke frequentie op de lijst weer. Geschikte frequenties uit de lijst met compatibele frequenties worden geleverd om een systeem aanvankelijk in te stellen of door storing aangetaste frequenties te vervangen.

Event-logboek

Door Event Log worden activiteiten van de spectrummanager tijdens bedrijf geregistreerd. De activiteiten omvatten wijzigingen van frequenties en apparatuur die door de spectrummanager wordt bestuurd. Een overzicht van het event-logboek na een uitvoering geeft een momentopname van de systeemprestaties.

Back-upfrequenties controleren

Het gegevensscherm volgt de status van alle frequenties die beschikbaar zijn voor Axient-systemen. Het aantal frequenties voor elke band wordt weergegeven, inclusief de realtime status van gebruikte en back-upfrequenties.

RF-scannen

De scanfunctie van de spectrummanager zet het RF-signaal grafisch uit over het gehele frequentiebereik. Met de hulpmiddelen Cursor, Zoom en Peak is gedetailleerde inspectie van de gegevens mogelijk.

Luisteren

Met de functie Listen kunt u op een frequentie afstemmen en het gedemoduleerde FM-signaal controleren met een hoofdtelefoon. Het gegevensscherm geeft de signaalsterkte voor de geselecteerde frequentie weer.

Actief op het netwerk

Netwerken maken veel van de geavanceerde functies van het Axient-systeem mogelijk, zoals bewaking en besturing van apparaten op afstand. De rackcomponenten hebben twee RJ45-ethernetpoorten met netwerksnelheden van 10/100 Mbps. De ethernetpoorten hebben Power over Ethernet (PoE), wat gebruikt kan worden om voeding te leveren aan het ShowLink™-access point of andere ethernetapparaten van klasse 1.

RF-cascadepoorten

De cascadepoorten maken het mogelijk het RF-signaal te delen met maximaal 5 componenten zonder antennesplitters of distributieversterkers.

Voorpaneel

① Gegevensscherm

Geeft de status van de frequentiecontrole, RF-curven en signaalsterkte weer.

② Navigatieknoppen van gegevensscherm

Gebruiken voor toegang tot menu-opties.

③ Menuscherm

Geeft menu's en instellingen weer.

④ Menu-navigatieknoppen

Gebruiken om menu's te selecteren en erdoor te navigeren.

⑤ Knop Enter

Gebruiken om parameterwijzigingen in te voeren en op te slaan.

⑥ Knop Exit

Annuleert parameterwijzigingen of gaat terug naar een eerder menuscherm.

⑦ Bedieningsknop

  • Indrukken om menu-items te selecteren om te bewerken
  • Draaien om een parameterwaarde te bewerken

Tip: Houd de bedieningsknop gedurende 1 seconde ingedrukt om de functie Hardware Identify in WWB te activeren.

Monitor-oversturings-LED

Duidt op audio-oversturing wanneer verlicht.

Monitor-uitgangs-LED

Geeft aan of de afluisteruitgang aan of uit is.

Monitor-volumeknop

Stelt het afluistervolume in.

Monitor-connector

6,5 mm (1/4") connector

⑫ Aan/uit-schakelaar

Hiermee wordt de unit in- of uitgeschakeld.

Achterpaneel

① Hoofdschakelaar netvoeding

Netvoedingsschakelaar.

② Netvoeding in

IEC-connector 100 - 240 V AC.

③ Netvoedingscascade

Met IEC-verlengkabels kunt u tot 5 rackcomponenten op één netvoedingsbron aansluiten.

④ Netwerksnelheid-LED (oranje)

  • Uit = 10 Mbps
  • Aan = 100 Mbps

⑤ Ethernetpoorten: Klasse 1 geschikt voor PoE (2)

Aansluiten op een ethernet-netwerk om afstandsbediening en controle mogelijk te maken.

⑥ Netwerkstatus-LED (groen)

  • Uit = geen netwerkkoppeling
  • Aan = netwerkkoppeling actief
  • Knippert = netwerkkoppeling actief, knippersnelheid komt overeen met hoeveelheid overgedragen gegevens

⑦ Ingangsconnectoren voor RF-antenne

Voor antenne A en antenne B.

⑧ Status-LED RF-ingang

Geeft de spanningsstatus van de RF-ingang aan.
  • Groen = gelijkspanning aan
  • Rood knipperlicht = storing
  • Uit = gelijkspanning uit

⑨ RF-cascadepoorten

Geeft het RF-signaal door aan verdere componenten.

⑩ Temperatuurgeactiveerde ventilator

Zorgt voor topprestaties in omgevingen met hoge temperaturen. Het ventilatorfilter moet wanneer nodig worden schoongemaakt om de luchtstroom te behouden.

Antennes aansluiten

Met twee antennes kan de spectrummanager scangegevens vastleggen en de RF-signalen analyseren die in diversity ontvangertoepassingen worden gebruikt. Als actieve antennes worden gebruikt, zet u Antenna DC Power op On.

