Lader AXT900 voor rackmontage

De AXT900 kan maximaal 8 oplaadbare Shure-batterijen opladen in één compacte behuizing voor rackmontage. De verwisselbare laadmodules maken elke combinatie van handheld en bodypack-zenderbatterijen mogelijk. Het display op het frontpaneel geeft een goed overzicht van alle batterijparameters, zoals laadstatus, tijd tot vol, batterijconditie en batterijtemperatuur. Wanneer het apparaat is aangesloten op een netwerk kunnen de parameters op afstand worden gecontroleerd via Wireless Workbench.

Kenmerken

  • Touring-ready laden en opslag van batterij met uitgebreid statusdisplay.
  • Configureerbare laadruimten voor mengen en bij elkaar passen van 8 bodypack- en handheld zenderbatterijen
  • Volledig netwerkklaar voor controleren van laadstatusparameters in Wireless Workbench 6
  • Opslagmodus voor laden of ontladen van batterijen voor optimale opslagvoltage.
  • Volgt batterijstatus via bijhouden van aantal laadcycli en percentage van oorspronkelijke capaciteit als meetgegevens
  • Laadt batterijen in 1 uur op 50% van hun capaciteit
  • Laadt batterijen in 3 uur op tot hun volledige capaciteit
  • Eenvoudige bediening met interface met drie knoppen

Montage-instructies

Deze component is ontworpen om in een audiorack te worden ingebouwd.

WAARSCHUWING: Om letsel te voorkomen moet dit apparaat stevig in het rack worden bevestigd.

Batterijen

Deze lader is uitsluitend te gebruiken met Shure lithium-ion oplaadbare batterijen, zoals de AXT910, AXT920 of AXT920SL.

Bodypack-batterij AXT910

Handheld batterij AXT920

Laadmodules

Bodypack-laadmodule

Handheld laadmodule

Bodypack- en handheld laadmodules kunnen in willekeurige volgorde in de lader worden geplaatst.

Voorzichtig! Koppel de netvoeding los en verwijder de batterijen wanneer u laadmodules gaat plaatsen.

  • Verwijder voor het uitbouwen de vier (4) montagebouten en trek de module eruit.
  • Schuif bij de installatie de module in de behuizing (let op de richting van de geleiderails) totdat deze gelijk ligt met de behuizing.
  • Plaats de bouten terug.

Laadstatus-LED

Elk laadcompartiment heeft een LED om de status van de batterij aan te geven.

Rood

batterij wordt opgeladen

Groen

laden voltooid

Uit

batterij niet correct geplaatst of batterij heeft minder dan 3,0 volt.

Oranje

laden gestopt op lagere capaciteit (niet minder dan 75% capaciteit) omdat de batterij te warm is. Om 100% capaciteit te bereiken, moet een batterij worden afgekoeld tot onder 45 °C.

Batterijen in het laadcompartiment plaatsen

Schuif de batterij in het laadcompartiment totdat hij vastklikt. De laad-LED gaat branden en de laadcyclus begint.

Een batterij herstellen na volledige ontlading

Een volledig ontladen batterij is ontladen tot minder dan 3,0 volt. Als de lader waarneemt dat een batterij volledig is ontladen, gaat hij automatisch in de herstelmodus, waarbij de batterij wordt geladen met verminderde stroom. Het pictogram Recovery wordt naast het nummer van het laadcompartiment weergegeven op het beginscherm. Als het herstel is geslaagd, sluit de lader de herstelmodus af en laadt hij de batterij volledig op. Als de batterij niet in minder dan 30 minuten kan worden hersteld, verschijnt een foutmelding en stopt het laden.

Opslagmodus

Als het apparaat in de opslagmodus is (Storage Mode = Store at 3.8 V), worden alle batterijen geladen of ontladen tot 3,8 volt, ideaal voor langetermijnopslag.

De laadstatus-LED's geven de spanningsstaat aan:

  • Rood knipperend = batterij wordt geladen of ontladen tot 3,8 volt.
  • Oranje knipperend = batterijspanning op 3,8 volt.

