BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

  1. LEES deze instructies.
  2. BEWAAR deze instructies.
  3. NEEM alle waarschuwingen in acht.
  4. VOLG alle instructies op.
  5. GEBRUIK dit apparaat NIET in de buurt van water.
  6. REINIG UITSLUITEND met een droge doek.
  7. DICHT GEEN ventilatieopeningen AF. Zorg dat er voldoende afstand wordt gehouden voor adequate ventilatie. Installeer het product volgens de instructies van de fabrikant.
  8. Plaats het apparaat NIET in de buurt van warmtebronnen, zoals vuur, radiatoren, warmteroosters, kachels of andere apparaten (waaronder versterkers) die warmte genereren. Plaats geen vuurbronnen in de buurt van het product.
  9. ZORG ERVOOR dat de beveiliging van de gepolariseerde stekker of randaardestekker intact blijft. Een gepolariseerde stekker heeft twee pennen waarbij er één breder is dan de andere. Een randaardestekker heeft twee pennen en een extra aardaansluiting. De breedste pen en de aardaansluiting zijn bedoeld om uw veiligheid te garanderen. Als de meegeleverde stekker niet in de contactdoos past, vraag een elektricien dan om de verouderde contactdoos te vervangen.
  10. BESCHERM het netsnoer tegen erop lopen of afknelling, vooral in de buurt van stekkers en uitgangen en op de plaats waar deze het apparaat verlaten.
  11. GEBRUIK UITSLUITEND door de fabrikant gespecificeerde hulpstukken/accessoires.
  12. GEBRUIK het apparaat UITSLUITEND in combinatie met een door de fabrikant gespecificeerde wagen, standaard, driepoot, beugel of tafel of met een meegeleverde ondersteuning. Wees bij gebruik van een wagen voorzichtig tijdens verplaatsingen van de wagen/apparaat-combinatie om letsel door omkantelen te voorkomen.

  13. HAAL de stekker van dit apparaat uit de contactdoos tijdens onweer/bliksem of wanneer het lange tijd niet wordt gebruikt.
  14. Laat onderhoud altijd UITVOEREN door bevoegd servicepersoneel. Onderhoud moet worden uitgevoerd wanneer het apparaat op enigerlei wijze is beschadigd, bijvoorbeeld beschadiging van netsnoer of stekker, vloeistof of voorwerpen in het apparaat zijn terechtgekomen, het apparaat is blootgesteld aan regen of vocht, niet naar behoren werkt of is gevallen.
  15. STEL het apparaat NIET bloot aan druppelend en rondspattend vocht. PLAATS GEEN voorwerpen gevuld met vloeistof, bijvoorbeeld een vaas, op het apparaat.
  16. De NETSTEKKER of een koppelstuk van het apparaat moet klaar voor gebruik zijn.
  17. Het door het apparaat verspreide geluid mag niet meer zijn dan 70 dB(A).
  18. Apparaten van een KLASSE I-constructie moeten worden aangesloten op een WANDCONTACTDOOS met beschermende aardaansluiting.
  19. Stel dit apparaat niet bloot aan regen of vocht om het risico op brand of elektrische schokken te verminderen.
  20. Probeer dit product niet te wijzigen. Wanneer dit wel gebeurt, kan lichamelijk letsel optreden en/of het product defect raken.
  21. Gebruik dit product binnen de gespecificeerde bedrijfstemperaturen.

WAARSCHUWING: Dit product bevat een chemische stof die in de staat Californië wordt beschouwd als een stof die kankerverwekkend is en aangeboren afwijkingen en vruchtbaarheidsproblemen kan veroorzaken.

WAARSCHUWING: Batterijen mogen niet worden blootgesteld aan grote hitte, zoals direct zonlicht, vuur, enzovoort.

WAARSCHUWING

  • Batterijpakketten kunnen exploderen of giftige stoffen afgeven. Gevaar voor brand of verbranding. Niet openen, indeuken, wijzigen, demonteren, tot boven 60 °C verwarmen of verbranden.
  • Volg de instructies van de fabrikant op.
  • Stop nooit een batterij in uw mond. Neem bij doorslikken contact op met een arts of de plaatselijke eerste hulp.
  • Niet kortsluiten; dit kan brandwonden of brand opleveren.
  • Geen batterijpakketten opladen of gebruiken met andere dan de gespecificeerde Shure-producten.
  • Voer batterijpakketten op juiste wijze af. Raadpleeg de plaatselijke verkoper voor de juiste afvoermethode voor gebruikte batterijpakketten.

WAARSCHUWING: Explosiegevaar indien batterij door verkeerd exemplaar wordt vervangen. Alleen gebruiken met AA-batterijen.

Opmerking:

  • Dit apparaat is bedoeld om in professionele audiotoepassingen te worden gebruikt.
  • EMC-conformiteit wordt gebaseerd op het gebruik van meegeleverde en aanbevolen kabeltypen. Bij gebruik van andere kabeltypen kunnen de EMC-prestaties worden aangetast.
  • Gebruik deze batterijlader uitsluitend met de laadmodules en batterijpakketten van Shure waarvoor hij is bedoeld. Gebruik met andere dan de opgegeven modules en batterijpakketten kan het risico van brand of explosie vergroten.
  • Wijzigingen of aanpassingen die niet expliciet zijn goedgekeurd door Shure Incorporated, kunnen uw bevoegdheid om het apparaat te gebruiken tenietdoen.

Opmerking: Gebruik dit apparaat alleen met de bijgeleverde voeding of een door Shure goedgekeurd equivalent.

Systeemoverzicht

De nieuwe grensverleggende draadloze GLX-D-systemen van Shure combineren de allernieuwste technologie van automatische frequentiemanagement met een eersteklas intelligente oplaadbaarheid van lithiumionbatterijen, wereldvermaarde microfones en een ongeëvenaard ontwerp en dito constructie. Het compacte ontwerp met laag profiel past gemakkelijk in een pedaalbordconfiguratie. Het ingebouwde chromatische stemapparaat maakt het opstellen eenvoudiger terwijl er tegelijk flexibele stemmogelijkheden worden geboden. Met geavanceerde technologie voor frequentieverspringing wordt interferentie gedetecteerd en automatisch overgeschakeld naar een storingsvrij back-upkanaal om audio-uitval te voorkomen. Bij het scannen van kanalen wordt het beste ontvangerkanaal voor draadloze audio gezocht en wordt automatisch een koppeling met de zender gemaakt.