Aan de voorkant gemonteerde antennes gebruiken:

  1. Plaats de bulkheadadapters op de bijgeleverde kabels voor montage door de openingen in beide steunen en zet ze aan de voorkant vast met het bijgeleverde bevestigingsmateriaal.
  2. Sluit de bijgeleverde antennekabels aan op de BNC-connectoren van de antenne-ingangen op het achterpaneel.

Montage-instructies

Deze component is ontworpen om in een audiorack te worden ingebouwd.

WAARSCHUWING: Om letsel te voorkomen moet dit apparaat stevig in het rack worden bevestigd.

Menu op het beginscherm

Tijdens bedrijf geeft het menu op het beginscherm de volgende indicatoren weer:

① Event Log

Registreert de functies van de spectrummanager tijdens bedrijf.

② Netwerkpictogram

Geeft aan dat er connectiviteit is met andere apparaten op het netwerk.

Opmerking: Het IP-adres moet geldig zijn om netwerkbeheer mogelijk te maken.

③ Scrol-pijltjes

Betekent dat er hoger of lager meer logboekitems aanwezig zijn.

④ Submenu Wizard

Geeft toegang tot de volgende Wizard-functies:
  • All New
  • Update Freqs
  • Update Devices

⑤ Submenu Manual

Geeft toegang tot de volgende menu's:
  • Devices
  • Scans
  • Listen

⑥ Submenu Util

Geeft toegang tot de volgende menu's:
  • Display
  • Network
  • Lock
  • More (verdere functies)

⑦ Submenu CFL

Geeft toegang tot de volgende menu's:
  • New
  • Edit
  • More (inclusief Analyze en Clear)
  • Deploy

⑧ Pictogram netwerktoegangsbeheer

Weergegeven als PIN voor toegangsbeheer is ingeschakeld in de Shure-besturingssoftware.

Gegevensscherm

Tijdens bedrijf geeft het gegevensscherm het controlescherm voor back-upfrequenties weer. Als de functie Scanning actief is, geeft het scherm de RF-curve weer. Als de functie Listen actief is, geeft het scherm een grafische voorstelling van signaalsterkte voor een geselecteerde frequentie.

Band

Geeft de frequentiebanden voor Axient-apparaten die door de spectrummanager worden bestuurd

In Use

Geeft het aantal CFL-frequenties aan, gebruikt door apparaten die door de spectrummanager worden bestuurd

Ready

Geeft het aantal frequenties aan die momenteel beschikbaar zijn en kunnen worden geleverd

More

Geeft aan dat er meer frequentiebanden beschikbaar zijn

Een spectrummanager en ontvangers in een netwerk plaatsen

De spectrummanager gebruikt een ethernetverbinding om frequenties voor componenten op het netwerk te leveren. Voor automatische netwerkconfiguratie kunt u een ethernet-switch geschikt voor DHCP zoals de AXT620 of een ethernetrouter met DHCP-service gebruiken. Breid bij grotere installaties het netwerk uit met meerdere ethernet-switches.

Opmerking: Bij kleinere systemen worden de spectrummanager en ontvangers verbonden door middel van de ethernetpoorten op het achterpaneel. De apparaten krijgen automatisch compatibele adressen als de IP-modus op Automatisch is ingesteld en er geen DHCP-server is.

Automatische IP-adressering

  1. Als een Shure AXT620 ethernet-switch wordt gebruikt, moet de DHCP-schakelaar opON worden gezet.
  2. Stel de IP-modus in op automatisch voor alle apparaten ( Util > Network > Mode > Automatic )

Handmatige IP-adressering

  1. Sluit de spectrummanager en ontvangers aan op een ethernet-switch.
  2. Stel de IP-modus in op Manual voor alle apparaten:
    • Menu: Util > Network
    • Stel met de bedieningsknop geldige IP-adressen in voor alle apparaten. Zet het subnetmasker voor alle apparaten op dezelfde waarde.

Probleemoplossing

Gebruik slechts één DHCP-server per netwerk

Alle apparaten moeten hetzelfde subnetmasker delen

Op alle apparaten moet dezelfde firmwareversie zijn geïnstalleerd

Kijk of er een netwerkpictogram op het scherm van elk apparaat is:

  • Als het pictogram er niet is, controleer dan de kabelverbinding en de LED's op de netwerkconnector.
  • Als de LED's niet branden en de kabel is aangesloten, vervang dan de kabel en controleer de LED's en het netwerkpictogram opnieuw.

Gebruik het hulpprogramma Find All ( Util > Network > Find All ) om apparaten op het netwerk weer te geven:

  • In het rapport van Find All staan alle apparaten op het netwerk.
  • Controleer het IP-adres van apparaten die niet in het rapport van Find All voorkomen om te verzekeren dat ze op hetzelfde subnet zijn.