De volgende indicatoren verschijnen op het beginscherm naast het nummer van de verschillende laadcompartimenten:

Rdy

batterij op 3,8 V, gereed voor opslag

Cold

batterij koud

Wrm

batterij warm

Hot

batterij heet

Err

Fout, druk op de toets SET voor info

%

laadpercentage

Laden of ontladen kan enkele uren duren. De resterende tijd wordt weergegeven als Time to 3.8 V in het batterijcontrolemenu (in plaats van Time to Full).

De opslagmodus afsluiten:

  1. Ga naar het menu Utility door beide pijltjestoetsen ingedrukt te houden.
  2. Navigeer naar het menu Storage Mode en druk op de toets SET.
  3. Selecteer Off met behulp van de pijltjestoetsen.
  4. Druk op de toets SET om af te sluiten.

Als de batterijen gereed voor opslag zijn, moeten ze uit de lader worden genomen en in een temperatuurgeregelde ruimte worden geplaatst. De aanbevolen opslagtemperatuur voor batterijen is 0 ℃ tot 25 °C.

Bedieningselementen en connectoren

① LCD-scherm

Geeft batterijstatus en menu-instellingen weer

② Bedieningstoetsen

Om door het LCD-scherm te navigeren. Houd beide pijltjestoetsen ingedrukt om naar het menu Utility te gaan of het af te sluiten.

③ Laadmodule

Uitwisselbare modules voor handheld en bodypack-batterijen.

④ Laadstatus-LED

Geeft de laadstatus van de batterijen aan

⑤ Controleselectie-LED

Deze witte LED laat zien welke batterij is geselecteerd in het controlemenu.

⑥ Netvoeding in

Aansluiting op netvoeding met bijgeleverde voedingskabel.

⑦ Netvoedingscascade

Voeding voor verdere units.

⑧ Ethernetpoorten (2)

Aansluiten op een ethernet-netwerk om afstandsbediening en controle mogelijk te maken.

⑨ Netwerkstatus-LED (groen)

Uit = geen netwerkkoppeling

Aan = netwerkkoppeling actief

Knippert = netwerkkoppeling actief, knippersnelheid komt overeen met hoeveelheid overgedragen gegevens.

⑩ LED netwerksnelheid (oranje)

Uit = 10 Mbps

Aan = 100 Mbps

⑪ Opening voor koelventilator

Het ventilatorfilter moet wanneer nodig worden schoongemaakt om de luchtstroom te behouden.

⑫ Aan/uit-schakelaar

Hiermee wordt de unit in- of uitgeschakeld.

Bedieningselementen

  1. Met de pijltjestoetsen kunt u naar het gewenste menu scrollen.
  2. Druk op de toets SET om het geselecteerde menu-item in te voeren.
  3. Verander een menuparameter met de pijltjestoetsen.
  4. Druk op SET om de instelling op te slaan.

Houd beide pijltjestoetsen ingedrukt om naar het menu Utility te gaan of het af te sluiten.

Tip: Houd de knop SET gedurende 1 seconde ingedrukt om de functie Hardware Identify in Wireless Workbench te activeren.

Beginscherm

Als de lader wordt ingeschakeld, wordt het beginscherm weergegeven. Pictogrammen geven het laadniveau van elke batterij aan, en afwisselend hiermee worden de resterende uren en minuten totdat de batterij volledig is opgeladen bij benadering weergegeven.

De getallen op het scherm komen overeen met laadcompartimenten 1 t/m 8 van links naar rechts.

De volgende berichten kunnen naast het compartimentnummer verschijnen om de batterijstatus aan te geven:

CALC

tijd tot vol wordt berekend

COLD

batterij koud

WARM

batterij warm

HOT

batterij heet

Recovery

herstelmodus actief

Error

fout - druk op de toets SET voor info

Time to Full

Geeft de resterende tijd totdat de batterij geheel geladen is, weer.

BELANGRIJK: Het is mogelijk dat de batterij niet tot de volle capaciteit wordt opgeladen als een van de volgende statusindicatoren verschijnt:

Cold

Het opladen is gestopt omdat de temperatuur van de batterij te laag is. Het opladen wordt hervat als de temperatuur van de batterij hoger wordt.

