BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

  1. LEES deze instructies.
  2. BEWAAR deze instructies.
  3. NEEM alle waarschuwingen in acht.
  4. VOLG alle instructies op.
  5. GEBRUIK dit apparaat NIET in de buurt van water.
  6. REINIG UITSLUITEND met een droge doek.
  7. DICHT GEEN ventilatieopeningen AF. Zorg dat er voldoende afstand wordt gehouden voor adequate ventilatie. Installeer het product volgens de instructies van de fabrikant.
  8. Plaats het apparaat NIET in de buurt van warmtebronnen, zoals vuur, radiatoren, warmteroosters, kachels of andere apparaten (waaronder versterkers) die warmte genereren. Plaats geen vuurbronnen in de buurt van het product.
  9. ZORG ERVOOR dat de beveiliging van de gepolariseerde stekker of randaardestekker intact blijft. Een gepolariseerde stekker heeft twee pennen waarbij er één breder is dan de andere. Een randaardestekker heeft twee pennen en een extra aardaansluiting. De breedste pen en de aardaansluiting zijn bedoeld om uw veiligheid te garanderen. Als de meegeleverde stekker niet in de contactdoos past, vraag een elektricien dan om de verouderde contactdoos te vervangen.
  10. BESCHERM het netsnoer tegen erop lopen of afknelling, vooral in de buurt van stekkers en uitgangen en op de plaats waar deze het apparaat verlaten.
  11. GEBRUIK UITSLUITEND door de fabrikant gespecificeerde hulpstukken/accessoires.
  12. GEBRUIK het apparaat UITSLUITEND in combinatie met een door de fabrikant gespecificeerde wagen, standaard, driepoot, beugel of tafel of met een meegeleverde ondersteuning. Wees bij gebruik van een wagen voorzichtig tijdens verplaatsingen van de wagen/apparaat-combinatie om letsel door omkantelen te voorkomen.

  13. HAAL de stekker van dit apparaat uit de contactdoos tijdens onweer/bliksem of wanneer het lange tijd niet wordt gebruikt.
  14. Laat onderhoud altijd UITVOEREN door bevoegd servicepersoneel. Onderhoud moet worden uitgevoerd wanneer het apparaat op enigerlei wijze is beschadigd, bijvoorbeeld beschadiging van netsnoer of stekker, vloeistof of voorwerpen in het apparaat zijn terechtgekomen, het apparaat is blootgesteld aan regen of vocht, niet naar behoren werkt of is gevallen.
  15. STEL het apparaat NIET bloot aan druppelend en rondspattend vocht. PLAATS GEEN voorwerpen gevuld met vloeistof, bijvoorbeeld een vaas, op het apparaat.
  16. De NETSTEKKER of een koppelstuk van het apparaat moet klaar voor gebruik zijn.
  17. Het door het apparaat verspreide geluid mag niet meer zijn dan 70 dB(A).
  18. Apparaten van een KLASSE I-constructie moeten worden aangesloten op een WANDCONTACTDOOS met beschermende aardaansluiting.
  19. Stel dit apparaat niet bloot aan regen of vocht om het risico op brand of elektrische schokken te verminderen.
  20. Probeer dit product niet te wijzigen. Wanneer dit wel gebeurt, kan lichamelijk letsel optreden en/of het product defect raken.
  21. Gebruik dit product binnen de gespecificeerde bedrijfstemperaturen.
Dit symbool geeft aan dat in deze eenheid een gevaarlijk spanning aanwezig is met het risico op een elektrische schok.
Dit symbool geeft aan dat in de documentatie bij deze eenheid belangrijke bedienings- en onderhoudsinstructies zijn opgenomen.

WAARSCHUWING: Dit product bevat een chemische stof die in de staat Californië wordt beschouwd als een stof die kankerverwekkend is en aangeboren afwijkingen en vruchtbaarheidsproblemen kan veroorzaken.

Snelstartgids

    1. Sluit ontvanger aan op voedingsbron.

    2. Sluit ontvanger aan op mengpaneel of versterker. Druk op de aan/uit-knop om de ontvanger in te schakelen.

  1. Druk op de knop 'group' op de ontvanger om een groepsscan uit te voeren.

    1. Plaats de batterijen en schakel de zender in.

    2. Stel de groep en het kanaal op de zender in zodat deze overeenkomen met de ontvanger. De RF-balkjes en batterij-LED op de ontvanger lichten op.