De connectiviteit van WWB6 met het netwerk controleren:

  1. Start de WWB6-software en bekijk de op het netwerk aangesloten apparaten met de weergave Inventory.
  2. Als dit niet lukt, zoek dan het IP-adres van een van de apparaten op het netwerk (zoals een ontvanger AXT400) en kijk of u dat kunt pingen met de computer die WWB6 uitvoert.
  3. Typ bij een WINDOWS/MAC commandoprompt "ping IPADDRESS" van het apparaat (bv. "ping 192.168.1.100").
  4. Als de ping lukt (geen pakketverlies), dan kan de computer het apparaat op het netwerk zien. Als de ping mislukt (100% pakketverlies), controleer dan het IP-adres van de computer om te zien of deze op hetzelfde subnet is als het apparaat.
  5. Als de pings lukken en de apparaten nog steeds niet in de WWB6-inventaris te zien zijn, controleer dan of alle firewalls of zijn uitgeschakeld of de gegevens van het WWB-netwerk in de toepassing binnenlaten. Controleer of de firewall-instellingen de netwerktoegang niet blokkeren.

Netwerktoegangsbeheer

Toegang tot Shure-componenten op het netwerk kan worden geregeld door een netwerk-PIN in te stellen in de Shure-besturingssoftware. Zodra een PIN is ingesteld, moet in de software het juiste wachtwoord worden ingevoerd om componentparameters te kunnen wijzigen.

Voer de volgende stappen uit om een netwerk-PIN te wissen:

  1. Op het beginscherm: Util > Network > Access .
  2. Selecteer Disabled met behulp van de bedieningsknop.
  3. Druk op enter om op te slaan.

Tip: Door Reset All uit te voeren, wordt een eventuele netwerk-PIN gewist; alle parameters worden echter ook teruggezet naar de fabrieksinstellingen.

Wizard RF-coördinatie

De spectrummanager heeft een wizard als hulp bij de configuratie van apparaten en frequenties. Kies een van de volgende opties voor insteltaken:

All New

Gebruik de optie All New voor aanvankelijke RF-coördinatie.

  • Vindt ontvangers en andere apparaten op het netwerk om te beheren
  • Scant het RF-spectrum op beschikbare frequenties
  • Berekent een lijst van compatibele frequenties (CFL) die overeenkomen met de behoeften van de apparaten op het netwerk
  • Levert frequenties voor de beheerde apparaten

Update Freqs

Gebruik de optie Update Freqs om de frequenties voor een bestaand draadloos systeem te vernieuwen.

  • Scant het RF-spectrum op beschikbare frequenties
  • Berekent de lijst van compatibele frequenties (CFL) die overeenkomen met de behoeften van de apparaten op het netwerk
  • Levert frequenties voor de beheerde apparaten

Update Devices

Gebruik de optie Update Devices wanneer u nieuwe apparaten aan een draadloos systeem toevoegt.

  • Vindt apparaten op het netwerk om te beheren
  • Levert frequenties uit de bestaande lijst van compatibele frequenties (CFL) voor de beheerde apparaten

De Wizard-optie All New gebruiken om het systeem in te stellen

Het volgende voorbeeld geeft de stappen weer voor de aanvankelijke RF-coördinatie met behulp van de Wizard-optie All New. Gebruik de Wizard-opties Update Freqs of Update Devices om een bestaand draadloos systeem te coördineren.

  1. Kies Wizard in het menu op het beginscherm en selecteer de optie All New.
  2. Het scherm Found Channels geeft de frequentieband en het model van de apparaten op het netwerk weer. Druk op Next.
  3. Druk op de bedieningsknop om een vinkje te plaatsen in het vakje naast Device ID. Selecteer andere apparaten met de bedieningsknop of druk op Add All. Druk op Flash om een specifiek apparaat in de lijst te identificeren. Druk op Next als u klaar bent.
  4. Zet alle zenders op Mute. Druk op Next.
  5. Wacht tot de scan is voltooid.

    De RF-curve wordt in het gegevensvenster weergegeven. Druk op Next.

  6. Wacht tot de CFL-berekening is voltooid.
  7. Druk op Deploy om frequenties aan de netwerkapparaten toe te wijzen.

Uitsluitingen

De meeste RF-omgevingen bevatten frequenties waar het niet wenselijk is draadloze apparatuur te gebruiken, zoals frequenties gereserveerd voor plaatselijke uitzendingen, openbare veiligheid of andere gebruikers. Uitsluitingen kunnen in de spectrummanager worden ingevoerd om te voorkomen dat deze frequenties in de berekening van een lijst van compatibele frequenties worden opgenomen.