  • Uitzonderlijke helderheid van digitale audio
  • Ingebouwd stemapparaat met aanpasbare functionaliteit en weergaveopties
  • Werkt in het 2,4 GHz-spectrum, dat in de hele wereld beschikbaar is.
  • Compacte, robuuste metalen constructie
  • Ontvanger is compatibel met een standaard 9 V DC-voeding met positieve punt of negatieve punt (minimaal 250 mA)
  • Oplaadbare zenderbatterijen leveren goedkope energie en hebben een gebruiksduur van maximaal 16 uur
  • Regelbare versterkingsfactor van zender om het audiosignaal te optimaliseren
  • Detecteert automatisch interferentie en voorkomt dit om de audiokwaliteit te bewaren
  • De wereldwijde licentievrije 2,4 GHz-frequentieband staat het gebruik van maximaal 4 compatibele systemen toe in een standaardopstelling en maximaal 8 compatibele systemen onder ideale omstandigheden
  • RF-back-upkanaal voor afstandsbediening of zenderfuncties
  • Automatische zenderuitschakeling om batterijgebruiksduur te maximaliseren wanneer de zender niet in gebruik is.

Accessoires

Optionele accessoires

Batterijlader voor in de auto SBC-CAR
Autonome lader voor één batterij SBC10-902

Inbegrepen componenten

Oplaadbare Shure-batterij SB902
Micro-USB-batterijlader SBC10-USB
Voeding PS24
Eersteklas gitaarkabel WA305

Snelstart

Voor het verkorten van de insteltijd worden zender en ontvanger automatisch gekoppeld en vormen zo een audiokanaal wanneer ze voor het eerst worden ingeschakeld. Dit is eenmalig.

Opmerking: Plaats bij gebruik van multi-effectpedalen het ontvangerpedaal als eerste in de signaalketen.

Stap ①

Sluit de voeding aan op de ontvanger en steek het netsnoer in een netvoedingsbron.

Stap ②

Sluit de zender aan op het instrument en schakel de zender in.

Stap ③

Sluit de audio-uitgang van de ontvanger aan op een versterker of mengpaneel. Schakel de ontvanger in: De blauwe rf-LED gaat knipperen terwijl de ontvanger aan de zender wordt gekoppeld. Wanneer de koppeling met succes tot stand is gebracht, blijft de rf-LED continu oplichten.

Opmerking: De zender en ontvanger blijven voor toekomstig gebruik gekoppeld. Bij inschakeling licht de blauwe rf-LED meteen op en wordt het koppelen overgeslagen.

Stap ④

Controleer de audio en stel zo nodig de versterkingsfactor in.

Overzicht gitaarpedaalontvanger

① Aan/uit-schakelaar

Hiermee schakelt u het apparaat in of uit.

② DC-voedingsconnector

Voor aansluiting van DC-voeding (9 tot 15 V DC, min. 250 mA)

Opmerking: compatibel met voedingen met positieve punt of negatieve punt.

③ Audio-uitgangsconnector

Voor aansluiting op versterker of mengpaneel.

Opmerking: plaats bij gebruik van multi-effectpedalen het ontvangerpedaal als eerste in de signaalketen.

④ USB-poort

Voor het uploaden van firmware-updates

⑤ Display

Geeft instellingen van ontvanger en stemapparaat weer.

⑥ Antenne

Twee antennes per ontvanger. Antennes vangen het signaal van de zender op.

⑦ Voetschakelaar

Druk hierop voor het selecteren van ontvanger- of stemapparaatmodus.

Display, indicatoren en bedieningselementen

De functionaliteit van de bedieningselementen en het display is afhankelijk van de geselecteerde modus:

Ontvangermodus

① Batterijmeter zender

Oplichtende segmenten geven de resterende batterijgebruiksduur aan

② Display

Group

Channel

LK (bedieningselementen vergrendeld)

UN (bedieningselementen ontgrendeld)

-- (frequentie niet beschikbaar)

③ Knop 'link'

Druk hierop om de ontvanger handmatig aan een zender te koppelen of om de functie Extern-ID te activeren

④ Knop 'mode'

Druk hierop om de audioversterkingsregeling in te schakelen. Stel met de ▲ ▼ knoppen de versterking in.

⑤ Audio-LED

Het oplichten komt overeen met het audioniveau. Snel knipperen duidt op audio-oversturing.

⑥ LED Mute

Licht op als het audio-uitgangssignaal wordt gedempt.

⑦ RF-LED

  • AAN = gekoppelde zender is ingeschakeld
  • Knipperen = bezig met zoeken naar zender
  • UIT= gekoppelde zender uitgeschakeld of zender ontkoppeld

⑧ Knop 'channel'

Druk hierop om een kanaal te selecteren en te bewerken.

⑨ Knop 'group'

Druk hierop om een groep te selecteren en te bewerken.

Stemapparaatmodus

① Indicator Te lage noot

Licht op wanneer een noot te laag is.

② Stembalkdisplay

LED's lichten op om toonhoogteafwijking aan te geven.

③ Indicator Te hoge noot

Licht op wanneer een noot te hoog is.

④ Nootdisplay

Geeft de naam van de noot aan of (--) als het stemapparaat inactief is.

⑤ Knop 'mode'

Druk hierop om de instellingen van het stemapparaatmenu te openen.

⑥ Pijltjesknoppen

Gebruik de ▲ ▼ knoppen voor het selecteren en bewerken van menu-instellingen.

⑦ Indicator voor verstemde frequentie/verschoven referentietoonhoogte

Er wordt een punt weergegeven indien de afstemming of toonhoogte op een niet-standaard waarde is ingesteld.

Opmerking: Tijdens het inschakelen lopen niet-standaard instellingen voor afstemming of toonhoogte over het ontvangerdisplay.

Bodypack-zender

① Antenne

Voor overdracht van draadloos signaal.

② Status-LED

Hiermee wordt de zenderstatus aangegeven.

③ Aan/uit-schakelaar

Hiermee wordt de zender in-/uitgeschakeld.

④ TA4M-ingangsconnector

Wordt aangesloten op een microfoon- of instrumentkabel met een 4-pins miniconnector (TA4F).

⑤ Micro USB-poort

Aansluiting voor opladen van batterij en voor firmware-updates.

⑥ Knop 'link'

  • Houd deze binnen 5 seconden na inschakelen ingedrukt om handmatig de koppeling met de ontvanger te maken.
  • Druk deze kortstondig in om de functie Extern-ID te activeren met een gekoppelde ontvanger

⑦ Batterijcompartiment

Voor een oplaadbare Shure-batterij.

Zenderstatus-LED

LED is groen tijdens normaal gebruik.