Warm

De batterij is tot minder dan de volle capaciteit (niet minder dan 75%) opgeladen wegens hoge temperatuur. De oranje LED gaat branden als het opladen is gestopt.

Hot

Het opladen is gestopt omdat de batterij te heet is.

Battery Health

Hier wordt de conditie van een geselecteerde batterij weergegeven als een percentage van de laadcapaciteit van een nieuwe batterij. De laadcapaciteit (de levensduur van de batterij wanneer deze volledig is opgeladen) wordt minder als gevolg van herhaalde laadcycli, ouderdom of opslagomstandigheden.

Cycle Count

Hier wordt weergegeven hoe vaak in totaal de batterij één volledige ontlading en lading heeft ondergaan. Opladen na een halve ontlading telt als een halve cyclus. Opladen nadat de batterij voor een kwart is ontladen, telt als een kwart van een cyclus.

Charge Status

Hier wordt de lading weergegeven als een percentage van de totale batterijcapaciteit. Geeft de lading ook weer in milliampère-uur (mAh).

Batt. Temp. (Batterijtemperatuur)

Hier worden zowel de batterijtemperatuur (in Celsius en Fahrenheit) als de status weergegeven, en wel als volgt:

[Normal]

Batterijtemperatuur = 0 °C tot 45 °C.

[Cold]

Batterijtemperatuur = 0 °C of lager.

[Warm]

Batterijtemperatuur = 45 °C tot 60 °C.

[Hot]

Batterijtemperatuur = 60 ℃ of hoger.

Opmerking: Als de batterij warm of heet is, kunt u proberen de ventilator in te stellen op Always On of de ventilatie naar het rack te verhogen.

Network Status

Active

Geeft aan dat er connectiviteit is met andere apparaten op het netwerk.

Inactive

Geen connectiviteit met andere apparaten op het netwerk.

Opmerking: Het IP-adres moet geldig zijn om netwerkbeheer mogelijk te maken.

Menu hulpprogramma's

Houd beide pijltjestoetsen ingedrukt om naar het menu met hulpprogramma's te gaan en het af te sluiten; dit geeft toegang tot netwerk- en scherminstellingen.

Device ID

Deze naam van acht tekens wordt weergegeven wanneer dit apparaat op andere netwerkapparaten of in WWB-software wordt gedetecteerd.

  1. Druk op de toets SET om de naam te kunnen bewerken.
  2. Verander de tekens met de pijltjestoetsen.
  3. Om de bewerking te voltooien, drukt u op de toets SET totdat geen van de tekens gemarkeerd is.

IP Address Mode: Automatic

Dit is de standaardinstelling voor gebruik met een DHCP-server, waarmee automatisch een IP-adres wordt toegewezen.

  1. Navigeer naar het menu IP Mode en druk op de toets SET.
  2. Markeer Automatic met behulp van de pijltjestoetsen.
  3. Druk op de toets SET.
  4. Gebruik de pijltjestoetsen en verplaats de ► om OK te selecteren om op te slaan of Cancel om te annuleren, en druk dan op de toets SET.

IP Address Mode: Manual

Gebruik handmatige IP-adressering om het IP-adres en subnetmasker in te stellen wanneer er geen DHCP-server beschikbaar is.

  1. Navigeer naar het menu IP Mode en druk op de toets SET.
  2. Markeer Manual met behulp van de pijltjestoetsen.
  3. Druk op de toets SET om het IP-adres en het subnetmasker te kunnen bewerken.
  4. Gebruik de pijltjestoetsen om de ► te verplaatsen en selecteer IP: of Sub:
  5. Gebruik de pijltjestoetsen en de toets SET om het IP-adres en subnetmasker te bewerken.
  6. Gebruik de pijltjestoetsen en verplaats de ► om OK te selecteren om op te slaan of Cancel om te annuleren, en druk dan op de toets SET.

MAC (MAC-adres)

Geeft het MAC-adres weer; dit is een embedded, onbewerkbaar identificatienummer dat uniek is voor elk apparaat. Hiermee worden door het netwerk en WWB-software componenten geïdentificeerd.

