Algemene beschrijving

De Shure MV5-microfoon kan rechtstreeks op een computer of mobiel apparaat worden aangesloten via een USB- of Lightning®-verbinding. De MV5, die ideaal is voor thuisopnamen of podcasting, beschikt over vooringestelde opnamemodi voor zang en instrumenten ten behoeve van een snelle, eenvoudige configuratie.

Kenmerken

  • Handig, compact ontwerp: Deze gestroomlijnde en duurzame microfoon kan op de Shure MV5-desktopstandaard of op elke andere standaard met een schroefadapter van 1/4" worden gemonteerd.
  • Plug en Play: De MV5 wordt automatisch het actieve audioapparaat wanneer deze in een apparaat wordt geplaatst dat compatibel is met USB of Lightning.
  • Voorinstelmodi: Beperk de installatietijd tot een minimum dankzij vooraf ingestelde DSP-modi die ontworpen zijn om uw versterking, niveauregeling en compressie aan te passen voor een groot aantal verschillende toepassingen.

Snelle installatie

  1. Sluit de microfoon aan op een computer of mobiel apparaat. Gebruik de toepasselijke kabel (USB of Lightning).

    De groene status-led duidt op een succesvolle verbinding.

    Opmerking: Bij het gebruik van apps zoals Voice Memo, licht de led pas op wanneer Record (Opnemen) is ingeschakeld.

  2. Bevestig dat de MV5 het geselecteerde audioapparaat is.

    De meeste computers en mobiele apparaten nemen de MV5 automatisch waar en wijzen deze toe als het primaire audioapparaat. Als uw computerinstellingen standaard een ander apparaat gebruiken, open dan het onderdeel Geluid van het Configuratiescherm en selecteer de MV5. Om snel te verifiëren dat het apparaat wordt herkend, steekt u de hoofdtelefoon in de MV5-audio-uitgang en speelt u een geluidsspoor af. Als u geluid hoort, werkt de microfoon naar behoren.

    Opmerking: Wanneer de MV5 is toegewezen als het audioapparaat gaan alle controle- en afspeelsignalen van de opnamesoftware naar de hoofdtelefoonuitgang van de MV5.

  3. Selecteer met de knop MODE de voorinstelmodus die past bij de toepassing.

    Als het geluid te zacht is of wordt vervormd, kan de versterkingsfactor handmatig worden geconfigureerd. Maar meestal hoeft voor de modi geen versterking meer te worden afgeregeld. Raadpleeg het onderwerp ‘Microfoonniveau afstellen’ in deze handleiding voor de bijzonderheden.

  4. Selecteer in de opnametoepassing de MV5 als ingangsbron.

    Zie de gebruikershandleiding van de software voor informatie over het toewijzen van ingangsbronnen.

  5. Opnemen.

    De microfoon is nu gebruiksklaar!

Aansluitingen en bedieningselementen

① Modusselectieknop

Druk hierop om tussen voorinstelmodi te schakelen

② Dempingsknop

Druk hierop om de microfooningang te dempen

③ Volumeregeling hoofdtelefoon

Hiermee wordt het hoofdtelefoonvolume afgesteld

④ Hoofdtelefoonuitgang

Sluit een hoofdtelefoon aan met een connector van 3,5 mm (1/8 inch)

⑤ Micro USB-poort

Voor het aansluiten van de MV5 op een computer of mobiel apparaat met de toepasselijke kabel (USB of Lightning)

⑥ Spraak-/zangmodus

De led-indicator licht op wanneer deze modus is geselecteerd

⑦ Statusindicator

Led-gedrag Status
Groen Actieve USB- of Lightning-verbinding
Rood en knippert (alle 3 de leds) Gedempt

⑧ Instrumentmodus

De led-indicator licht op wanneer deze modus is geselecteerd

Opmerking: De modus Vlak is ingeschakeld wanneer beide modus-leds UIT zijn.

Voorinstelmodi

Drie selecteerbare modi voor het afstellen van instellingen voor versterkingsfactor, niveauregeling en dynamica halen de beste geluidseigenschappen voor uw opnamebehoeften naar voren.

Modus Toepassing Eigenschappen

Spraak/zang

Gebruiken voor spraak of zang in podcasting of muziektoepassingen Niveauregeling voor het benadrukken van helderheid en volheid, en zachte compressie om niveaus consistent te houden. Een de-esser voor het verminderen van sisklanken (het rauwe geluid dat optreed wanneer woorden met een ‘s’ worden uitgesproken).

Instrument

Best voor akoestische instrumenten en toepassingen met live-muziek Heldere compressie om volumepieken vlak te strijken en zachte passages naar voren te halen. Niveauregeling accentueert details en geeft een algeheel natuurlijk geluid.

