Belangrijke productinformatie

Belangrijk

Belangrijke voorzorgsmaatregelen

  1. Lees deze instructies - Alle veiligheids- en bedieningsinstructies dienen te worden gelezen voordat met het apparaat of systeem wordt gewerkt.
  2. Bewaar deze instructies - De veiligheids- en bedieningsinstructies zijn belangrijk en dienen altijd ter naslag beschikbaar te zijn.
  3. Volg alle waarschuwingen op - Alle waarschuwingen op het apparaat en in de bedieningsinstructies dienen te worden aangehouden.
  4. Volg alle instructies op - Alle instructies voor de plaatsing en het gebruik/de bediening dienen te worden opgevolgd.
  5. Gebruik dit apparaat niet in de buurt van water - Gebruik dit apparaat niet in een omgeving met water of een hoge vochtigheidsgraad, bijvoorbeeld in de buurt van een badkuip, wastafel, spoelbak of wasteil, in een vochtige kelder, bij een zwembad, in een installatie buitenshuis zonder afdoende bescherming of enig ander gebied dat als natte locatie wordt geclassificeerd.
  6. Waarschuwing: stel om het risico op brand of elektrische schokken te verminderen het apparaat niet bloot aan regen of vocht en plaats geen met water gevulde voorwerpen als vazen op het apparaat.
  7. Reinig alleen met een droge doek - Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat reinigen. Gebruik geen vloeibare reinigingsmiddelen of spuitbussen met reinigingsmiddel.
  8. Dicht geen ventilatieopeningen af. Plaats het apparaat volgens de instructies van de fabrikant - Indien er openingen in de behuizing zijn voorzien, zijn deze bedoeld voor de ventilatie, voor een veilige werking van het apparaat en ter bescherming tegen oververhitting. Dit apparaat mag alleen worden ingebouwd als er voor afdoende ventilatie gezorgd is of de instructies van de fabrikant zijn aangehouden.
  9. Plaats het apparaat niet in de buurt van warmtebronnen, zoals radiatoren, warmteroosters, kachels of andere apparaten (waaronder versterkers) die warmte genereren.
  10. Plaats de eenheid niet op een plaats waar deze wordt blootgesteld aan direct zonlicht, overmatig stof of overmatige vochtigheid, mechanische trillingen of schokken.
  11. Plaats om de condensatie van vocht te voorkomen de eenheid niet op een plaats waar de temperatuur snel kan stijgen.
  12. Zorg ervoor dat de beveiliging van de gepolariseerde stekker of randaardestekker intact blijft. Een gepolariseerde stekker heeft twee pennen waarbij er één breder is dan de andere. Een randaardestekker heeft twee pennen en een extra aardaansluiting. De breedste pen en de aardaansluiting zijn bedoeld om uw veiligheid te garanderen. Als de meegeleverde stekker niet in de contactdoos past, vraag een elektricien dan om de verouderde contactdoos te vervangen.
  13. Bescherm de voedingskabel tegen erop lopen of afknelling, vooral in de buurt van stekkers en uitgangen en op de plaats waar deze het apparaat verlaten.
  14. Gebruik uitsluitend door de fabrikant gespecificeerde hulpstukken/accessoires. Het apparaat dient te worden bevestigd in overeenstemming met de instructies van de fabrikant, waarbij gebruik wordt gemaakt van een door de fabrikant aanbevolen bevestigingsaccessoire.
  15. Gebruik het apparaat uitsluitend in combinatie met een door de fabrikant gespecificeerde of met het apparaat meegeleverde wagentje, standaard, driepoot, beugel of tafel.
    Wanneer een wagentje wordt gebruikt, dient u voorzichtig te zijn bij het verplaatsen van de combinatie van wagentje en apparaat om letsel door omkantelen te voorkomen. Abrupt stoppen, overmatige kracht en ongelijke ondergronden kunnen ervoor zorgen dat de combinatie omslaat.
  16. Haal de stekker van dit apparaat uit de contactdoos tijdens onweersbuien met bliksem of wanneer het lange tijd niet wordt gebruikt. – Niet van toepassing wanneer speciale functies moeten blijven werken, zoals evacuatiesystemen.
  17. Laat onderhoud altijd uitvoeren door bevoegd servicepersoneel. Onderhoud moet worden uitgevoerd wanneer het apparaat op enigerlei wijze is beschadigd, bijvoorbeeld beschadiging van netsnoer of stekker, vloeistof of voorwerpen in het apparaat zijn terechtgekomen, het apparaat is blootgesteld aan regen of vocht, niet naar behoren werkt of is gevallen.
  18. Vervangingsonderdelen - Zorg er bij de vervanging van onderdelen voor dat de onderhoudsmonteur gebruikmaakt van vervangingsonderdelen die door de fabrikant zijn gespecificeerd of beschikken over dezelfde kenmerken als het originele onderdeel.

    Niet-goedgekeurde vervangingen kunnen brand, elektrische schokken of andere gevaren tot gevolg hebben.

  19. Veiligheidscontrole - Zodra onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan dit apparaat zijn uitgevoerd, dient de onderhoudsmonteur te worden gevraagd veiligheidscontroles uit te voeren om vast te stellen dat het apparaat zich in de juiste gebruiksstaat bevindt.
  20. Overbelasting - Zorg ervoor dat stopcontacten en verlengsnoeren niet overbelast worden, aangezien dit brand of elektrische schokken tot gevolg kan hebben.
  21. Voedingsbronnen - Dit apparaat mag uitsluitend worden gebruikt met een op het markeringslabel aangegeven type voedingsbron. Als u niet zeker bent over het type voeding dat u wilt gaan gebruiken, dient u contact op te nemen met uw dealer of lokale elektriciteitsonderneming. Voor apparaten die op batterijvoeding of met andere voedingsbronnen gebruikt gaan worden, dient u de bedieningsinstructies te raadplegen.
  22. Elektriciteitskabels - Een buitensysteem mag zich niet in de nabijheid van bovengrondse elektriciteitskabels of andere verlichtings- of stroomcircuits bevinden of op een plaats waar het met dergelijke elektriciteitskabels of circuits in aanraking kan komen. Bij plaatsing van een buitensysteem dient uiterste zorgvuldigheid te worden betracht om te voorkomen dat dergelijke elektriciteitskabels of circuits worden geraakt, aangezien aanraking fatale gevolgen kan hebben.
  23. Binnendringen van voorwerpen en vloeistoffen - Duw nooit voorwerpen van welke aard dan ook door openingen het apparaat in, aangezien deze in aanraking kunnen komen met punten waarop spanning staat of kortsluiting bij onderdelen kunnen veroorzaken, hetgeen brand of elektrische schokken tot gevolg kan hebben.

    Mors nooit vloeistoffen van welke aard dan ook op het apparaat. Als een vloeistof of vast voorwerp in de kast terechtkomt, moet de stekker van de eenheid uit de voedingsbron worden gehaald en moet de eenheid door gekwalificeerd personeel worden gecontroleerd voordat het apparaat weer in gebruik wordt genomen.