Knipperen of een verandering van de LED-kleur betekent een wijziging in de zenderstatus, zoals aangegeven in onderstaande tabel:

Kleur Toestand Status
Groen Knippert (langzaam) zender probeert opnieuw koppeling met ontvanger te maken
Knippert (snel) een niet-gekoppelde zender die een ontvanger zoekt
Knippert 3 maal geeft een vergrendelde zender aan wanneer de voedingsschakelaar wordt ingedrukt
Rood Aan accugebruiksduur < 1 uur
Knippert accugebruiksduur < 30 minuten
Rood/groen Knippert extern-ID actief
Oranje Knippert accufout, vervang accu

De bodypackzender dragen

Klem de zender vast aan een riem of schuif een gitaarband door de klem van de zender, zoals hier wordt weergegeven.

Voor de beste resultaten moet de riem tegen de basis van de klem worden geduwd.

Accu's en opladen

De GLX-D-zenders worden gevoed door de oplaadbare lithium-ion Shure-accu's SB902. Geavanceerde chemische accueigenschappen hebben de gebruiksduur gemaximaliseerd. Dit zonder enig geheugeneffect, waardoor accu's vóór het opladen niet eerst moeten worden ontladen.

Aanbevolen opslagtemperatuur voor niet-gebruikte accu's is 10 °C (50 °F) tot 25 °C (77 °F).

Opmerking: De zender laat geen RF- of audiosignalen door wanneer deze is aangesloten op de laadkabel.

De volgende acculaadopties zijn mogelijk:

Opladen via de netvoeding

  1. Steek de laadkabel in de laadpoort op de zender.
  2. Steek de laadkabel in een netvoedingsbron.

Opladen via een USB-poort

  1. Steek de USB-laadkabel in de laadpoort op de zender.
  2. Steek de kabel in een standaard USB-poort.

LED-status tijdens opladen

De volgende LED-toestanden geven de accustatus aan wanneer de zender is aangesloten op een laadapparaat:

  • Groen = opgeladen voltooid
  • Groen en knippert = acculading > 90%
  • Rood = accu wordt opgeladen
  • Oranje en knippert = accufout, vervang accu

Laadtijden en gebruiksduur zender

Bepaal aan de hand van onderstaande tabel bij benadering de gebruiksduur van de accu gebaseerd op de duur van de laadtijd. Afgebeelde tijden zijn in uren en minuten.

Opmerking: Accu's worden sneller opgeladen met gebruik van de netvoeding, in vergelijking met een USB-aansluiting.

Opladen via de netvoeding Opladen via USB-aansluiting Gebruiksduur zender
0:15 0:30 max. 1:30
0:30 1:00 max. 3:00
1:00 2:00 max. 6:00
3:00 4:00 max. 16:00*

*Door opslag of te hoge temperatuur neemt de maximale gebruiksduur af.

Opmerking: GLX-D-zenders worden na ongeveer 1 uur automatisch uitgeschakeld om de accugebruiksduur te verlengen als er geen signaal van een gekoppelde ontvanger wordt waargenomen.

Batterijen van zender plaatsen

Bodypack-zender

  1. Zet de vergrendeling in de stand open en schuif de batterijklep open.
  2. Plaats de batterij in de zender.
  3. Sluit de batterijklep en schuif deze in de vergrendelingsstand.

Belangrijke tips voor zorg voor en opslag van oplaadbare Shure-batterijen

De juiste zorg voor en opslag van Shure-batterijen leidt tot betrouwbare prestaties en garandeert een lange levensduur.

  • Sla batterijen en zenders altijd bij kamertemperatuur op
  • In het ideale geval dienen batterijen te worden opgeladen tot ongeveer 40% capaciteit voor langetermijnopslag
  • Tijdens opslag controleert u de batterijen elke 6 maanden en laadt u deze zo nodig op tot 40% capaciteit

Batterijmeter zender

Het aantal verlichte segmenten op de meter geeft de resterende batterijgebruiksduur aan voor een gekoppelde zender:

① = > 30 min

② = > 2 uur

③ = > 4 uur

④ = > 6 uur

⑤ = > 8 uur

⑥ = > 10 uur

⑦ = > 12 uur

Opmerking: De LED's gaan aan/uit terwijl de batterijgebruiksduur wordt berekend.

Systemen met meerdere ontvangers

Voor een eenvoudige opstelling zijn frequenties onderverdeeld in groepen om zo goed mogelijk overeen te komen met de kanaalvereisten van uw systeem.

Selecteer de groep door het totale aantal ontvangers in uw systeem te bepalen (kanaaltelling). Alle ontvangers in het systeem moeten op dezelfde groep worden ingesteld.

Groep Kanaaltelling (aantal ontvangers) Aantal back-upfrequenties Aantekeningen
1 max. 4 3 Initiële fabrieksinstelling.
2 max. 5* 3 De beste groep voor meerdere kanalen als u storingen ondervindt.
3 max. 8* 0 Voor grote meerkanaalssystemen. Gebruik groep 3 uitsluitend in een geregelde Wi-Fi-omgeving, omdat er geen back-upfrequenties beschikbaar zijn om storingen te voorkomen.
4 1 27 De beste groep voor een enkel kanaal als u storingen ondervindt.

*Omgevingsafhankelijk, 4 systemen is gebruikelijk

Zie het gedeelte 'Tips om de prestaties van een draadloos systeem te verbeteren' voor meer informatie.

Ontvangers en zenders instellen

Opmerking: Schakel voordat u begint alle ontvangers en zenders uit. Schakel telkens één zender/ontvanger-paar tegelijk in en stel deze dan in, zodat er geen kruiskoppeling kan optreden.

  1. Schakel de eerste ontvanger in.
  2. Houd de knop voor groepen ingedrukt om (indien nodig) een groep te selecteren of, als de groep al is ingesteld, druk op de knop voor kanalen om voor het beste, beschikbare kanaal te scannen.
  3. Schakel de eerste zender in. De blauwe rf-LED licht op wanneer een koppeling tot stand is gebracht.

Herhaal stappen 1-3 voor elke aanvullende ontvanger en zender. Denk eraan om elke ontvanger op dezelfde groep in te stellen.

Opmerking: Wanneer er tijdens een kanaalscan koppeltekens op het groeps- en kanaaldisplay verschijnen, geeft dit aan dat er geen beschikbare frequenties binnen de geselecteerde groep zijn. Kies een groep die meer ontvangers ondersteunt en herhaal de instellingsstappen.

Een groep en kanaal handmatig selecteren

Specifieke groepen en kanalen kunnen aan de ontvanger worden toegewezen in plaats van het gebruik van de automatische scanfunctie.

Opmerking: Groep 3 mag alleen worden gebruikt in een gecontroleerde Wi-Fi-omgeving om storingen van onvoorziene Wi-Fi-apparaten te voorkomen.

Een groep selecteren

  1. Houd de knop group 2 seconden ingedrukt tot het display group begint te knipperen.
  2. Druk op de knop group om door de beschikbare groepen te bladeren.
  3. De ontvanger slaat automatisch de geselecteerde groep op.