Vlak

Geschikt voor elke toepassing Een volledig onbewerkt signaal (geen niveauregeling of compressie-instellingen toegepast). Voegt flexibiliteit toe bij de verwerking van het geluid na de opname.

Geavanceerde microfooninstellingen

Na het selecteren van de voorinstellingsmodus kunt u uw audio nauwkeurig regelen met de begrenzer, de compressor en instellingen van de niveauregelaar. Deze instellingen worden bewaard in de microfoon als u andere audio- en video-opnametoepassingen gebruikt.

Begrenzer

Schakel de begrenzer in of uit om vervorming door volumepieken in uw opname te voorkomen.

Compressor

Kies geen compressie, of selecteer lichte of zware compressie om het volume te regelen wanneer uw geluidsbron dynamisch is. Stille signalen worden versterkt en luide signalen worden verlaagd.

Equalizer

Wijzig de vooringestelde modi om de DSP te horen veranderen en gebruik de equalizer om de frequentiebanden te versterken of verzwakken om de helderheid van het geluid te verbeteren.

Opmerking: Toegepaste niveauregelingen in voorinstellingen worden niet weergegeven. Het pictogram EQ op de statusbalk gevanceerde instellingen geeft echter de door de gebruiker geselecteerde niveauregeling weer.

Veranderingen in de niveauregeling worden weergegeven op het beeld van de niveauregelaar.

EQ blijft tussen de vooringestelde modusveranderingen.

Plaatsing

In dit gedeelte staan suggesties voor de plaatsing van een microfoon in normale gebruiksgevallen. Denk eraan dat er veel effectieve manieren zijn om een gegeven geluidsbron op te nemen. Experimenteer met de microfoonplaatsing en -instellingen om te weten wat het beste werkt.

Podcast en spraakopname

Stel de microfoon af op de modus Spraak/zang. Spreek rechtstreeks in de voorzijde van de microfoon op 5-30 cm (2-12 inch) afstand. Dichter bij de microfoon spreken vergroot de basweergave, vergelijkbaar met gesproken tekst in een radio-uitzending. Regel zo nodig de versterkingsfactor nogmaals af.

Muziek, zang en akoestische instrumenten

Voor het registreren van akoestische geluidsbronnen, zoals zang, akoestische gitaar, zachte percussie of andere muziekinstrumenten, wordt de microfoon dicht bij de bron geplaatst. Begin voor het beste resultaat met de instrumentmodus.

Richt de microfoon rechtstreeks op de geluidsbron. Plaats bij één geluidsbron, zoals een snaarinstrument of zanger, de microfoon op 15 tot 30 cm (6 tot 12 inch) afstand. Gebruik voor een kleine groep of een performer die tegelijkertijd zingt en een instrument bespeeld, een afstand van 0,6 m tot 3 m (2 tot 10 voet). Wanneer de microfoon verder weg wordt geplaatst, resulteert dit in meer omgevingsgeluid. Regel zo nodig de versterkingsfactor nogmaals af.

Bands en luidere bronnen

Begin voor het opnemen van een band met drums, versterkte instrumenten of andere sterke geluidsbronnen voor het beste resultaat met de instrumentmodus. Richt de microfoon naar de groep op een afstand van 1,83 tot 4,6 m (6 tot 15 voet). De plaatsing van de microfoon is afhankelijk van de grootte van de ruimte, het aantal personen en het volume van de instrumenten. Loop zo mogelijk door de ruimte en luister waar het geluid het beste klinkt. Regel zo nodig de versterkingsfactor nogmaals af.

Richt bij één elektrische-gitaarversterker de microfoon naar het midden van de luidspreker op een afstand van 0 tot 45 cm (0 tot 18 inch).

Aanvullende tips

Shure biedt aanvullende educatieve publicaties over opnametechnieken voor specifieke instrumenten en toepassingen. Ga naar www.shure.com voor meer informatie.

Microfoonniveau afstellen

Het microfoonniveau (de versterkingsfactor) hoeft gewoonlijk niet te worden afgesteld bij gebruik van de juiste voorinstelmodus. Als u echter vervorming hoort of het geluid te zacht is, dient u het microfoonniveau af te stellen in het onderdeel Audio of Geluid van het Configuratiescherm van uw computer of op het opnameapparaat.

Denk aan het volgende:

  • Stel het microfoonniveau af voordat het hoofdtelefoonvolume wordt afgeregeld.
  • Het hoofdtelefoonvolume is niet van invloed op het signaalniveau dat naar de computer wordt gestuurd.
  • Stel met het duimwiel op de microfoon het hoofdtelefoonvolume af tot een comfortabel niveau. Wijzig de versterkingsfactor van de microfoon niet om het hoofdtelefoonvolume te regelen.