Labels

‘Bliksemschichtsymbool’ met de bliksemschicht met pijlpunt in een gelijkzijdige driehoek is bedoeld om de gebruiker te wijzen op de aanwezigheid van niet-geïsoleerde ‘gevaarlijke spanning’ in de behuizing van het product, die voldoende sterk kan zijn om een risico op schokken te vormen.
‘Uitroeptekensymbool’ met het uitroepteken in een gelijkzijdige driehoek is bedoeld om de gebruiker te wijzen op de aanwezigheid van belangrijke bedienings- en onderhoudsinstructies in de bij het product behorende documentatie.

Opmerking over stroomaansluitingen

Controleer dat de spanning van uw plaatselijke voedingsbron zich binnen de bedrijfsspanning van de eenheid bevindt. Als de spanning moet worden omgevormd, dient u contact op te nemen met uw DIS-dealer of gekwalificeerd personeel.

Zet de voedingsschakelaar op ‘Uit’ als deze meerdere dagen niet wordt gebruikt.

Belangrijk: De apparatuur moet op massa (aarde) worden aangesloten

De aders in de met de apparatuur meegeleverde stroomkabel zijn gekleurd in overeenstemming met de volgende codering:

  • Groen-en-gele draad (aarde)
  • Blauw neutraal
  • Bruin live
  • De groen-en-gele draad moet worden aangesloten op de aansluiting in de stekker die is gemarkeerd met de letter ‘E’ of met het aardingssymbool of met de kleuren geel en groen.
  • De blauwe draad moet worden aangesloten op de aansluiting die is gemarkeerd met de letter ‘N’ of de kleur zwart.
  • De bruine draad moet worden aangesloten op de aansluiting die is gemarkeerd met de letter ‘L’ of de kleur rood.
  • Voor apparatuur die op de voeding moet worden aangesloten, dient de contactdoos nabij de apparatuur geplaatst en gemakkelijk toegankelijk te zijn.

Voeding uitschakelen

Apparaten met of zonder aan/uit-schakelaar worden gevoed zolang de voedingskabel op de voedingsbron is aangesloten. Het apparaat is echter alleen bedrijfsklaar als de aan/uit-schakelaar in de stand On (Aan) is geplaatst. Voor alle apparaten is de voedingskabel de belangrijkste voorziening om de voeding uit te schakelen.

Waarschuwing:

Het gebruik is onderhevig aan de volgende voorwaarden: (1) Het apparaat mag geen schadelijke storing veroorzaken en (2) het apparaat moet elke ontvangen storing accepteren, inclusief storing die ongewenste werking tot gevolg kan hebben.

Deze limieten zijn ontwikkeld om een redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke storing bij gebruik van de apparatuur in een woonomgeving, een commerciële omgeving of een licht-industriële omgeving. De apparatuur genereert en gebruikt radiofrequentie-energie en kan deze uitstralen. Als de apparatuur niet in overeenstemming met de gebruikshandleiding wordt geplaatst en gebruikt, kan deze schadelijke storing veroorzaken in radiocommunicatie.

Bij gebruik in woongebieden is het waarschijnlijk dat de apparatuur schadelijke storing veroorzaakt, in welk geval de gebruiker verplicht is de storing op eigen kosten te verhelpen. Er mogen geen opzettelijke of onopzettelijke wijzigingen of aanpassingen worden aangebracht die niet uitdrukkelijk door de voor de conformiteit verantwoordelijke partij zijn goedgekeurd. Dergelijke wijzigingen of aanpassingen kunnen het gebruiksrecht van de gebruiker voor het apparaat tenietdoen.

Indien noodzakelijk dient de gebruiker voor herstelmaatregelen contact op te nemen met een dealer of ervaren radio-/televisiemonteur. Het volgende door de Amerikaanse Federal Communications Commission opgestelde boekje kan voor de gebruiker van nut zijn: "How to identify and Resolve Radio-TV Interference Problems". Dit boekje is verkrijgbaar bij de Printing Office van de Amerikaanse overheid, Washington, DC 20402, Stock No. 004-000-00345-4.

Waarschuwing: Dit is een Klasse A-product. Dit product kan in woonomgevingen radiostoring veroorzaken, in welk geval van de gebruiker kan worden geëist afdoende maatregelen te nemen.

Reinigen

Om de behuizing in de oorspronkelijke conditie te houden, moet deze periodiek worden afgenomen met een zachte doek. Hardnekkige vlekken kunnen verwijderd worden met een licht bevochtigde doek met een mild schoonmaakmiddel. Gebruik nooit organische schoonmaakmiddelen als verdunners of schurende middelen. Deze kunnen de behuizing beschadigen.

Opnieuw inpakken

Bewaar de originele doos en het originele verpakkingsmateriaal; deze kunnen gebruikt worden om de eenheid te transporteren. Pak de eenheid voor optimale bescherming opnieuw in zoals geleverd door de fabriek.

Garantie

De eenheden hebben een garantiedekking van 24 maanden voor materiaal- of constructiefouten.

Certificering

Dit product voldoet aan de essentiële vereisten van alle toepasselijke Europese richtlijnen en komt in aanmerking voor CE-markering.

EAC Clarification: This product meets Russian compliance regulations as well as EAC marking requirements.

Hierbij verklaar ik, Shure Incorporated, dat het radioapparatuur conform is met Richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres: http://www.shure.com/europe/compliance

Erkende Europese vertegenwoordiger:

Shure Europe GmbH

Hoofdkantoren in Europa, Midden-Oosten en Afrika

Afdeling: EMEA-goedkeuring

Jakob-Dieffenbacher-Str. 12

75031 Eppingen, Duitsland

Telefoon: +49-7262-92 49 0

Fax: +49-7262-92 49 11 4

Email: info@shure.de

DIS-CCU Centrale regelingseenheid

Informatie in deze handleiding

De DIS-CCU werkt standaard in de 5900-modus voor gebruik in een DDS 5900-systeem. Door het uploaden van een functielicentie kan de DIS-CCU in de 6000-modus werken voor gebruik in MXC- en oudere DCS 6000-systemen. In deze handleiding wordt de DIS-CCU in de 6000-modus beschreven.

Raadpleeg de handleiding op de website van Shure voor informatie over de bediening van het DDS 5900-discussiesysteem.

Overzicht

De DIS-CCU Central Unit (CCU) is de systeemcontroller voor MXC en oudere DCS-conferentiesystemen. De CCU verwerkt een mix van microfooneenheden, tolkstations en luidsprekers, allemaal op hetzelfde netwerk. Ondersteunde conferentiesystemen voldoen aan internationale conferentiestandaarden en ondersteunen geavanceerde luidsprekerregeling, tolken, stemming en conferentiebeheer voor maximaal 3800 deelnemers.