Display Invert

Het LCD-menu veranderen van witte tekst op een donkere achtergrond in donkere tekst op een lichte achtergrond.

Firmware

De versie van de op dit apparaat geïnstalleerde firmware weergeven.

Fan (koelventilatormodus)

Automatic

De ventilator is ingeschakeld en past de snelheid aan de interne temperatuur van de unit aan.

Always on

De ventilator werkt voortdurend op maximumsnelheid om maximale koeling te verschaffen in warme omgevingen.

Serial Number

Het serienummer weergeven.

Brightness

De helderheid op de LCD op laag, gemiddeld of hoog instellen.

Storage Mode

OFF

Normale lading.

Store at 3.8 V

Laadt of ontlaadt alle batterijen tot 3,8 volt, ideaal voor langetermijnopslag.

Probleemoplossing

Laadstatus-LED brandt niet.

Batterij is onjuist geplaatst of batterij kan geen lading accepteren. Controleer de temperatuur van de batterij.

Batterij laadt niet op

Batterij ontladen tot minder dan 3,0 volt. Probeer een andere batterij.

Onderhoudsbericht "Service Fans"

De lader geeft het bericht Service Fans weer als de ventilatoren niet efficiënt kunnen koelen.

  • Druk op een willekeurige toets om het bericht 20 seconden te onderdrukken.
  • Voer onderhoud aan de ventilatoren uit of verhoog de ventilatie naar de unit om het bericht te wissen.

Firmware-updates

Firmware is embedded software in elke component die de functionaliteit bestuurt. Af en toe worden nieuwe firmwareversies ontwikkeld om aanvullende functies en verbeteringen aan te brengen. Om te profiteren van een verbeterd ontwerp kunnen nieuwe versies van de firmware worden geüpload en geïnstalleerd met behulp van de functie Firmware Update Manager die beschikbaar is in WWB6-software. Firmware kan gedownload worden van .

Productgegevens

Batterijtype

Max. 8 oplaadbare lithium-ion batterijen (AXT910/920/920SL)

Laadtijd

50%=1 uur; 100%=3 uur

Laadmoduletype

Max. 4 laadmodules (AXT901 or AXT902) in willekeurige combinatie

Bedrijfstemperatuurbereik

-18°C (0°F) tot 63°C (145°F)

Laadtemperatuurbereik batterij

0°C (32°F) tot 60°C (140°F)

Opslagtemperatuurbereik

-29°C (-20°F) tot 74°C (165°F)

Afmetingen

44 mm x 483 mm x 366 mm (1,7 in. x 19,0 in. x 14,4 in.), H x B x D

Gewicht

4,4 kg (9,8 lbs), zonder batterijen of laadmodules

Behuizing

Staal; spuitaluminium

Voedingsvereisten

100 tot 240 V AC, 50-60 Hz

Stroomverbruik

2,5 A RMS (gespecificeerd bij 120 V AC)

Actief op het netwerk

Netwerkinterface

Tweepoorts ethernet 10/100 Mbps

Mogelijkheid tot netwerkadressering

DHCP of handmatig IP-adres

Accessoires

Optionele accessoires

Laadmodule met 2 compartimenten voor bodypack-batterij

AXT901

Laadmodule AXT902 met 2 compartimenten voor handheld batterij

AXT902

Bijgeleverde accessoires

Inbegrepen componenten

IEC netvoedingskabel (1) 95A9128
IEC netverlengkabel (1) 95A9129
Afgeschermde 3 ft ethernetkabel (1) C803
Afgeschermde 8 inch Ethernet doorkoppelkabel (1) C8006
Hardwareset (1) 90XN1371
Montagebouten (8) voor laadmodules 30B13476