      Bij het instellen van aanvullende systemen laat u de eerste zender en ontvanger AAN staan. Stel handmatig voor elke aanvullende ontvanger de groep zo in dat deze overeenkomt met de eerste ontvanger. Opmerking: Wanneer de groep is geselecteerd, voert de ontvanger automatisch een kanaalscan uit om een beschikbare frequentie te zoeken. Stel de zenderfrequentie zo in dat deze overeenkomt met de ontvanger.

  2. Als het geluid te zacht of vervormd is, regel dan de versterkingsfactor hierop af.

BLX4R-ontvanger

① Batterij-LED zender

  • Groen = Gebruiksduur langer dan 1 uur
  • Rood = Gebruiksduur korter dan 1 uur

② LCD-display

Geeft instellingen van ontvanger en zender weer.

③ Knop group

  • Scannen: druk de knop 'group' in en laat deze weer los om te scannen naar een open groep en kanaal.
  • Handmatig: houd de knop 'group' ingedrukt om een groep te selecteren.

④ Knop channel

  • Scannen: druk de knop 'channel' in en laat deze weer los om te scannen naar een open kanaal.
  • Handmatig: houd de knop 'channel' ingedrukt om een kanaal te selecteren.

⑤ Aan/uit-knop

Hiermee wordt de ontvanger in- of uitgeschakeld.

⑥ Antennebus B

BNC-connector voor antenne B.

⑦ DC-voedingsbus

Voor externe gelijkstroomvoedingsbron (12 tot 15 V DC).

⑧ Trekontlastingslus voor voedingskabel

Hiermee wordt de voedingskabel vastgemaakt aan de ontvanger.

⑨ Mic Out XLR-audio-uitgangsconnector

Levert een audio-uitgangssignaal op microfoonniveau.

⑩ INST Out-audio-uitgangsconnector

Levert een audiosignaal op instrumentniveau.

⑪ Volumeregeling

Regel met een schroevendraaier het uitgangsniveau af.

⑫ Antennebus A

BNC-connector voor antenne A.

LCD-scherm ontvanger

① TV-kanaal

TV-kanaal voor de geselecteerde frequentie.

② Vergrendeling ontvanger

Geeft aan dat de vergrendeling van bediening en voeding is ingeschakeld.

③ Groep

Hiermee wordt de geselecteerde groep weergegeven.

④ Kanaal

Hiermee wordt het geselecteerde kanaal weergegeven.

⑤ RF-signaalsterkte

Het aantal balkjes komt overeen met de RF-signaalsterkte. OL geeft signaaloverbelasting aan.

⑥ Audiometer

Het aantal balkjes geeft het audiosignaalniveau aan. OL geeft signaaloversturing aan.

⑦ Indicator actieve antenne

Geeft actieve antenne voor het diversity-signaal aan.

Zenders

BLX1

① LED-indicator

Geeft de voedings- en batterijstatus aan (zie tabel).

power-schakelaar

Hiermee schakelt u het apparaat in of uit.

③ 4-pens microfooningang (TA4-connector)

④ Antenne

⑤ Knop group

Hiermee kunt u de groep instellen.

⑥ LED-display

Geeft de ingestelde groep en het ingestelde kanaal weer.

⑦ Knop channel

Hiermee kunt u het kanaal instellen.

⑧ Batterijcompartiment

⑨ Audioversterkingsregeling

Draai hieraan om de zenderversterking te vergroten of te verkleinen.

BLX2

① LED-indicator

Geeft de voedings- en batterijstatus aan (zie tabel).

② Knop power

Druk hierop om het apparaat in of uit te schakelen.

③ Knop group

Hiermee kunt u de groep instellen.

④ Knop channel

Hiermee kunt u het kanaal en de versterkingsfactor instellen.

⑤ LED-display

Geeft de ingestelde groep en het ingestelde kanaal weer.