Uitsluitingen invoeren

  1. Menu: CFL > New > Exclusions

  2. Druk op de menuknop naast de optie Add.
  3. Druk op de bedieningsknop om TV, Start of Stop te markeren:
    • Om één frequentie uit te sluiten, stelt u Start en Stop in op dezelfde frequentiewaarde
    • Om een reeks frequenties uit te sluiten, definieert u het frequentiebereik met de waarden voor Start en Stop
    • Om een tv-kanaal uit te sluiten, stelt u het kanaalnummer in met de bedieningsknop
  4. Als u klaar bent, drukt u op ENTER om de veranderingen op te slaan.

    In dit voorbeeld worden tv-kanaal 32, het bereik van 599,00 tot 604,000 MHz, en 650,000 MHz uitgesloten uit de berekening van compatibele frequenties.

Event-logboek

Het event-logboek registreert de activiteiten van de spectrummanager en andere apparaten die deze beheert, zoals hieronder aangegeven. Het logboek kan maximaal 150 events opslaan. Het begin van een geregistreerde event wordt aangeduid met een sterretje (*). De meest recente events staan bovenaan in het logboek. Met de bedieningsknop kunt u door de lijst van events scrollen. Als de opslaglimiet is bereikt, worden de oudste events overschreven.

Opmerking: Als het apparaat wordt uitgezet of na een firmware-update wordt het event-logboek gewist.

Frequenties:

  • Back-upfrequency verslechterd
  • Back-upfrequency verbeterd
  • Frequentie gegeven aan [kanaalnaam]
  • Scan opgeslagen

Beheerde apparaten:

  • [Toestel-ID] gaat offline
  • [Toestel-ID] komt online
  • [Toestel-ID] verwijderd
  • [Toestel-ID] toegevoegd
  • Zender [Tx]-profiel gewijzigd

Lijst van compatibele frequenties (CFL):

  • CFL gewist
  • Nieuwe frequentie toegevoegd
  • Frequentie verwijderd
  • Frequentiewaarde gewijzigd
  • Frequentietype gewijzigd
  • CFL geleverd
  • Nieuwe CFL berekend

Uitsluitingen:

  • Uitsluitingsdrempel gewijzigd
  • Uitsluiting toegevoegd (frequentie of bereik)
  • Uitsluiting gewist (frequentie of bereik)

Spectrum controleren

De spectrummanager heeft ingebouwde hulpmiddelen die uitstekend geschikt zijn voor het onderzoeken, traceren en het oplossen van problemen met het RF-spectrum.

Back-upfrequenties controleren

Tijdens bedrijf volgt het gegevensscherm de status van frequenties die beschikbaar zijn voor Axient-kanalen in het systeem. Het totale aantal beschikbare frequenties voor elke band wordt weergegeven, inclusief de realtime status van gebruikte en back-upfrequenties. Back-upfrequenties die "verslechterd" zijn door de controlefunctie worden verwijderd uit de lijst van Ready frequenties.

  • In Use = frequenties die worden geleverd voor Axient-componenten, m.i.v. offline apparaten
  • Ready = frequenties die open en beschikbaar zijn voor gebruik als back-up voor andere componenten
  • More = selecteren om verdere frequentiebanden weer te geven

Listen

Gebruik deze functie om het gedemoduleerde FM-signaal op een geselecteerde frequentie te controleren.

Menu: Manual > Listen

  • Selecteer de te controleren frequentie en antenne met de bedieningsknop.
  • Het gegevensscherm geeft de signaalsterkte van de geselecteerde frequentie weer.
  • Het menuscherm geeft de geselecteerde frequentie en antenne weer.
  • De functie Listen kunt u ook bereiken via het menu CFL > Edit , waardoor de frequenties die in gebruik zijn of als back-up dienen eenvoudig geïdentificeerd kunnen worden.

Scannen

Wanneer een spectrumscan wordt uitgevoerd, wordt een curve van RF-activiteit op het gegevensscherm weergegeven. Met de hulpmiddelen Cursor, Zoom en Peak kunt u een specifiek gedeelte van de curve onderzoeken. Met de optie Store kan de spectrummanager 2 curven van scangegevens opslaan als referentie of voor CFL-berekening. Scans die via het spectrummanagermenu zijn uitgevoerd, beslaan het gehele afstembereik. Het hulpmiddel Frequency Plot in Wireless Workbench-software kan worden gebruikt om een subset van dit bereik te scannen en biedt opties voor stapgrootte en resolutiebandbreedte.

Menu: Manual > Scan

  1. Stel de volgende modi in:
    • Sweep = Single of Continuous
    • Peak Hold = Off of ON
    • Exclusion Threshold = de spectrummanager sluit gescande frequenties boven deze waarde uit van berekening van de lijst van compatibele frequenties. De drempel kan worden weergegeven tijdens het bewerken op het scherm Scan Data.
  2. Druk op Start om met scannen te beginnen. De voortgang van het scannen wordt op het scherm weergegeven. Wanneer u klaar bent, drukt u op Store om een scan op te slaan. Selecteer Recall om naar een opgeslagen scan te gaan. De opgeroepen scan overschrijft de actuele scangegevens.