Systeemhub

De CCU verbindt externe apparatuur met het conferentiesysteem

Kenmerken

Wanneer de DIS-CCU is ingesteld op de 6000-modus beschikt deze over de volgende functies:

  • Bediening van een systeem van conferentie-eenheden, tolkstations, selectiehulpmiddellen voor kanalen en stemapparaten.
  • Overdracht van beveiligde audiosignalen met een bedrijfseigen algoritme
  • Biedt een webserver voor geavanceerde bediening via een browserinterface
  • Levert stroom aan meerdere conferentie-eenheden
  • Ondersteunt tot 31 tolkkanalen voor meertalige vergaderingen
  • Biedt acht audio-uitgangen om tolkkanalen of microfoongroepen naar PA-systemen, audiomixers, audiorecorders of een taaldistributiesysteem te sturen
  • Biedt twee audio-ingangen voor het aansluiten van draadloze microfoons, verwerkte audiosignalen, een uitgezonden noodbericht (EEM, emergency broadcast message) of muziek tijdens vergaderingsonderbrekingen
  • Eén rack-eenheid (1RU) kan op een standaard rek van 19 inch worden gemonteerd

Inbegrepen licenties

De DIS-CCU werkt met DDS 5900, de oude DCS 6000 en MXC-conferentiesystemen. De CCU is standaard uitgerust met de DDS 5900-modus en kan na installatie van een functielicentie in de 6000-modus werken.

Als u conferentie-eenheden van de serie MXC of DCS 6000 wilt gebruiken, moet u ervoor zorgen dat de FL6000 is geïnstalleerd en werkt op de DIS-CCU.

Het bestand met functielicentie kopen

Neem contact op met uw regionale verkoopvertegenwoordiger van Shure om een bestand met functielicentie aan te schaffen voor het inschakelen van de DCS 6000-modus en de uitbreidingsfuncties. De functies zijn gebundeld in één .xml-bestand dat specifiek is gegenereerd voor het serienummer van de DIS-CCU.

De licentie aan de DIS-CCU toevoegen

Nadat u het licentiebestand hebt aangeschaft, kunt u het naar de eenheid uploaden met behulp van de DIS-CCU-webinterface:

  1. Sla het licentiebestand (.xml-extensie) op de computer of het USB-station op.
  2. Sluit de DIS-CCU aan en open de webinterface. Meld u aan als Admin als er een wachtwoord is ingesteld.
  3. Ga naar de pagina License (System > License).

    Licentiepagina zonder upgrades

    Opmerking: Voordat de licentie in het systeem is geladen, is alleen de DDS 5900-modus beschikbaar

  4. Selecteer Browse om het licentiebestand te zoeken.
  5. Selecteer Go om het bestand op de DIS-CCU te installeren. De eenheid zal opnieuw worden opgestart.

Na het installeren van het licentiebestand

De functies staan bovenaan de webpagina en de modus kan worden geselecteerd voor gebruik met het DDS 5900- of DCS 6000-systeem.

De DIS-CCU Central Unit beschikt over de volgende functionaliteit nadat FL6000 is geïnstalleerd:

  • Conferentie-eenheden max. 250
  • Tolkkanalen max. 4
  • VOX, stemactivering Ja
  • Stemming Ja

Eenheden die zijn geconfigureerd als dubbele afgevaardigde tellen als 2 eenheden.

Door het verkrijgen van extra functielicenties kan de functionaliteit worden uitgebreid met andere functies, zoals het verhogen van het maximum aantal ondersteunde conferentie-eenheden tot 3800, of het uitbreiden van het aantal ondersteunde tolkkanalen tot 8, 16 of 31

Systeemmodus selecteren

Een eenheid waarop de 6000-licentie is geïnstalleerd, kan oudere DCS 6000- of MXC-systemen ondersteunen en de DDS 5900-functionaliteit behouden. In de 5900-modus zijn de extra functielicenties uitgeschakeld.

Opmerking: Microfooneenheden kunnen niet worden gemengd tussen systemen; DDS 5900-microfooneenheden werken alleen in de DDS 5900-systeemmodus, terwijl MXC- en oudere DCS 6000-eenheden werken in de 6000-modus.

Selecteer de systeemmodus:

Voorpaneel van DIS-CCU Vanaf de licentiepagina: System > License > Select System
Webinterface System > License Info > Select [5900 or 6000] System

Beschrijving DIS-CCU-hardware

DIS-CCU Central Unit

Voorpaneel
① Menuscherm Een OLED-display met 2 x 20 tekens maakt systeemconfiguratie zonder computer mogelijk.
② Navigatieknoppen Toetsenbord met 5 knoppen voor het configureren van het systeem zonder computer.
③ Aan/uit-knop De aan/uit-knop schakelt de Central Unit in en uit. Alle aangesloten DCS-LAN-eenheden en voedingen worden automatisch in- of uitgeschakeld met de CCU.
  • Groen = ingeschakeld
  • Rood = uitgeschakeld, maar op de voedingsbron aangesloten
  • Uit = de CCU is niet op een voedingsbron aangesloten

Opmerking: Systeeminstellingen worden opgeslagen en blijven gedurende een stroomcyclus behouden.

Achterpaneel
④ Voedingsconnector De schroefdraadconnector wordt bevestigd aan de voeding van de PS-CCU.
⑤ DCS-LAN-uitgangen Er zijn vier RJ45-ingangen beschikbaar voor het aansluiten van de microfooneenheden, die samen het DCS-LAN vormen. De DCS-LAN-keten draagt op veilige wijze digitale audio, besturingsgegevens en voeding over via dezelfde kabel. Gebruik een of meer van de vier uitgangen voor verschillende lay-outconfiguraties.

Belangrijk: Sluit alleen DCS-LAN-apparatuur aan op deze uitgang.

⑥ Bedieningsconnector (TCP/IP) De RJ45-connector biedt toegang tot de ingebouwde webapplicatie vanaf een computer of voor aansluiting op een besturingssysteem zoals AMX® of Crestron®.
⑦ Audio-uitgangen Acht gebalanceerde, mannelijke XLR-connectors voor aansluiting op PA-systemen, audiomixers, audiorecorders of een taaldistributiesysteem.
⑧ Audio-ingangen Twee gebalanceerde, vrouwelijke XLR-connectors voor het toevoegen van externe audioapparatuur aan de vergadering, zoals draadloze microfoons, een teleconferentiesysteem, verwerkte audiosignalen, een uitgezonden noodbericht (EEM, emergency broadcast message) of muziek tijdens vergaderingsonderbrekingen. Ingangsversterking en -volume zijn in te stellen op het CCU-voorpaneel of in de webapplicatie.
⑨ Connector noodschakelaar Biedt een bij noodgevallen overschrijvend signaal. Wanneer de aangesloten schakelaar is gesloten, wordt het audiosignaal op ingang 2 verdeeld over alle uitgangskanalen, waarbij alle andere audio-ingangen worden overschreven.

CCU in een rek monteren

Monteer de CCU in een standaard rek van 19 inch met behulp van de meegeleverde beugels van 19 inch. Verwijder de schroeven die de bovenste en onderste afdekkingen vasthouden en bevestig de beugels vervolgens aan de voorkant van de CCU met dezelfde schroeven.

Belangrijk: Gebruik de twee draadvormende schroeven van 10 mm lang die zich het dichtst bij de voorzijde bevinden en die van 8 mm lang die zich het verst van de voorzijde bevinden.

De ingebouwde ventilator zuigt lucht aan de linkerkant aan en aan de rechterkant af, zodat er boven of onder geen extra ruimte nodig is voor koeling.