⑥ Identificatiekapje

⑦ Batterijcompartiment

LED-indicatoren van zender

LED-indicator Status
Groen Gereed
Rood en knippert snel Bedieningselementen vergrendeld
Continu rood Batterijen zijn bijna leeg (minder dan 1 uur resterend*)
Rood, knippert en schakelt uit Batterijen zijn leeg (verwissel de batterijen om de zender in te schakelen)

*Uitsluitend voor alkalinebatterijen. Bij oplaadbare batterijen geeft continu rood aan dat de batterijen leeg zijn.

Een enkel systeem instellen

Voordat u begint, moet u alle zenders uitschakelen en alle apparatuur inschakelen die mogelijk storing kan veroorzaken tijdens het gebruik (zoals andere microfoons of persoonlijke monitorsystemen).

  1. Druk de knop group op de ontvanger in en laat deze weer los.

    De ontvanger scant naar de helderste groep en het beste kanaal.

    Opmerking: Als u wilt stoppen met scannen, drukt u op de knop group.

  2. Schakel de zender in en pas de groep en het kanaal aan zodat deze overeenkomen met de ontvanger (zie Groep en kanaal van zender instellen).

    Zodra het systeem is ingesteld, voert u een audiocontrole uit en regelt u zo nodig de versterkingsfactor af.

Groep en kanaal van zender instellen

De groep en het kanaal van de zender moeten handmatig worden ingesteld en overeenkomen met de ontvanger.

Groep (letter)

  1. Druk de knop group op de zender in en laat deze weer los om het display te activeren. Druk nogmaals op de knop group. Het display begint te knipperen.
  2. Druk terwijl het display knippert nogmaals op de knop group om naar de volgende gewenste groepsinstelling te gaan.

Kanaal (nummer)

Als het kanaal moet worden gewijzigd volgt u dezelfde procedure, alleen gebruikt u de knop channel in plaats van de knop group.

Opmerking:

  • Wanneer de groep en het kanaal overeenkomen met de ontvanger, lichten de RF-balkjes en batterij-LED op de ontvanger op.
  • Na de handmatige instelling geeft de zender afwisselend gedurende ongeveer twee seconden de groeps- en kanaalinstelling weer.

Meerdere systemen instellen

Maximaal 12 systemen kunnen tegelijk werken (afhankelijk van de band en RF-omgeving).

Belangrijk: Stel systemen één voor één in. Laat de zender ingeschakeld zodra de zender en ontvanger zijn afgestemd op dezelfde groep en hetzelfde kanaal. Anders zullen de scans van de andere ontvangers niet detecteren dat een kanaal bezet is.

Schakel andere apparatuur in die tijdens de uitvoering storing kan veroorzaken, zodat deze wordt gedetecteerd tijdens de groep- en kanaalscans in de volgende stappen.

Voordat u het systeem gaat instellen, moeten alle ontvangers AAN staan en alle zenders UIT.

Voor de eerste ontvanger:

  1. Voer een groepsscan uit om de groep met de helderste kanalen te vinden.
  2. Schakel de eerste zender in en pas de groep en het kanaal aan zodat deze overeenkomen met de ontvanger.
  3. Laat de zender ingeschakeld en ga verder met de extra systemen.

Opmerking: Als de geselecteerde groep niet genoeg open kanalen bevat, selecteer dan handmatig groep "d" bij het instellen van grotere systemen.

Voor elke andere aanvullende ontvanger:

  1. Stel de ontvanger handmatig in zodat deze overeenkomt met de groepsinstelling van de eerste ontvanger. Bedenk dat iedere keer dat de groepsinstelling wordt gewijzigd, automatisch een kanaalscan wordt uitgevoerd.
  2. Schakel de zender in en pas de groep en het kanaal aan zodat deze overeenkomen met de ontvanger.
  3. Laat de zender ingeschakeld en ga verder met het volgende systeem.
  4. Zodra de ontvangers zijn ingesteld, voert u een audiocontrole uit op alle microfoons.

Groep en kanaal van ontvanger handmatig instellen

De ontvangergroep moet mogelijk worden gewijzigd bij het instellen van meerdere systemen.

