Belangrijke voorzorgsmaatregelen

  1. Lees deze instructies - Alle veiligheids- en bedieningsinstructies dienen te worden gelezen voordat met het apparaat of systeem wordt gewerkt.
  2. Bewaar deze instructies - De veiligheids- en bedieningsinstructies zijn belangrijk en dienen altijd ter naslag beschikbaar te zijn.
  3. Volg alle waarschuwingen op - Alle waarschuwingen op het apparaat en in de bedieningsinstructies dienen te worden aangehouden.
  4. Volg alle instructies op - Alle instructies voor de plaatsing en het gebruik/de bediening dienen te worden opgevolgd.
  5. Gebruik dit apparaat niet in de buurt van water - Gebruik dit apparaat niet in een omgeving met water of een hoge vochtigheidsgraad, bijvoorbeeld in de buurt van een badkuip, wastafel, spoelbak of wasteil, in een vochtige kelder, bij een zwembad, in een installatie buitenshuis zonder afdoende bescherming of enig ander gebied dat als natte locatie wordt geclassificeerd.
  6. Waarschuwing: stel om het risico op brand of elektrische schokken te verminderen het apparaat niet bloot aan regen of vocht en plaats geen met water gevulde voorwerpen als vazen op het apparaat.
  7. Reinig alleen met een droge doek - Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat reinigen. Gebruik geen vloeibare reinigingsmiddelen of spuitbussen met reinigingsmiddel.
  8. Dicht geen ventilatieopeningen af. Plaats het apparaat volgens de instructies van de fabrikant - Indien er openingen in de behuizing zijn voorzien, zijn deze bedoeld voor de ventilatie, voor een veilige werking van het apparaat en ter bescherming tegen oververhitting. Dit apparaat mag alleen worden ingebouwd als er voor afdoende ventilatie gezorgd is of de instructies van de fabrikant zijn aangehouden.
  9. Plaats het apparaat niet in de buurt van warmtebronnen, zoals radiatoren, warmteroosters, kachels of andere apparaten (waaronder versterkers) die warmte genereren.
  10. Plaats de eenheid niet op een plaats waar deze wordt blootgesteld aan direct zonlicht, overmatig stof of overmatige vochtigheid, mechanische trillingen of schokken.
  11. Plaats om de condensatie van vocht te voorkomen de eenheid niet op een plaats waar de temperatuur snel kan stijgen.
  12. Zorg ervoor dat de beveiliging van de gepolariseerde stekker of randaardestekker intact blijft. Een gepolariseerde stekker heeft twee pennen waarbij er één breder is dan de andere. Een randaardestekker heeft twee pennen en een extra aardaansluiting. De breedste pen en de aardaansluiting zijn bedoeld om uw veiligheid te garanderen. Als de meegeleverde stekker niet in de contactdoos past, vraag een elektricien dan om de verouderde contactdoos te vervangen.
  13. Bescherm de voedingskabel tegen erop lopen of afknelling, vooral in de buurt van stekkers en uitgangen en op de plaats waar deze het apparaat verlaten.
  14. Gebruik uitsluitend door de fabrikant gespecificeerde hulpstukken/accessoires. Het apparaat dient te worden bevestigd in overeenstemming met de instructies van de fabrikant, waarbij gebruik wordt gemaakt van een door de fabrikant aanbevolen bevestigingsaccessoire.
  15. Gebruik het apparaat uitsluitend in combinatie met een door de fabrikant gespecificeerde of met het apparaat meegeleverde wagentje, standaard, driepoot, beugel of tafel.
    Wanneer een wagentje wordt gebruikt, dient u voorzichtig te zijn bij het verplaatsen van de combinatie van wagentje en apparaat om letsel door omkantelen te voorkomen. Abrupt stoppen, overmatige kracht en ongelijke ondergronden kunnen ervoor zorgen dat de combinatie omslaat.
  16. Haal de stekker van dit apparaat uit de contactdoos tijdens onweersbuien met bliksem of wanneer het lange tijd niet wordt gebruikt. – Niet van toepassing wanneer speciale functies moeten blijven werken, zoals evacuatiesystemen.
  17. Laat onderhoud altijd uitvoeren door bevoegd servicepersoneel. Onderhoud moet worden uitgevoerd wanneer het apparaat op enigerlei wijze is beschadigd, bijvoorbeeld beschadiging van netsnoer of stekker, vloeistof of voorwerpen in het apparaat zijn terechtgekomen, het apparaat is blootgesteld aan regen of vocht, niet naar behoren werkt of is gevallen.
  18. Vervangingsonderdelen - Zorg er bij de vervanging van onderdelen voor dat de onderhoudsmonteur gebruikmaakt van vervangingsonderdelen die door de fabrikant zijn gespecificeerd of beschikken over dezelfde kenmerken als het originele onderdeel.

    Niet-goedgekeurde vervangingen kunnen brand, elektrische schokken of andere gevaren tot gevolg hebben.

  19. Veiligheidscontrole - Zodra onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan dit apparaat zijn uitgevoerd, dient de onderhoudsmonteur te worden gevraagd veiligheidscontroles uit te voeren om vast te stellen dat het apparaat zich in de juiste gebruiksstaat bevindt.
  20. Overbelasting - Zorg ervoor dat stopcontacten en verlengsnoeren niet overbelast worden, aangezien dit brand of elektrische schokken tot gevolg kan hebben.
  21. Voedingsbronnen - Dit apparaat mag uitsluitend worden gebruikt met een op het markeringslabel aangegeven type voedingsbron. Als u niet zeker bent over het type voeding dat u wilt gaan gebruiken, dient u contact op te nemen met uw dealer of lokale elektriciteitsonderneming. Voor apparaten die op batterijvoeding of met andere voedingsbronnen gebruikt gaan worden, dient u de bedieningsinstructies te raadplegen.
  22. Elektriciteitskabels - Een buitensysteem mag zich niet in de nabijheid van bovengrondse elektriciteitskabels of andere verlichtings- of stroomcircuits bevinden of op een plaats waar het met dergelijke elektriciteitskabels of circuits in aanraking kan komen. Bij plaatsing van een buitensysteem dient uiterste zorgvuldigheid te worden betracht om te voorkomen dat dergelijke elektriciteitskabels of circuits worden geraakt, aangezien aanraking fatale gevolgen kan hebben.
  23. Binnendringen van voorwerpen en vloeistoffen - Duw nooit voorwerpen van welke aard dan ook door openingen het apparaat in, aangezien deze in aanraking kunnen komen met punten waarop spanning staat of kortsluiting bij onderdelen kunnen veroorzaken, hetgeen brand of elektrische schokken tot gevolg kan hebben.

    Mors nooit vloeistoffen van welke aard dan ook op het apparaat. Als een vloeistof of vast voorwerp in de kast terechtkomt, moet de stekker van de eenheid uit de voedingsbron worden gehaald en moet de eenheid door gekwalificeerd personeel worden gecontroleerd voordat het apparaat weer in gebruik wordt genomen.

Labels

‘Bliksemschichtsymbool’ met de bliksemschicht met pijlpunt in een gelijkzijdige driehoek is bedoeld om de gebruiker te wijzen op de aanwezigheid van niet-geïsoleerde ‘gevaarlijke spanning’ in de behuizing van het product, die voldoende sterk kan zijn om een risico op schokken te vormen.
‘Uitroeptekensymbool’ met het uitroepteken in een gelijkzijdige driehoek is bedoeld om de gebruiker te wijzen op de aanwezigheid van belangrijke bedienings- en onderhoudsinstructies in de bij het product behorende documentatie.

Opmerking over stroomaansluitingen

Controleer dat de spanning van uw plaatselijke voedingsbron zich binnen de bedrijfsspanning van de eenheid bevindt. Als de spanning moet worden omgevormd, dient u contact op te nemen met uw DIS-dealer of gekwalificeerd personeel.

Zet de voedingsschakelaar op ‘Uit’ als deze meerdere dagen niet wordt gebruikt.

Belangrijk: De apparatuur moet op massa (aarde) worden aangesloten

De aders in de met de apparatuur meegeleverde stroomkabel zijn gekleurd in overeenstemming met de volgende codering:

  • Groen-en-gele draad (aarde)
  • Blauw neutraal
  • Bruin live
  • De groen-en-gele draad moet worden aangesloten op de aansluiting in de stekker die is gemarkeerd met de letter ‘E’ of met het aardingssymbool of met de kleuren geel en groen.
  • De blauwe draad moet worden aangesloten op de aansluiting die is gemarkeerd met de letter ‘N’ of de kleur zwart.
  • De bruine draad moet worden aangesloten op de aansluiting die is gemarkeerd met de letter ‘L’ of de kleur rood.
  • Voor apparatuur die op de voeding moet worden aangesloten, dient de contactdoos nabij de apparatuur geplaatst en gemakkelijk toegankelijk te zijn.

Voeding uitschakelen

Apparaten met of zonder aan/uit-schakelaar worden gevoed zolang de voedingskabel op de voedingsbron is aangesloten. Het apparaat is echter alleen bedrijfsklaar als de aan/uit-schakelaar in de stand On (Aan) is geplaatst. Voor alle apparaten is de voedingskabel de belangrijkste voorziening om de voeding uit te schakelen.

Overzicht

Het Shure Microflex® Complete (MXC) Digital Conference System is ontworpen voor vergaderingen met meerdere sprekers en actieve deelnemers aan vergaderingen. Eén enkel systeem ondersteunt MXC- en oudere DCS-conferentie-eenheden, speciale tolkconsoles en integratie met SW6000 vergaderbeheersoftware.

Microflex® Complete voldoet aan de internationale conferentienormen en ondersteunt geavanceerde sprekerscontrole, simultaanvertaling, stemfuncties en conferentiebeheer voor maximaal 3800 deelnemers.

Opmerking: Oudere DIS 5900- en 6000-conferentie-eenheden kunnen worden bijgewerkt naar de nieuwste firmware voor gebruik met MXC-systemen, maar bieden geen ondersteuning voor de uitgebreide functionaliteit van MXC-conferentie-eenheden. DIS 5900-eenheden die zijn bijgewerkt naar de nieuwste firmware zijn niet langer compatibel met oudere DIS 5900-systemen.

CCU-functies

  • Bestuurt een systeem van conferentie-eenheden, tolkconsoles en kanaalkeuzesystemen
  • Overdracht van beveiligde audiosignalen met een bedrijfseigen algoritme
  • Biedt een webserver voor geavanceerde bediening via een browserinterface
  • Voedt de eenheden van het systeem met stroom
  • Ondersteunt tot 31 tolkkanalen voor meertalige vergaderingen
  • Biedt acht audio-uitgangen om tolkkanalen of microfoongroepen naar PA-systemen, audiomixers, audiorecorders of een taaldistributiesysteem te sturen
  • Biedt twee audio-ingangen voor het aansluiten van draadloze microfoons, verwerkte audiosignalen, een uitgezonden noodbericht (EEM, emergency broadcast message) of muziek tijdens vergaderingsonderbrekingen
  • Eén rack-eenheid (1RU) kan op een standaard rek van 19 inch worden gemonteerd

Het bestand met functielicentie kopen

Neem contact op met uw regionale verkoopvertegenwoordiger van Shure om een functielicentiebestand aan te schaffen voor het inschakelen van uitbreidingsfuncties. De functies zijn gebundeld in één .xml-bestand dat specifiek is gegenereerd voor het serienummer van de CCU.

Een functielicentie aan de CCU toevoegen

Neem contact op met uw regionale verkoopvertegenwoordiger van Shure om een functielicentiebestand aan te schaffen voor het inschakelen van uitbreidingsfuncties. De functies zijn gebundeld in één .xml-bestand dat specifiek is gegenereerd voor het serienummer van de CCU. Nadat u een licentiebestand hebt aangeschaft, kunt u het naar de eenheid uploaden met behulp van de CCU-webinterface:

  1. Sla het licentiebestand (.xml-extensie) op de computer of het USB-station op.
  2. Sluit de CCU aan en open de webinterface. Meld u aan als Admin als er een wachtwoord is ingesteld.
  3. Ga naar de pagina License (System > License).
  4. Selecteer Browse om het licentiebestand te zoeken.
  5. Selecteer Go om het bestand op de CCU te installeren. De eenheid zal opnieuw worden opgestart.

Na het installeren van het licentiebestand

De CCU Central Unit beschikt over de volgende functionaliteit:

  • Conferentie-eenheden max. 250
  • Tolkkanalen max. 4
  • Vox, stemactivering: Ja
  • Stemming: Ja

Conferentie-eenheden die zijn geconfigureerd als dubbele eenheden tellen als 2 eenheden.

Door het verkrijgen van extra functielicenties kan de functionaliteit worden uitgebreid met andere functies, zoals het verhogen van het maximum aantal ondersteunde conferentie-eenheden tot 3800, of het uitbreiden van het aantal ondersteunde tolkkanalen tot 8, 16 of 31

DIS-CCU Centrale regelingseenheid

Centrale besturingseenheid voor MXC- en oudere DIS-lijnen van conferentiesystemen. Bevat een webinterface voor systeemconfiguratie, microfoonbediening en weergave van de sprekerslijst tijdens de vergadering.

Inbegrepen:

  • Aansluitblok voor EEM-connector
  • Rekbeugels van 19 inch
  • USB-stick met gebruikershandleidingen
  • Vergrendelingstool voor zwanenhalsmicrofoon

Vereenvoudigd audiodiagram

Beschrijving CCU-hardware

Voorpaneel
① Menuscherm Een OLED-display met 2 x 20 tekens maakt systeemconfiguratie zonder computer mogelijk.
② Navigatieknoppen Toetsenbord met 5 knoppen voor het configureren van het systeem zonder computer.
③ Aan/uit-knop De aan/uit-knop schakelt de Central Unit in en uit. Alle aangesloten DCS-LAN-eenheden en voedingen worden automatisch in- of uitgeschakeld met de CCU.
  • Groen = ingeschakeld
  • Rood = uitgeschakeld, maar op de voedingsbron aangesloten
  • Uit = de CCU is niet op een voedingsbron aangesloten

Opmerking: Systeeminstellingen worden opgeslagen en blijven gedurende een stroomcyclus behouden.

Achterpaneel
④ Voedingsconnector De schroefdraadconnector wordt bevestigd aan de voeding van de PS-CCU.
⑤ DCS-LAN-uitgangen Er zijn vier RJ45-ingangen beschikbaar voor het aansluiten van de conferentie-eenheden, die samen het DCS-LAN vormen. De DCS-LAN-keten draagt op veilige wijze digitale audio, besturingsgegevens en voeding over via dezelfde kabel. Gebruik een of meer van de vier uitgangen voor verschillende lay-outconfiguraties.

Belangrijk: Sluit alleen DCS-LAN-apparatuur aan op deze uitgang.