Vereenvoudigd audiodiagram

Menunavigatie

De DIS-CCU biedt bedieningselementen vanaf het voorpaneel voor het instellen en configureren van het systeem. Gebruik het toetsenbord met 5 knoppen om door het menu te navigeren en instellingen te wijzigen.

De onderstaande afbeelding geeft een overzicht van de menustructuur.

  • Gebruik de pijltjestoetsen om door menu-items te bladeren
  • Druk op de knop Enter (midden) om naar een bewerkbaar veld te navigeren.
  • Gebruik de knoppen omhoog/omlaag om door de beschikbare waarden te bladeren

Menu-overzicht - DCS 6000-modus

NFC-kaartfunctionaliteit

De NFC-kaartfunctionaliteit is een functie waarbij afgevaardigden zichzelf met behulp van een MXC NFC-kaart op het systeem kunnen identificeren. De NFC-kaart bevat gegevens zoals afgevaardigde-ID, logincode en locatie-ID, die het Microflex® Complete-systeem gebruikt voor identificatie van de gebruiker van de conferentie-eenheid door middel van de persoonlijke gegevens uit de database in de SW6000.

Gebruik de gratis Shure NFC Card Programmer-toepassingssoftware (beschikbaar op www.shure.com) en een geautoriseerd NFC-kaartprogrammeerapparaat om de gegevens van een deelnemer op een ondersteunde NFC-kaart te coderen voor op zichzelf staand gebruik (zonder SW6000). Installeer voor functionaliteit met SW6000 de ‘SW6070 Chip Card Login’-licentiemodule op de aangesloten PC en programmeerkaarten met de SW6000-conferentiemanagementsoftware.

De functionaliteit wordt in het algemeen uitgelegd in de gebruikershandleiding van de SW6000 CAA. De functionaliteit die direct gerelateerd is aan de ‘Bediening en indicaties’ in de eenheden wordt echter hier uitgelegd.

MXC-conferentie-eenheden

MXC-conferentie-eenheden vereenvoudigen communicatie tussen deelnemers aan groepsbijeenkomsten en conferenties. De multifunctionele eenheden stellen deelnemers in staat om duidelijk te spreken en gehoord te worden door het combineren van een zwanenhalsmicrofoon, luidspreker, hoofdtelefoonbus en bedieningselementen, zelfs bij grote meertalige evenementen. Voor geavanceerde vergadertaken bevatten sommige conferentie-eenheden functies om te stemmen, de agenda te volgen, sprekers te beheren en meer.

Opmerking: Luidspreker- en vergaderingsbeheerinstellingen kunnen zeer goed worden geconfigureerd en kunnen worden afgestemd op de vereisten van uw evenement. Zie opstelling van de vergadering voor meer informatie.

Zwanenhalsmicrofoon

De MXC-microfoon is op maat gemaakt voor heldere spraakweergave en bevat een flexibele zwanenhals op de voet voor eenvoudig delen tussen de deelnemers. Vier zwanenhalsmodellen zijn verkrijgbaar: 40 cm (15,75 inch) of 50 cm (19,69 inch), enkel of dubbel gebogen, evenals de MXC406/MS-mini-shotgunmicrofoon.

Luidspreker

Een geïntegreerde luidspreker geeft elke deelnemer een duidelijk audiosignaal van de vloermix. Individuele, lokale luidsprekers verbeteren de akoestiek van de ruimte en verminderen de invloed van de installatie op de vergaderruimte.

Hoofdtelefoonuitgang

De hoofdtelefoonuitgang wordt gebruikt voor het ondersteund luisteren naar vloer-/luidsprekeraudio en naar simultaan tolken van het evenement in andere talen. Tolken zenden hun taal uit op afzonderlijke kanalen, zodat deelnemers hun gewenste taal kunnen kiezen.

Microfoonknoppen

De microfoonknoppen worden gebruikt voor het bedienen van de microfoon van een deelnemer en een verscheidenheid aan functies met betrekking tot spreek- en deelnemersbeheer. De knoppen zijn onderling verwisselbaar en werken verschillend afhankelijk van de rol van de deelnemer en de manier waarop de vergadering is opgesteld.

Vergaderingbedieningselementen

Sommige modellen van conferentie-eenheden voor stemmen en geavanceerde interactie tussen vergaderingen zijn voorzien van vergaderingbedieningselementen.

Aansluiting connectors

DCS-LAN-I/O-aansluitingen voor eenheden, die stroom en audio leveren en uitwisseling op dezelfde kabel regelen.

NFC-kaartsleuf

Deelnemers kunnen zich met behulp van de kaartsleuf aanmelden bij een conferentie-eenheid en direct hun organisatiegegevens en voorkeuren toewijzen aan de eenheid.

Microfoonfunctionaliteit

Microfoonfunctionaliteit is een functie waarbij deelnemers aan een conferentie een microfoon kunnen gebruiken in een MXC-discussie-eenheid om een publiek aan te spreken. Het geluid uit een conferentie-microfoon wordt het ‘vloergeluid’ genoemd.

U kunt de ‘vloermix’ beluisteren in de ingebouwde luidsprekers van de conferentie-eenheden, de taalselectie of tolkensets, of het geluid kan naar een extern PA-systeem worden gestuurd.

Hoewel het aantal toegestane open microfoons kan worden ingesteld op de CCU, wordt het geluid van alle open microfoons gecombineerd in de ‘vloermix’.

Bevestigingsopties

Om bij elke installatie met talrijke variabelen rekening te kunnen houden, biedt de MXC-serie verschillende modellen in zowel draagbare als ingebouwde configuraties.

Installatie-opties

Beide modellen hebben dezelfde functies, maar zijn nuttig voor verschillende omgevingen en toepassingen.

Tafelblad (draagbaar)
  • Geen modificaties aan het tafelblad noodzakelijk
  • Eenvoudig eenheden toevoegen of verwijderen
  • Kan met schroeven van grootte 4 aan het tafelblad worden bevestigd
Verzonken montage (geïnstalleerd)
  • Minder ruimte op tafel
  • Schone, professionele uitstraling

Houd rekening met de volgende variabelen wanneer u besluit welk type MXC-microfooneenheid u wilt aanschaffen:

  • Permanentie: is dit een tijdelijke of een permanente installatie?
  • Bekabeling: is uw meubilair historisch of kostbaar om aan te passen?

Beschrijvingen van hardware van conferentie-eenheid

Niet alle functies zijn beschikbaar op alle MXC-conferentie-eenheden.

① Functieknop Hardware-knop die kan worden gekoppeld aan verschillende functies
② Spreekknop Hiermee activeert u de microfoon om het woord te voeren tijdens een vergadering
③ Connector van 3,5 mm Voor het beluisteren van een tolkkanaal of vloeraudio via een hoofdtelefoon
④ NFC-kaartsleuf Voor snelle identificatie van deelnemers
⑤ Volumeregeling Hiermee verhoogt en verlaagt u het afspeelvolume
⑥ Kanaalselectie Voor het selecteren van een tolkkanaal
⑦ Kanaalindicator OLED-weergave om het tolkkanaal aan te geven
⑧ Microfooningang Vergrendelbare connector voor MXC-zwanenhalsmicrofoon
⑨ DCS-LAN-netwerkverbinding Voor het overdragen van audio en netwerkgegevens en voeding
⑩ Luidspreker Voor vloeraudio
⑪ Stemknoppen Configureerbaar voor stemming met 3 of 5 knoppen
⑫ Audio in-/uitgang Audio-ingangs- en audio-uitgangskanaal
⑬ XLR-ingang Voor audio van de microfoon
⑭ Ground-lift-schakelaar Koppelt de aarde los van pen 1 van de XLR-ingang

Draagbare modelvarianten

MXC615- en MXC620-conferentie-eenheid

Conferentie- en discussie-eenheid met enkel- en dubbelvoudige rol voor afgevaardigden en een optionele ‘Dempen/Spreken’-overlay in braille.