Hoofdtelefoonniveau afstellen

Het niveau van de hoofdtelefoonmonitor wordt beïnvloed door het niveau van het apparaat en de computerinstellingen. Verhoog het computervolume en stel de hoofdtelefoon eenvoudig af via het MV5-duimwiel.

Configuratiescherm openen

Windows
  1. Open het onderdeel Geluid van het Configuratiescherm en selecteer het tabblad Opnemen.
  2. Open het apparaat Shure MV5.
  3. Stel op het tabblad Niveaus het versterkingsniveau in m.b.v. de schuifregelaar.
Mac®
  1. Open het paneel Audio/MIDI-instellingen.
  2. Selecteer het apparaat Shure MV5.
  3. Klik op Invoer om het versterkingsniveau in te stellen m.b.v. de schuifregelaar.

Mac-paneel voor audio-instellingen

Niveau ingangsmeter

Als uw digitale audiowerkstation of opnamesoftware over ingangsmeters beschikt, stel dan het microfoonniveau zo af dat de pieken tussen –12 en –6 dB liggen. Zo niet luister dan gewoon naar het geluid en let erop dat het hard genoeg en onvervormd is.

Piekniveaus

Het streefbereik van piekniveaus op een normale meter ligt tussen –12 en –6 dB.

Via de hoofdtelefoon luisteren

De hoofdtelefoonbus levert een gelijke mengverhouding van het rechtstreekse microfoonsignaal en het afspeelgeluid van de computer. Zo kunt u handig voor beide het hoofdtelefoonvolume afstellen met maar één regelaar, het duimwiel op de MV5. Voor het afregelen van de hoeveelheid afspeelgeluid t.o.v. het rechtstreekse microfoonsignaal kunt u de instellingen van de computer of het DAW-mengpaneel gebruiken.

Tip: Verhoog bij de eerste keer aansluiten van de microfoon op de computer het volumeniveau in het onderdeel Geluid van het Configuratiescherm van de computer voor een sterk geluidssignaal. Regel vervolgens het hoofdtelefoonniveau af voor een comfortabel controleniveau.

Bemonsteringssnelheid en bitdiepte

De instellingen voor de bemonsteringssnelheid en bitdiepte zijn te vinden in een vervolgkeuzelijst in het onderdeel Audio of Geluid van het Configuratiescherm van uw computer. U kunt deze variabelen naar behoefte afstellen. Selecteer een lagere bemonsteringssnelheid voor podcast-opnamen, wanneer het belangrijk is om een kleiner bestand te hebben om sneller te downloaden. Selecteer een hogere bemonsteringssnelheid voor muziek en opnamen met meer dynamiek.

Tip: Gebruik een hogere bemonsteringssnelheid voor de opname en zet deze om in een M4A voor een bestand van de hoogste geluidskwaliteit met een werkbare grootte.

Tip voor pc-gebruikers: Zorg ervoor dat de microfooninstellingen voor de bemonsteringssnelheid en bitdiepte, die in het onderdeel Geluid van het Configuratiescherm van de computer zijn opgenomen, overeenkomen met de bemonsteringssnelheid en bitdiepte die zijn geselecteerd in de gebruikte software.

Probleemoplossing

Probleem Oplossing
Display licht niet op Zorg dat de MV5 er volledig is ingestoken.
Geluid is te zacht Controleer de instellingen van het onderdeel Geluid van het Configuratiescherm van de computer. Verhoog bij de eerste keer aansluiten van de MV5 op de computer het volumeniveau van de computer.
Geluid klinkt slecht Controleer het onderdeel Geluid van het Configuratiescherm van de computer om zeker te zijn dat de MV5 volledig is aangesloten en wordt herkend.
Geluid is vervormd Gebruik de audiometer om ervoor te zorgen dat volumepieken binnen het streefbereik vallen. Als het niveau de rode piekindicator van de ingangsmeter bereikt, draai de versterkingsfactor dan omlaag.
Geluid klinkt onnatuurlijk of trilt Zorg ervoor dat de microfooninstellingen voor de bemonsteringssnelheid en bitdiepte, die in het onderdeel Geluid van het Configuratiescherm van de computer zijn opgenomen, verenigbaar zijn met de bemonsteringssnelheid en bitdiepte die zijn geselecteerd in de gebruikte software.
MV5 is aangesloten, maar de volumemeter registreert geen signaal. Stel de privacy-instellingen voor het iOS-apparaat in onder SETTINGS > PRIVACY > MICROPHONE om de opnametoepassing toestemming te geven voor het gebruik van de microfoon.
Apparaat werkt niet met USB-hub. De MV5 heeft per poort 250 mA nodig. Controleer documentatie van de USB-hub voor de specificatie van stroom/poort.