⑥ Bedieningsconnector (TCP/IP) De RJ45-connector biedt toegang tot de ingebouwde webapplicatie vanaf een computer of voor aansluiting op een besturingssysteem zoals AMX® of Crestron®.
⑦ Audio-uitgangen Acht gebalanceerde, mannelijke XLR-connectors voor aansluiting op PA-systemen, audiomixers, audiorecorders of een taaldistributiesysteem.
⑧ Audio-ingangen Twee gebalanceerde, vrouwelijke XLR-connectors voor het toevoegen van externe audioapparatuur aan de vergadering, zoals draadloze microfoons, een teleconferentiesysteem, verwerkte audiosignalen, een uitgezonden noodbericht (EEM, emergency broadcast message) of muziek tijdens vergaderingsonderbrekingen. Ingangsversterking en -volume zijn in te stellen op het CCU-voorpaneel of in de webapplicatie.
⑨ Connector noodschakelaar Biedt een bij noodgevallen overschrijvend signaal. Wanneer de aangesloten schakelaar is gesloten, wordt het audiosignaal op ingang 2 verdeeld over alle uitgangskanalen, waarbij alle andere audio-ingangen worden overschreven.

Menunavigatie

De CCU biedt bedieningselementen vanaf het voorpaneel voor het instellen en configureren van het systeem. Gebruik het toetsenbord met 5 knoppen om door het menu te navigeren en instellingen te wijzigen.

De onderstaande afbeelding geeft een overzicht van de menustructuur.

  • Gebruik de pijltjestoetsen om door menu-items te bladeren
  • Druk op de knop Enter (midden) om naar een bewerkbaar veld te navigeren.
  • Gebruik de knoppen omhoog/omlaag om door de beschikbare waarden te bladeren

Menu-overzicht - DCS 6000-modus

MXC-conferentie-eenheden

MXC-conferentie-eenheden vereenvoudigen communicatie tussen deelnemers aan groepsbijeenkomsten en conferenties. De eenheden stellen deelnemers in staat om duidelijk te spreken en gehoord te worden door het combineren van een zwanenhalsmicrofoon, luidspreker, hoofdtelefoonbus en bedieningselementen, zelfs bij grote meertalige evenementen. Voor geavanceerde vergadertaken bevatten sommige conferentie-eenheden functies om te stemmen, de agenda te volgen, sprekers te beheren en meer.

Opmerking: Luidspreker- en vergaderingsbeheerinstellingen kunnen zeer goed worden geconfigureerd en kunnen worden afgestemd op de vereisten van uw evenement. Zie opstelling van de vergadering voor meer informatie.

Beschrijvingen van hardware van conferentie-eenheid

Niet alle functies zijn beschikbaar op alle MXC-conferentie-eenheden.

Functieknop (linkerknop)

Wordt gebruikt voor een verscheidenheid aan functies met betrekking tot spreken en deelnemersbeheer. Deze knop dempt standaard de microfoon van de deelnemer.

Spreekknop (rechterknop)

De spreekknop wordt gebruikt om de microfoon van een deelnemer en een verscheidenheid aan functies met betrekking tot spreken en deelnemersbeheer te bedienen.

Hoofdtelefoonuitgang 3,5 mm-aansluiting, gebruikt voor ondersteund luisteren naar vloer-/luidsprekeraudio en naar tolkaudio.
Sleuf NFC-kaartlezer Hiermee kunnen deelnemers inloggen en verifiëren met een Shure NFC-kaart.
NFC-statusindicator Geeft de status van de NFC-kaartlezer weer op compatibele apparaten.
Volumeregeling Hiermee verhoogt en verlaagt u het afspeelvolume.
Selectiehulpmiddel voor kanalen Hiermee wordt het audiokanaal voor de hoofdtelefoonuitgang geselecteerd.
Kanaalindicator Geeft het geselecteerde tolkkanaal aan.
Microfooningang Vergrendelbare connector, compatibel met Shure Microflex zwanenhalsmicrofoons.
DCS-LAN-netwerkverbinding RJ-45 in/uit-poorten zorgen voor stroom, audio en besturingsinformatie op dezelfde kabel.
Luidspreker Geeft een individueel, lokaal audiosignaal van de vloermix.
Stemknoppen Configureerbaar voor stemmingen met 2, 3 of 5 knoppen.
Connectors frontpaneel Aansluiting (poort A en poort B) voor ingebouwde interfaceplaten. De kabel voert audio en data-informatie van en naar de frontplaat.
XLR-ingang Mic/Line-audio-ingang. Kies tussen poort A en XLR-Mic /XLR-Line in het instellingenmenu van het apparaat. XLR-ingang is uitgeschakeld in de dubbele modus.
Ground-lift-schakelaar Koppelt de aarde los van pen 1 van de XLR-ingang.
Aanraakscherm Zorgt voor stemming en geavanceerde vergaderinteractie.

Draagbare modelvarianten

Draagbare varianten van conferentie-eenheden staan op een tafelblad of podium voor een eenvoudige herconfiguratie. De bekabeling wordt door de basis van de eenheid geleid.

MXC615- en MXC620-conferentie-eenheid

Met deelnemersidentificatie door middel van NFC-kaart (alleen MXC620), tweetalige kanaalkeuzeschakelaar en een optionele braille ‘Mute/Speak’-overlay. Ondersteunt voorzitter, afgevaardigde en dubbele delegatieconfiguraties.

Opmerking: Dubbele delegatie biedt geen ondersteuning van NFC.

MXC630-conferentie-eenheid met stemfunctie

Conferentie-eenheid met stemmogelijkheden, deelnemersidentificatie met behulp van een NFC-kaart, kanaalkeuzeschakelaar voor één taal en geïntegreerde ‘Mute/Speak’-labels in braille voor spreek- en functieknoppen. Ondersteunt voorzitter en delegatierollen.

MXC640-conferentie-eenheid met aanraakscherm

Conferentie-eenheid met aanraakschermbediening, stemmogelijkheden, deelnemersidentificatie met behulp van NFC-kaart, tweetalige kanaalkeuzeschakelaar en geïntegreerde braille ‘Mute/Speak’-labels voor spreek- en functieknoppen. Ondersteunt voorzitter, afgevaardigde en dubbele delegatieconfiguraties.

Opmerking: Dubbele delegatie biedt geen ondersteuning van NFC.

MXC605-conferentie-eenheid

MXC605 draagbare conferentie-eenheden ondersteunen afgevaardigde, voorzitter en gerelateerde rollen, worden geconfigureerd via de CCU, en kunnen worden voorzien van vervangbare overlays om knopfuncties aan te duiden.

Opmerking: In tegenstelling tot andere MXC-conferentie-eenheden maakt de MXC605 gebruik van een 3-pens zwanenhalsconnector die is geoptimaliseerd voor Shure GM406/416/420/425-microfoons.

Knopoverlays:

Ingebouwde modelvarianten

De varianten van de ingebouwde conferentie-eenheden kunnen permanent op een tafel of podium worden gemonteerd. Het ontwerp met laag profiel verbergt de voet en bekabeling onder het tafelblad.

MXC620-F-conferentie-eenheid

Ingebouwde conferentie-eenheid met NFC-kaartidentificatie voor deelnemers en kanaalkeuzeschakelaar voor één taal. Ondersteunt voorzitter en delegatierollen.

MXC630-F-stemeenheid

Ingebouwde stemconferentie-eenheid met NFC-capaciteit, kanaalkeuzeschakelaar voor één taal. Ondersteunt voorzitter en delegatierollen.

MXCMIU multi-interface-eenheid

Een compacte conferentie-eenheid voor toepassingen met beperkte montageruimte. Voor gebruik met ingebouwde interfaceplaten via poort A en poort B, of externe audio via de XLR-ingang. Kan worden aangesloten op HM 4042 handheld microfoon, oudere DIS-interfaceplaten of knoppen van derden en LED’s via de optionele MXC-ACC-HD15-adapter. Ondersteunt voorzitter, afgevaardigde en dubbele delegatieconfiguraties.

MXCMIU-FS | MXCMIU-FL ingebouwde verbindingsplaten

MXC605-FS/FL-conferentie-eenheden

De ingebouwde MXC605-F-eenheden zijn beschikbaar in twee modellen. De MXC605-FS is een kleinere eenheid met beperkte regelmogelijkheden; de MXC605-FL biedt beluistering van maximaal 4 tolkkanalen. Op beide versies kan een optionele MXC605­LS-luidspreker worden aangesloten.

Beide eenheden ondersteunen afgevaardigde, voorzitter en gerelateerde rollen. Rollen worden geconfigureerd via de CCU, en knopfuncties kunnen worden aangeduid met vervangbare overlays.

Opmerking: In tegenstelling tot andere MXC-conferentie-eenheden maakt de MXC605 gebruik van een 3-pens zwanenhalsconnector die is geoptimaliseerd voor Shure GM406/416/420/425-microfoons.

Knopoverlays:

NFC-kaartfunctionaliteit

NFC-kaartfunctionaliteit is een functie waarbij deelnemers zich identificeren of inloggen op het systeem door gebruik te maken van een MXC NFC-kaart.

In een stand-alone systeem identificeert de kaart de deelnemer met zijn naam. Gebruik de gratis Shure NFC-kaartprogrammeerapplicatie (beschikbaar op www.shure.com) en een geautoriseerd NFC-kaartprogrammeerapparaat om deze informatie te coderen op een ondersteunde NFC-kaart.

De NFC-status wordt aangegeven met een led op de meeste apparaten, of op het lcd-scherm voor aanraakschermen:

Aanduiding NFC-status
Blauw Gebruik van NFC-kaarten is ingeschakeld
Groen De kaart is geverifieerd en/of de gebruiker is ingelogd
Groen (knippert langzaam) Herverificatie is vereist
Rood (knippert snel) Kaart is ongeldig in het systeem
Uit Gebruik van NFC-kaarten is ingeschakeld

Bij gebruik in combinatie met SW6000 bevat de NFC-kaart de informatie deelnemer-ID, inlogCode en locatie-ID, waarmee het Microflex® Complete systeem inlogt en de deelnemer controleert met behulp van de SW6000 database. De functionaliteit in het algemeen wordt uitgelegd in de SW6000 CAA gebruikershandleiding.

Eén kaart kan informatie bevatten voor beide stand-alone modus systemen en voor gebruik met SW6000.

Zwanenhalsmicrofoon (MXC416, MXC420, MXC425, MXC406/MS)

Zwanenhalsmicrofoons van de MXC-serie leveren uitstekende audioprestaties met een frequentierespons die speciaal is afgestemd op spraak.

  • Commshield®-technologie voorkomt RF-ruis
  • Enkele en Dualflex-zwanenhalsopties maken flexibele positionering mogelijk
  • Vergrendelbare 10-pens modulaire connector
  • Ingebouwde led-statusindicator (led-ring)
  • Compatibel met de cardioïde, supercardioïde en omnidirectionele cartridges uit de Microflex-serie
  • Verkrijgbaar in lengtes van 40 cm (16 inch), 50 cm (20 inch) en 63 cm (25 inch), evenals de MXC406/MS-mini-shotgunmicrofoon

De microfoon op de conferentie-eenheid aansluiten

  1. Steek de microfoon in de microfoonconnector.
  2. Steek de inbussleutel in de opening naast de microfoon van de conferentie-eenheid en draai deze linksom.

Windkap met klikbevestiging

  • Klik deze in de groef onder de cartridge.
  • Voor verwijdering spreidt u de opening met een schroevendraaier of uw duimnagel.

    Belangrijk: Om beschadiging van de windkap te voorkomen, altijd goed losmaken voor verwijderen

  • Geeft een bescherming van 30 dB tegen plofgeluiden.

MXCSIGN

Het MXCSIGN elektronische displaybord is voorzien van een programmeerbare, tweezijdige elektronische papieren display. Zie de MXCSIGN-gebruikershandleiding voor meer informatie.

Conferentie-eenheden en DCS-LAN-componenten aansluiten

Conferentie-eenheden en DCS-LAN-componenten worden op volgorde (in serie) aangesloten via de twee RJ45-poorten op elke eenheid. Connectors zijn niet onderling verwisselbaar: de vorige eenheid moet worden aangesloten op de IN-poort en de volgende eenheid op de OUT-poort.

Voeding, besturingsgegevens en audio worden van de ene eenheid naar de andere overgedragen via dezelfde afgeschermde Cat5e-kabel.

Om de apparatuur te beschermen, dient u ervoor te zorgen dat de centrale besturingseenheid (CCU) altijd uit staat wanneer u de conferentie-eenheden aansluit of loskoppelt. Gebruik één van de vier connectors (A, B, C en/of D) voor het aansluiten van DCS-LAN-componenten.

  1. Schakel de CCU uit om de apparatuur te beschermen tijdens het instellen.
  2. Sluit de uitgang van een keten van de CCU aan op de eerste conferentie-eenheid met afgeschermde Cat5e-kabel.
  3. Sluit de rest van de conferentie-eenheden in serie aan met behulp van de RJ45-aansluitingen aan de onderkant van elke eenheid.
  4. Gebruik de meegeleverde kabelklem om de kabels vast te zetten.
  5. Schakel de CCU in door op de aan/uit-knop te drukken. De conferentie-eenheden gaan aan. De eenheid blijft stabiel zodra de leds van de bedieningsknop niet meer knipperen.

    Waarschuwing: Schakel de CCU niet uit totdat het systeem is gestabiliseerd

Aansluitschema’s

In de volgende systeemschema’s worden de standaard hardwareverbindingen met de CCU weergegeven. De werkelijke installaties kunnen gebruikmaken van verschillende hardwarecombinaties, maar volgen de algemene concepten die hieronder worden beschreven.

Opmerking: Ingebouwde en draagbare conferentie-eenheden zijn op de volgende tekeningen onderling verwisselbaar, tenzij anders aangegeven.

Basisinstelling met conferentie-eenheden

Het systeem is operationeel zonder het gebruik van een computer. Gebruik het CCU-navigatiescherm om de instelling van de spraakbediening indien nodig te wijzigen. Gebruik de CCU-webinterface als geavanceerde instelopties nodig zijn.

Basissysteem met meerdere ketens

Redundantie

Het systeem werkt zonder gebruik van een computer. Gebruik het CCU-navigatiescherm om de installatie in te stellen.

Kabelredundantie in een MXC-systeem kan worden bereikt door de DCS-LAN OUT-poort van de laatste MXC-conferentie-eenheid aan te sluiten op een MXC Redundancy Interface Box (MXC-ACC-RIB), en terug te linken naar een DCS-LAN-poort op de CCU.

Opmerking: Systemen met oudere DIS-eenheden ondersteunen geen kabelredundantie.

Basissysteem met redundante bekabeling

Computer voor geavanceerde besturing

Sluit een computer op de CCU aan voor uitgebreid systeembeheer via een webbrowser. Sluit een ethernetkabel aan tussen de speciale TCP/IP-poort en een computer.

Sluit de TCP/IP-poort van de CCU aan op de computer

Mixer of DSP

Sluit een mixer aan op de analoge uitgangen van de CCU om het afzonderlijke microfoonvolume of de niveauregeling te regelen. Gebruik de browserinterface om eenheden met groepen te verbinden en ze toe te wijzen aan de specifieke uitgang (A-H).

De audio terugleiden naar het DCS 6000-systeem:

  1. Sluit de uitgang van het externe apparaat aan op audio-ingang 1 van de CCU
  2. Leid audio-ingang 1 door de luidspreker en K. 0 te selecteren en Out A (groep) te deselecteren Audio > Input Control > Audio In 1
  3. Om een terugkoppelingslus te voorkomen, schakelt u de interne vloerrouting uit door de luidspreker en K. 0 te deselecteren: Audio >  Input Control > Floor

Een mixer of DSP aansluiten

Tablet of laptop voor draadloze besturing

Gebruik een draadloze router om toegang te krijgen tot de webbrowser vanaf een laptop of tablet. De webbrowser op een mobiel apparaat biedt hetzelfde uitgebreide systeembeheer.