MXC630-conferentie-eenheid met stemfunctie

Conferentie-eenheid met stemfunctie, deelnemersidentificatie via NFC en geïntegreerde ‘Mute/Speak’-labels in braille op spraak- en functieknoppen voor enkelvoudige afgevaardigde.

MXC640-conferentie-eenheid met aanraakscherm

Conferentie-eenheid met bedieningselementen op het aanraakscherm, stemfunctie, deelnemersidentificatie van dubbele afgevaardigden via NFC en geïntegreerde ‘Mute/Speak’-labels in braille op spraak- en functieknoppen.

Ingebouwde modelvarianten

De varianten van de ingebouwde conferentie-eenheden kunnen permanent op een tafel of podium worden gemonteerd. Het ontwerp met laag profiel verbergt de voet en bekabeling onder het tafelblad.

MXC620-F-conferentie-eenheid

Ingebouwde conferentie-eenheid met NFC-kaartidentificatie en eentalige kanaalselectie.

MXC630-F-stemeenheid

Ingebouwde conferentie-eenheid met stemfunctie met NFC-mogelijkheid en eentalige kanaalselectie

MXCMIU multi-interface-eenheid

De MIU is een compacte conferentie voor toepassingen met beperkte inbouwruimte en biedt meerdere gebruiksmodi (luisteraar, afgevaardigde, voorzitter of omgeving) voor gebruik met ingebouwde verbindingsplaten via HDMI-aansluiting of audio van een externe bron via de XLR-ingang.

MXCMIU-FS | MXCMIU-FL ingebouwde verbindingsplaten

De discussie-eenheid beheren

MXC-discussie-eenheden zijn programmeerbaar tijdens de configuratie om de rol van elke deelnemer aan een vergadering te ondersteunen.

Voorzitter

Als leider van het evenement beschikt de voorzitter over een aantal unieke functies op de discussie-eenheid.

  • All-Delegate Off: De voorzitter kan met deze knop voor het beheren van de vergadering alle microfoons van de afgevaardigden onmiddellijk uitschakelen en de sprekerslijst wissen.
  • Speak: De voorzitter kan de microfoon altijd inschakelen, waarbij de delegatie-eenheden worden overschreven, ook als het maximale aantal open kanalen is overschreden. Om deze reden is er geen dempingsknop; de voorzitter drukt gewoon op de knop Speak om de microfoon aan en uit te zetten.

Afgevaardigde

Delegatie-eenheden dragen bij aan de belangrijkste audiomix: de vloermix. Het aantal gelijktijdig sprekende afgevaardigden is beperkt, waardoor verschillende bedieningsknoppen nodig zijn om deel te nemen aan de discussie:

  • Speak: Zet de microfoon aan of voeg de gebruiker aan de aanvraagwachtrij toe, afhankelijk van de systeeminstellingen. De microfoonstatus wordt door de led aangegeven:
    • Rood = microfoon staat aan
    • Groen = microfoon staat in de aanvraagwachtrij
  • Mute: Hiermee dempt u tijdelijk het geluid van de microfoon. Als u de knop indrukt, behoudt de deelnemer spreekrechten, maar zal de microfoon geen audio doorgeven.

Bedieningselementen en indicaties voor de gebruiker

Hieronder vindt u een overzicht van de microfoonbedieningselementen op MXC-conferentie-eenheden. Houd er rekening mee dat niet alle bedieningselementen op alle eenheden beschikbaar zijn:

  • Knop Speak (delegatie-eenheid)

    Als u op de knop Speak drukt, wordt de microfoon ingeschakeld of wordt de microfoon in de aanvraagwachtrij geplaatst als de microfoonfunctie in de ‘Gebruiksmodus’ is toegestaan

  • Knop Speak (voorzitterseenheid)

    Als u op de knop Speak drukt, wordt de microfoon ingeschakeld

  • Led voor Speak

    Gaat rood branden wanneer de microfoon Aan staat

  • Led voor Request

    Gaat groen branden wanneer de microfoon in de aanvraagwachtrij wordt geplaatst (zie ‘Gebruiksmodi’).

  • Knop All del off (voorzitterseenheid)

    Als u op de knop All del off drukt, worden de microfoons van alle afgevaardigden uitgeschakeld

  • Delegate off/All del off LED (voorzitterseenheid)

    Gaat groen branden wanneer de knop wordt ingedrukt, met uitzondering van de DC 6990 P, die bij de eerste vrijgave rood gaat branden

  • Knop Mute

    Als de knop Mute actief is en u hierop drukt, wordt de microfoon gedempt zonder dat u het spreekrecht verwijderd

  • Knop Exclusive (voorzitterseenheid)

    Als de knop Exclusive actief is en u hierop drukt, worden de microfoons van alle afgevaardigden gedempt en wordt de microfoon van de voorzitter geactiveerd

  • Led voor Exclusive (voorzitterseenheid)

    Gaat oranje branden wanneer de knop is geactiveerd

  • Knop Next on (voorzitterseenheid)

    Als u op de knop Next on drukt, wordt de eerste aanvraag uit de aanvraaglijst ingeschakeld

  • Led voor Next on (voorzitterseenheid)

    Gaat rood branden wanneer de knop is geactiveerd

  • Lichtring microfoon

    Gaat rood branden wanneer de microfoon is ingeschakeld; stopt met branden wanneer de microfoon is gedempt

Microflex-zwanenhalsmicrofoons met meerdere pennen

Vergrendelbare zwanenhalsmicrofoons voor gebruik met MXC/MXCW-conferentie-eenheden.

  • Commshield®-technologie voorkomt RF-ruis
  • Vergrendelbare 10-pens modulaire connector
  • Ingebouwde rood/groen/gele ledindicator
  • Compatibel met de supercardioïde cartridges en omni- en mini-shotguncartridges van de MX-serie
  • Beschikbaar met een lengte van 16 inch/40 cm of 20 inch/50 cm, met optionele Dualflex-configuratie

De DCS-LAN-apparatuur aansluiten

Shure biedt kabels die speciaal zijn ontworpen voor de MXC-lijn van conferentie-en discussie-apparatuur. De Shure EC 6001 zijn ethernetkabels van hoge kwaliteit die beschikbaar zijn in verschillende lengtes van 0,5 m tot 100 m. Elke kabel is getest om betrouwbare systeemprestaties te garanderen. Zie het gedeelte over accessoires voor bestelinformatie over de EC 6001-xx.