Groep (letter)

  1. Houd de knop group op de ontvanger ingedrukt totdat het display begint te knipperen.
  2. Druk terwijl het display knippert nogmaals op de knop group om naar de volgende groep te gaan.

    Opmerking: Tijdens de handmatige instelling wordt alleen de groepsinstelling weergegeven.

  3. Zodra u de gewenste groep hebt bereikt, laat u de knop group los. De ontvanger voert automatisch een kanaalscan uit.

Kanaal (nummer)

Gebruik altijd een door de kanaalscan geselecteerd kanaal. Indien nodig kan het kanaal echter ook handmatig worden ingesteld. Volg de hierboven aangegeven stappen, maar gebruik de knop channel in plaats van de knop group.

Tips om de prestaties van een draadloos systeem te verbeteren

Als u storingen of uitval ervaart, kunt u het volgende proberen:

  • Kies een ander ontvangerkanaal
  • Verplaats de ontvanger zodanig dat er geen obstakels zijn tussen de ontvanger en de zender (inclusief het publiek)
  • Plaats de zender en ontvanger niet in de buurt van metaal of andere moeilijk doordringbare materialen
  • Verplaats de ontvanger naar de bovenkant van het rack met apparatuur
  • Verwijder bronnen die storingen kunnen veroorzaken in draadloze apparatuur, zoals mobiele telefoons, walkietalkies, computers, mediaspelers, Wi-Fi-apparaten en digitale signaalprocessors
  • Laad de batterij van de zender op of vervang deze
  • Houd zenders meer dan 2 meter (6 ft) uit elkaar
  • Houd de zender en ontvanger meer dan 5 meter (16 ft) uit elkaar
  • Breng tijdens de soundcheck een markering aan op 'probleemplekken' en vraag sprekers of artiesten om die gebieden te vermijden

Hoe krijgt u goed geluid?

De juiste microfoonplaatsing

  • Houd de microfoon binnen 30 cm (12 inch) van de geluidsbron. Zet de microfoon dichterbij voor een warmer geluid met meer bas.
  • Houd uw hand niet over het rooster heen.

De headsetmicrofoon dragen

  • Positioneer de headsetmicrofoon op 13 mm (1/2 inch) afstand van uw mondhoek.
  • Positioneer een lavalier- of headsetmicrofoon zodanig dat er geen kleren, sierraden of anders dingen tegen de microfoon kunnen stoten of schuren.

Versterkingsfactor aanpassen

Let op de audiometer op het scherm van de ontvanger wanneer u de versterkingsfactor van de zender instelt. De indicator OL mag alleen onregelmatig oplichten wanneer u luid spreekt of uw instrument luid bespeelt.

BLX1

Draai aan de audioversterkingsregeling om de versterkingsfactor te verhogen (+) of te verlagen (−) tot het gewenste niveau is bereikt.

Voor instrumenten zet u de versterkingsfactor op een minimale instelling. Voor lavaliermicrofoons kunt u de versterkingsfactor naar wens verhogen.

BLX2

De BLX2 heeft twee instellingen voor het versterkingsniveau:

  • Standaard
  • -10 dB

Voor de meeste situaties wordt de standaardinstelling gebruikt. Als de audio-indicator OL van de ontvanger vaak wordt weergegeven, stel dan de microfoon in op -10 dB.

  1. Als u de versterkingsfactor op -10 dB wilt zetten, houdt u de knop channel ingedrukt tot er een kleine stip verschijnt in de hoek rechtsonder op het zenderdisplay.
  2. Als u de versterkingsfactor weer op de standaardinstelling wilt zetten, houdt u de knop channel ingedrukt tot de stip verdwijnt.

Batterijen

De verwachte levensduur van AA-batterijen is maximaal 14 uur (de totale levensduur van de batterijen verschilt per batterijtype en merk).

Wanneer de LED-indicator rood wordt, betekent dit dat de batterij bijna leeg is. De batterij kan nog ongeveer 60 minuten worden gebruikt.

Uitsluitend voor alkalinebatterijen. Bij oplaadbare batterijen geeft continu rood aan dat de batterijen leeg zijn.

U kunt de batterijen verwijderen uit de handheld zender door deze uit de opening van het batterijcompartiment van de microfoon te duwen.