Een kanaal selecteren

  1. Houd de knop channel 2 seconden ingedrukt tot het display channel begint te knipperen.
  2. Druk op de knop channel om door de beschikbare kanalen te bladeren.
  3. De ontvanger slaat automatisch het geselecteerde kanaal op.

Opmerking: Een symbool van een dubbel koppelteken -- dat op het scherm van de ontvanger wordt weergegeven tijdens een kanaalscan, geeft aan dat er geen beschikbare kanalen binnen de geselecteerde groep zijn. Kies een groep met meer kanalen en herhaal de instellingsstappen.

Handmatig een zender aan een ontvanger koppelen

Gebruik de optie voor handmatig koppelen om de zender te wijzigen die is gekoppeld aan een ontvanger. Wat vaak voorkomt bij handmatige koppeling is dat de gekoppelde zender van een type bodypack moet worden gewijzigd in een type handheld.

  1. Schakel de zender in: Houd de knop LINK binnen 5 seconden ingedrukt tot de zender-LED groen wordt en gaat knipperen.
  2. Houd de knop 'link' op de ontvanger ingedrukt: De blauwe LED rf gaat knipperen en blijft vervolgens oplichten wanneer de koppeling is ingesteld.
  3. Controleer de koppeling met de audio en regel zo nodig de versterkingsfactor af.

Meerdere zenders aan een ontvanger koppelen

Koppel meerdere zenders aan dezelfde ontvanger zodat instrumenten tijdens een optreden kunnen worden gewisseld. Er kan maar één zender tegelijkertijd actief zijn, anders storen de signalen met elkaar.

Na het koppelen van de zenders, kunnen gaininstellingen worden ingesteld en onafhankelijk voor elke zender worden opgeslagen.

Belangrijk! U dient de gekoppelde zenders nooit tegelijkertijd in te schakelen en te gebruiken.

Schakel beide zenders uit voordat u begint.

  1. Druk op de knop 'group' om een groep te selecteren. De ontvanger scant automatisch de geselecteerde groep om het beste, beschikbare kanaal te vinden.
  2. Schakel zender 1 in en koppel deze aan de ontvanger. Stel de versterkingsfactor af en schakel vervolgens de zender uit.
  3. Schakel zender 2 in en koppel deze aan de ontvanger. Stel de versterkingsfactor af en schakel vervolgens de zender uit.

Overzicht 2,4 GHz-spectrum

GLX-D werkt binnen de 2,4GHz ISM-frequentieband, die wordt toegepast voor Wi-Fi, Bluetooth en andere draadloze apparaten. Het voordeel van de 2,4GHz is dat het een algemene frequentieband is die overal op de wereld licentievrij gebruikt kan worden.

Uitdagingen van 2,4GHz overwinnen

De uitdaging van de 2,4GHz is dat Wi-Fi-verkeer onvoorspelbaar kan zijn. GLX-D pakt deze uitdagingen op de volgende wijze aan:

  • Geeft prioriteit aan en zendt uit op de beste 3 frequenties per kanaal (door te kiezen uit een bundel van 6 frequenties over de 2,4GHz-frequentieband)
  • Herhaalt de belangrijkste informatie zodanig dat zonder audio-onderbreking één frequentie volledig kan worden weggenomen
  • Voert tijdens gebruik voortdurend scans uit om alle frequenties te rangschikken (zowel actuele als back-upfrequenties)
  • Wordt naadloos zonder audio-onderbreking uit de buurt van storingen naar back-upfrequenties gebracht

Kan tegelijk met Wi-Fi actief zijn

Schakel Wi-Fi-apparaten in voordat u GLX-D inschakelt en scan naar het beste kanaal wanneer u van plan bent tijdens een optreden Wi-Fi te gebruiken. GLX-D detecteert en vermijdt ander Wi-Fi-verkeer door de volledige 2,4 GHz-omgeving te scannen en dan de 3 beste frequenties te selecteren waarover kan worden verzonden. Het gevolg hiervan is dat uw draadloze GLX-D-systeem betrouwbaar werkt en dat Wi-Fi- transmissies worden vermeden, aangezien die ook belangrijk kunnen zijn.

Wi-Fi-pieksignalen zijn moeilijker te detecteren, omdat deze onregelmatig optreden; maar, omdat bij GLX-D de belangrijkste informatie wordt herhaald, oefenen zelfs pieksignalen op zeer hoge niveaus geen invloed uit op de audioprestaties.

Problematische draadloze omgevingen

Sommige omgevingen bemoeilijken de prestaties van het 2,4 GHz draadloze systeem meer dan anderen. Ook heeft lichaamsabsorptie een grotere invloed in het 2,4 GHz-spectrum in vergelijking met het UHF-spectrum. In de meeste gevallen is het verkleinen van de afstand tussen de zender en ontvanger de eenvoudigste oplossing, bijvoorbeeld door de ontvangers met een vrije zichtlijn op het podium te plaatsen.

Problematische omgevingen omvatten:

  • Omgevingen met weinig reflecterende oppervlakken zoals:
    • Buitenlocaties
    • Gebouwen met zeer hoge plafonds
  • Ruimten waar 3 of meer GLX-D-ontvangers worden gebruikt
  • Ruimten waar een sterk WiFi-signaal aanwezig is
  • Ruimten waar 2,4 GHz systemen van concurrenten worden gebruikt

Opmerking: In tegenstelling tot analoge draadloze tv-band waarbij doorgaans hetzelfde type transmissie wordt gebruikt door alle fabrikanten, gebruiken alle 2,4 GHz draadloze systemen verschillende variaties van draadloze transmissie. Door deze verschillen wordt het moeilijker om 2,4 GHz-systemen van verschillende fabrikanten te gebruiken. Dit kan wel kan worden gedaan bij draadloze tv-bandoplossingen.