Belangrijk: Kabels en connectors moeten zijn afgeschermd voor stabiele systeemprestaties. Als er bij een installatie geen Shure EC 6001-kabels worden gebruikt, moet aan de Cat5e-kabelvereisten worden voldaan.

Conferentie-eenheden en DCS-LAN-componenten aansluiten

Conferentie-eenheden en DCS-LAN-componenten worden op volgorde (in serie) aangesloten via de twee RJ45-poorten op elke eenheid. Connectors zijn niet onderling verwisselbaar: de vorige eenheid moet worden aangesloten op de IN-poort en de volgende eenheid op de OUT-poort. Gebruik altijd afgeschermde Cat5e-bekabeling (of hoger) voor betrouwbare systeemprestaties.

Voeding, besturingsgegevens en audio worden van de ene eenheid naar de andere overgedragen via dezelfde afgeschermde Cat5e-kabel.

Om de apparatuur te beschermen, dient u ervoor te zorgen dat de centrale besturingseenheid (CCU) altijd uit staat wanneer u de microfooneenheden aansluit of loskoppelt. Gebruik één van de vier uitgangen (A, B, C en/of D) voor het aansluiten van DCS-LAN-componenten.

  1. Schakel de CCU uit om de apparatuur te beschermen tijdens het instellen.
  2. Sluit de uitgang van een keten van de CCU aan op de eerste microfooneenheid met afgeschermde Cat5e-kabel.
  3. Sluit de rest van de microfooneenheden in serie aan met behulp van de RJ45-aansluitingen aan de onderkant van elke eenheid.
  4. Schakel de CCU in door op de aan/uit-knop te drukken. De microfooneenheden gaan aan. De eenheid blijft stabiel zodra de leds van de bedieningsknop niet meer knipperen.

    Opmerking: Schakel de CCU niet uit totdat het systeem is gestabiliseerd

Kabelvereisten

Type Cat5e (of hoger) getwist paar
Afscherming F/UTP of U/FTP
Connector Afgeschermde RJ45
Gewicht AWG 24
Maximale kabellengte
  • Alleen DIS-CCU: 200 m
  • DIS-CCU met versterker: 680 m

Belangrijk: Kabels en connectors moeten zijn afgeschermd voor stabiele systeemprestaties. Als er bij een installatie geen Shure EC 6001-kabels worden gebruikt, moet aan de Cat5e-kabelvereisten worden voldaan.

Patchpanelen gebruiken

Bij het ontwerpen van een systeem met een patchpaneel, vormt u de kabel naar de afgeschermde vrouwelijke connector op het paneel. Gebruik vervolgens korte overbruggingskabels voor aansluiting op de microfooneenheden. Zorg ervoor dat de keten altijd wordt afgesloten door een microfooneenheid of een afsluitplug die in het pakket met SPS CU-reserveonderdelen is meegeleverd.

Beste praktijken voor installatie

Volg deze richtlijnen voor de meest betrouwbare installatie.

Continuïteit van afscherming

De afscherming moet in de gehele DCS-LAN-keten consistent zijn. Alle voor de MXC-componenten gebruikte kabels en patchpanelen vereisen afgeschermde RJ45-connectors. Alle MXC-componenten zijn voorzien van afgeschermde vrouwelijke RJ45-connectors.

Voorkomen van onbedoelde aarding (galvanische scheiding)

Voorkom onbedoelde aarding van het DCS-LAN-signaal met de chassismassa van een patchpaneel. Het DCS-LAN gebruikt de afscherming als aardreferentie van het signaal en kan in de verbinding niet in contact komen met een andere massa.

Voorkomen van aarding in een patchpaneel

Problemen met aarding voorkomen:

  • Plastic frames in een patchpaneel: Deze zorgen ervoor dat de vrouwelijke RJ45-connectors niet worden geaard op het chassis van het patchpaneel.
  • Lege ruimte tussen de connectors: Laat een ruimte tussen elke vrouwelijke RJ45-connector in een patchpaneel.
  • Continuïteit van afscherming: Elk onderdeel in de keten moet goed zijn afgeschermd.

Opmerking: De vrouwelijke connectors in alle MXC-componenten zijn voorzien van een luchtopening die het chassis van de connector en het chassis van de eenheid isoleert en zo een galvanische (fysieke en dus elektrische) verbinding voorkomt.

Kabels goed bevestigen

Wees voorzichtig bij het installeren van de apparatuur, zoals bij alle kabels die signalen overdragen.

Buigen

Buig de kabel niet scherp. Ethernetkabels kunnen niet meer dan vier keer de diameter van de kabel worden gebogen.

Knellen

Bevestig de kabel niet te strak. Een afgeknelde kabel werkt mogelijk niet goed.

Aansluitschema’s

In de volgende systeemschema’s worden de standaard hardwareverbindingen met de DIS-CCU weergegeven. De werkelijke installaties kunnen gebruikmaken van verschillende hardwarecombinaties, maar volgen de algemene concepten die hieronder worden beschreven.

Om kabelredundantie aan uw systeem toe te voegen, sluit u de OUT-poort van het DCS-LAN van de laatste conferentie-eenheid aan op een MXC-redundantie-interfacebox (MXC-ACC-RIB), die terugkeert naar de bronuitgang van die keten.

Opmerking: Ingebouwde en draagbare conferentie-eenheden zijn op de volgende tekeningen onderling verwisselbaar, tenzij anders aangegeven.

Basisinstelling met conferentie-eenheden

Het systeem werkt zonder gebruik van een computer. Gebruik het CCU-navigatiescherm om de installatie in te stellen.

Basissysteem met meerdere ketens

Computer voor geavanceerde besturing

Sluit een computer op de centrale besturingseenheid aan voor uitgebreid systeembeheer via een webbrowser. Sluit een ethernetkabel aan tussen de speciale TCP/IP-poort en een computer.

Computerbesturing

Sluit de TCP/IP-poort van de CCU aan op de computer

Tablet of laptop voor draadloze besturing

Gebruik een draadloze router om toegang te krijgen tot de webbrowser vanaf een laptop of tablet. De webbrowser op een mobiel apparaat biedt hetzelfde uitgebreide systeembeheer.

Draadloze besturing

Audiorecorder

Sluit een audiorecorder aan op de analoge uitgangen van de CCU om vloeraudio, vertalingen of een specifieke set microfoons op te nemen. Gebruik de browserinterface om eenheden met groepen te verbinden en ze toe te wijzen aan de specifieke uitgang (A-H). Sluit de XLR-uitgangen van de CCU aan op de ingangen van een audiorecorder.

Audio opnemen

Mixer of DSP

Sluit een mixer aan op de analoge uitgangen van de CCU om het afzonderlijke microfoonvolume of de niveauregeling te regelen. Gebruik de browserinterface om eenheden met groepen te verbinden en ze toe te wijzen aan de specifieke uitgang (A-H).