WAARSCHUWING: Explosiegevaar indien batterij door verkeerd exemplaar wordt vervangen. Alleen gebruiken met AA-batterijen.

WAARSCHUWING: Batterijen mogen niet worden blootgesteld aan grote hitte, zoals direct zonlicht, vuur, enzovoort.

Bedieningselementen vergrendelen en ontgrendelen

U kunt de bedieningselementen van het systeem vergrendelen, zodat niet per ongeluk de instellingen worden gewijzigd of het apparaat wordt uitgeschakeld.

Zender (vergrendelen/ontgrendelen)

Schakel de zender in. Houd de knop group ingedrukt en druk vervolgens 2 seconden lang op de knop channel. De LED-indicator knippert snel rood bij vergrendeling.

Ontvanger (vergrendelen/ontgrendelen)

Schakel de ontvanger in. Houd tegelijkertijd de knop group en channel ingedrukt tot het knipperende vergrendelingspictogram verschijnt in de hoek linksonder op het display, wat betekent dat de bedieningselementen zijn vergrendeld. Doe hetzelfde om de bedieningselementen te ontgrendelen.

Uitschakelen

Houd de knop power ingedrukt om de BLX2 of BLX4R uit te schakelen. Voor het uitschakelen van de BLX1 schuift u de aan/uit-schakelaar naar OFF.

De bodypackzender dragen

Klem de zender vast aan een riem of schuif een gitaarband door de klem van de zender, zoals hier wordt weergegeven.

Voor de beste resultaten moet de riem tegen de basis van de klem worden geduwd.

Identificatiekapjes verwijderen en plaatsen

De BLX2 is uitgerust met een zwart identificatiekapje van de fabriek (dubbele zangsystemen worden geleverd met een extra grijs kapje).

Verwijderen: Verwijder de klep van het batterijcompartiment. Druk de zijkanten in en trek het kapje eraf.

Plaatsen: Breng het kapje in positie en klik het vast. Plaats de klep van het batterijcompartiment weer terug.

Een set met identificatiekapjes die diverse gekleurde kapjes bevat, is leverbaar als optioneel accessoire.

Ontvanger in rack monteren

Monteer met de meegeleverde montagematerialen de ontvanger in een standaard 19" rack voor audioapparatuur.

Aansluitschema antennes

Probleemoplossing

Probleem Indicatorstatus Oplossing
Geen geluid of zacht geluid RF-balkjes ontvanger en batterij-LED lichten op
  • Controleer alle verbindingen van het geluidssysteem of regel zo nodig de versterkingsfactor af (zie Versterkingsfactor aanpassen).
  • Controleer of de ontvanger is aangesloten op het mengpaneel/de versterker.
RF-balkjes ontvanger en batterij-LED uit
  • Schakel de zender in.
  • Controleer of de batterijen correct zijn geplaatst.
  • Stel de zender in (zie Instellen van één systeem).
  • Plaats nieuwe batterijen
Scherm ontvanger uit
  • Controleer of de AC-adapter goed in het stopcontact is gestoken.
  • Controleer of de ontvanger is ingeschakeld.
LED-indicator zender is rood en knippert Vervang de batterijen van de zender (zie Batterijen vervangen).
Storing in of uitval van audio RF-balkjes ontvanger en batterij-LED knipperen
  • Schakel de ontvanger en zender over naar een andere groep en/of een ander kanaal.
  • Kijk of er RF-storingsbronnen in de buurt zijn en schakel deze bronnen uit of verwijder ze.
  • Vervang de batterijen van de zender.
  • Controleer of de ontvanger en zender binnen de systeemparameters zijn geplaatst.
  • Het systeem moet zijn opgesteld binnen het aanbevolen bereik en de ontvanger moet uit de buurt van metalen oppervlakken staan.
  • Voor optimaal geluid moet de zender worden gebruikt in een ononderbroken lijn naar de ontvanger.
Vervorming Audiometer op ontvanger geeft overbelasting (OL) aan Verminder de versterkingsfactor van de zender (zie Versterkingsfactor aanpassen).
Verschillen in geluidsniveau bij het overschakelen tussen bronnen n.v.t. Regel zo nodig de versterkingsfactor van de zender af (zie Versterkingsfactor aanpassen).
Ontvanger/zender kan niet worden uitgeschakeld LED-indicator knippert snel, vergrendelingspictogram verschijnt op scherm van ontvanger Zie Bedieningselementen vergrendelen en ontgrendelen
Zender buiten bereik ontvanger Scherm van ontvanger tot 50% gedimd Kom met de zender dichter bij de ontvanger