Draadloze besturing

Audiorecorder

Sluit een audiorecorder aan op de analoge uitgangen van de CCU om vloeraudio, vertalingen of een specifieke set microfoons op te nemen. Gebruik de browserinterface om eenheden met groepen te verbinden en ze toe te wijzen aan de specifieke uitgang (A-H). Sluit de XLR-uitgangen van de CCU aan op de ingangen van een audiorecorder.

Audio opnemen

De conferentie-eenheid beheren

MXC-conferentie-eenheden kunnen worden geconfigureerd om de deelnemersrollen van voorzitter of afgevaardigde tijdens een vergadering te ondersteunen. De rollen worden ingesteld in de CCU-webapp onder Participant setup. De standaardrol is afgevaardigde. Alle conferentie-eenheden dragen standaard bij aan de hoofdmix van audio (vloer).

Rol voorzitter

Als leider van het evenement beschikt de voorzitter over een aantal unieke functies op de conferentie-eenheid.

  • Spreekknop: Schakelt de microfoon in. De voorzitter kan altijd de microfoon aanzetten, waarbij de delegatie-eenheden worden onderdrukt, zolang het maximale aantal open microfoons niet is overschreden.

    Opmerking: De status van de microfoon wordt weergegeven door de leds van de knop en de microfoon:

    • Rood = microfoon staat aan
  • Functieknop: De functieknop van de voorzitter kan op de volgende functies worden geprogrammeerd:
    • Mute: Dempt de audio van de microfoon.
    • Mute all: Dempt de audio van alle geopende afgevaardigenmicrofoons.
    • All delegates off: Schakelt de microfoons van alle afgevaardigden uit.
    • Exclusive: Dempt alle microfoons van de afgevaardigden en activeert de microfoon van de voorzitter (de microfoons van de afgevaardigden worden niet gedempt wanneer ze worden losgelaten)
    • Next on: schakelt de eerste aanvraag in de aanvraaglijst in
    • Reply: Hiermee wordt de voorzitter in de antwoordlijst geplaatst (als de spreekmodus de antwoordfunctie ondersteunt).

Rol afgevaardigde

Het aantal gelijktijdige sprekers onder afgevaardigden is beperkt en er zijn verschillende bedieningsknoppen nodig om aan de discussie deel te nemen:

  • Spreekknop: Schakelt de microfoon in of voegt de gebruiker toe aan de wachtrij, afhankelijk van de spreekmodus.

    Opmerking: De status van de microfoon wordt weergegeven door de leds van de knop en de microfoon:

    • Rood = microfoon staat aan
    • Groen = microfoon staat in de aanvraagwachtrij
  • Functieknop: De functieknoppen van de afgevaardigde kunnen op de volgende functies worden geprogrammeerd:
    • Mute: Dempt tijdelijk de audio van de microfoon.

      Opmerking: Zolang de knop wordt ingedrukt, behoudt de afgevaardigde het recht om te spreken, maar de microfoon geeft geen audio door.

    • Reply: De antwoordfunctie plaatst de deelnemer in de antwoordlijst als de spreekmodus Reply ondersteunt

Dubbele afgevaardigde

In deze configuratie delen twee deelnemers één conferentie-eenheid. Zowel de linker- als de rechterknoppen zijn geconfigureerd als spreekknoppen, één voor elke deelnemer.

De functionaliteit voor twee afgevaardigden kan op de volgende eenheden via de CCU worden geconfigureerd:

  • MXC615

    Opmerking: De Mute- en Reply-functionaliteit is uitgeschakeld in de dubbele delegatiemodus

  • MXC620

    Opmerking: De Mute- en Reply-functionaliteit is uitgeschakeld in de dubbele delegatiemodus

  • MXC640
  • MXCMIU

De microfoon en luidspreker worden gedeeld op de MXC615, MXC620 en MXC640 duale eenheden. MXCMIU duale eenheden ondersteunen individuele frontplaten voor elke deelnemer.

Gebruiker indicaties

Led voor Speak Rood geeft aan dat de microfoon is ingeschakeld
Led voor Mute Blauw geeft aan dat de microfoon is gedempt
Led voor Request Groen geeft aan dat de microfoon is toegevoegd aan de wachtrij (zie ‘Spreekmodi’)
Led voor Reply Groen geeft aan dat de Reply-functie actief is
Alle afgevaardigden uit Blauw geeft aan dat alle conferentie-eenheden van afgevaardigden gedempt zijn
Led voor Exclusive Oranje geeft aan dat de Exclusive-modus actief is
Led voor Next On Rood geeft aan dat de Next On-functie is geactiveerd
Lichtring microfoon Rood geeft aan dat de microfoon is ingeschakeld Groen geeft aan dat een deelnemer het woord vraagt OFF geeft aan dat de microfoon uit of gedempt is

Webinterface

Voor uitgebreid beheer en externe besturing van het systeem, opent u de webinterface op een computer of tablet. De CCU biedt een webserver voor systeembesturing vanaf een webbrowser op een netwerkcomputer. De webinterface biedt geavanceerde parameters voor het instellen van het systeem en stelt de voorzitter of moderator in staat microfoons te beheren met behulp van de namen van deelnemers en pleknummers. De interface ondersteunt maximaal 6 simultane verbindingen.

Opmerking: Het computernetwerk staat los van het door de conferentie-eenheden gebruikte DCS-LAN-netwerk.

Systeemvereisten

Voor de beste prestaties werkt u de browser altijd bij naar de laatst uitgebrachte versie. De volgende browsers werken goed samen met de systeeminterface:

  • Internet Explorer (IE) 8+
  • Safari
  • Chrome

De webinterface van de CCU openen

Volg deze instructies om de webinterface op een computer te openen.

Aansluiten op de CCU

  1. Sluit een computer aan op de TCP/IP-poort van de CCU.
  2. Schakel de apparatuur in.
  3. Wijs de computer toe om automatisch een IP-adres te krijgen, zodat de computer automatisch verbinding kan maken met de CCU.
  4. Krijg een IP-adres door het volgende te selecteren LAN Setup  > IP address mode > Dynamic.
  5. Bekijk het IP-adres: LAN Setup  > IP address.
  6. Open de webbrowser op de computer.
  7. Typ http://IP-adres, waarbij “IP-adres” het adres is dat u van de CCU hebt genoteerd.
  8. De browserinterface opent het beheerdersscherm.

Het netwerkadres toewijzen

Toegang tot de webinterface is mogelijk vanaf twee netwerkadressen: IP-adres en hostnaam. Beide adressen geven in een browser toegang tot de interface van de aangesloten CCU.

Beheer het netwerkadres vanuit de webbrowser: System > LAN Setup

Extra schermen

Naast de beheerderstoegang tot de webinterface zijn er twee verschillende schermen die nuttig tijdens de vergadering:

  • Microfoonbedieningsscherm voor het beheer van de sprekers, gebruikt door de voorzitter of de moderator.
  • Schermen om de spreker en de antwoord-/verzoekenlijsten te bekijken, die op een groot scherm worden gebruikt voor referentie voor deelnemers of publiek.

Iedereen heeft standaard toegang tot deze weergaven vanaf een computer of mobiel apparaat die is verbonden met het netwerk. Om deze pagina’s te beschermen, kan de beheerder voor elke pagina een wachtwoord toewijzen via de pagina Security.

Microfoonbedieningsscherm

Dit scherm is bedoeld voor microfoonbediening tijdens de vergadering. Gebruik dit scherm als voorzitter of vergaderingsoperator om sprekers, spreekaanvragen en antwoorden te beheren.

Open het scherm vanaf het tabblad Microphone control. Voer voor directe toegang het IP-adres van de CCU in, gevolgd door /chairman (voorbeeld: http://172.17.11.137/chairman).

Weergavescherm

Het weergavescherm wordt gebruikt om kijkers een beeld te geven van de spreker, de aanvragen en de antwoordlijsten.

Voer voor toegang het IP-adres van de CCU in, gevolgd door /display (voorbeeld: http://172.17.11.137/display).

Tip: Geef de pagina als volledig scherm weer tijdens de vergadering:

  • Pc: F11
  • Mac: ctrl + cmd + f

Taal instellen

Het systeem en de browserinterface worden in verschillende talen ondersteund. Ga naar System > Language om de gewenste taal te selecteren.

  • Global language: Bepaalt de standaardtaal voor aangesloten MXC640- en MXCSIGN-eenheden
  • Browser interface language: Bepaalt de standaardtaal voor de CCU-browserinterface
Taal Global CCU (browser)
Albanees Shqip
Arabisch اللغة العربية
Baskisch Euskal
Bosnisch Bosanski
Bulgaars български
Catalaans Català
Chinees (vereenvoudigd) 中文(简体)
Chinees (traditioneel) 中文(繁體)
Kroatisch Hrvatski
Tsjechisch Čeština
Deens Dansk
Nederlands Nederlands
English English
Frans Francais
Duits Deutsch
Grieks Ελληνική
IJslands Íslenska
Indonesisch Bahasa
Italiaans Italiano
Japans 日本語
Koreaans 한국인
Litouws Lietuviškai
Macedonisch македонски
Montenegrijns cyrillisch Црногорски
Montenegrijns Latijn Crnogorski
Noors Norsk
Perzisch فارسی
Pools Polski
Portugees Português
Russisch русский
Servisch cyrillisch Српски
Servisch Latijn Srpski
Sloveens Slovenščina
Spaans Español
Zweeds Svenska
Thais ภาษาไทย
Turks Türk
Vietnamees Tiếng Việt

Gebruikersinterface voor de MXC640

Opstartscherm

Wanneer het systeem wordt ingeschakeld, verschijnt een initialisatie- en opstartscherm, met mogelijk een naam deelnemer.

Indien een vergadering in de SW6000 is gestart, kan deze ook de naam van de vergadering bevatten.

Opmerking: U kunt een aangepaste opstartafbeelding uploaden met behulp van de Firmware Update Utility.

Om de console te activeren, raakt u het LCD-aanraakscherm aan of plaatst u een NFC-kaart.

Als SW6000 is aangesloten, kan er een inlogscherm verschijnen, afhankelijk van de vergadermodus. Raadpleeg de SW6000 gebruikershandleiding voor inlogmogelijkheden.

Navigatiepaneel

Wanneer de gebruiker het opstartscherm verlaat, verschijnt het beginscherm. Het navigatiepaneel bevindt zich boven aan het scherm; hiermee kunt u tussen verschillende schermen navigeren om toegang te krijgen tot verschillende opties en gegevens.

① Koptelefoon Taal- en volumekeuze (alleen zichtbaar als er een hoofdtelefoon is aangesloten)

② Start

③ Start vergadering/agenda (alleen in gebruik bij aansluiting op de SW6000)

④ Stemmen/resultaten

⑤ Instellingen

Beginscherm

Het beginscherm voor de rol van afgevaardigde bevat een gecombineerde spreker/antwoord/aanvraaglijst met scrollfunctionaliteit en een configureerbare softwareknop. De standaardfunctionaliteit is Mute.

Het beginscherm van de voorzittersconsole bevat een aantal softwareknoppen, die de functionaliteit wijzigen afhankelijk van de configuratie van de knop Function, het geselecteerde item in de lijsten en de spreekmodus. De volgende functionaliteiten zijn beschikbaar:

Mic. aan Schakelt de microfoon van de geselecteerde vermelding in de antwoord-/aanvraaglijst in
Mic. uit Schakelt de microfoon van het geselecteerde item in de sprekerslijst uit
Volgende aan Schakelt de microfoon van de eerste vermelding in de antwoord-/aanvraaglijst in
Dempen Dempt de geselecteerde microfoon terwijl de knop wordt geactiveerd, zonder het recht om te spreken te verwijderen
Alles dempen Dempt alle microfoons van de afgevaardigden terwijl de knop geactiveerd is
Antwoord Plaatst de deelnemer in de antwoord-/aanvraaglijst
Antwoord uit Verwijdert de geselecteerde vermelding uit de antwoord-/aanvraaglijst
Alle antwoorden uit Verwijdert alle antwoordvermeldingen in de antwoord-/aanvraaglijst
Aanvraag uit Verwijdert de geselecteerde vermelding uit de antwoord-/aanvraaglijst
Alle aanvr. uit Verwijdert alle aanvraagvermeldingen in de antwoord-/aanvraaglijst
Alle afg. uit Schakelt alle microfoons van afgevaardigden uit
Exclusief Dempt de microfoons van alle afgevaardigden en activeert de microfoon van de voorzitter als de knop wordt geactiveerd

Agenda

Als de SW6000 in gebruik is, geeft het scherm Agenda de agenda voor een actieve vergadering weer. Wanneer u een vermelding selecteert, worden alle details weergegeven. De agenda wordt in de SW6000 gemaakt.

De voorzitter kan een agendapunt actief maken door een onderwerp te selecteren, waarbij een pop-up verschijnt met de details van het onderwerp. De pop-up heeft de opties ‘Set active’ en ‘Close’.

Als er geen actieve vergadering is, kan de voorzitter op het agendascherm een volgende vergadering selecteren en starten/stoppen.

Menu Voting/Result

Het menu Voting/Result is altijd beschikbaar voor de voorzitter en geeft de beschikbare stemmogelijkheden weer. In de stand-alone modus zijn vier opties beschikbaar, terwijl de SW6000 alle opties (stemconfiguraties) van de SW6000 mogelijk maakt.

Het menu Voting/Result is alleen beschikbaar voor afgevaardigden als er een stemmingsresultaat beschikbaar is.

Het scherm voor het uitbrengen van een stem wordt automatisch weergegeven op alle conferentie-eenheden wanneer een stemsessie of aanwezigheidscontrole wordt gestart.

Resultaten

Het pop-upvenster Results wordt alleen weergegeven wanneer een stem- of aanwezigheidscontrole is voltooid. Dit wordt alleen weergegeven na afloop van een stemming. Klik op OK voor het negeren van

Opmerking: Resultaten zijn niet beschikbaar of worden niet weergegeven voor geannuleerde stemmingen.

Kanaalkeuzeschakelaars en volumeregeling

De kanaalkeuzeschakelaars en volumeregeling stellen twee gebruikers in staat om een beschikbaar tolkaudiokanaal te selecteren en het volume van de hoofdtelefoon in te stellen. De respectievelijke bedieningselementen zijn beschikbaar wanneer een hoofdtelefoon op de bijbehorende ingang wordt aangesloten.

Stemfunctionaliteit

De stemfunctionaliteit kan worden beheerd met behulp van een MXC640-conferentie-eenheid in de voorzittersmodus of via de SW6000 Parliamentary Voting softwaremodule.

In de standalone modus ondersteunt de CCU stemconfiguraties met 2, 3 en 5 knoppen. Live resultaten zijn beschikbaar tijdens stemsessies, tenzij de voorzitter de sessie als ‘Geheim’ heeft gedefinieerd. De CCU levert de eindresultaten aan het eind van de stemsessies en aanwezigheidscontroles.

Bedieningselementen en indicaties voor de gebruiker

De eenheden met stemfuncties zullen de volgende bedieningselementen en interfaces bevatten

+ Stemt ‘Ja’ of verklaart de gebruiker als ‘aanwezig’
0 Legt een ‘onthouding’ van stemming vast
- Stemt ‘Nee’
+ + Stemt ‘+ +’
- - Stemt ‘- -’

De leds van de stemknop geven de deelnemers aan welke opties beschikbaar zijn. De aanwezigheidscontroles worden aangegeven door de led.