De RF-curve wordt op het gegevensscherm weergegeven.

Cursor-hulpmiddel

Cursor voegt een beweegbare, verticale streepjeslijn toe die op de RF-curve wordt geplaatst. Met de bedieningsknop kunt u de Cursor op een willekeurig punt in de curve plaatsen.

De frequentiewaarde en signaalsterkte voor het geselecteerde punt worden aan de bovenkant van de curve weergegeven.

Zoom-hulpmiddel

Zoom vergroot de RF-curve om gedetailleerde analyse van een gedeelte van het spectrum mogelijk te maken.

Zoom maakt het mogelijk individuele frequenties in overvolle RF-omgevingen te identificeren.

Peak-hulpmiddel

Peak maakt het mogelijk alleen de hoogste pieken van de RF-curven met de cursor te selecteren.

Met Peak kunnen de sterkste signalen in de RF-curve snel worden geïdentificeerd.

De ventilatorsnelheid instellen

De koelventilator heeft de volgende snelheidsopties:

  • Low Speed = ventilator is altijd ingeschakeld; op lagere snelheid voor stille werking
  • High Speed = ventilator is altijd ingeschakeld; op hogere snelheid voor maximale koeling
  • Automatic = ventilator wordt alleen ingeschakeld als de interne temperatuur te hoog is.

Opmerking: Snelheid kan wisselen van Low naar High als aanvullende koeling vereist is ter bescherming van de component.

  1. Selecteer op het beginscherm: Util  > More > Fan .
  2. Draai de bedieningsknop om een snelheidsoptie te selecteren.
  3. Druk op Enter om op te slaan.

Firmware-updates

Firmware is embedded software in elke component die de functionaliteit bestuurt. Af en toe worden nieuwe firmwareversies ontwikkeld om aanvullende functies en verbeteringen aan te brengen. Om te profiteren van een verbeterd ontwerp kunnen nieuwe versies van de firmware worden geüpload en geïnstalleerd met behulp van de functie Firmware Update Manager die beschikbaar is in WWB6-software. Firmware kan gedownload worden van http://www.shure.com/wwb.

Productgegevens

RF-afstemfrequentiebereik

470–865, 925–952 MHz

Grootte RF-afstemstap

25, 200, 1000 kHz

Ruisdrempel

Resolutiebandbreedte

25 kHz -110 dBm
200 kHz -100 dBm
1000 kHz -90 dBm

Spiegelonderdrukking

>110 dB, normaal

Parasitaire responsie

<-100 dBm, normaal

Maximale stoorimpulsonderdrukking

>90 dB, A-gewogen

Afmetingen

44 mm x 483 mm x 366 mm (1,7 in. x 19,0 in. x 14,4 in.) H x B x D

Gewicht

5,5 kg (12,0 lbs)

Behuizing

Staal; spuitaluminium

Voedingsvereisten

100 tot 240 V AC, 50–60 Hz

Stroomverbruik

gespecificeerd bij 120 V AC

0,8 A RMS

Bedrijfstemperatuurbereik

-18°C (0°F) tot 63°C (145°F)

Opslagtemperatuurbereik

-29°C (-20°F) tot 74°C (165°F)

Scantijd

De spectrummanager scant in 64 seconden het volledige RF-afstemfrequentiebereik m.b.v. 8 parallelgeschakelde scanmodules. De scantijd per 60 MHz kan korter zijn voor de gespecificeerde bereiken waarbij scanmodules parallel kunnen werken.

Stapgrootte Maximale scantijd per 60 MHz
25 kHz: 48 seconden
*200 kHz: 7 seconden
*1000 kHz: 1 seconde

*Alleen beschikbaar met WWB6-bediening

RF-ingang

Connectortype

BNC

Configuratie

Ongebalanceerd, Actief

Impedantie

50 Ω

Maximaal ingangsniveau

-20 dBm

Voorspanning

12  V DC, 150 mA (300 mAmaximum)

Cascade-uitgang

Connectortype

BNC

Configuratie

Ongebalanceerd, Actief

Impedantie

50 Ω

Doorgangsdemping

<5 dB

Audiouitgang monitor

Audiofrequentiekarakteristiek

40–18 kHz, ±3 dB

Configuratie

Ongebalanceerd, mono, 1/4 in. uitgang (stuurt stereokoptelefoon aan)

Impedantie

50 Ω

Maximaal signaalniveau

Max. afwijking 45 kHz

1 W @ 63 Ω

Pentoewijzingen

Punt audio +
Ring audio +
Huls massa

Actief op het netwerk

Power over Ethernet (PoE)

50  V DC, Klasse 1

Netwerkinterface

Tweepoorts ethernet 10/100 Mbps

Mogelijkheid tot netwerkadressering

DHCP of handmatig IP-adres

Accessoires

Bijgeleverde accessoires

1 ft coaxiale cascadekabel (2) 95N2035
IEC netvoedingskabel (1) 95A9128
IEC netverlengkabel (1) 95A9129
Afgeschermde 3 ft ethernetkabel (1) C803
Afgeschermde 8 inch Ethernet doorkoppelkabel (1) C8006
Hardwareset (1) 90XN1371
22 inch coaxiale kabel* (1) 95B9023
33 inch coaxiale kabel* (1) 95C9023

* met geïntegreerde bulkheadconnector voor aan de voorkant gemonteerde antennes.