Tips en methodes om de prestaties van een draadloos systeem te verbeteren

Als u storingen of uitval ervaart, kunt u het volgende proberen:

  • Scan naar het beste, beschikbare kanaal (druk op de knop 'channel')
  • Verklein de afstand tussen zender en ontvanger, bijvoorbeeld door de ontvangers met een vrije zichtlijn op het podium te plaatsen.
  • Wijzig de groep voor alle GLX-D-systemen:
    • Enkelkanaalssysteem: gebruik Groep 4 die is geoptimaliseerd voor gebruik van een enkel kanaal
    • Meerkanaalssysteem: gebruik Groep 2 de meest krachtige draadloze groep
  • Houd zenders meer dan 2 meter (6 ft) uit elkaar

    Opmerking: GLX-D-zenders die zich dichter dan 15 cm (6 inch) bij andere niet-GLX-D-zenders bevinden, kunnen hoorbare ruis in die zender veroorzaken

  • Plaats de ontvanger verder van Wi-Fi-toegangspunten, computers of andere actieve 2,4 GHz-bronnen af.
  • Deactiveer niet-kritieke Wi-Fi op computers, mobiele telefoons en andere draagbare ontvangers
    • Als u van plan bent Wi-Fi tijdens een optreden te gebruiken, schakelt u Wi-Fi in voordat u GLX-D inschakelt en scant u naar het beste kanaal.
  • Vermijd druk Wi-Fi-verkeer zoals het downloaden van grote bestanden of het bekijken van een film.
  • Plaats de zender en ontvanger niet in de buurt van metaal of andere moeilijk doordringbare materialen
  • Breng tijdens de soundcheck een markering aan op 'probleemplekken' en vraag sprekers of artiesten om die gebieden te vermijden
  • Als er een bekende, sterke Wi-Fi-bron aanwezig is en u specifiek de frequenties binnen dat Wi-Fi-kanaal wilt gebruiken, gebruikt u de volgende groep/kanaal van GLX-D (beste optie wordt eerst weergegeven):
    • Wi-Fi 1: Groep 3/kanaal 8, groep 3/kanaal 4
    • Wi-Fi 6: Groep 3/kanaal 7, groep 3/kanaal 5
    • Wi-Fi 11: Groep 3/kanaal 2, groep 3/kanaal 1

2,4 GHz-frequentietabellen

In de volgende tabellen zijn de ontvangerkanalen, frequenties en latentietijd voor elke groep vermeld:

Groep 1: Kanalen 1-4 (latentietijd = 4,0 ms)

Groep/kanaal Frequenties
1/1 2424 2425 2442 2443 2462 2464
1/2 2418 2419 2448 2450 2469 2471
1/3 2411 2413 2430 2431 2476 2477
1/4 2405 2406 2436 2437 2455 2457

Groep 2: Kanalen 1-5 (latentietijd = 7,3 ms)

Groep/kanaal Frequenties
2/1 2423 2424 2443 2444 2473 2474
2/2 2404 2405 2426 2427 2456 2457
2/3 2410 2411 2431 2432 2448 2449
2/4 2417 2418 2451 2452 2468 2469
2/5 2437 2438 2462 2463 2477 2478

Groep 3: Kanalen 1-8 (latentietijd = 7,3 ms)

Groep/kanaal Frequenties
3/1 2415 2416 2443
3/2 2422 2423 2439
3/3 2426 2427 2457
3/4 2447 2448 2468
3/5 2409 2451 2452
3/6 2431 2462 2463
3/7 2404 2473 2474
3/8 2435 2477 2478

Groep 4: Kanaal 1 (latentietijd = 7,3 ms)

Groep/kanaal Frequenties
4/1 2404 2405 2410 2411 2417 2418 2423 2424 2426 2427 2431 2432 2437 2438 2443 2444 2448 2449 2451 2452 2456 2457 2462 2463 2468 2469 2473 2474 2477 2478

Werking ontvanger

Audioversterkingsregeling

De zenderversterking heeft een instelbereik van -20 dB tot +40 dB, in stappen van 1 dB.

Tip: Probeer de instelling van 0 dB (unity gain [onversterkt]) als beginpunt en stel vervolgens zo nodig de versterkingsfactor in.

  1. Houd de knop mode op de ontvanger ingedrukt er tot op het display dB verschijnt.
  2. Druk op pijltjesknoppen up/down om de versterkingsfactor in te stellen. Voor een snellere afregeling houdt u de knoppen ingedrukt.

Opmerking: De intensiteit van de groene audio-LED komt overeen met het audioniveau. Snel knipperen duidt op audio-oversturing. Verminder de versterkingsfactor om de overbelasting te verwijderen.

Bedieningselementen vergrendelen en ontgrendelen

De bedieningselementen van ontvanger en zender kunnen worden vergrendeld om onbedoelde of onbevoegde wijzigingen aan de instellingen te voorkomen.

De volgende parameters worden niet beïnvloed door het vergrendelen van de bedieningselementen:

  • De vergrendelingsstatus wordt niet gewijzigd door het aan/uit-schakelen
  • Het bewerken en de functionaliteit van het stemapparaat blijven beschikbaar
  • De aan/uit-schakelaar van de ontvanger wordt niet vergrendeld

Bedieningselementen ontvanger vergrendelen

Houd de knoppen 'group' en 'channel' tegelijkertijd ingedrukt voor het ver- of ontgrendelen van de ontvanger.

  • LK wordt weergegeven als een vergrendeld bedieningselement wordt ingedrukt
  • UN wordt kort weergegeven om het ontgrendelingscommando te bevestigen

Aan/uit-schakelaar van zender vergrendelen

Begin met de zender op UIT in te stellen en houd dan de knop LINK ingedrukt terwijl u de zender inschakelt. Herhaal deze volgorde om te ontgrendelen.

Opmerking: De zenderstatus-LED knippert afwisselend rood/groen als een vergrendelde schakelaar in de uit-stand wordt gezet.

Extern-ID

Gebruik de functie Extern-ID voor het identificeren van gekoppelde zender- en ontvangerparen. Wanneer extern-ID actief is, knippert het LCD-scherm van de ontvanger en wordt ID weergegeven. De status-LED van de bijbehorende zender knippert ongeveer 45 seconden afwisselend rood en groen.

Voor het activeren van extern-ID:

  1. Druk kort op de knop 'link' op de zender of de ontvanger.
  2. Het display van de gekoppelde ontvanger knippert en geeft ID weer en de status-LED op de gekoppelde zender knippert afwisselend rood/groen.
  3. Druk om de modus extern-ID af te sluiten kort op de knop 'link' of laat de functie een time-out ondergaan.

Stemapparaatmenu

Druk op de voetschakelaar en open de stemapparaatmodus.

In de stemapparaatmodus zijn de bedieningselementen alleen van invloed op de stemapparaatfuncties, RF- en audio-instellingen worden niet beïnvloed.

Opmerking: Het audiosignaal wordt niet door het stemapparaat gevoerd, waardoor er geen overbruggingsschakelaars, die meestal te vinden zijn op bedrade stemapparaten, nodig zijn.

Opties stemapparaat

  • Indicator: Needle of Strobe
  • Uitgangsspanning: Live, Mute of Both
  • Helderheid display
  • Verstemmen
  • Te hoge en te lage noten
  • Referentietoonhoogte

Instellingen stemapparaat selecteren en bewerken

Gebruik de volgende knoppen voor het selecteren en bewerken van de menu-instellingen van het stemapparaat:

  • Open het menu met de knop mode en blader tussen de menu-instellingen
  • Wijzig met de ▲ ▼ knoppen een menuparameter
  • Gebruik de voetschakelaar voor het invoeren en opslaan van de parameterwijzigingen

Indicator: Naald of stroboscoop

De stemapparaatindicator kan als naald- of als stroboscoopuitvoering worden ingesteld.