Deelnemers kunnen gedurende de stemsessie stemmen uitbrengen of wijzigen.

Opmerking: Bij ‘geheime’ stemsessies knipperen de leds niet meer na het uitbrengen van de stem, maar kunnen de stemmen gedurende de stemsessie nog steeds worden gewijzigd.

Vergaderingbedieningselementen

Verschillende factoren kunnen van invloed zijn op de vereisten van de vergadering en de manier waarop de vergadering wordt geleid, zoals: grootte van de ruimte, aantal deelnemers, formaliteit van het evenement en hoeveelheid technische ondersteuning voor het personeel. Pas deze instellingen in de CCU aan om de vergadering het beste te laten verlopen:

  • Spreekmodus: hoe deelnemers de vloer mogen aanspreken
  • Antwoordfunctionaliteit: geef kort commentaar op de huidige spreker zonder de aanvraagwachtrij aan te passen
  • Aantal gelijktijdige sprekers: controleer het verloop door het aantal gelijktijdige sprekers te beperken
  • Microfoon passeren (Interrupt-modus): gedrag van de microfoonactivering wanneer de sprekerslijst vol is

Microfooninstellingen

Spreekmodus

De ‘Spreekmodus’ bepaalt het gedrag van het microfoonsysteem.

  • De Auto (automatische) modus maakt het mogelijk om conferentie-eenheden onmiddellijk aan of uit te schakelen door op de Speak knop te drukken.
  • Handmatige modus beschikt over een aanvraaglijst. De Speak knop voegt afgevaardigden toe aan de aanvraagwachtrij. Een tweede druk op de knop annuleert de aanvraag.

    In de handmatige modus kan de microfoon van de conferentie-eenheid alleen op afstand worden ingeschakeld, hetzij via de CCU-webapplicatie, hetzij via SW6000, hetzij via een besturingssysteem van een derde partij, maar kan deze worden uitgeschakeld met de Speak knop.

  • FIFO (First In, First Out) is een geautomatiseerde modus met zowel onmiddellijke activering als een aanvraaglijst. Een vergaderingsbeheerder stelt een maximum aantal sprekers en verzoeken in. Door op de Speak knop te drukken wordt de microfoon van de afgevaardigde onmiddellijk geactiveerd, totdat het maximale aantal afgevaardigden als spreker is bereikt, waarna de afgevaardigden in de aanvraagwachtrij worden geplaatst totdat het maximale aantal aanvragen is bereikt.

    Wanneer een actieve eenheid wordt uitgeschakeld, wordt de eerste eenheid in de wachtrij automatisch ingeschakeld. De aanvraag-indicator knippert wanneer de conferentie-eenheid bovenaan de wachtrij staat en de volgende is die wordt ingeschakeld.

  • Met de VOX-modus (stemactivering) kunnen conferentie-eenheden automatisch worden ingeschakeld wanneer een afgevaardigde in de microfoon spreekt en kunnen ze ook met de Speak knop worden in- of uitgeschakeld. De microfoon schakelt ook automatisch uit na 4 seconden.

    Dubbele eenheden ondersteunen geen VOX. Als VOX is geselecteerd, zal een dubbele eenheid in de Auto-modus werken. De voorzitterseenheden staan altijd in de Auto- of VOX-modus.

Mogelijkheid tot interruptie tijdens spreken

De Speak interrupt ability instelling bepaalt wanneer een deelnemer andere actieve luidsprekers kan onderbreken (uitschakelen) door zijn eigen microfoon in te schakelen, als het aantal actieve microfoons de onder Max. speakers: Delegates en Max. speakers: Total ingestelde grenzen bereikt.

  • Niet toegestaan: Wanneer het aantal open afgevaardigdenmicrofoons de Max. speakers: Delegates limiet bereikt, of het aantal open voorzittersmicrofoons de Max. speakers: Total limiet bereikt, kunnen er geen afgevaardigde/voorzitter-microfoons meer worden geopend en zal het groene ledlampje 3 keer knipperen.

    Opmerking: Als de Max. speakers: Delegates limiet is bereikt, maar de Max. speakers: Total limiet niet is bereikt, kan een voorzitter de eerste afgevaardigde die aan de sprekerslijst is toegevoegd, onderbreken.

  • Lager: Wanneer de Max. speakers: Delegates limiet is bereikt, onderbreekt een spreker de eerste afgevaardigde die met een lagere prioriteit aan de sprekerslijst is toegevoegd.
  • Hetzelfde of lager: Elke deelnemer kan de eerste afgevaardigde die aan de sprekerslijst is toegevoegd met dezelfde of een lagere prioriteit onderbreken wanneer de Max. speakers limiet is bereikt. Als alleen de voorzittersmicrofoons actief zijn, kan een voorzitter de eerste voorzitter die aan de sprekerslijst is toegevoegd, onderbreken.

Individuele prioriteitsinstellingen kunnen handmatig worden bepaald in de Speak priority kolom onder Devices > Participant setup

Vergrendeling spreekknop voor afgevaardigde

Wanneer u de microfoons op afstand bedient, kan de Speak knop tijdelijk worden uitgeschakeld om onbedoelde activering door de afgevaardigde te voorkomen.

Speak button lock is standaard Off. Bij On zijn alleen apparaten/gebruikers met spreekprioriteit 0-4 vergrendeld. Opdrachten op afstand van TCP/IP, SW6000 en eenheden met toestemming van de microfoonbediening worden niet beïnvloed.

Vergrendelingsduur is de tijd dat de schakelfunctionaliteit van de knop wordt beïnvloed.

  • Gaat van 2 tot 120 seconden, in 1-seconde-interval
  • Na deze tijd keert de functionaliteit terug naar normaal

Druktijd opheffen vergrendeling is de tijd (in seconden) dat de Speak knop moet worden ingedrukt om de vergrendeling te omzeilen.

  • Gaat van 1 tot 120 seconden, in 1-seconde-interval
  • Kan nooit langer zijn dan de vergendelingsduur

Laat gedelegeerden hun microfoons uitzetten

Dit bepaalt of een afgevaardigde zijn of haar microfoon kan uitschakelen. De optie wordt standaard ingesteld op Allowed.

Indien ingesteld op Not allowed, kan alleen een deelnemer met microfoonbedieningstoestemming (voorzitter) de microfoon uitzetten.

De instelling is beschikbaar in de modi Auto, Auto + Reply, Manual en Manual + Reply en is alleen van toepassing op eenheden/gebruikers met spreekprioriteit 0-4.

Gedrag spreekknop

  • Schakelen: Door op de knopSpeak op een conferentie-eenheid te drukken, wordt de spreekstatus in- en uitgeschakeld.
  • Ingedrukt houden: Door op de Speak knop te drukken, wordt de spraakfunctie ingeschakeld. Als de knop wordt losgelaten, wordt de spraakfunctie uitgeschakeld.

    Opmerking: In de handmatige en FIFO-modus is deze optie alleen van toepassing op voorzittereenheden. Druk op de spreekknop op een delegatie-eenheid om de deelnemer toe te voegen aan de sprekerslijst.

Gedrag van dempingsknop (alleen MXC)

  • Schakelen: Door op de Mute knop op een conferentie-eenheid te drukken, wordt de microfoon gedempt. Door nogmaals op de knop te drukken wordt de microfoon niet meer gedempt.
  • Ingedrukt houden: Door op de Mute knop te drukken wordt de microfoon gedempt. Als u de knop loslaat, wordt de microfoon niet gedempt.

Reply-functionaliteit

In de antwoordmodus kunnen deelnemers kort commentaar geven of een vraag stellen aan de huidige spreker, zodat deze kort kan reageren zonder de aanvraagwachtrij te beïnvloeden.

Op de conferentie-eenheid van de deelnemer kan de linker (functie)-knop geprogrammeerd worden om als Reply-knop te werken. MXC640-conferentie-eenheden kunnen ook de Reply-knop aan het touchscreen toegewezen krijgen. De deelnemer drukt op de Reply-knop om zichzelf toe te voegen aan de antwoordlijst (getoond boven de aanvraaglijst), en de voorzitter of de operator activeert het antwoord handmatig. Deelnemers op de aanvraaglijst kunnen aan de antwoordenlijst worden toegevoegd, maar deelnemers op de spreeklijst niet.

De mogelijkheid tot antwoorden is beschikbaar in de Manual-, Auto- en VOX-modus. In de Manual-modus wordt de antwoordlijst gewist wanneer de volgende aanvraag wordt ingeschakeld.

Antwoorden worden gesorteerd op volgorde van ontvangst. Als er meerdere antwoordopties worden gebruikt, worden de antwoorden gesorteerd op prioriteit. Een deelnemer wordt van de antwoordlijst verwijderd wanneer de microfoon van de deelnemer is ingeschakeld.

Instellingen spreeklijst

Om het sprekerbeheer en de helderheid van de audio te verbeteren, is er een limiet voor het aantal gelijktijdige sprekers. Het aantal actieve microfoons is instelbaar van 1 tot 8. Als de limiet is bereikt, kan een deelnemer die probeert de microfoon aan te zetten, worden toegevoegd aan een aanvraagwachtrij of de toegang worden geweigerd, afhankelijk van de gebruiksmodus van de microfoon.

Ga naar Meeting controls > Speak list settings om de volgende parameters te definiëren:

Opmerking: Tolkconsoles worden niet beïnvloed door de instellingen van de sprekerslijst.

Max. aantal sprekers
  • Totaal: Het maximale aantal deelnemers dat tegelijkertijd kan spreken. Dit omvat zowel afgevaardigde- als voorzittereenheden. Limiet: 8
  • Afgevaardigde: Het maximale aantal afgevaardigden dat tegelijkertijd het woord mag voeren. (De voorzittereenheden kunnen altijd worden ingeschakeld zolang het in ‘Max. sprekers: Totaal’ ingestelde aantal niet wordt overschreden.)
Max. aantal aanvragen Maximaal aantal sprekers dat op de aanvraaglijst kan worden geplaatst. Limiet: 250
Max. aantal antwoorden Maximaal aantal sprekers dat op de antwoordlijst kan worden geplaatst. Limiet: 250
Voorbeeldinstellingen
Voorzitter (moderator) kan altijd zonder onderbreking spreken

Stel de Max. speakers: Total limiet een (1) hoger in dan Max. speakers: Delegates.

FIFO-modus gebruiken

FIFO-modus (First In, First Out) schakelt microfoons automatisch in, gebaseerd op een chronologische wachtrij-lijst. Deze modus werkt het beste als Max. speakers: Delegates op een (1) is ingesteld, zodat de afgevaardigde moet wachten met spreken tot de ander klaar is.

Stemactivering

In de stemactiverings (VOX)-modus wordt de microfoon automatisch geactiveerd zodra een deelnemer spreekt. Deze modus is ideaal voor vergaderingen die meer op gesprekken lijken, waardoor communicatie over een weer mogelijk is zonder spreekaanvragen en knopactivering.

Met de volgende instellingen (onder Meeting controls > Voice detection) kan VOX worden aangepast voor de vergadering, afhankelijk van uw systeem.

MXC-modus

De stemactiveringsmodus wordt automatisch gedetecteerd. In systemen die alleen uit MXC-conferentie-eenheden bestaan, is de VOX-modus MXC.

Als stemactivering actief is, werken MXC-conferentie-eenheden die als afzonderlijke eenheden zijn geconfigureerd in de MXC VOX-modus. Dubbele MXC-eenheden werken in de automatische modus.

Drempelwaarde-offset stemdetectie Bepaalt microfoongevoeligheid. de Lagere instellingen activeren de microfoon bij een zachtere geluidsbron, terwijl hogere instellingen een hardere geluidsbron vereisen.
Standaard 0 dB
Minimum –12 dB
Maximum 12 dB
Aflooptijd Bepaalt hoe lang een microfoon actief blijft nadat een deelnemer stopt met praten. De instelling kan worden geselecteerd in stappen van 0,5 seconde.
Standaard 4 seconden
Minimum 1 seconde
Maximum 10 seconden
Laatste microfoon blijft open Deze instelling zorgt ervoor dat er altijd minimaal één microfoon is geactiveerd. Dit is handig voor video- of audioconferenties met echo-onderdrukkingsapparatuur.

Geavanceerde instellingen

Nagalmtijd in kamer Past de activeringsdrempel van de microfoon aan om rekening te houden met de ruimte-akoestiek. Met een lagere nagalmtijd zijn de microfoons gemakkelijker te activeren. Een hogere nagalmtijd verhoogt de activeringsdrempel.
Drempel voor activering extra microfoon De hoeveelheid invoer die nodig is om een extra microfoon te activeren terwijl een actieve spreker aan het woord is.

6000-modus

In systemen waarop oudere 5900- of 6000-conferentie-eenheden zijn aangesloten, zal de VOX-modus 6000 zijn.

Als stemactivering actief is, werken oudere conferentie-eenheden in de 6000 VOX-modus. Eventuele MXC-eenheden in het systeem werken in de automatische modus.

Drempelwaarde stemdetectie Bepaalt het ingangsniveau (dB) waarbij de microfoon wordt geactiveerd. Lagere instellingen activeren de microfoon bij een zachtere geluidsbron, terwijl hogere instellingen een hardere geluidsbron vereisen.
Standaard 0 dB
Minimum –12 dB
Maximum 8 dB
Aflooptijd Bepaalt hoe lang een microfoon actief blijft nadat een deelnemer stopt met praten. De instelling kan worden geselecteerd in stappen van 0,5 seconde.
Standaard 4 seconden
Minimum 1 seconde
Maximum 10 seconden
Ander geluid Om er zeker van te zijn dat de microfoon alleen door de stem van een deelnemer wordt geactiveerd, schakelt u de functie Book Drop in. Hiermee schakelt u snel een microfoon uit die per ongeluk door een ander geluid dan een stem is geactiveerd.
Laatste microfoon blijft open Deze instelling zorgt ervoor dat er altijd minimaal één microfoon is geactiveerd. Dit is handig voor video- of audioconferenties met echo-onderdrukkingsapparatuur.

Microphone Auto Off

Deze instelling schakelt de microfoon automatisch uit wanneer de deelnemer stopt met praten. Deze instelling is van toepassing op systemen in de FIFO-, Manual- of Auto-modus. Zie Meeting controls > Voice detection voor het instellen van de Release Time voor die modus.

  • Uit (standaard)
  • Aan
Automatic Off Time De tijd die een microfoon nodig heeft om uit te schakelen nadat de deelnemer stopt met praten.
Standaard 20 seconden
Minimum 5 seconden
Maximum 60 seconden

Audio-instellingen

Microfoonfunctionaliteit

Wanneer een microfoon is ingeschakeld, wordt de audio standaard naar de hoofdmix (groep A) en hoofdtelefoonuitgang (kanaal 0) geleid. Deze mix wordt vaak de ‘vloer’-mix genoemd, omdat het de audio van de spreker naar de rest van de deelnemers aan de vergadering stuurt.

Het aantal toegestane open microfoons kan worden ingesteld op de CCU. Het geluid van alle open microfoons wordt gecombineerd in de vloermix. De vloermix kan worden beluisterd op aangesloten conferentie-eenheden en tolkconsoles, of naar een extern PA-systeem worden gestuurd.