Informatie voor de gebruiker

Deze apparatuur is getest en goed bevonden volgens de limieten van een digitaal apparaat van klasse B, conform deel 15 van de FCC-regelgeving. Deze limieten zijn bedoeld als aanvaardbare bescherming tegen schadelijke interferentie bij plaatsing in woonwijken. Deze apparatuur genereert en gebruikt hoogfrequente energie, kan deze ook uitstralen en kan, indien niet geplaatst en gebruikt in overeenstemming met de instructies, schadelijke interferentie aan radiocommunicatie veroorzaken. Er is echter geen garantie dat in specifieke installaties geen storingen kunnen optreden. Als deze apparatuur schadelijke interferentie in radio- of televisieontvangst veroorzaakt, wat kan worden vastgesteld door het apparaat uit- en weer in te schakelen, wordt de gebruiker geadviseerd om de storing te corrigeren door een of meer van onderstaande maatregelen:

  • Richt de ontvangstantenne opnieuw of plaats deze ergens anders.
  • Vergroot de scheidingsafstand tussen het apparaat en de ontvanger.
  • Sluit het apparaat aan op een contactdoos van een ander circuit dan dat waarop de ontvanger is aangesloten.
  • Vraag de dealer of een ervaren radio/TV-monteur om hulp.

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

  1. LEES deze instructies.
  2. BEWAAR deze instructies.
  3. NEEM alle waarschuwingen in acht.
  4. VOLG alle instructies op.
  5. GEBRUIK dit apparaat NIET in de buurt van water.
  6. REINIG UITSLUITEND met een droge doek.
  7. DICHT GEEN ventilatieopeningen AF. Zorg dat er voldoende afstand wordt gehouden voor adequate ventilatie. Installeer het product volgens de instructies van de fabrikant.
  8. Plaats het apparaat NIET in de buurt van warmtebronnen, zoals vuur, radiatoren, warmteroosters, kachels of andere apparaten (waaronder versterkers) die warmte genereren. Plaats geen vuurbronnen in de buurt van het product.
  9. ZORG ERVOOR dat de beveiliging van de gepolariseerde stekker of randaardestekker intact blijft. Een gepolariseerde stekker heeft twee pennen waarbij er één breder is dan de andere. Een randaardestekker heeft twee pennen en een extra aardaansluiting. De breedste pen en de aardaansluiting zijn bedoeld om uw veiligheid te garanderen. Als de meegeleverde stekker niet in de contactdoos past, vraag een elektricien dan om de verouderde contactdoos te vervangen.
  10. BESCHERM het netsnoer tegen erop lopen of afknelling, vooral in de buurt van stekkers en uitgangen en op de plaats waar deze het apparaat verlaten.
  11. GEBRUIK UITSLUITEND door de fabrikant gespecificeerde hulpstukken/accessoires.
  12. GEBRUIK het apparaat UITSLUITEND in combinatie met een door de fabrikant gespecificeerde wagen, standaard, driepoot, beugel of tafel of met een meegeleverde ondersteuning. Wees bij gebruik van een wagen voorzichtig tijdens verplaatsingen van de wagen/apparaat-combinatie om letsel door omkantelen te voorkomen.

  13. HAAL de stekker van dit apparaat uit de contactdoos tijdens onweer/bliksem of wanneer het lange tijd niet wordt gebruikt.
  14. Laat onderhoud altijd UITVOEREN door bevoegd servicepersoneel. Onderhoud moet worden uitgevoerd wanneer het apparaat op enigerlei wijze is beschadigd, bijvoorbeeld beschadiging van netsnoer of stekker, vloeistof of voorwerpen in het apparaat zijn terechtgekomen, het apparaat is blootgesteld aan regen of vocht, niet naar behoren werkt of is gevallen.
  15. STEL het apparaat NIET bloot aan druppelend en rondspattend vocht. PLAATS GEEN voorwerpen gevuld met vloeistof, bijvoorbeeld een vaas, op het apparaat.
  16. De NETSTEKKER of een koppelstuk van het apparaat moet klaar voor gebruik zijn.
  17. Het door het apparaat verspreide geluid mag niet meer zijn dan 70 dB(A).
  18. Apparaten van een KLASSE I-constructie moeten worden aangesloten op een WANDCONTACTDOOS met beschermende aardaansluiting.
  19. Stel dit apparaat niet bloot aan regen of vocht om het risico op brand of elektrische schokken te verminderen.
  20. Probeer dit product niet te wijzigen. Wanneer dit wel gebeurt, kan lichamelijk letsel optreden en/of het product defect raken.
  21. Gebruik dit product binnen de gespecificeerde bedrijfstemperaturen.