Systeemvereisten en compatibiliteit

Windows
  • Windows 7 en hoger
  • Minimaal RAM = 64 MB
  • USB 2.0
Macintosh
  • OS X Lion 10.7 en hoger
  • Minimaal RAM = 64 MB
  • USB 2.0
iOS
  • iOS 10.0 en hoger
iPhone
  • iPhone 5 en hoger
iPod Touch
  • 5e generatie
iPad
  • iPad 4e generatie en hoger
iPad Mini
  • iPad Mini 1e generatie en hoger

Productgegevens

MFi-gecertificeerd

Ja

DSP-modi (voorinstellingen)

Vocaal/instrument/vlak

Type capsule

Elektreetcondensator (16 mm)

Polairpatroon

Unidirectioneel (cardioïde)

Bitdiepte

16-bit/24-bits

Bemonsteringssnelheid

44,1/48 kHz

Frequentiekarakteristiek

20 Hz tot 20,000 Hz

Instelbaar versterkingsbereik

0 tot +36 dB

Gevoeligheid

-40 dBFS/Pa bij 1 kHz [1][2}

Maximum-SPL

130 dB SPL [2]

Hoofdtelefoonuitgang

3,5 mm (1/8")

Voedingsvereisten

Gevoed via USB of Lightning

Dempingsschakelaarverzwakking

Ja

Montagestandaard

Inbegrepen

Adapter voor standaard

Schroefdraad 1/4 inch 20 (standaard driepootvoet)

Behuizing

PC/ABS

Nettogewicht

Zonder montagestandaard 0,09 kg(3,17oz.)
Met montagestandaard 0,16 kg(5,64oz.)

Afmetingen

66 x 67 x 65 mm H x B x D

Afmetingen inclusief standaard

89 x 142 x 97 mm H x B x D

Kabel

USB-kabel van 1 m/Lightning-kabel van 1 m (Alleen LTG-modellen)

[1]1 Pa=94 dB SPL

[2]Bij minimale versterkingsfactor, vlakke modus

Polairpatroon

Frequentiekarakteristiek

Accessoires

Bijgeleverde accessoires

MV5-desktopstandaard AMV5-DS
USB-kabel van 1 m AMV-USB
Lightning-kabel van 1 m AMV-LTG

Certificering

Information to the user

This device complies with part 15 of the FCC Rules. Operation is subject to the following two conditions:

  1. This device may not cause harmful interference.
  2. This device must accept any interference received, including interference that may cause undesired operation.

Note: This equipment has been tested and found to comply with the limits for a Class B digital device, pursuant to part 15 of the FCC Rules. These limits are designed to provide reasonable protection against harmful interference in a residential installation. This equipment generates uses and can radiate radio frequency energy and, if not installed and used in accordance with the instructions, may cause harmful interference to radio communications. However, there is no guarantee that interference will not occur in a particular installation. If this equipment does cause harmful interference to radio or television reception, which can be determined by turning the equipment off and on, the user is encouraged to try to correct the interference by one or more of the following measures:

  • Reorient or relocate the receiving antenna.
  • Increase the separation between the equipment and the receiver.
  • Connect the equipment to an outlet on a circuit different from that to which the receiver is connected.
  • Consult the dealer or an experienced radio/TV technician for help.

Compliantielabel Industry Canada ICES-003: CAN ICES-3 (B)/NMB-3(B)

Opmerking: De test wordt gebaseerd op het gebruik van meegeleverde en aanbevolen kabeltypen. Bij gebruik van andere dan afgeschermde kabeltypen kunnen de EMC-prestaties worden aangetast.

Dit product voldoet aan de essentiële vereisten van alle toepasselijke Europese richtlijnen en komt in aanmerking voor CE-markering.

De CE-conformiteitsverklaring kan worden verkregen via: www.shure.com/europe/compliance

Erkende Europese vertegenwoordiger:

Shure Europe GmbH

Hoofdkantoren in Europa, Midden-Oosten en Afrika

Afdeling: EMEA-goedkeuring

Jakob-Dieffenbacher-Str. 12

75031 Eppingen, Duitsland

Telefoon: +49-7262-92 49 0

Fax: +49-7262-92 49 11 4

E-mail: info@shure.de

Het label ‘Made for Apple’ betekent dat een accessoire is ontworpen om specifiek te worden aangesloten op Apple-producten die op het label zijn vermeld en door de ontwikkelaar zijn gecertificeerd om te voldoen aan de prestatienormen van Apple. Apple is niet verantwoordelijk voor de werking van dit apparaat of de naleving van de veiligheids- en regelgevingsnormen.

Apple, iPad, iPhone, iPod en Lightning zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de VS en andere landen. tvOS is een handelsmerk van Apple Inc. Het handelsmerk ‘iPhone’ wordt in Japan gebruikt met een licentie van Aiphone K.K.

Mac en Lightning zijn gedeponeerde handelsmerken van Apple Inc.