Microfoons naar groepen leiden

Standaard wordt de vloermix naar de luidspreker en hoofdtelefoonuitgang (kanaal 0) van elke aangesloten conferentie-eenheid geleid. Ga naar de pagina Groepsinstellingen (Audio > Group Setup) om de microfoonroutering te bekijken of te wijzigen.

De volgende routeringsopties zijn beschikbaar voor elke microfoon (plek):

  • Alleen Group A (standaard)
  • Group A + een andere groep
  • Group B, C, D, E, F, G of H
  • Geen

De audiobron veranderen:

  1. Leid de microfoons naar Group A om ze aan de vloermix toe te voegen (standaard geselecteerd) Audio > Group Setup

  2. Selecteer de audiobronnen voor de luidspreker en kanaal 0 (hoofdtelefoon) Audio > Input Control:
    • Vloer (standaard)
    • Audio ingang 1
    • Audio ingang 2

Vloermix op de luidsprekers

Luidsprekers worden bij de meeste conferentie-eenheden meegeleverd voor een gelokaliseerde geluidsversterking van de vergadering. Wanneer een deelnemer zijn microfoon gebruikt, wordt hij/zij gehoord in de luidsprekers van anderen eenheden in het systeem. Hierdoor wordt heldere spraakweergave in grote ruimten verbeterd en standaard problemen met betrekking tot geluidversterkingssystemen verminderd.

Luidsprekervolume

Het volume van de luidspreker is een systeeminstelling die voor alle aangesloten eenheden geldt. Het volume is in te stellen van –0 dB (geen verzwakking) tot –40 dB, inclusief uit (dempen). Voor het aanpassen van het volume:

Vanaf de browserinterface Ga naar de pagina Loudspeaker Control (Audio > Loudspeaker Control) of het Microphone control-scherm
Vanaf de CCU Blader naar het menu Loudspeaker (loudspk. control > loudspk. volume > db)

Mix-minus in luidspreker

Standaard dempt het activeren van de microfoon van een conferentie-eenheid de luidspreker van die eenheid. Wanneer de mix-minus is ingeschakeld, vermindert het activeren van de microfoon het volume van de luidspreker met 6 dB en is het geluid van de eigen microfoon niet hoorbaar in de luidspreker van de eenheid. (Als de mix-minus is ingeschakeld maar niet kan worden toegepast, wordt de luidspreker van het toestel gedempt wanneer de microfoon actief is)

Opmerking: Beperk het maximum aantal openstaande microfoons tot 4 in systemen met ingeschakelde mix-minus om ruis te voorkomen.

Kanalen hoofdtelefoon

De conferentie-eenheden hebben een hoofdtelefoonuitgang voor het beluisteren van tolkkanalen of andere deelnemers op het vloerkanaal. Elke deelnemer kiest zijn eigen kanaal via de kanaalkeuzeschakelaars van de conferentie-eenheid.

De kanalen 1 t/m 31 zijn bedoeld voor tolkdiensten. De deelnemers selecteren een van de kanalen om tijdens een meertalig evenement naar hun taal te luisteren. De audiobron komt van tolkstations die op het door hen geselecteerde kanaal zenden. Raadpleeg het gedeelte Tolken van deze handleiding voor meer informatie.

Kanaal 0 (het vloerkanaal) wordt gewoonlijk geselecteerd door tolken om degenen die aan het woord zijn simultaan te tolken of door andere deelnemers die naar het vloerkanaal willen luisteren op een hoofdtelefoon.

  1. Sluit de hoofdtelefoon aan op de hoofdtelefoonbus aan de zijkant van een conferentie-eenheid.
  2. Selecteer een kanaal door op de kanaalkeuzeknop(pen) te drukken.
  3. Stel het volume van de hoofdtelefoon in met de volumeregeling van de eenheid.

Analoge audio-uitgangen

Er zijn acht analoge uitgangen beschikbaar voor opname, taaldistributiesysteem, teleconferentie-eenheid of een extern PA-systeem.

Acht analoge uitgangen

Selecteer de audiobron voor elke analoge uitgang

Ga naar Audio > Output Control en kies een van de volgende opties:

  • Group: Acht afzonderlijke groepen voor het isoleren van specifieke microfoons. Deze selectie kom overeen met de groepen die zijn geconfigureerd vanaf de pagina Group Setup.
  • Ch. 1-31: Tolkkanalen
  • Floor: De audio van alle open microfoons die naar Group A (vloermix) zijn geleid. Er zijn drie variaties op deze mix waaruit kan worden gekozen:
    • Ch. 0: hoofdtelefoonmix met AGC, handig voor verzending naar een IR-taaldistributiesysteem.
    • Flour 1: luidsprekermix, handig voor verzending naar een PA of uitzendapparatuur.
    • Flour 2: luidsprekermix met volumeverzwakking (Audio > Loudspeaker Control)

Een externe audiobron toevoegen

Op de CCU zijn twee ingangen beschikbaar om een externe audiobron aan het systeem toe te voegen, vaak handig voor teleconferenties of internetgesprekken.

  1. Sluit een audiobron op lijnniveau, zoals de audio-uitgang van een computer, teleconferentie-eenheid of draadloos microfoonsysteem, aan op de audio-ingang op het achterpaneel van de CCU.
  2. Open de webinterface op Audio > Input Control.
  3. Selecteer de ingangsversterking aan de hand van de uitgang van het externe apparaat. Selecteer indien nodig 10 dB voor een kleine versterking.
  4. De routing voor het audiokanaal selecteren:
    • Loudspeaker: naar alle luidsprekers van de microfooneenheid
    • Ch. 0: naar de hoofdtelefoonuitgang van de microfooneenheid
  5. Indien gewenst, leidt u het kanaal naar Output A (Group) voor een mix van de externe bron met de vloermix van de conferentie-eenheden:
    • Deselect voor een teleconferentie of signaalverwerking om een terugkoppelingslus te voorkomen
    • Select voor samenvoeging van een draadloze microfoon met andere audio van de microfooneenheid
  6. Stel het volume van de audiobron zo in dat deze zich op natuurlijke wijze vermengt met de spraakniveaus van de conferentie-eenheden.

Pagina Input Control

Audio > Input Control

Emergency Audio Signal

Om u voor te bereiden op een noodgeval, sluit u een EEM-audiosignaal (Emergency Evacuation Message, bericht voor noodevacuatie) aan op ingang 2. De blokconnector is voorzien van een ‘doorgaans open’ schakelaar die, wanneer deze is gesloten, het noodsignaal doorgeeft aan de luidsprekers en alle aangesloten in- en uitgangen.

Belangrijk: Wanneer de schakelaar wordt gebruikt voor ingang 2, omzeilt het EEM-audiosignaal de volume- en aan/uit-instellingen. Regel het volume van het EEM-signaal bij de bronuitgang.

  1. Sluit het EEM-signaal aan op ingang 2.
  2. Sluit een schakelaar aan op de blokconnector.
  3. Sluit de schakelaar en test het audiosignaal. Stel het volume bij de audiobron in op het gewenste niveau.

Externe audiobronnen aansluiten op MXCMIU

Een MXCMIU die is geconfigureerd als een enkele eenheid maakt het mogelijk om via het scherm Device setup over te schakelen tussen poort A, XLR-lijn en XLR-microfoon:

Wanneer XLR-lijn of XLR-microfoon zijn geselecteerd, zijn de microfoons op de aangesloten faceplates uitgeschakeld, maar de bediening en de luidspreker zijn actief.

De huidige geluidsinstellingen (0 tot –6 dB) worden gehandhaafd voor de audio-ingangen van poort A en poort B. De standaard XLR-ingang is 0 dB, met een instelbaar bereik van +10 dB tot –20 dB.

De XLR-poort is uitgeschakeld wanneer de MXCMIU is geconfigureerd als een dubbele eenheid.

Omgevingsgeluid

Het omgevingsgeluid in de ruimte informeert de deelnemers dat deze pauzes in de spraak geen verbindings- of audioprobleem zijn, wat vooral nuttig is voor tolken of andere deelnemers die zich niet in dezelfde ruimte bevinden als de conferentie.

Een MXCMIU die is geconfigureerd als een enkele omgevingseenheid maakt het mogelijk om via het scherm Device setup over te schakelen tussen poort A, XLR-lijn en XLR-microfoon. Bediening en luidspreker op aangesloten faceplates zijn inactief.

Individuele audio-instellingen zijn uitgeschakeld voor de omgevingseenheden. Activeer en pas het globale omgevingsmicrofoonniveau aan onder Audio > Ambient Microphone. Er kunnen maximaal 5 eenheden worden geconfigureerd voor omgevingsgeluid.

Opmerking: De omgevingsmicrofoons schakelen automatisch wanneer de geluidsbron een extern systeem is, zoals een laptop of videoconferentiesysteem.

Apparaten

Namen, rollen en zitplaatsnummers

Bij aanvang van een vergadering dient de voorzitter of de moderator naar de deelnemers te verwijzen met naam, pleknummer of beide. De juiste toewijzing van namen en pleknummers is van cruciaal belang om de continuïteit van de vergadering te garanderen.

Zitplaatsnummers toewijzen

Elke conferentie-eenheid krijgt automatisch een stoelnummer toegewezen wanneer het systeem voor het eerst wordt ingeschakeld of wanneer een nieuwe conferentie-eenheid wordt aangesloten. Om de zitplaatsnummers bij te werken volgens een zitplaatstabel:

  1. Ga naar Devices > Device setup.

  2. Controleer of alle eenheden zijn aangesloten en functioneren, aangegeven door het serienummer en het stoelnummer in de lijst.

    Opmerking: Losgekoppelde apparaten kunnen uit de lijst worden verwijderd door het selecteren van Remove Unregistered Units.

  3. Wijs de pleknummers opnieuw toe om ze aan te passen aan de werkelijke pleknummers in de ruimte of op uw schema met plekken.
  4. Zorg ervoor dat de gegevens in het schema met plekken overeenkomen met de bijbehorende eenheden in de ruimte door op het veld met pleknummer te klikken. De lichtring op de microfoon knippert rood om de selectie te bevestigen.
  5. Voer een nieuw stoelnummer in of gebruik de pijltjes om de stoelen in de lijst opnieuw te rangschikken. Door het invoeren van een stoelnummer dat door een andere conferentie-eenheid wordt gebruikt, worden de stoelnummers tussen de eenheden uitgewisseld.

De kolom Type verwijst naar het apparaattype. Als het apparaattype kan worden gewijzigd, is er een keuzelijst beschikbaar om een selectie te maken. Mogelijke selecties zijn Single unit, Dual unit, Ambient and Interpreter

Als u het apparaattype verandert, wordt het apparaat opnieuw opgestart. Als het type wordt gewijzigd in Dual unit, wordt de oorspronkelijke vermelding verwijderd en worden twee nieuwe vermeldingen met nieuwe stoelnummers aangemaakt wanneer de pagina-informatie wordt vernieuwd.

Opmerking: Een MXCMIU kan worden geconfigureerd als een enkele of dubbele eenheid of als een omgevingsmicrofoon. Voor meer informatie, zie Externe audiobronnen aansluiten op de MXCMIU.

Namen en rollen toewijzen

MXC-conferentie-eenheden kunnen de rol van voorzitter of afgevaardigde voor de deelnemers aan de vergadering ondersteunen. De rollen worden handmatig ingesteld in het menu Devices > Participant setup:

De standaard spreekvoorrang is 1. De voorzitter heeft een spreekvoorrang van 5.

Door de spreekvoorrang op 0 te zetten, worden de spreekrechten van de eenheid uitgeschakeld, terwijl het mogelijk blijft om te luisteren en te stemmen, maar de microfoon kan door een voorzitter worden ingeschakeld

De Participant name kan ook op dit scherm worden aangepast. Deze wordt standaard gevuld met het stoelnummer (zitplaats 1, zitplaats 2, etc.). Werk het Participant name veld voor elke stoel handmatig bij of klik op Reset all names voor terugzetten naar de standaardwaarden.

Als Use card data is ingesteld op Aan, haalt het MXC-systeem de informatie van de deelnemers van de NFC-kaart, indien van toepassing. Wanneer de kaart wordt verwijderd, keert de informatie terug naar de waarden die in de webapplicatie zijn ingesteld.

Instelling naambordje (CCU-integratie)

The CCU kan naar alle MXCSIGN-apparaten schrijven die verbonden zijn met hetzelfde bekabelde netwerk. Ga vanaf de CCU-webinterface naar Devices > Name sign setup.

  • De Content selection-opties bepalen welke informatie op de MXCSIGN wordt weergegeven:
    Namen deelnemers De MXCSIGN toont de inhoud voor het bijbehorende pleknummer dat in het scherm Participant setup is geconfigureerd. Wanneer NFC-kaarten in gebruik zijn, wordt dus gebruik gemaakt van de deelnemersinformatie van de kaart.
    Tekstregels De inhoud wordt uit de velden Text, first line en Text, second line gehaald.

    Opmerking: Wanneer een nummer is toegewezen onder Seat #: Dual B, komt de eerste regel van de tekst overeen met de deelnemer aan plek A, de tweede regel komt overeen met de deelnemer aan plek B.

    Identify Het serienummer en het toegewezen pleknummer (indien van toepassing) worden weergegeven.
    Leeg Alle informatie wordt verwijderd uit de MXCSIGN.
  • Font size change staat standaard op 0, wat de standaard lettergrootte voor het toegewezen sjabloon weergeeft. De lettertypes kunnen worden vergroot of verkleind worden, met waarden die variëren van 190 tot –70.
  • Apply content stuurt de geselecteerde informatie naar de aangesloten MXCSIGN-apparaten
  • Delete all text lines wist de waarden in de velden van de tekstregels

Weergavesjablonen

De informatie die vanuit de CCU naar de MXCSIGN wordt gestuurd, maakt gebruik van vooraf gedefinieerde sjablonen, afhankelijk van de velden die zijn ingevuld:

Actieve inhoud Plek-nr.: enkel/dubbel A Plek-nr.: dubbel B Tekst, eerste regel Tekst, tweede regel Sjabloon
Namen deelnemers X
X X
Tekstregels X X
X X X
X X X X

Security

MXC-componenten gebruiken een bedrijfseigen algoritme om te voorkomen dat onbevoegde apparaten naar het audiosignaal kunnen luisteren. Om de vergadering verder te beveiligen, wijst u een wachtwoord toe aan de browserinterface en schakelt u beveiligingsfuncties op draadloze routers in.

De browserinterface met wachtwoord beveiligen

U kunt een wachtwoord toewijzen om toegang tot de browserinterface te beperken. Aan elk van de drie interface-adressen is een onafhankelijk wachtwoord toe te wijzen: beheerder, voorzitter en display.

  1. Meld u als beheerder aan bij de browserinterface.
  2. Ga naar de pagina Security (System > Security)
  3. Voer een wachtwoord in.
  4. Selecteer Change Password om de inloggegevens op te slaan.

Opmerking: Wachtwoorden worden gewist wanneer de eenheid vanuit de CCU-hardware wordt gereset.

Tolken

Er zijn maximaal 31 kanalen beschikbaar voor simultaan tolken van de vergadering. De tolkeenheid maakt vanuit de CCU verbinding met hetzelfde DCS-LAN-netwerk en draagt audio over naar onafhankelijke taalkanalen. Deelnemers luisteren naar hun taal via een hoofdtelefoon die op hun respectievelijke conferentie-eenheid is aangesloten. Raadpleeg de gebruikershandleiding van MXCIC voor meer informatie.