De audio terugleiden naar het DCS 6000-systeem:

  1. Sluit de uitgang van het externe apparaat aan op audio-ingang 1 van de CCU
  2. Leid audio-ingang 1 door de luidspreker en K. 0 te selecteren en Out A (groep) te deselecteren Audio > Input Control > Audio In 1
  3. Om een terugkoppelingslus te voorkomen, schakelt u de interne vloerrouting uit door de luidspreker en K. 0 te deselecteren: Audio >  Input Control > Floor

Een mixer of DSP aansluiten

DCS-LAN-vermogenscalculator

Voor veel installaties levert de DIS-CCU voldoende stroom voor de conferentie-eenheden. De CCU kan meerdere eenheden tegelijkertijd van stroom voorzien zonder extra apparatuur. Het aantal ondersteunde conferentie-eenheden is afhankelijk van de omvang en indeling van de installatie.

Om de specifieke vereisten voor uw installatie te bepalen, gebruikt u de DCS-LAN-vermogenscalculator op https://dcslan.shure.com.

Vermogen hangt af van installatievariabelen

Het aantal eenheden maximaliseren zonder het toevoegen van apparatuur:

  1. Gebruik meerdere uitgangen van de keten van de CCU. De eenheden moeten gelijkmatig over elke keten worden verdeeld
  2. Plaats de CCU zo dat de afstand tot de eerste microfooneenheid zo kort mogelijk is
  3. Houd de totale kabellengte zo kort mogelijk door de ruimte tussen de eenheden te verkleinen

Grote systemen installeren

Voeding voor aanvullende componenten

Om aanvullende componenten aan het systeem toe te voegen, voegt u een lijnvoeding of rekmontage met voeding aan de keten van de microfooneenheid toe. Meerdere voedingen kunnen worden gebruikt om de maximaal 3800 ondersteunde eenheden te bereiken.

Opmerking: Als u 250 eenheden wilt overschrijden, moet u ervoor zorgen dat de licentie FL6000-3800 is aangeschaft en geïnstalleerd in de CCU.

Lijnvoeding

Gebruik de PI-6000 power inserter om een lijnvoeding toe te voegen voor maximaal 50 aanvullende microfooneenheden. De eenheid kan op elk punt in de keten worden aangesloten om de aanvullende componenten van stroom te voorzien.

Opmerking: De PI-6000 vernieuwt het datasignaal niet, zodat de totale kabellengte vóór een versterker niet meer dan 200 m mag bedragen.

Lijnvoeding (1x)

Rekmontage met voeding voor vier aanvullende ketens

Gebruik de uitbreidingseenheid voor de EX 6010-rekmontage om aanvullende componenten en configuratie-opties toe te voegen. De eenheid breidt de DCS-keten uit in vier aparte uitgangen, elk met een voeding gelijk aan een CCU.

Rekmontage met voeding (x4)

Systeem instellen

User Interface for the MXC640

To activate the console, press the LCD touch screen. Login using code or chip card if prompted.

Start-up screen

When the system is powered up, an initialization and start-up screen appears.

It includes the conference name if a conference has been started in the SW6000. It may also include a delegate name, depending on the login mode set by the system administrator.

Press the touch screen to enter.

Insert an NFC card, or touch the screen to log in with a PIN.

Navigation Pane

When the user leaves the start-up screen, the Home screen appears. At the top of the screen is the navigation pane, for moving between different screens to access different options and information.

① Headphone Language

② Home

③ Agenda

④ Voting (Chairman only)

⑤ Settings

Home Screen

The Home screen includes a combined speaker and request list with scroll functionality. The Reply button allows the user to select from a list of predetermined replies.

Single Delegate consoles offer dedicated Speak and Mute hardware buttons and two quick-access replies, with additional replies available by selecting More.

Dual Delegate consoles feature two Speak buttons, and no quick replies.

The Chairman console includes the following software buttons:

Reply Adds or removes the Chairman or Delegate from the Reply list
Mute All Mutes or un-mutes all conference units
Next On Moves a speaker to the top of the Speak list
Exclusive Mutes all Delegates on the Speak list
All Rep Off Removes all delegates from the Reply list
All Req Off Clears the Request list and disables adding new requests

Agenda

The Agenda screen displays the agenda for an active conference. Selecting an item displays full details. The agenda is created in the CCU.

The Chairman can set an active agenda item and start voting sessions:

Voting Menu

The Voting menu is available in Chairman mode, and displays the available voting parameters. In stand-alone four parameters are available, while SW6000 enables all parameters defined in the CCU.

The Voting screen is automatically displayed on all conference units when a voting session or attendance check is started. Users with voting rights can cast their vote using the touchscreen.

Results

The Results menu displays the latest voting or attendance check result. This menu is only available after a vote is finished.

Note: Results are not available or displayed for cancelled voting sessions.

Channel Selector

The Channel Selector allows the user to select from the available interpretation audio channels.

Webinterface

Voor uitgebreid beheer en externe besturing van het systeem, opent u de webinterface op een computer of tablet. De centrale besturingseenheid (DIS-CCU) biedt een webserver voor systeembesturing vanaf een webbrowser op een netwerkcomputer. De webinterface biedt geavanceerde parameters voor het instellen van het systeem en stelt de voorzitter of moderator in staat microfoons te beheren met behulp van de namen van deelnemers en pleknummers.

Opmerking: Het computernetwerk staat los van de DCS-LAN-conferentie-eenheid.

DCS 6000-webinterface

Systeemvereisten

Voor de beste prestaties werkt u de browser altijd bij naar de laatst uitgebrachte versie. De volgende browsers werken goed samen met de systeeminterface:

  • Internet Explorer (IE) 8+
  • Firefox 10+
  • Safari
  • Chrome
  • Opera

De DIS-CU-systeeminterface openen

Volg deze instructies om de browserinterface op een computer te openen.

Aansluiten op de CCU

  1. Sluit een computer aan op de TCP/IP-poort van de CCU.
  2. Schakel de apparatuur in.
  3. Wijs de computer toe om automatisch een IP-adres te krijgen, zodat de computer automatisch verbinding kan maken met de CCU.
  4. Verkrijg een IP-adres door Dynamic te selecteren in het venster LAN Setup  > Acquire IP addr..
  5. Bekijk het IP-adres: LAN Setup  > IP address setup.
  6. Open de internetbrowser op de computer.
  7. Type “http://IP-address”, waarbij “IP-adres” het adres is dat u van de CCU hebt genoteerd.
  8. De browserinterface wordt geopend.

Het netwerkadres toewijzen

Toegang tot de systeeminterface is mogelijk vanaf twee netwerkadressen: IP-adres en hostnaam. Beide adressen geven in een browser toegang tot de interface van de aangesloten CU.

Beheer het netwerkadres vanuit de browser: System > LAN Setup

Aanvullende pagina’s voor deelnemers aan vergaderingen

Naast de beheerderstoegang tot de webinterface zijn er twee verschillende adressen die nuttig zijn voor de deelnemers tijdens de vergadering:

  • Microfoonbediening voor sprekerbeheer
  • Pagina voor alleen weergeven voor deelnemers aan de vergadering om de sprekerslijsten te bekijken

Iedereen heeft standaard toegang tot deze weergaven vanaf een computer of mobiel apparaat die is verbonden met het netwerk. Om deze pagina’s te beschermen, kan de beheerder voor elke pagina een wachtwoord toewijzen via de pagina Security.

Microfoonbedieningspagina

Deze pagina is bedoeld voor microfoonbediening tijdens de vergadering. Gebruik deze weergave als voorzitter of vergaderingsoperator om sprekers, spreekaanvragen en antwoorden te beheren.