Naald

Op de stembalk licht één LED op om een te hoge of te lage noot aan te geven. De groene middelste LED zal oplichten wanneer de noot zuiver is.

Stroboscoop

Een reeks van drie LED's lopen over de stembalk in de richting voor te hoog of te laag. De beweging van de LED's stopt wanneer de noot zuiver is.

Opmerking: Indicator- en uitgangsinstellingen worden lopend van links naar rechts weergegeven.

Voor audio-uitgang Live of Mute kiezen

De volgende modi zijn beschikbaar voor het instellen van de audio-uitgang op Live of Mute wanneer de voetschakelaar wordt ingedrukt in stemapparaatmodus.

Opmerking: Tekst voor de uitgangsinstellingen worden lopend van links naar rechts weergegeven.

Modus Voetschakelaarfunctie
Live Ontvangerdisplay (audio Live) Stemapparaatdisplay (audio Live)
Mute Ontvangerdisplay (audio Live) Stemapparaatdisplay (audio Mute)
Both Stemapparaatdisplay (audio Mute) Stemapparaatdisplay (audio Live)*

*Opmerking: In Both modi wordt het pedaal ingeschakeld in ontvangerdisplay. Druk op de voetschakelaar om de stemapparaatmodus te openen.

Helderheid display

De ontvanger heeft een ingebouwde lichtsensor voor de automatische afregeling van de helderheid van het display.

Kies om de helderheid handmatig af te regelen een van de volgende instellingen:

Verstemmen

Het stemapparaat kan zo worden ingesteld dat de concertstemming wordt weergegeven voor instrumenten die als volgt zijn verstemd:

  • Tot 5 stappen hoger (#1-#2 -#3-#4-#5)
  • Tot 6 stappen lager (b6-b5-b4-b3-b2-b1)

De notatie voor concertstemming is b0

Er verschijnt een * op het display als herinnering dat het pedaal is verstemd.

Te hoge en te lage noten

Toont symbolen voor te hoge of te lage noten op het display voor niet-natuurlijke tonen.

Referentietoonhoogte

De referentietoonhoogte kan worden verschoven vanuit de concertstemming van A440 in een bereik van 432 Hz t/m 447 Hz in stappen van 1 Hz.

Bij het aanpassen van de toonhoogte worden de laatste 2 cijfers van de waarde weergegeven. Op het display verschijnt bijvoorbeeld '32' wanneer de toonhoogte is ingesteld op 432 Hz.

Er verschijnt een * op het display als herinnering dat de referentietoonhoogte is verschoven.

Stemapparaat gebruiken

  1. Druk op de voetschakelaar om de stemapparaatmodus te openen.
  2. Speel elke noot afzonderlijk. Het display toont de naam van de noot.
  3. Regel de toonhoogte af tot beide indicatoren oplichten en de naald of de stroboscoop aangeven dat deze correct is.

Naaldmodus

Beide stemindicatoren en het middelste groene segment lichten op wanneer de noot zuiver is.

Stroboscoopmodus

Beide stemindicatoren lichten op en de segmenten van de stroboscoop stoppen met bewegen wanneer de noot zuiver is.

Een voeding van andere merken gebruiken

We adviseren u om de inbegrepen voeding of een voeding met geïsoleerde vermogensuitgangen te gebruiken om uw draadloze GLXD6-ontvangerpedaal van stroom te voorzien.

Als u een voedingsbron met geïsoleerde vermogensuitgangen gebruikt, dient u een vermogensuitgang met een minimaal vermogen van 250 mA te gebruiken.

Houd echter rekening met het volgende als u voedingen van andere merken gebruikt:

  • Controleer het stroomverbruik van elk pedaal in een daisy-chain-configuratie. U moet het totale stroomverbruik voor al uw pedalen kennen om overbelasting van de voeding te voorkomen.
  • Raadpleeg de fabrikant van het pedaal als er geen vermogenseis op het pedaal staat.

Firmware

Firmware is software die is ingebouwd in elk onderdeel dat functionaliteit regelt. Periodiek worden nieuwe firmwareversies ontwikkeld die aanvullende functies en verbeteringen bevatten. Om te profiteren van een verbeterd ontwerp kunnen nieuwe versies van de firmware worden gedownload en geïnstalleerd met behulp van het hulpprogramma Shure Update Utility.

De software kunt u downloaden van http://www.shure.com/update-utility.

Op de computer aansluiten

Sluit het apparaat aan op uw computer met de USB naar micro-USB-kabel die bij uw GLX-D-systeem is meegeleverd.