Informatie voor de gebruiker

Deze apparatuur is getest en goed bevonden volgens de limieten van een digitaal apparaat van klasse B, conform deel 15 van de FCC-regelgeving. Deze limieten zijn bedoeld als aanvaardbare bescherming tegen schadelijke interferentie bij plaatsing in woonwijken. Deze apparatuur genereert en gebruikt hoogfrequente energie, kan deze ook uitstralen en kan, indien niet geplaatst en gebruikt in overeenstemming met de instructies, schadelijke interferentie aan radiocommunicatie veroorzaken. Er is echter geen garantie dat in specifieke installaties geen storingen kunnen optreden. Als deze apparatuur schadelijke interferentie in radio- of televisieontvangst veroorzaakt, wat kan worden vastgesteld door het apparaat uit- en weer in te schakelen, wordt de gebruiker geadviseerd om de storing te corrigeren door een of meer van onderstaande maatregelen:

  • Richt de ontvangstantenne opnieuw of plaats deze ergens anders.
  • Vergroot de scheidingsafstand tussen het apparaat en de ontvanger.
  • Sluit het apparaat aan op een contactdoos van een ander circuit dan dat waarop de ontvanger is aangesloten.
  • Vraag de dealer of een ervaren radio/TV-monteur om hulp.

Dit symbool geeft aan dat in deze eenheid een gevaarlijk spanning aanwezig is met het risico op een elektrische schok.

Dit symbool geeft aan dat in de documentatie bij deze eenheid belangrijke bedienings- en onderhoudsinstructies zijn opgenomen.

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

  1. LEES deze instructies.
  2. BEWAAR deze instructies.
  3. NEEM alle waarschuwingen in acht.
  4. VOLG alle instructies op.
  5. GEBRUIK dit apparaat NIET in de buurt van water.
  6. REINIG UITSLUITEND met een droge doek.
  7. DICHT GEEN ventilatieopeningen AF. Zorg dat er voldoende afstand wordt gehouden voor adequate ventilatie. Installeer het product volgens de instructies van de fabrikant.
  8. Plaats het apparaat NIET in de buurt van warmtebronnen, zoals vuur, radiatoren, warmteroosters, kachels of andere apparaten (waaronder versterkers) die warmte genereren. Plaats geen vuurbronnen in de buurt van het product.
  9. ZORG ERVOOR dat de beveiliging van de gepolariseerde stekker of randaardestekker intact blijft. Een gepolariseerde stekker heeft twee pennen waarbij er één breder is dan de andere. Een randaardestekker heeft twee pennen en een extra aardaansluiting. De breedste pen en de aardaansluiting zijn bedoeld om uw veiligheid te garanderen. Als de meegeleverde stekker niet in de contactdoos past, vraag een elektricien dan om de verouderde contactdoos te vervangen.
  10. BESCHERM het netsnoer tegen erop lopen of afknelling, vooral in de buurt van stekkers en uitgangen en op de plaats waar deze het apparaat verlaten.
  11. GEBRUIK UITSLUITEND door de fabrikant gespecificeerde hulpstukken/accessoires.
  12. GEBRUIK het apparaat UITSLUITEND in combinatie met een door de fabrikant gespecificeerde wagen, standaard, driepoot, beugel of tafel of met een meegeleverde ondersteuning. Wees bij gebruik van een wagen voorzichtig tijdens verplaatsingen van de wagen/apparaat-combinatie om letsel door omkantelen te voorkomen.