Dit symbool geeft aan dat in deze eenheid een gevaarlijk spanning aanwezig is met het risico op een elektrische schok.

Dit symbool geeft aan dat in de documentatie bij deze eenheid belangrijke bedienings- en onderhoudsinstructies zijn opgenomen.

WAARSCHUWING: De voltages in deze apparatuur zijn levensgevaarlijk. Bevat geen onderdelen die de gebruiker zelf kan repareren. Laat onderhoud altijd uitvoeren door bevoegd servicepersoneel. De veiligheidscertificeringen zijn niet meer geldig indien de fabrieksinstelling van de werkspanning wordt gewijzigd.

WAARSCHUWING: Explosiegevaar indien batterij door verkeerd exemplaar wordt vervangen. Alleen gebruiken met AA-batterijen.

WAARSCHUWING

  • Batterijpakketten kunnen exploderen of giftige stoffen afgeven. Gevaar voor brand of verbranding. Niet openen, indeuken, wijzigen, demonteren, tot boven 60 °C verwarmen of verbranden.
  • Volg de instructies van de fabrikant op.
  • Gebruik uitsluitend een Shure-lader om oplaadbare Shure-batterijen op te laden.
  • WAARSCHUWING: Explosiegevaar indien batterij door verkeerd exemplaar wordt vervangen. Uitsluitend vervangen met hetzelfde type of een gelijkwaardig type.
  • Stop nooit een batterij in uw mond. Neem bij doorslikken contact op met een arts of de plaatselijke eerste hulp.
  • Niet kortsluiten; dit kan brandwonden of brand opleveren.
  • Geen batterijpakketten opladen of gebruiken met andere dan oplaadbare Shure-batterijen.
  • Voer batterijpakketten op juiste wijze af. Raadpleeg de plaatselijke verkoper voor de juiste afvoermethode voor gebruikte batterijpakketten.
  • Batterijen (batterijpakketten of geplaatste batterijen) mogen niet worden blootgesteld aan grote hitte, zoals direct zonlicht, vuur etc.

Opmerking:

  • Dit apparaat is bedoeld om in professionele audiotoepassingen te worden gebruikt.
  • EMC-conformiteit wordt gebaseerd op het gebruik van meegeleverde en aanbevolen kabeltypen. Bij gebruik van andere kabeltypen kunnen de EMC-prestaties worden aangetast.
  • Gebruik deze batterijlader uitsluitend met de laadmodules en batterijpakketten van Shure waarvoor hij is bedoeld. Gebruik met andere dan de opgegeven modules en batterijpakketten kan het risico van brand of explosie vergroten.
  • Wijzigingen of aanpassingen die niet expliciet zijn goedgekeurd door Shure Incorporated, kunnen uw bevoegdheid om het apparaat te gebruiken tenietdoen.

Houd u aan de plaatselijke regels voor recycling van batterijen, verpakkingsmateriaal en elektronisch afval.

Certificering

Is conform aan elektrische veiligheidseisen gebaseerd op IEC 60065.

Voldoet aan de essentiële vereisten van de volgende Europese richtlijnen:

c UL us opgenomen door Underwriters Laboratories, Inc.

Geautoriseerd volgens de verificatiebepaling van FCC Deel 15B.

Compliantielabel Industry Canada ICES-003: CAN ICES-3 (B)/NMB-3(B)

De CE-conformiteitsverklaring kan worden verkregen van Shure Incorporated of een van haar Europese vertegenwoordigers. Bezoek www.shure.nl voor contactinformatie

De CE-conformiteitsverklaring kan worden verkregen via: www.shure.com/europe/compliance

Erkende Europese vertegenwoordiger:

Shure Europe GmbH

Hoofdkantoren in Europa, Midden-Oosten en Afrika

Afdeling: EMEA-goedkeuring

Jakob-Dieffenbacher-Str. 12

75031 Eppingen, Duitsland

Telefoon: +49-7262-92 49 0

Fax: +49-7262-92 49 11 4

E-mail: info@shure.de