Accessoires

Bijgeleverde accessoires

Optionele accessoires

Antennecombiners en -accessoires

De volgende optionele accessoires zijn verkrijgbaar bij Shure. Ga naar http://www.shure.com voor meer informatie.

  • Antennes en ontvangers moeten van dezelfde frequentieband zijn.
  • De meegeleverde antennes met 1/4 golflengte kunnen worden gebruikt wanneer deze rechtstreeks op de UA844 zijn gemonteerd. Als antennes op afstand zijn gemonteerd, moeten antennes met halve golflengte worden gebruikt.
  • Antennes en kabels moeten worden gebruikt met antenneverdeelsystemen en kunnen niet met afzonderlijke ontvangers worden gebruikt.
Passive Antenna/Splitter Combiner Kit (recommended for 2 receivers) UA221
Coaxiaalkabel, BNC-BNC van 25 ft UA825
Coaxiaalkabel, BNC-BNC van 50 ft UA850
Coaxiaalkabel, BNC-BNC van 100 ft UA8100
1/2 Wave Antenna Remote Mount Kit UA505
UHF Antenna Power Distribution Amplifier (recommended for 3 or more receivers) UA844
Omnidirectionele ontvangstantennes, 1/2 golflengte, voor verbeterde draadloze signaalontvangst UA8
Set voor montage in een rack RPW503
Set voor montage in twee racks RPW504

Productgegevens

Systeem

Werkbereik

91 m (300 ft) Zichtlijn

Opmerking: Werkelijk bereik is afhankelijk van RF-signaalabsorptie, -reflectie en -interferentie.

Audiofrequentiekarakteristiek

50 tot 15,000 Hz

Opmerking: Afhankelijk van microfoontype

Totale harmonische vervorming

Ref. afwijking ±33 kHz met 1 kHz-toon

0,5%, normaal

Dynamisch bereik

100 dB, A-gewogen, normaal

Bedrijfstemperatuur

-18°C (0°F) tot 57°C (135°F)

Opmerking: Batterijeigenschappen kunnen dit bereik beperken.

Polariteit

Een positieve druk op het microfoonmembraan (of een positieve spanning op de punt van de WA302-steekplug) resulteert in een positieve spanning op pen 2 (ten opzichte van pen 3 van de laagohmige uitgang) en de punt van de hoogohmige 1/4-inch uitgang.

BLX1

BLX1

Audio-ingangsniveau

max -16 dBV maximum
min (0 dB) +10 dBV maximum

Versterkingsregelbereik

26 dB

Ingangsimpedantie

1 MΩ

RF-zenderuitgang

10 mW, normaal

per regio verschillend

Afmetingen

4,33 in. X 2,52 in. X 0,83 in. (110 mm X 64 mm X 21 mm) H x B x D

Gewicht

2,6  oz. (75 g), zonder batterijen

Behuizing

Gegoten ABS

Voedingsvereisten

2 LR6 AA-batterijen, 1,5 V, alkaline

Batterijgebruiksduur

max. 14  uur (alkaline)

BLX2

Audio-ingangsniveau

0dB -20 dBV maximum
-10dB -10 dBV maximum

Versterkingsregelbereik

10 dB

RF-zenderuitgang

10 mW, normaal

per regio verschillend

Afmetingen

8,82 in. X 2,09 in. (224 mm X 53 mm) L x diam.