Er zijn vier talen aanwezig, en ondersteuning voor 8, 16 of 31 talen is beschikbaar met aanvullende licenties.

Instellen tolken

Meertalig tolken kan worden ingesteld via de CCU-webinterface in zelfstandige systemen of in SW6000. Als er meer dan 4 talen nodig zijn, koop en installeer dan een extra functielicentie voordat u tolken instelt.

Tolkkanalen

Wijs het aantal tolkkanalen toe dat in het systeem is vereist (0 tot 31): Interpretation > Interpretation channels.

Opmerking: Wanneer 0 is geselecteerd, is alleen vloeraudio (kanaal 0) beschikbaar.

De instelling Channel display bepaalt hoe kanaalkeuzeschakelaars op de conferentie-eenheden van deelnemers het tolkkanaal weergeven:

  • Nummer: Kanaalnummer
  • Afkorting: De eerste drie letters van de naam van de taal in het Engels

Taal instellen

De lijst Language setup toont de kanalen die zijn gedefinieerd in de instellingen Interpreter channels. Wijs een taal toe uit het vervolgkeuzemenu voor elke taal.

Kanaal cabine instellen

Om het beheer van meerdere talen te vereenvoudigen, zijn de tolkconsoles gegroepeerd in cabines.

Standaard wordt Cabine 1 aan Kanaal 1 toegewezen, Cabine 2 aan Kanaal 2, etc. Kanalen kunnen echter handmatig worden toegewezen aan cabines: Interpretation > Booth channel setup. Meerdere cabines kunnen worden toegewezen aan hetzelfde tolkkanaal.

Autom. Vloer

Tolkkanalen zonder actief tolken staan standaard op de vloermix. Om deze instelling te wijzigen, gaat u naar Interpretation > Auto floor.

  • On: Taalkanalen zonder vertolking hebben de vloermix
  • Off: Taalkanalen zonder vertolking hebben geen audio

Configuratie microfoonknop

De Interpretation > Mic button setup instelling is van toepassing wanneer er meerdere tolken voor dezelfde taal zijn. Tolken wisselen elkaar standaard af en kunnen een reeds in gebruik zijnde eenheid niet opheffen.

Opmerking: De primaire (A) taal komt overeen met de cabinetaal. Tolken selecteren hun B- en C-taal in de MXCIC.

  • Interruption allowed: Tolken kunnen hun microfoon op elk moment inschakelen, zodat ze het van de huidige tolk kunnen overnemen. Dit geldt voor alle tolken, ongeacht de instelling.
  • A Interrupt A: Een tolk die het A-kanaal inschakelt, onderbreekt het A-kanaal van een andere tolk.
  • A Interrupt B+C: Een A-kanaal van een tolk onderbreekt het B- of C-kanaal van een andere tolk, maar niet het A-kanaal van een andere tolk.
  • A Interrupt A+B+C: Een A-kanaal van een tolk onderbreekt een andere tolk, ongeacht het kanaal.
  • Interruption not allowed (standaard): Als een kanaal in gebruik is, kan een andere tolk zijn microfoon niet inschakelen.

Groene indicator in microfoonknop

De groene indicator in de microfoonknop laat de tolk weten of hij een andere tolk zou kunnen onderbreken als hij begint te tolken.

  • Disabled: De witte LED geeft aan dat de microfoon niet wordt gebruikt, de rode LED geeft aan dat de microfoon word gebruikt
  • Als de tolkencabine niet actief is: De groene LED geeft aan dat er niet wordt getolkt in de cabine
  • Als de tolkencabine of het geselecteerde kanaal niet actief is: De groene LED geeft aan dat er niet wordt getolkt op het geselecteerde kanaal (het kanaal is niet bezet) en dat er niet wordt getolkt in de cabine

Luisteren naar vertolking

Volg deze stappen om naar een van de tolkkanalen te luisteren:

  1. Sluit de hoofdtelefoon aan op de hoofdtelefoonbus van de conferentie-eenheid.
  2. Selecteer een kanaal door op de selectieknoppen op de voorkant van de eenheid te drukken.

    Tip: Wanneer er geen kanaal is geselecteerd, schakelt de optie Auto Floor in het menu Settings automatisch over naar de vloeraudio.

  3. Stel het audioniveau van de hoofdtelefoon in met behulp van de volumeknoppen.

Tolken met behulp van MXC605

MXC605 draagbare eenheden kunnen worden geconfigureerd als eenvoudige tolkeenheden met beperkte functionaliteit. Tolken hebben toegang tot de eerste 4 in het systeem geconfigureerde tolkkanalen, en kunnen naar de vloeraudio luisteren via een hoofdtelefoon.

Zet om het tolkkanaal te wijzigen de microfoon uit en druk op de kanaalkeuzetoets.

Houd om de uitgaande audio tijdelijk te dempen de functietoets ingedrukt.

MXC605-tolkeenheden kunnen worden toegewezen aan cabines in SW6000. Als de A-taal van de cabine overeenkomt met het toegewezen kanaal, biedt de eenheid vertolking van de A-taal voor die cabine; anders levert de eenheid vertolking van de B-taal.

Draadloze taaldistributie

Zorg voor extra toegang tot bewaking door een draadloos taaldistributiesysteem aan te sluiten op een van de audiouitgangen van de CCU. Gebruik de browserinterface om de gewenste tolkkanalen of een subset van microfoons naar de betreffende groepsuitgang te leiden.

Het DIR digitale infrarode taalsysteem zendt dit audiosignaal naar een aantal draagbare luisterapparaten.

Draadloze taaldistributie

Firmware-update

De MXC Firmware Update Utility (FUU) wordt gebundeld met de firmware-download op de Shure-website. Gebruik dit programma om uw systeem op de laatste firmwareversie te houden of om afbeeldingsbestanden te uploaden naar compatibele conferentie-eenheden. (Zie het FUU-helpbestand voor meer informatie.)

  1. Controleer of het systeem is ingeschakeld en goed werkt.
  2. Download de nieuwste firmware van de Shure-website en pak de inhoud uit op uw computer.
  3. Open de MXC Firmware Upgrade Utility-map en start de toepassing.
  4. Wijs de aansluitmethode voor de computer en de apparatuur toe en selecteer de knop OK om het venster met instellingen te verlaten:
    • Ethernet: Voer het IP-adres van de CCU in en gebruik IP-poort 3142.
  5. Informatie over de CCU en alle aangesloten eenheden wordt weergegeven in het hoofdvenster.
  6. Selecteer de gewenste firmwarevrijgave (meestal de hoogste/laatste) in de vervolgkeuzelijst Selected Release Id.
  7. Selecteer de knop Upgrade System om het updateproces van de firmware te starten. Er verschijnt een statusvenster waarin de voortgang van de firmware-upgrade wordt weergegeven.

CCU in een rek monteren

Monteer de CCU in een standaard rek van 19 inch met behulp van de meegeleverde beugels van 19 inch. Verwijder de schroeven die de bovenste en onderste afdekkingen vasthouden en bevestig de beugels vervolgens aan de voorkant van de CCU met dezelfde schroeven.

Belangrijk: Gebruik de twee draadvormende schroeven van 10 mm lang die zich het dichtst bij de voorzijde bevinden en die van 8 mm lang die zich het verst van de voorzijde bevinden.

De ingebouwde ventilator zuigt lucht aan de linkerkant aan en aan de rechterkant af, zodat er boven of onder geen extra ruimte nodig is voor koeling.

De conferentie-eenheden installeren

Om bij elke installatie met talrijke variabelen rekening te kunnen houden, biedt de MXC-serie verschillende modellen conferentie-eenheden in zowel draagbare als ingebouwde configuraties.

Installatie-opties

Beide modellen hebben dezelfde functies, maar zijn nuttig voor verschillende omgevingen en toepassingen.

Tafelblad (draagbaar)
  • Geen modificaties aan het tafelblad noodzakelijk
  • Eenvoudig eenheden toevoegen of verwijderen
  • Kan met schroeven van grootte 4 aan het tafelblad worden bevestigd
Verzonken montage (geïnstalleerd)
  • Minder ruimte op tafel
  • Schone, professionele uitstraling
  • Geen zichtbare kabels

Houd rekening met de volgende variabelen wanneer u besluit welk type MXC-conferentie-eenheid u wilt aanschaffen:

  • Permanentie: is dit een tijdelijke of een permanente installatie?
  • Bekabeling: is uw meubilair historisch of kostbaar om aan te passen?

DCS-LAN-apparatuur aansluiten

Shure biedt kabels die speciaal zijn ontworpen voor de MXC-lijn van conferentie-en discussie-apparatuur. De Shure EC 6001-kabels zijn ethernetkabels van hoge kwaliteit die beschikbaar zijn in verschillende lengtes van 0,5 m tot 100 m. Elke kabel is getest om betrouwbare systeemprestaties te garanderen. Zie het gedeelte over accessoires voor bestelinformatie over de EC 6001-xx.

Belangrijk: Afgeschermde Cat5e (of hoger) kabels die nodig zijn voor betrouwbare systeemprestaties.

Kabelvereisten

Type Cat5e (of hoger) twisted pair, F/UTP of U/FTP, minimum draadvierkant: AWG 24
Connector Afgeschermde RJ45, EIA 568-B bedrading
Kabellengte
  1. Max. 200 m van de CCU/EX/RP naar de eerste MXC-conference-eenheid
  2. Max. 100 m tussen de MXC-eenheden
  3. Max. 200 m tussen een CCU en een EX/RP en tussen EX/RP’s
  4. Max. 1000 m equivalente kabelafstand van de CCU tot de laatste eenheid
    1. Elke MXC-eenheid vertegenwoordigt een equivalente kabelafstand van 15 m
    2. Elke EX/RP-eenheid vertegenwoordigt een equivalente kabelafstand van 100 m
    3. Bij de berekening van de equivalente kabellengte met redundante bekabeling wordt de langste voedingskabel gebruikt
  5. Geen MXC-eenheden tussen gecascadeerde EX/RP-eenheden of tussen CCU en EX/RP-eenheden
  6. Max. 3 gecascadeerde EX/RP eenheden

Belangrijk: Kabels en connectors moeten zijn afgeschermd voor stabiele systeemprestaties. Als er bij een installatie geen Shure EC 6001-kabels worden gebruikt, moet aan de Cat5e-kabelvereisten worden voldaan.

Patchpanelen gebruiken

Bij het ontwerpen van een systeem met een patchpaneel, krimpt u de kabel op de vrouwelijke afgeschermde connector op het paneel. Gebruik dan eenvoudigweg korte overbruggingskabels om de conferentie-eenheden aan te sluiten.

Continuïteit van afscherming

De afscherming moet in de gehele DCS-LAN-keten consistent zijn. Alle voor de MXC-componenten gebruikte kabels en patchpanelen vereisen afgeschermde RJ45-connectors. Alle MXC-componenten zijn voorzien van afgeschermde vrouwelijke RJ45-connectors.

Voorkomen van onbedoelde aarding (galvanische scheiding)

Voorkom dat het DCS-LAN-signaal per ongeluk wordt geaard door frontplaten, conferentie-eenheden en DCS-LAN-verbindingen in wandpanelen te isoleren van de aarde van het gebouw. De DCS-LAN gebruikt de afscherming als signaalaardreferentie en kan nergens anders in de verbinding in contact komen met een andere aarde.

Voorkomen van aarding in een patchpaneel

Problemen met aarding voorkomen:

  • Plastic frames in een patchpaneel: Deze zorgen ervoor dat de vrouwelijke RJ45-connectors niet worden geaard op het chassis van het patchpaneel.
  • Lege ruimte tussen de connectors: Laat een ruimte tussen elke vrouwelijke RJ45-connector in een patchpaneel.
  • Continuïteit van afscherming: Elk onderdeel in de keten moet goed zijn afgeschermd.

Opmerking: De vrouwelijke connectors in alle MXC-componenten zijn voorzien van een luchtopening die het chassis van de connector en het chassis van de eenheid isoleert en zo een galvanische (fysieke en dus elektrische) verbinding voorkomt.

Kabels goed bevestigen

Wees voorzichtig bij het installeren van de apparatuur, zoals bij alle kabels die signalen overdragen.

Buigen

Buig de kabel niet scherp. Ethernetkabels kunnen niet meer dan vier keer de diameter van de kabel worden gebogen.

Knellen

Bevestig de kabel niet te strak. Een afgeknelde kabel werkt mogelijk niet goed.

Probleemoplossing

Let op: Gebruik altijd afgeschermde Cat 5e-netwerkkabels (of hoger) voor een betrouwbare werking van het systeem en controleer of de juiste kabels correct worden gebruikt en geïnstalleerd voordat u naar de tabel voor probleemoplossing verwijst.

De lichtringen op de microfoon knipperen voortdurend nadat het systeem is ingeschakeld.
  • Controleer of de kabels met Cat 5e (of hoger) zijn afgeschermd
  • Zorg ervoor dat de connectors van alle kabels stevig in de aansluitingen van de eenheden zijn gestoken
  • Controleer of de voedingskabels van de conferentie-eenheden correct zijn aangesloten op de ‘DCS-LAN’-aansluiting van de DIS-CCU.
De ‘Function’-knop op de voorzitterseenheid schakelt de delegatie-eenheden niet uit
  • Controleer of de eenheid is geconfigureerd als voorzitter en of de functieknop is geconfigureerd als All del off
De audio van een tolkeenheid kan niet worden gehoord in de hoofdtelefoon van een delegatie- of voorzitterseenheid
  • Controleer de volumeregeling van de hoofdtelefoon op de eenheden
  • Controleer de kanaalselectie op de conferentie-eenheden
  • Controleer of de stekker van de hoofdtelefoon goed in de hoofdtelefoonbus zit
  • Controleer of de lichtring op de microfoon van de tolkconsole brandt en of de zwanenhalsmicrofoon stevig in de aansluiting is gestoken
Er komt geen audio uit de ingebouwde luidsprekers
  • Controleer de instelling ‘Loudspeaker Volume’ via het interactieve menu op de CCU of via de browserbesturing.
  • Controleer of de luidspreker op voldoende volume is ingesteld. (DIS-CCU browser  > Audio > Loudspeaker Control.)
  • Controleer of de vloermix aan de luidsprekers is toegewezen (DIS-CCU browser  > Audio > Input Control > Loudspeaker
  • Controleer of de plekken in ‘Group A’ zijn geselecteerd (DIS-CCU browser  > Audio > Group Setup). ‘Group A’ wordt altijd gebruikt als de bron voor de vloermix. Als een eenheid niet is geselecteerd in ‘Group A’, zal de audio van de eenheid niet uit de ingebouwde luidsprekers komen.
Een microfoon kan niet worden ingeschakeld
  • Controleer de bekabeling. Alle kabels moeten Cat 5e of hoger zijn met afgeschermde RJ45-kabels.
  • Controleer de instellingen Max. Delegate Speaker en Max. Total Speakers om er zeker van te zijn dat er nog een microfoon kan worden ingeschakeld.
  • Controleer de Speak Mode of de modus het mogelijk maakt dat deelnemers hun eigen microfoons inschakelen.
De CCU-browserapplicatie wordt niet op een PC geopend
  • Controleer het IP-adres met behulp van het interactieve menu op de CCU: LAN setup  > Acquire IP address. Gebruik dit IP-adres in de browser
  • Controleer of de CCU en de PC met hetzelfde netwerk zijn verbonden
  • Controleer de LAN-kabelaansluitingen
  • Controleer of de tablet of laptop is aangesloten op het juiste draadloze toegangspunt
  • Controleer of de CCU is aangesloten op hetzelfde subnet als het draadloze toegangspunt

Diagnostiek

Om u te helpen bij het oplossen van problemen, is er informatie over netwerktopologie en diagnose-informatie voor het gehele systeem beschikbaar. U kunt ook gedetailleerde rapporten genereren voor geavanceerde probleemoplossing.