Probleemoplossing

Probleem Indicatorstatus Oplossing
Geen geluid of zacht geluid RF-LED ontvanger is AAN
  • Controleer alle verbindingen van het geluidssysteem of stel zo nodig de versterking af (zie Versterking aanpassen).
  • Controleer of de ontvanger is aangesloten op het mengpaneel/de versterker.
RF-LED ontvanger is UIT
  • Schakel de zender in.
  • Controleer of de batterijen correct zijn geplaatst.
  • Koppel zender en ontvanger (zie het onderwerp Koppelen).
  • Laad de batterij van de zender op of vervang deze.
LCD-scherm van ontvanger is uit
  • Controleer of de AC-adapter goed in het stopcontact is gestoken.
  • Controleer of de ontvanger is ingeschakeld.
LED-indicator zender is rood en knippert Laad de batterij van de zender op of vervang deze.
Zender in laadapparaat geplaatst. Koppel zender los van laadapparaat.
Storing in of uitval van audio rf LED knippert of is uit
  • Schakel de ontvanger en zender over naar een andere groep en/of een ander kanaal.
  • Kijk of er storingsbronnen in de buurt zijn (mobiele telefoons, Wi-Fi-toegangspunten, signaalverwerker, enz...) en schakel deze bronnen uit of verwijder ze.
  • Laad de batterij van de zender op of vervang deze.
  • Controleer of de ontvanger en zender binnen de systeemparameters zijn geplaatst.
  • Het systeem moet zijn opgesteld binnen het aanbevolen bereik en de ontvanger mag zich niet in de buurt van metalen oppervlakken bevinden.
  • Voor optimaal geluid moet de zender worden gebruikt in een ononderbroken lijn naar de ontvanger.
Vervorming OL-indicator verschijnt op LCD-scherm van ontvanger Verlaag de versterkingsfactor van de zender (zie Versterkingsregeling).
Verbinden van zender en ontvanger mislukt De LED's van de zender en ontvanger knipperen om aan te geven dat het tot stand brengen van de verbinding is gestart, maar het verbinden mislukt Werk beide componenten bij naar firmwareversie 2.0 of hoger. Download de toepassing Shure Update Utility en volg de instructies.
Verschillen in geluidsniveau bij het overschakelen tussen bronnen n.v.t. Stel zo nodig de versterkingsfactor van de zender in (zie Versterkingsregeling).
Ontvanger/zender kan niet worden uitgeschakeld Zender-LED knippert snel Bedieningselementen vergrendeld. Zie Bedieningselementen vergrendelen en ontgrendelen
Versterkingsregeling ontvanger kan niet worden afgesteld n.v.t. Controleer de zender. Zender moet zijn ingeschakeld om versterkingsfactor te kunnen wijzigen.
Bedieningselementen ontvanger kunnen niet worden afgesteld LK verschijnt op het scherm van de ontvanger wanneer er knoppen worden ingedrukt Bedieningselementen vergrendeld. Zie Bedieningselementen vergrendelen en ontgrendelen
Zender-ID-functie reageert niet Zender-LED is groen en knippert 3 maal Bedieningselementen vergrendeld. Zie Bedieningselementen vergrendelen en ontgrendelen
Zenderinformatie verschijnt niet op het LCD-scherm van de ontvanger n.v.t. De gekoppelde zender staat uit of de ontvanger is niet aan een zender gekoppeld.
Zender schakelt na 1 uur uit Zenderstatus-LED is uit GLX-D-zenders worden na 1 uur automatisch uitgeschakeld om de batterijgebruiksduur te maximaliseren als er geen signaal van een gekoppelde ontvanger wordt waargenomen. Controleer of de gekoppelde ontvanger is ingeschakeld.
Model A B C
SM58 51 mm, 2,0 in. 252 mm, 9,9 in. 37 mm, 1,5 in.
BETA 58 51 mm, 2,0 in. 252 mm, 9,9 in. 37 mm, 1,5 in.
SM86 49 mm, 1,9 in. 252 mm, 9,9 in. 37 mm, 1,5 in.
BETA 87A 51 mm, 2,0 in. 252 mm, 9,9 in. 37 mm, 1,5 in.

Componenten resetten

Maak gebruik van de resetfunctie als het nodig is om voor de zender of ontvanger de fabrieksinstellingen te herstellen.

Ontvanger resetten

Hiermee worden voor de ontvanger de volgende fabrieksinstellingen hersteld:

  • Versterkingsniveau = standaard
  • Bedieningselementen = ontgrendeld

Houd de knop link tijdens het inschakelen van de ontvanger ingedrukt tot op het LCD-scherm RE wordt weergegeven.

Opmerking: Wanneer de reset is voltooid, begint de ontvanger automatisch naar een zender te zoeken om deze te koppelen. Druk de knop 'link' van de zender binnen vijf seconden na inschakeling in en houd deze ingedrukt om de koppeling te voltooien.

Zender resetten

Hiermee worden voor de zender de volgende fabrieksinstellingen hersteld:

  • Bedieningselementen = ontgrendeld

Houd de knop 'link' op de zender tijdens het inschakelen van de zender ingedrukt tot de voedings-LED uit gaat.

Wanneer de knop 'link' wordt losgelaten, begint de zender automatisch naar een beschikbare ontvanger te zoeken om deze te koppelen. Druk op de knop 'link' op een beschikbare ontvanger om deze opnieuw te koppelen.

Productgegevens

Afstemmingsbandbreedte

2400–2483,5 MHz

Werkbereik

Binnen Max. 30 m (100 ft) normaal, Max. 60 m (200 ft) maximum
Buiten Max. 20 m (65 ft) normaal, Max. 50 m (165 ft) maximum

Opmerking: Werkelijk bereik is afhankelijk van RF-signaalabsorptie, -reflectie en -interferentie.

Zendmodus

Digitaal, bedrijfseigen van Shure

Audiofrequentiekarakteristiek

20 Hz – 20 kHz

Dynamisch bereik

120 dB, A-gewogen

RF-gevoeligheid

-88 dBm, normaal

Totale harmonische vervorming

0,2%, normaal

RF-uitgangsvermogen

10 mW E.I.R.P. max.

Bedrijfstemperatuurbereik

-18°C (0°F) tot 57°C (135°F)

Opmerking: Batterijeigenschappen kunnen dit bereik beperken.

Opslagtemperatuurbereik

-29°C (-20°F) tot 74°C (165°F)

Polariteit

Positieve spanning op de tip van de jackplug aan de gitaarkabel wekt een positieve spanning op de tip van de ¼-inch-uitgang van de hoge impedantie op.

Batterijgebruiksduur

Max. 16 uur

Gitaarstemapparaat

Afstemnauwkeurigheid ±1 cent
Afstembereik F#0 tot C8

Kanaaltelling

4 normaal, Max. 8 maximum

GLXD1

Afmetingen

90 x 65 x 23 mm(3,56 x 2,54 x 0,90in.), H x B x D (zonder antenne)

Gewicht

132 g (4,7 oz.) zonder batterijen

Voedingsvereisten

3,7 V Oplaadbaar lithium-ion

Behuizing

Gegoten metaal, Zwarte poederlak

Ingangsimpedantie

900 kΩ

RF-uitgangsvermogen

10 mW E.I.R.P. max.

Zenderingang

Connector

4-pens miniconnector, mannetje (TA4M)

Configuratie

Ongebalanceerd

Maximaal ingangsniveau

1 kHz bij 1% THD

+8,4 dBV (7,5 Vp-p)

Antennetype

Interne monopool

Pentoewijzingen

TA4M

1 grond (kabelafscherming)
2 + 5 V Bias
3 audio
4 Door actieve lading aan de grond verbonden (aan instrumentadapterkabel, pen 4 zweeft)

GLXD6

Afmetingen

46 x 95 x 133 mm (1,8 x 3,7 x 5,2 in.), H x B x D

Gewicht

504 g (17,8 oz.)

Behuizing

Gegoten metaal, Zwarte poederlak

Voedingsvereisten

9 tot 15 V DC, 250 mA min.

Compatibel met voedingen met positieve tip of negatieve tip.