Gewicht

7,7 oz. (218 g) zonder batterijen

Behuizing

Gegoten ABS

Voedingsvereisten

2 LR6 AA-batterijen, 1,5 V, alkaline

Batterijgebruiksduur

max. 14 uur (alkaline)

BLX4R

BLX4R

Uitgangsimpedantie

XLR-connector 200 Ω
6,35 mm (1/4") connector 50 Ω

Audio-uitgangsniveau

Ref. afwijking ±33 kHz met 1 kHz-toon

XLR-connector –20.5 dBV (in 100 kΩ belasting)
6,35 mm (1/4") connector –13 dBV (in 100 kΩ belasting)

RF-gevoeligheid

-105 dBm voor 12 dB SINAD, normaal

Spiegelonderdrukking

>50  dB, normaal

Afmetingen

1,65 in. X 7,80 in.X 6,42 in. (42 mm X 198 mm X 163 mm) H x B x D

Gewicht

zonder antennes

2,2 lbs (998 g)

Behuizing

Gegoten ABS, staal

Voedingsvereisten

1215 V DC @ 260 mA, geleverd door externe voeding (punt positief)

Certificering

BLX1, BLX2, BLX4R

Voldoet aan de essentiële vereisten van de volgende Europese Richtlijnen:

  • WEEE-richtlijn 2002/96/EG zoals gewijzigd door 2008/34/EG
  • RoHS-richtlijn 2011/65/EG

    Opmerking: Houd u aan het lokale recyclingschema voor elektronisch afval.

Dit product voldoet aan de essentiële vereisten van alle toepasselijke Europese richtlijnen en komt in aanmerking voor CE-markering.

Hierbij verklaar ik, Shure Incorporated, dat het radioapparatuur conform is met Richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres: http://www.shure.com/europe/compliance

Erkende Europese vertegenwoordiger:

Shure Europe GmbH

Hoofdkantoren in Europa, Midden-Oosten en Afrika

Afdeling: EMEA-goedkeuring

Jakob-Dieffenbacher-Str. 12

75031 Eppingen, Duitsland

Telefoon: +49-7262-92 49 0

Fax: +49-7262-92 49 11 4

Email: info@shure.de

BLX4R

Goedgekeurd volgens de bepaling over conformiteitsverklaring (DoC) van FCC Deel 15.

Compliantielabel Industry Canada ICES-003: CAN ICES-3 (B)/NMB-3(B)

BLXD1, BLXD2

Gecertificeerd onder FCC-deel 74.

Gecertificeerd door IC in Canada onder RSS-123 en RSS-102.

FCC-ID: DD4BLX1A, DD4BLX1B, DD4BLX1C, DD4BLX1D; DD4BLX2A, DD4BLX2B, DD4BLX2C, DD4BLX2D, DD4BLX1W, DD4BLX1S, DD4BLX2W, DD4BLX2S. IC: 616A-BLX1A, 616A-BLX1B, 616A-BLX1C, 616A-BLX1D; 616A-BLX2A, 616A-BLX2B, 616A-BLX2C, 616A-BLX2D

Gecertificeerd door IC in Canada onder RSS-102 en RSS-210.

IC: 616A-BLX1W, 616A-BLX1S, 616A-BLX2W, 616A-BLX2S

Dit apparaat voldoet aan de RSS-norm(en) voor licentievrijstelling van Industry Canada. Voldoet aan de eisen van de Europese richtlijnen: R&TTE richtlijn 99/5/EG, WEEE richtlijn 2002/96/EG aangevuld met 2008/34/EG, RoHS richtlijn 2002/95/EG aangevuld met 2008/35/EG. Volg de locale regelgeving voor het ontzorgen van elektronisch afval. Voldoet aan de eisen van de volgende standaardiseringen EN 300 328, EN300 422 deel 1 en deel 2, EN 301 489 deel 1 en deel 9, EN 60065. Gebruik van dit apparaat is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: (1) dit apparaat mag geen storing veroorzaken en (2) dit apparaat moet elke storing accepteren, inclusief storing die ongewenste werking van het apparaat tot gevolg kan hebben.

Le présent appareil est conforme aux CNR d'Industrie Canada applicables aux appareils radio exempts de licence. L'exploitation est autorisée aux deux conditions suivantes : (1) l'appareil ne doit pas produire de brouillage, et (2) l'utilisateur de l'appareil doit accepter tout brouillage radioélectrique subi, même si le brouillage est susceptible d'en compromettre le fonctionnement.