Systeemdiagnostiek

Het volgende is beschikbaar onder Diagnostics > System diagnostic:

  • Event Log: Bekijk de systeemactiviteit en waarschuwingen, inclusief netwerkmapping, kabelbreuken, verbrekingen en voedingsproblemen.
  • Network: Sla het huidige referentienetwerk op om netwerkmapping en topologierapporten mogelijk te maken. Deze optie is beschikbaar als alle eenheden zijn geregistreerd en het netwerk volledig is geanalyseerd.
  • Indication: Klik op Indication in all devices om de LED’s in alle aangesloten eenheden te activeren, om visueel te controleren of alle eenheden zijn aangesloten en werken. Klik op Indication in selected DCS-LAN connection om de eenheden in een specifieke keten of lus te bekijken en de eerste en laatste eenheden in de reeks te identificeren.

Opmerking: De systeemdiagnose ondersteunt geen oudere DC-, DM-, CM-, IS-, SZ- of JB-hardware.

Rapport

  1. Ga naar Diagnostics > Report.
  2. Klik op de Network topology of System diagnostic knop om het geselecteerde rapport te genereren.

    Opmerking: Om een netwerktopologierapport te genereren, moet u eerst het referentienetwerk opslaan onder Diagnostics > System diagnostic.

  3. Sla het resulterende bestand op en stuur het naar de Shure-ondersteuningsgroep voor analyse

Backup, Restore, Factory Reset

Vanaf de browserinterface
  1. De browserinterface van de CCU openen.
  2. Ga naar System > Factory defaults & backup.
    • Maak een back-up van uw huidige systeemconfiguratie:
      1. Onder System backup, klik op Save.
      2. Sla het bestand op uw computer of op externe opslag op. Let op de locatie van het back-upbestand, dat alle CCU-instellingen en deelnemersinstellingen bevat.
    • Systeeminstellingen herstellen vanuit een back-up:
      1. Onder System backup, klik op Restore.
      2. Zoek en open het gewenste back-upbestand.
      3. Klik op Reset om het systeem opnieuw op te starten.
    • Zet het systeem terug naar de fabrieksinstellingen:
      1. Onder Reset to factory defaults, klik op Reset.
      2. Wacht tot het systeem opnieuw opstart. De computer verliest de verbinding met de browserinterface.
Via de hardware Hierdoor wordt de CCU teruggezet naar de fabrieksinstellingen en worden alle deelnemers-, systeem- en IP-instellingen gewist, waarna de eenheid opnieuw opstart in de 5900-modus.
  1. Ga naar het voorpaneel van de CCU.
  2. Blader door het hoofdmenu naar System > Restore factory def.. Druk op de middelste knop om het menu te openen.
  3. Druk op de middelste knop om OK te selecteren en bevestig de reset.
  4. Wacht tot het systeem opnieuw opstart. De computer verliest de verbinding met de browserinterface.

Apparaten en accessoires

Knoppenset voorzitter voor MXC615/620 MXC615-620-ACC-CM
Knoppenset voorzitter voor MXC630/640 MXC630-640-ACC-CM
A/B-knoppen voor MXC615/620, aantal: 10 MXC615/620-ACC-A/B
A/B-knoppen voor MXC630/640, aantal: 10 MXC630/640-ACC-A/B
Dempingsknop voor MXC615/620, aantal: 10 MXC615/620-ACC-M
Dempingsknop voor MXC630/640, aantal: 10 MXC630/640-ACC-M
Antwoordknop voor MXC615/620, aantal: 10 MXC615/620-ACC-RPY
Antwoordknop voor MXC630/640, aantal: 10 MXC630/640-ACC-RPY
‘Mute/Speak’ knop met brailleschrift voor MXC615/620 95A38214
19-POLIGE VERBINDINGSKABEL MET VERGRENDELINGSCONNECTOR 95A37040
Alleen-spraakoverlay voor MXC605, aantal 10 MXC605-ACC-SPK
Spraak- en functieoverlay voor MXC605, aantal 10 MXC605-ACC-SPK+FUN
Tolkoverlay voor MXC605, aantal 10 MXC605-ACC-INT
Alleen-spraakoverlay voor MXC605-FS, aantal 10 MXC605-FS-ACC-SPK
Spraak- en functieoverlay voor MXC605-FS, aantal 10 MXC605-FS-ACC-SPK+FUN
Alleen-spraakoverlay voor MXC605-FL, aantal 10 MXC605-FL-ACC-SPK
Spraak- en functieoverlay voor MXC605-FL, aantal 10 MXC605-FL-ACC-SPK+FUN

Modelvarianten

CCU-variaties

Centrale regelingseenheid, zonder voedingseenheid DIS-CCU
Centrale regelingseenheid, met Europese voedingsunit DIS-CCU-E
Centrale regelingseenheid, met Britse voedingsunit DIS-CCU-UK
Centrale regelingseenheid, met Amerikaanse voedingsunit DIS-CCU-US
Centrale regelingseenheid, met Argentijnse voedingsunit DIS-CCU-AR
Centrale regelingseenheid, met Braziliaanse voedingsunit DIS-CCU-BR

CCU-functielicenties

DIS-CCU-functielicentie voor extra deelnemers aan het DCS6000-systeem (tot 3800 zitplaatsen) FL6000-3800
DIS-CCU-functielicentie voor extra tolkkanalen in het DCS6000-systeem (tot 8 kanalen) FL6000-INT-8
DIS-CCU-functielicentie voor extra tolkkanalen in het DCS6000-systeem (tot 16 kanalen) FL6000-INT-16
DIS-CCU-functielicentie voor extra tolkkanalen in het DCS6000-systeem (tot 31 kanalen) FL6000-INT-31

PS-CCU-voeding

Voeding voor de CCU- en DCS-LAN-voedingssets en invoegsystemen.

PS-CCU-modelvarianten

Voeding voor Verenigde Staten PS-CCU-VS
Voeding voor Argentinië PS-CCU-AR
Voeding voor Australië PS-CCU-AU
Voeding voor Brazilië PS-CCU-BR
Voeding voor China PS-CCU-CHN
Voeding voor Europa PS-CCU-E
Voeding voor India PS-CCU-IN
Voeding voor Japan PS-CCU-J
Voeding voor Korea PS-CCU-K
Voeding voor Taiwan PS-CCU-TW
Voeding voor Verenigd Koninkrijk PS-CCU-UK

Inline power inserter-sets

Inline power inserter, zonder voeding PI-6001
Inline power inserter, met voeding voor Verenigde Staten PI-6000-US
Inline power inserter, met voeding voor Argentinië PI-6000-AR
Inline power inserter, met voeding voor Brazilië PI-6000-BR
Inline power inserter, met voeding voor Europa PI-6000-E
Inline power inserter, met voeding voor Verenigd Koninkrijk PI-6000-UK

Optionales Zubehör und Ersatzteile

Redundantie-interfacebox voor DCS-LAN MXC-ACC-RIB
Interface naar MXCMIU voor handmicrofoon, oudere frontplaten en accessoires van derden MXC-ACC-HD15
Dubbele kaart voor MXC/MXCW/DCS, aantal 10 MXCDualCard-10pk
Alleen-NFC-kaart voor MXC/MXCW, aantal 10 MXCNFCCARD-10PK
Verdeelkast met 4 uitgangen JB 6104
Reserveonderdelenset DIS-CCU SPS CU
DCS-LAN-extensie-eenheid voor aanvullende conferentie-eenheden EX 6010
Lijngegevensrepeater; 1 in. x 4 uitgangen voor DCS-LAN-netwerk RP 6004

Vooraf geteste Shure-kabels

Shure biedt individueel geteste kabels voor conferentie- en discussieapparatuur van Shure. De EC 6001 zijn hoogwaardige, afgeschermde Cat5e-kabels met verschillende lengtes van 0,5 m tot 50 m. Voorzien van afgeschermde mannelijk-naar-mannelijk-connectors.

Mannelijk-naar-mannelijk-patchkabels
zwarte beschermde Cat5e F/UTP-kabel van 0,5 m (beschermde RJ45) EC 6001-0.5
zwarte beschermde Cat5e F/UTP-kabel van 1 m (beschermde RJ45) EC 6001-01
zwarte beschermde Cat5e F/UTP-kabel van 2 m (beschermde RJ45) EC 6001-02
zwarte beschermde Cat5e F/UTP-kabel van 3 m (beschermde RJ45) EC 6001-03
zwarte beschermde Cat5e F/UTP-kabel van 5 m (beschermde RJ45) EC 6001-05
zwarte beschermde Cat5e F/UTP-kabel van 10 m (beschermde RJ45) EC 6001-10
zwarte beschermde Cat5e F/UTP-kabel van 20 m (beschermde RJ45) EC 6001-20
zwarte beschermde Cat5e F/UTP-kabel van 30 m (beschermde RJ45) EC 6001-30
zwarte beschermde Cat5e F/UTP-kabel van 50 m (beschermde RJ45) EC 6001-50

Technische specificaties

Microflex Complete Systeem

Het MXC-systeem voldoet aan ISO 22259, de internationale norm voor conferentiesystemen

De specificaties van de audioprestatie worden gemeten vanaf de audio-ingang van een conferentie-eenheid tot de hoofdtelefoonuitgang van een conferentie-eenheid.

Bedradingsdetails

Aansluiting op de hoofdstroomvoorziening

Blauw Neutraal
Bruin Spanning
Groen/geel Massa (aarde)

DCS-LAN-keten

De CCU maakt gebruik van de kabels Cat5e, Cat6 of Cat7 F/UTP of U/FTP met afgeschermde RJ45-connectors.

De EIA 568-B-bedrading moet worden gebruikt.

Belangrijk: De namen van het Cat5/6/7-kabeltype zijn gewijzigd.

Oude naam Nieuwe naam
FTP F/UTP
STP U/FTP
UTP U/UTP

Belangrijk: Gebruik alleen F/UTP- of U/FTP-kabels (afgeschermd) en afgeschermde RJ45-connectors en geen U/UTP-kabels die niet zijn afgeschermd.

Een Cat5e-kabel (EIA 568-B) op een RJ45-connector aansluiten:

Pen Functie Connector nr. 1 Connector nr. 2
1 Binnenkomend + ORG/WHT ORG/WHT
2 Binnenkomend - ORG ORG
3 +48 V GRN/WHT GRN/WHT
4 0 V BLU BLU
5 0 V BLU/WHT BLU/WHT
6 +48 V GRN GRN
7 Uitgaand - BRN/WHT BRN/WHT
8 Uitgaand + BRN BRN

Als er andere kleurcodes worden gebruikt, worden de vier paren als volgt met elkaar verbonden:

Paar 2: pen 1 & 2

Paar 3: pen 3 & 6

Paar 1: pen 4 & 5

Paar 4: pen 7 & 8

De fase van de paren moet correct zijn en de bedradingsspecificatie moet EIA 568-B (Cat5e) zijn.

Cat6- en Cat7-kabels eindigen doorgaans alleen in aansluitingen (vrouwelijk) en niet in kabelstekkers.

Cat6 en Cat7 kunnen alleen worden gebruikt voor het voeden van kabels die eindigen in wandcontactdozen of patchpanelen.

Analoge audio-uitgang

XLR3 mannelijk

Pen Signaal Kabeltype
1 Aarde 2 x 0,25 mm2 afgeschermd.
2 Signaal +
3 Signaal –

Analoge audio-ingang

XLR3 vrouwelijk

Pen Signaal Kabeltype
1 Aarde 2 x 0,25 mm2 afgeschermd.
2 Signaal +
3 Signaal –

Noodschakelaar

Aansluitblok

Sluit de noodschakelaar aan op pen 1 en 2.

Oortelefoon

Klinkstekker van 3,5 mm

Pen Connector Functie
1 Punt Signaal links
2 Ring Signaal rechts
3 Huls Elektrisch(e) aarding/scherm

CCU System Specifications

Latentietijd

Microfooningang tot Hoofdtelefoonuitgang 5,5ms
Microfooningang tot Analoog uit 6,25ms
Analoog in tot Hoofdtelefoonuitgang 7,25ms

THD+N

0,2%

Digitale signaalverwerking

24-bits, 32 kHz

Gemiddelde tijd tussen storingen

>400,000 uur

Bedrijfstemperatuurbereik

0℃ (32℉) - 35℃ (95℉)

Opslagtemperatuurbereik

20℃ (4℉) - 50℃ (122℉)

Relatieve luchtvochtigheid

95% (maximum)

Conference Unit Specifications

Polariteit

Een positieve druk op het membraan resulteert in een positieve spanning op pen 2 ten opzichte van pen 3 (DIS-CCU Uitgang)

Hoofdtelefoonuitgang

Dual mono (stuurt stereokoptelefoon aan)

Netwerkverbindingen

DCS-LAN

Voeding

DCS-LAN (DIS-CCU, EX6010, PI6000)

Spanning bij de bron

48 V

Kabelvereisten

Afgeschermde Cat 5e of hoger

NFC-dragerfrequentie

13,56 MHz

Antennetype

Interne NFC-lus

Compatibiliteit NFC-kaart

ACOS3 dubbele interface en contactloos

Kleur

Zwart

Behuizing

Gegoten plastic, Aluminium

MXC615 / MXC620

Afmetingen

75,3 x 154,9 x 170,7 mm (3,0 x 6,1 x 6,8 in.)H x B x D

Gewicht

MXC615 770 g (27,2 oz.)
MXC620 790 g (27,9 oz.)

Microfoonconnector

10-pens zwanenhals, Ongebalanceerd

Pentoewijzingen

Bedrijfseigen Shure-pinconfiguratie

Schermtype

OLED

Schermgrootte

19,37 x 7,86 mm (0,76 x 0,31 in.)