Parasitaire onderdrukking

>35 dB, normaal

Versterkingsregelbereik

-20 tot 40 dB in stappen van 1 dB

Audiouitgang

Configuratie

6,35 mm (1/4") uitgang Impedantie-gebalanceerd

Impedantie

6,35 mm (1/4") uitgang 100 Ω (50 Ω, Ongebalanceerd)

Maximaal audio-uitgangsniveau

6,35 mm (1/4") connector (in 3 kΩ belasting) +8,5 dBV

Pentoewijzingen

6,35 mm (1/4") connector Punt=audio, ring=geen audio, mantel=massa

Antenne-ingang ontvanger

Impedantie

50 Ω

Antennetype

PIFA-antennes

Maximaal ingangsniveau

−20 dBm

Uitgangsaansluitingen

Certificering

Dit apparaat voldoet aan deel 15 van de FCC-regelgeving. Het gebruik is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: (1) Dit apparaat mag geen schadelijke storing veroorzaken en (2) dit apparaat moet elke ontvangen storing accepteren, inclusief storing die ongewenste werking tot gevolg kan hebben.

Dit draadloze systeem werkt met de wereldwijd beschikbare ISM-band van 2400 MHz t/m 2483,5 MHz. Voor het gebruik ervan is geen gebruikerslicentie vereist.

Voldoet aan de essentiële vereisten van de volgende Europese Richtlijnen:

  • WEEE-richtlijn 2002/96/EG zoals gewijzigd door 2008/34/EG
  • RoHS-richtlijn 2011/65/EG

    Opmerking: Houd u aan het lokale recyclingschema voor elektronisch afval.

Dit product voldoet aan de essentiële vereisten van alle toepasselijke Europese richtlijnen en komt in aanmerking voor CE-markering.

Hierbij verklaar ik, Shure Incorporated, dat het radioapparatuur conform is met Richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres: http://www.shure.com/europe/compliance

Erkende Europese vertegenwoordiger:

Shure Europe GmbH

Hoofdkantoren in Europa, Midden-Oosten en Afrika

Afdeling: EMEA-goedkeuring

Jakob-Dieffenbacher-Str. 12

75031 Eppingen, Duitsland

Telefoon: +49-7262-92 49 0

Fax: +49-7262-92 49 11 4

Email: info@shure.de

Gecertificeerd door IC in Canada onder RSS-210 en RSS-GEN.

IC: 616A-GLXD1, 616A-GLXD6

Gecertificeerd onder FCC-deel 15.

FCC-ID: DD4GLXD1, DD4GLXD6

Compliantielabel Industry Canada ICES-003: CAN ICES-3 (B)/NMB-3(B)

Dit apparaat voldoet aan de RSS-norm(en) voor licentievrijstelling van Industry Canada. Voldoet aan de eisen van de Europese richtlijnen: R&TTE richtlijn 99/5/EG, WEEE richtlijn 2002/96/EG aangevuld met 2008/34/EG, RoHS richtlijn 2002/95/EG aangevuld met 2008/35/EG. Volg de locale regelgeving voor het ontzorgen van elektronisch afval. Voldoet aan de eisen van de volgende standaardiseringen EN 300 328, EN300 422 deel 1 en deel 2, EN 301 489 deel 1 en deel 9, EN 60065. Gebruik van dit apparaat is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: (1) dit apparaat mag geen storing veroorzaken en (2) dit apparaat moet elke storing accepteren, inclusief storing die ongewenste werking van het apparaat tot gevolg kan hebben.

Le présent appareil est conforme aux CNR d'Industrie Canada applicables aux appareils radio exempts de licence. L'exploitation est autorisée aux deux conditions suivantes : (1) l'appareil ne doit pas produire de brouillage, et (2) l'utilisateur de l'appareil doit accepter tout brouillage radioélectrique subi, même si le brouillage est susceptible d'en compromettre le fonctionnement.

Informatie voor de gebruiker

Deze apparatuur is getest en goed bevonden volgens de limieten van een digitaal apparaat van klasse B, conform deel 15 van de FCC-regelgeving. Deze limieten zijn bedoeld als aanvaardbare bescherming tegen schadelijke interferentie bij plaatsing in woonwijken. Deze apparatuur genereert en gebruikt hoogfrequente energie, kan deze ook uitstralen en kan, indien niet geplaatst en gebruikt in overeenstemming met de instructies, schadelijke interferentie aan radiocommunicatie veroorzaken. Er is echter geen garantie dat in specifieke installaties geen storingen kunnen optreden. Als deze apparatuur schadelijke interferentie in radio- of televisieontvangst veroorzaakt, wat kan worden vastgesteld door het apparaat uit- en weer in te schakelen, wordt de gebruiker geadviseerd om de storing te corrigeren door een of meer van onderstaande maatregelen:

  • Richt de ontvangstantenne opnieuw of plaats deze ergens anders.
  • Vergroot de scheidingsafstand tussen het apparaat en de ontvanger.
  • Sluit het apparaat aan op een contactdoos van een ander circuit dan dat waarop de ontvanger is aangesloten.
  • Vraag de dealer of een ervaren radio/TV-monteur om hulp.

Waarschuwing voor draadloze toepassingen in Australië

Dit apparaat valt onder een licentie voor de ACMA-klasse en dient te voldoen aan alle voorwaarden van die licentie, evenals de werkfrequenties. Dit apparaat zal al vóór 31 december 2014 moeten voldoen als het wordt gebruikt in de frequentieband van 520-820 MHz. WAARSCHUWING: Dit apparaat mag na 31 december 2014 om te voldoen niet meer worden gebruikt in de frequentieband van 694-820 MHz.

運用に際しての注意

この機器の使用周波数帯では、電子レンジ等の産業・科学・医療用機器のほか工場の製造ライン等で使用されている移動体識別用の構内無線局(免許を要する無線局)及び特定小電力無線局(免許を要しない無線局)並びにアマチュア無線局(免許を要する無線局)が運用されています。 1 この機器を使用する前に、近くで移動体識別用の構内無線局及び特定小電力無線局並びにアマ   チュア無線局が運用されていないことを確認して下さい。 2 万一、この機器から移動体識別用の構内無線局に対して有害な電波干渉の事例が発生した場合に   は、速やかに使用周波数を変更するか又は電波の発射を停止した上、下記連絡先にご連絡頂き、混  信回避のための処置等(例えば、パーティションの設置など)についてご相談して下さい。 3 その他、この機器から移動体識別用の特定小電力無線局あるいはアマチュア無線局に対して有害な電波干渉の事例が発生した場合など何かお困りのことが起きたときは、保証書に記載の販売代  理店または購入店へお問い合わせください。代理店および販売店情報は Shure 日本語ウェブサイト  http://www.shure.co.jp でもご覧いただけます。

現品表示記号について

現品表示記号は、以下のことを表しています。 この無線機器は 2.4GHz 帯の電波を使用し、変調方式は「その他」の方式、想定与干渉距離は 80m です。 2,400MHz~ 2,483.5MHz の全帯域を使用し、移動体識別装置の帯域を回避することはできません。