Waarschuwing voor draadloze toepassingen in Canada

Dit apparaat functioneert zonder bescherming en zonder interferentie. Als de gebruiker bescherming wenst tegen andere radiodiensten die werken op dezelfde tv-banden, is een radiolicentie vereist. Raadpleeg het document Client Procedures Circular CPC-2-1-28, Voluntary Licensing of Licence-Exempt Low-Power Radio Apparatus in the TV Bands van Innovation, Science and Economic Development Canada voor meer details.

Ce dispositif fonctionne selon un régime de non‑brouillage et de non‑protection. Si l’utilisateur devait chercher à obtenir une certaine protection contre d’autres services radio fonctionnant dans les mêmes bandes de télévision, une licence radio serait requise. Pour en savoir plus, veuillez consulter la Circulaire des procédures concernant les clients CPC‑2‑1‑28, Délivrance de licences sur une base volontaire pour les appareils radio de faible puissance exempts de licence et exploités dans les bandes de télévision d’Innovation, Sciences et Développement économique Canada.

LICENTIE-INFORMATIE

Licenties: Een vergunning om deze apparatuur te gebruiken kan in bepaalde streken nodig zijn. Raadpleeg de autoriteiten in uw land voor mogelijke vereisten. Wijzigingen of aanpassingen die niet expliciet zijn goedgekeurd door Shure Incorporated, kunnen uw bevoegdheid om de apparatuur te gebruiken tenietdoen. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker een vergunning aan te vragen voor de Shure draadloze microfoon, en het verkrijgen van de vergunning hangt af van de classificatie van de gebruiker en de toepassing, en van de geselecteerde frequentie. In Nederland is in de band 470 tot 790 Mhz geen vergunning nodig. Shure raadt de gebruiker dringend aan contact op te nemen met de desbetreffende telecommunicatie-autoriteit betreffende de juiste vergunning en alvorens frequenties te kiezen en te bestellen.

Informatie voor de gebruiker

Deze apparatuur is getest en goed bevonden volgens de limieten van een digitaal apparaat van klasse B, conform deel 15 van de FCC-regelgeving. Deze limieten zijn bedoeld als aanvaardbare bescherming tegen schadelijke interferentie bij plaatsing in woonwijken. Deze apparatuur genereert en gebruikt hoogfrequente energie, kan deze ook uitstralen en kan, indien niet geplaatst en gebruikt in overeenstemming met de instructies, schadelijke interferentie aan radiocommunicatie veroorzaken. Er is echter geen garantie dat in specifieke installaties geen storingen kunnen optreden. Als deze apparatuur schadelijke interferentie in radio- of televisieontvangst veroorzaakt, wat kan worden vastgesteld door het apparaat uit- en weer in te schakelen, wordt de gebruiker geadviseerd om de storing te corrigeren door een of meer van onderstaande maatregelen:

  • Richt de ontvangstantenne opnieuw of plaats deze ergens anders.
  • Vergroot de scheidingsafstand tussen het apparaat en de ontvanger.
  • Sluit het apparaat aan op een contactdoos van een ander circuit dan dat waarop de ontvanger is aangesloten.
  • Vraag de dealer of een ervaren radio/TV-monteur om hulp.

Opmerking: EMC-conformiteitstesten worden gebaseerd op het gebruik van meegeleverde en aanbevolen kabeltypen. Bij gebruik van andere kabeltypen kunnen de EMC-prestaties worden aangetast.

Wijzigingen of aanpassingen die niet expliciet zijn goedgekeurd door de fabrikant, kunnen de bevoegdheid om het apparaat te gebruiken tenietdoen.

Waarschuwing voor draadloze toepassingen in Australië

Dit apparaat valt onder een licentie voor de ACMA-klasse en dient te voldoen aan alle voorwaarden van die licentie, evenals de werkfrequenties. Dit apparaat zal al vóór 31 december 2014 moeten voldoen als het wordt gebruikt in de frequentieband van 520-820 MHz. WAARSCHUWING: Dit apparaat mag na 31 december 2014 om te voldoen niet meer worden gebruikt in de frequentieband van 694-820 MHz.