Resolutie display

96 x 39 (125 PPI)

Vermogensverbruik

MXC615 (Typisch) 1,8 W
MXC615 (Maximum) 2,8 W
MXC620 (Typisch) 1,9 W
MXC620 (Maximum) 3,8 W

Audio-ingang

Nominaal ingangsniveau

60 dBV

Maximaal audio-ingangsniveau

Microfoon 1,5 dBV bij 1% THD
Headset 5,5 dBV bij 1% THD

Equivalente ingangsruis (EIN) voorversterker

115,8 dBV

Audiofrequentiekarakteristiek

20 Hz - 16 kHz (+0,5/-10 dB)

THD+N

Microfooningang 0,04%
Ingang headset 0,07%

Dynamisch bereik

Microfooningang , ongewogen 110 dB
Microfooningang , A-gewogen 112 dB
Ingang headset , ongewogen 92 dB
Ingang headset , A-gewogen 94 dB

Ingangsimpedantie

Microfoon 26 kΩ
Headset 2,2 kΩ

Audiouitgang

Nominaal uitgangsniveau

70 dB SPL bij 0,5 m

Maximaal audio-uitgangsniveau

Uitgang luidspreker 82 dB SPL-A bij 0,5 m
Hoofdtelefoonuitgang 1,7 dBV

Audiofrequentiekarakteristiek

Uitgang luidspreker 200 Hz - 16 kHz (+0,5/-10 dB)
Hoofdtelefoonuitgang 110 Hz - 16 kHz (+0,5/-3 dB)

THD+N

Uitgang luidspreker <1%
Hoofdtelefoonuitgang <0,2%

Dynamisch bereik

Uitgang luidspreker , ongewogen 88 dB
Uitgang luidspreker , A-gewogen 90 dB
Hoofdtelefoonuitgang , ongewogen 91 dB
Hoofdtelefoonuitgang , A-gewogen 93 dB

Belastingsimpedantie

>8 Ω

MXC630

Afmetingen

74 x 268 x 153 mm (2,9 x 10,6 x 6,0 in.) H x B x D

Gewicht

1020 g (36,0 oz.)

Microfoonconnector

10-pens zwanenhals, Ongebalanceerd

Pentoewijzingen

Bedrijfseigen Shure-pinconfiguratie

Schermtype

OLED

Schermgrootte

19,37 x 7,86 mm (0,76 x 0,31 in.)

Resolutie display

96 x 39 (125 PPI)

Vermogensverbruik

Typisch 1,9 W
Maximum 4,1 W

Audio-ingang

Nominaal ingangsniveau

60 dBV

Maximaal audio-ingangsniveau

Microfoon 1,5 dBV bij 1% THD
Headset 5,5 dBV bij 1% THD

Equivalente ingangsruis (EIN) voorversterker

115,8 dBV

Audiofrequentiekarakteristiek

20 Hz - 16 kHz (+0,5/-10 dB)

THD+N

Microfooningang 0,04%
Ingang headset 0,07%

Dynamisch bereik

Microfooningang , ongewogen 110 dB
Microfooningang , A-gewogen 112 dB
Ingang headset , ongewogen 92 dB
Ingang headset , A-gewogen 94 dB

Ingangsimpedantie

Microfoon 26 kΩ
Headset 2,2 kΩ

Audiouitgang

Nominaal uitgangsniveau

70 dB SPL bij 0,5 m

Maximaal audio-uitgangsniveau

Uitgang luidspreker 82 dB SPL-A bij 0,5 m
Hoofdtelefoonuitgang 1,7 dBV

Audiofrequentiekarakteristiek

Uitgang luidspreker 200 Hz - 16 kHz (+0,5/-10 dB)
Hoofdtelefoonuitgang 110 Hz - 16 kHz (+0,5/-3 dB)

THD+N

Uitgang luidspreker <1%
Hoofdtelefoonuitgang <0,2%

Dynamisch bereik

Uitgang luidspreker , ongewogen 88 dB
Uitgang luidspreker , A-gewogen 90 dB
Hoofdtelefoonuitgang , ongewogen 91 dB
Hoofdtelefoonuitgang , A-gewogen 93 dB

Belastingsimpedantie

>8 Ω

MXC640

Afmetingen

74 x 268 x 153 mm (2,9 x 10,6 x 6,0 in.)

Gewicht

1080 g (38,1 oz.)

Microfoonconnector

10-pens zwanenhals, Ongebalanceerd

Pentoewijzingen

Bedrijfseigen Shure-pinconfiguratie

Schermtype

TFT LCD-kleurenscherm met capacitief aanraakscherm

Schermgrootte

109,2 mm (4,3 in.)

Resolutie display

480 x 272 (128 PPI)

Vermogensverbruik

Typisch 2,8 W
Maximum 4,8W

Audio-ingang

Nominaal ingangsniveau

60 dBV

Maximaal audio-ingangsniveau

Microfoon 1,5 dBV bij 1% THD
Headset 5,5 dBV bij 1% THD

Equivalente ingangsruis (EIN) voorversterker

115,8 dBV

Audiofrequentiekarakteristiek

20 Hz - 16 kHz (+0,5/-10 dB)

THD+N

Microfooningang 0,04%
Ingang headset 0,07%

Dynamisch bereik

Microfooningang , ongewogen 110 dB
Microfooningang , A-gewogen 112 dB
Ingang headset , ongewogen 92 dB
Ingang headset , A-gewogen 94 dB

Ingangsimpedantie

Microfoon 26 kΩ
Headset 2,2 kΩ

Audiouitgang

Nominaal uitgangsniveau

70 dB SPL bij 0,5 m

Maximaal audio-uitgangsniveau

Uitgang luidspreker 82 dB SPL-A bij 0,5 m
Hoofdtelefoonuitgang 1,7 dBV

Audiofrequentiekarakteristiek

Uitgang luidspreker 200 Hz - 16 kHz (+0,5/-10 dB)
Hoofdtelefoonuitgang 110 Hz - 16 kHz (+0,5/-3 dB)

THD+N

Uitgang luidspreker <1%
Hoofdtelefoonuitgang <0,2%

Dynamisch bereik

Uitgang luidspreker , ongewogen 88 dB
Uitgang luidspreker , A-gewogen 90 dB
Hoofdtelefoonuitgang , ongewogen 91 dB
Hoofdtelefoonuitgang , A-gewogen 93 dB

Belastingsimpedantie

>8 Ω

MXC605

Afmetingen

71 x 128 x 146 mm (2,8 x 5,0 x 5,75in.) H x B x D

Gewicht

500 g (17,64oz.)

Microfoonconnector

3-pins XLR

Vermogensverbruik

Typisch 1,8W
Maximum 2,8W

Audio-ingang

Maximaal audio-ingangsniveau

1,5 dBV bij 1% THD

Audiofrequentiekarakteristiek

150 Hz - 15 kHz (±3 dB)

THD+N

0,1%

Dynamisch bereik

105 dB (A-gewogen)

Ingangsimpedantie

4 kΩ

Audiouitgang

Nominaal uitgangsniveau (Uitgang luidspreker)

70 dB SPL-A bij 0,5 m

Maximaal audio-uitgangsniveau (Hoofdtelefoonuitgang)

70 dB SPL-A bij 0,5 m

Audiofrequentiekarakteristiek

Hoofdtelefoonuitgang 150 Hz - 15 kHz (±3 dB)
Uitgang luidspreker 200 Hz - 16 kHz (±3 dB)

Dynamisch bereik

95 dB

Belastingsimpedantie

>8 Ω

MXC620-F / MXC630-F

Afmetingen

90 x 235 x 72 mm (3,543 x 9,252 x 2,835 in.) H x B x D

Gewicht

1160 g (40,9 oz.)

Microfoonconnector

10-pens zwanenhals, Ongebalanceerd

Pentoewijzingen

Bedrijfseigen Shure-pinconfiguratie

Schermtype

OLED

Schermgrootte

19,37 x 7,86 mm (0,76 x 0,31 in.)

Resolutie display

96 x 39 (125 PPI)

Vermogensverbruik

Typisch 1,9 W
Maximum 3,6 W

Audio-ingang

Nominaal ingangsniveau

60 dBV

Maximaal audio-ingangsniveau

Microfoon 1,5 dBV bij 1% THD
Headset 5,5 dBV bij 1% THD

Equivalente ingangsruis (EIN) voorversterker

115,8 dBV

Audiofrequentiekarakteristiek

20 Hz - 16 kHz (+0,5/-10 dB)

THD+N

Microfooningang 0,04%
Ingang headset 0,07%

Dynamisch bereik

Microfooningang , ongewogen 110 dB
Microfooningang , A-gewogen 112 dB
Ingang headset , ongewogen 92 dB
Ingang headset , A-gewogen 94 dB

Ingangsimpedantie

Microfoon 26 kΩ
Headset 2,2 kΩ

Audiouitgang

Nominaal uitgangsniveau

70 dB SPL bij 0,5 m

Maximaal audio-uitgangsniveau

Uitgang luidspreker 82 dB SPL-A bij 0,5 m
Hoofdtelefoonuitgang 1,7 dBV

Audiofrequentiekarakteristiek

Uitgang luidspreker 200 Hz - 16 kHz (+0,5/-10 dB)
Hoofdtelefoonuitgang 110 Hz - 16 kHz (+0,5/-3 dB)

THD+N

Uitgang luidspreker <1%
Hoofdtelefoonuitgang <0,2%

Dynamisch bereik

Uitgang luidspreker , ongewogen 88 dB
Uitgang luidspreker , A-gewogen 90 dB
Hoofdtelefoonuitgang , ongewogen 91 dB
Hoofdtelefoonuitgang , A-gewogen 93 dB

Belastingsimpedantie

>8 Ω

MXC605-F

Afmetingen

Basis 50 x 50 x 106 mm (1,97 x 1,97 x 4,17in.) H x B x D
MXC605-FS Frontplaat 12 x 73 x 63 mm (0,47 x 2,87 x 2,48in.) H x B x D
MXC605-FL Frontplaat 12 x 152 x 63 mm (0,47 x 5,98 x 2,48in.) H x B x D
MXC605-LS 44 x 108 x 78 mm (1,73 x 4,25 x 3,07in.) H x B x D

Gewicht

Basis 188 g (6,63oz.)
MXC605-FS Frontplaat 38 g (1,34oz.)
MXC605-FL Frontplaat 79 g (2,79oz.)
MXC605-LS 260 g (9,17oz.)

Microfoonconnector

3-pins XLR

Vermogensverbruik

Typisch 1,8W
Maximum 2,8W

Audio-ingang

Maximaal audio-ingangsniveau

1,5 dBV bij 1% THD

Audiofrequentiekarakteristiek

150 Hz - 15 kHz (±3 dB)

THD+N

0,1%

Dynamisch bereik

105 dB (A-gewogen)

Ingangsimpedantie

4 kΩ

Audiouitgang

Nominaal uitgangsniveau (Uitgang luidspreker)

70 dB SPL-A bij 0,5 m

Maximaal audio-uitgangsniveau (Hoofdtelefoonuitgang)

70 dB SPL-A bij 0,5 m

Audiofrequentiekarakteristiek

Hoofdtelefoonuitgang 150 Hz - 15 kHz (±3 dB)
Uitgang luidspreker 200 Hz - 16 kHz (±3 dB)

Dynamisch bereik

95 dB

Belastingsimpedantie

>8 Ω

MXCMIU

MXCMIU

Afmetingen

MXCMIU 40 x 140 x 78 mm (1,6 x 5,5 x 3,1 in.) H x B x D
MXCMIU-FS 39 x 90 x 90 mm (1,5 x 3,5 x 3,5 in.) H x B x D
MXCMIU-FL 39 x 160 x 90 mm (1,5 x 6,3 x 3,5 in.) H x B x D

Gewicht

MXCMIU 400 g (14,1 oz.)
MXCMIU-FS 360 g (12,7 oz.)
MXCMIU-FL 670 g (23,6 oz.)

Vermogensverbruik

MXCMIU (Typisch) 1,8 W
MXCMIU (Maximum) 2,0 W
MXCMIU-FS (Typisch) 0,1 W
MXCMIU-FS (Maximum) 0,6 W
MXCMIU-FL (Typisch) 0,1 W
MXCMIU-FL (Maximum) 0,9 W

MXCMIU Connection to MXCMIU-FS / MXCMIU-FL

19-polige verbinding, x2

Maximale kabellengte

5m

XLR-ingang Type

3-pins XLR , Gebalanceerd

Pentoewijzingen

1 = massa, 2 = audio +, 3 = audio −

GND-lift

Links GND aangesloten
Rechts GND losgekoppeld

Audio-ingang

Nominaal ingangsniveau

60 dBV

Maximaal audio-ingangsniveau

Microfoon 1,5 dBV bij 1% THD
Headset 5,5 dBV bij 1% THD
XLR-ingang , PAD UIT -21,1 dBV
XLR-ingang , PAD AAN 21,7 dBV

Equivalente ingangsruis (EIN) voorversterker

115,8 dBV

Audiofrequentiekarakteristiek

Microfoon / Headset 20 Hz - 16 kHz (+0,5/-10 dB)
XLR-ingang 50 Hz - 14,3 kHz (+0,5/-3 dB)

THD+N

Microfooningang 0,04%
Ingang headset 0,07%
XLR-ingang 0,07%

Dynamisch bereik

Microfooningang , ongewogen 110 dB
Microfooningang , A-gewogen 112 dB
Ingang headset , ongewogen 92 dB
Ingang headset , A-gewogen 94 dB
XLR-ingang , PAD UIT , ongewogen 89,5 dB
XLR-ingang , PAD UIT , A-gewogen 91 dB
XLR-ingang , PAD AAN , ongewogen 115 dB
XLR-ingang , PAD AAN , A-gewogen 116 dB

Ingangsimpedantie

Microfoon 26 kΩ
Headset 2,2 kΩ
XLR-ingang 17 kΩ bij 1 kHz

Audiouitgang

Nominaal uitgangsniveau

70 dB SPL bij 0,5 m

Maximaal audio-uitgangsniveau

Uitgang luidspreker 82 dB SPL-A bij 0,5 m
Hoofdtelefoonuitgang 1,7 dBV

Audiofrequentiekarakteristiek

Uitgang luidspreker 200 Hz - 16 kHz (+0,5/-10 dB)
Hoofdtelefoonuitgang 110 Hz - 16 kHz (+0,5/-3 dB)

THD+N

Uitgang luidspreker <1%
Hoofdtelefoonuitgang <0,2%

Dynamisch bereik

Uitgang luidspreker , ongewogen 88 dB
Uitgang luidspreker , A-gewogen 90 dB
Hoofdtelefoonuitgang , ongewogen 91 dB
Hoofdtelefoonuitgang , A-gewogen 93 dB

Belastingsimpedantie

>8 Ω

Reinigen

Om de behuizing in de oorspronkelijke conditie te houden, moet deze periodiek worden afgenomen met een zachte doek. Hardnekkige vlekken kunnen verwijderd worden met een licht bevochtigde doek met een mild schoonmaakmiddel. Gebruik nooit organische schoonmaakmiddelen als verdunners of schurende middelen. Deze kunnen de behuizing beschadigen.

Opnieuw inpakken

Bewaar de originele doos en het originele verpakkingsmateriaal; deze kunnen gebruikt worden om de eenheid te transporteren. Pak de eenheid voor optimale bescherming opnieuw in zoals geleverd door de fabriek.

Garantie

De eenheden hebben een garantiedekking van 24 maanden voor materiaal- of constructiefouten.

Certificering

Dit product voldoet aan de essentiële vereisten van alle toepasselijke Europese richtlijnen en komt in aanmerking voor CE-markering.

EAC-verklaring: dit product voldoet aan de Russische voorschriften en aan de eisen voor EAC-markering.

Hierbij verklaar ik, Shure Incorporated, dat het radioapparatuur conform is met Richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres: http://www.shure.com/europe/compliance

Erkende Europese vertegenwoordiger:

Shure Europe GmbH

Hoofdkantoren in Europa, Midden-Oosten en Afrika

Afdeling: EMEA-goedkeuring

Jakob-Dieffenbacher-Str. 12

75031 Eppingen, Duitsland

Telefoon: +49-7262-92 49 0

Fax: +49-7262-92 49 11 4

Email: info@shure.de