  13. HAAL de stekker van dit apparaat uit de contactdoos tijdens onweer/bliksem of wanneer het lange tijd niet wordt gebruikt.
  14. Laat onderhoud altijd UITVOEREN door bevoegd servicepersoneel. Onderhoud moet worden uitgevoerd wanneer het apparaat op enigerlei wijze is beschadigd, bijvoorbeeld beschadiging van netsnoer of stekker, vloeistof of voorwerpen in het apparaat zijn terechtgekomen, het apparaat is blootgesteld aan regen of vocht, niet naar behoren werkt of is gevallen.
  15. STEL het apparaat NIET bloot aan druppelend en rondspattend vocht. PLAATS GEEN voorwerpen gevuld met vloeistof, bijvoorbeeld een vaas, op het apparaat.
  16. De NETSTEKKER of een koppelstuk van het apparaat moet klaar voor gebruik zijn.
  17. Het door het apparaat verspreide geluid mag niet meer zijn dan 70 dB(A).
  18. Apparaten van een KLASSE I-constructie moeten worden aangesloten op een WANDCONTACTDOOS met beschermende aardaansluiting.
  19. Stel dit apparaat niet bloot aan regen of vocht om het risico op brand of elektrische schokken te verminderen.
  20. Probeer dit product niet te wijzigen. Wanneer dit wel gebeurt, kan lichamelijk letsel optreden en/of het product defect raken.
  21. Gebruik dit product binnen de gespecificeerde bedrijfstemperaturen.

WAARSCHUWING: De voltages in deze apparatuur zijn levensgevaarlijk. Bevat geen onderdelen die de gebruiker zelf kan repareren. Laat onderhoud altijd uitvoeren door bevoegd servicepersoneel. De veiligheidscertificeringen zijn niet meer geldig indien de fabrieksinstelling van de werkspanning wordt gewijzigd.

Wijzigingen of aanpassingen die niet expliciet zijn goedgekeurd door Shure Incorporated kunnen uw bevoegdheid om het apparaat te gebruiken tenietdoen.

WAARSCHUWING: Dit product bevat een chemische stof die in de staat Californië wordt beschouwd als een stof die kankerverwekkend is en aangeboren afwijkingen en vruchtbaarheidsproblemen kan veroorzaken.

WAARSCHUWING VOOR ALLE OORTELEFOONS!

Lees voorafgaand aan het gebruik deze handleiding voor een veilig en correct gebruik van oortelefoons. Bewaar handleiding en veiligheidsinformatie op een gemakkelijk bereikbare plaats om later te kunnen raadplegen.

WAARSCHUWING

HET BELUISTEREN VAN AUDIO OP EEN TE HOOG VOLUME KAN PERMANENTE GEHOORBESCHADIGING VEROORZAKEN. GEBRUIK EEN ZO LAAG MOGELIJK VOLUME. Langdurige blootstelling aan te hoge geluidsniveaus kan gehoorbeschadiging veroorzaken met een permanent gehoorverlies als gevolg. Volg de volgende richtlijnen, opgesteld door de Occupational Safety Health Administration (OSHA), voor de maximale blootstellingstijd aan geluidsdrukniveaus voordat gehoorbeschadiging optreedt.

90 dB SPL

gedurende 8 uur

95 dB SPL

gedurende 4 uur

100 dB SPL

gedurende 2 uur

105 dB SPL

gedurende 1 uur

110 dB SPL

gedurende een halfuur

115 dB SPL

gedurende 15 minuten

120 dB SPL

Voorkom dit volume, anders kan schade optreden

WAARSCHUWING

  • Niet gebruiken wanneer het niet kunnen horen van omgevingsgeluiden gevaar kan opleveren, zoals tijdens het rijden of fietsen en wandelen of joggen waarbij er verkeer aanwezig is en er een ongeluk kan gebeuren.
  • Houd dit product en de accessoires ervan buiten het bereik van kinderen. Hantering of het gebruik ervan door kinderen kan gevaar voor overlijden of ernstig letsel opleveren. Bevat kleine onderdelen en snoertjes die een gevaar voor verstikking of wurging kunnen vormen.
  • Stel het volumeniveau van het audioapparaat zo zacht mogelijk in en pas het volume na het aansluiten van de oortelefoon geleidelijk aan. Onverwachte blootstelling aan harde geluiden kan gehoorbeschadiging veroorzaken.
  • Draai de volumeregeling net hoog genoeg om het goed te kunnen horen.
  • Het naklinken in de oren kan aangeven dat het volumeniveau te hoog is. Probeer het volume te verminderen.
  • Als u deze oortelefoon aansluit op het geluidssysteem van een vliegtuig, luister dan bij laag volumeniveau zodat luide berichten van de piloot geen ongemak veroorzaken.
  • Laat u gehoor regelmatig nakijken door een audioloog. Als u last hebt van een toename van oorsmeer, staak dan het gebruik tot een medisch deskundige uw oren heeft onderzocht.
  • Het niet gebruiken van of het niet reinigen of onderhouden van de sleeves en oorstukken van de oortelefoon volgens de instructies van de fabrikant kan het risico vergroten dat de sleeves losraken van de oorstukken en komen vast te zitten in uw oren.
  • Controleer telkens voordat u de oortelefoon inbrengt de sleeve om zeker te zijn dat deze stevig aan het oorstuk is bevestigd.
  • Als een sleeve in uw oor komt vast te zitten, roep dan professionele medische hulp in om de sleeve te verwijderen. Uw oor kan beschadigd raken als niet-professionele personen de sleeve proberen te verwijderen.
  • Probeer dit product niet te wijzigen. Anders kan lichamelijk letsel optreden en/of het product defect raken.

VOORZICHTIG

  • Niet onderdompelen in water, bijvoorbeeld bij het nemen van een bad of het wassen van uw gezicht, anders kan de geluidskwaliteit afnemen of een defect optreden.
  • Niet gebruiken tijdens het slapen, omdat er dan ongelukken kunnen gebeuren.
  • Verwijder de oortelefoon in een langzame draaibeweging. Trek nooit aan het oortelefoonsnoer.
  • Stop onmiddellijk met het gebruik van de oortelefoon als deze erg hinderlijk is of irritatie, uitslag, afscheiding of een andere oncomfortabele reactie veroorzaakt.
  • Als u momenteel wordt behandeld aan uw oren, raadpleeg dan uw arts over het gebruik van dit apparaat.

Opmerking: Gebruik dit apparaat alleen met de bijgeleverde voeding of een door Shure goedgekeurd equivalent.

WAARSCHUWING

  • Batterijen kunnen exploderen of giftige stoffen afgeven. Gevaar voor brand of verbranding. Niet openen, indeuken, wijzigen, demonteren, tot boven 60 °C (140 °F) verwarmen of verbranden.
  • Volg de instructies van de fabrikant op.
  • Niet kortsluiten; dit kan brandwonden of brand opleveren.
  • Niet opladen met andere producten dan die in deze gebruikersgids zijn vermeld.
  • Voer batterijen op juiste wijze af. Raadpleeg de plaatselijke verkoper voor de juiste afvoermethode voor gebruikte batterijpakketten.
  • Batterijen (batterijpakketten of geplaatste batterijen) mogen niet worden blootgesteld aan grote hitte, zoals direct zonlicht, vuur etc.

Opmerking: Vervanging van de batterij mag alleen worden uitgevoerd door bevoegd onderhoudspersoneel van Shure.

Houd u aan de plaatselijke regels voor recycling van batterijen, verpakkingsmateriaal en elektronisch afval.

Certificering

Voldoet aan de essentiële vereisten van de volgende Europese Richtlijnen:

  • WEEE-richtlijn 2002/96/EG zoals gewijzigd door 2008/34/EG
  • RoHS-richtlijn 2011/65/EG

    Opmerking: Houd u aan het lokale recyclingschema voor elektronisch afval.

Hierbij verklaar ik, Shure Incorporated, dat het radioapparatuur conform is met Richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres: http://www.shure.com/europe/compliance

Erkende Europese vertegenwoordiger:

Shure Europe GmbH

Hoofdkantoren in Europa, Midden-Oosten en Afrika

Afdeling: EMEA-goedkeuring

Jakob-Dieffenbacher-Str. 12

75031 Eppingen, Duitsland

Telefoon: +49-7262-92 49 0

Fax: +49-7262-92 49 11 4

Email: info@shure.de

Goedgekeurd volgens de bepaling over conformiteitsverklaring (DoC) van FCC Deel 15.

Gecertificeerd in Canada door de IC volgens RSS-123.

IC: 616A-AXT600

Compliantielabel Industry Canada ICES-003: CAN ICES-3 (B)/NMB-3(B)

Dit apparaat voldoet aan de RSS-norm(en) voor licentievrijstelling van Industry Canada. Voldoet aan de eisen van de Europese richtlijnen: R&TTE richtlijn 99/5/EG, WEEE richtlijn 2002/96/EG aangevuld met 2008/34/EG, RoHS richtlijn 2002/95/EG aangevuld met 2008/35/EG. Volg de locale regelgeving voor het ontzorgen van elektronisch afval. Voldoet aan de eisen van de volgende standaardiseringen EN 300 328, EN300 422 deel 1 en deel 2, EN 301 489 deel 1 en deel 9, EN 60065. Gebruik van dit apparaat is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: (1) dit apparaat mag geen storing veroorzaken en (2) dit apparaat moet elke storing accepteren, inclusief storing die ongewenste werking van het apparaat tot gevolg kan hebben.

Le présent appareil est conforme aux CNR d'Industrie Canada applicables aux appareils radio exempts de licence. L'exploitation est autorisée aux deux conditions suivantes : (1) l'appareil ne doit pas produire de brouillage, et (2) l'utilisateur de l'appareil doit accepter tout brouillage radioélectrique subi, même si le brouillage est susceptible d'en compromettre le fonctionnement.

Opmerking: EMC-conformiteitstesten worden gebaseerd op het gebruik van meegeleverde en aanbevolen kabeltypen. Bij gebruik van andere kabeltypen kunnen de EMC-prestaties worden aangetast.

Wijzigingen of aanpassingen die niet expliciet zijn goedgekeurd door de fabrikant, kunnen de bevoegdheid om het apparaat te gebruiken tenietdoen.