Voer voor toegang het IP-adres van de CCU in, gevolgd door /chairman (voorbeeld: http://172.17.11.137/chairman).

Weergave-pagina

De weergave-pagina wordt gebruikt om de deelnemers aan de vergadering een beeld te geven van de spreker, de aanvragen tot spreken en de antwoordlijsten.

Voer voor toegang het IP-adres van de CCU in, gevolgd door /display (voorbeeld: http://172.17.11.137/display).

Tip: geef de pagina als volledig scherm weer tijdens de vergadering:

  • Pc: F11
  • Mac: ctrl + cmd + f

Taal instellen

De browserinterface wordt in verschillende talen ondersteund. Ga naar System > Language om de gewenste taal te selecteren.

Albanees Shqip
Arabisch اللغة العربية
Bosnisch Bosanski
Bulgaars български
Chinees (vereenvoudigd) 中文(简体)
Chinees (traditioneel) 中文(繁體)
Kroatisch Hrvatski
Deens Dansk
Engels English
Frans Francais
Duits Deutsch
Grieks Ελληνική
IJslands Íslenska
Italiaans Italiano
Japans 日本語
Koreaans 한국인
Macedonisch македонски
Montenegrijns cyrillisch Црногорски
Montenegrijns Latijn Crnogorski
Noors Norsk
Perzisch فارسی
Pools Polski
Portugees Português
Russisch русский
Servisch cyrillisch Српски
Servisch Latijn Srpski
Sloveens Slovenski
Spaans Español
Zweeds Svenska
Thais ภาษาไทย
Vietnamees Tiếng Việt

De gebruiksmodus instellen

Voor de meeste installaties is de ‘Operation Mode’ (Gebruiksmodus) voor alle eenheden ingesteld op de systeemmodus ‘Use CU mode’. Dit betekent dat de gebruiksmodus voor de eenheden de systeemmodi volgt, d.w.z. als het systeem zich in de ‘Manual mode’ bevindt, zullen de delegatie-eenheden in de Manual-modus werken.

Wanneer u eenheden toewijst voor werking in de ‘Use CU modes’, worden de modi uit de volgende tabel weergegeven:

Eenheid

Gebruiksmodus

Mogelijkheid tot onderbreking

Voorzitter

Automatic

<=

Afgevaardigde

Use CU mode

Use CU mode

VIP

Automatic

Use CU mode

Voor bepaalde toepassingen is het echter wenselijk om afzonderlijke ‘gebruiksmodi’ toe te wijzen, waarbij de apparaten de afzonderlijke modusinstellingen onafhankelijk van de “System Setting” volgen.

U kunt bijvoorbeeld de volgende “Eenheden” maken:

Eenheid

Gebruiksmodus

Mogelijkheid tot onderbreking

Geen spreekrecht

Niet relevant

Niet relevant

VIP-eenheid

Automatic

<

Secretaris

Automatic

<

Afgevaardigde FIFO

Deze eenheid onderbreekt andere afgevaardigden als het “maximaal aantal sprekers” is bereikt

Use CU Mode

<=

Standaard spreker

Deze eenheid kan altijd worden ingeschakeld behalve als 8 eenheden met ‘Spreekprioriteit’ = 5 zijn geopend

Automatic

<=

Beveiliging

MXC-componenten gebruiken een bedrijfseigen algoritme om te voorkomen dat onbevoegde apparaten naar het audiosignaal kunnen luisteren. Om de vergadering verder te beveiligen, wijst u een wachtwoord toe aan de browserinterface en schakelt u beveiligingsfuncties op draadloze routers in.

De browserinterface met wachtwoord beveiligen

U kunt een wachtwoord toewijzen om toegang tot de browserinterface te beperken. Aan elk van de drie interface-adressen is een onafhankelijk wachtwoord toe te wijzen: beheerder, voorzitter en display.

  1. Meld u als beheerder aan bij de browserinterface.
  2. Ga naar de pagina Security (System > Security)
  3. Voer een wachtwoord in.
  4. Selecteer Change Password om de inloggegevens op te slaan.

Opmerking: Wachtwoorden worden gewist wanneer de eenheid vanuit de CCU-hardware wordt gereset.

Namen en pleknummers toewijzen

Bij aanvang van de vergadering dient de voorzitter of de moderator naar de deelnemers te verwijzen met naam, pleknummer of beide. De juiste toewijzing van namen en pleknummers is van cruciaal belang om de continuïteit van de vergadering te garanderen.

Wanneer u zich voor de eerste keer met een browserinterface bij een installatie aanmeldt, verschijnt elke microfoon met de standaardnaam. Eenheden krijgen automatisch een pleknummer toegewezen. Voorzitterseenheden verschijnen ook op de pagina Participant Setup. Gebruik deze pagina ook om de eenheden aan het verwachte schema met plekken te koppelen.

  1. Controleer of alle eenheden zijn aangesloten en werken.
    • Ga naar de pagina System Status voor details System > System Status
    • Alle correct aangesloten microfooneenheden staan in een lijst met een automatisch door de software toegewezen standaard serienummer en pleknummer.
    • De losgekoppelde eenheden worden weergegeven als Lost en kunnen uit de lijst worden verwijderd door Remove Unregistered Units te selecteren
  2. Wijs de pleknummers opnieuw toe om ze aan te passen aan de werkelijke pleknummers in de ruimte of op uw schema met plekken.
    1. Ga naar de pagina Unit to Seat Relation Configuration > Unit to Seat Relation.
    2. Zorg ervoor dat de gegevens in het schema met plekken overeenkomen met de bijbehorende eenheden in de ruimte door de cursor op het veld met pleknummer te plaatsen. De lichtring op de microfoon knippert rood.
    3. Wijzig het pleknummer door in het veld te klikken.
  3. Teken een schema met plekken, of diagram, die de ruimte weergeeft. Geef een nummer aan elke plek waarvoor een microfoon nodig is. Voeg namen van deelnemers toe aan het schema met plekken.
  4. Ga terug naar de pagina Participant Setup Configuration > Participant Setup en wijzig de beschrijvingen naast de toegewezen pleknummers in de juiste namen van de deelnemers.

Het gebruikerstype programmeren

MXC-discussie-eenheden zijn programmeerbaar en veranderen de functie van de bedieningsknoppen ter ondersteuning van verschillende gebruikerstypen. De drie typen zijn voorzitter, afgevaardigde of tolk, die elk een unieke besturingsfunctionaliteit vereisen. De instelling wordt op de eenheid opgeslagen en blijft van kracht na opnieuw opstarten.

Opmerking: Ingebouwde eenheden zijn niet programmeerbaar als tolkstation. Gebruik de draagbare MXCIC-eenheid voor simultaan tolken.

Programmeer de draagbare eenheden door op de volumeknoppen te drukken en naar de gewenste modus te scrollen.

  1. Schakel de eenheid in door deze op de juiste manier op de DCS-LAN-keten aan te sluiten.
  2. Houd de volumeknoppen ‘-’ en ‘+’ ingedrukt. Het licht voor Speak knippert om aan te geven dat de eenheid gereed is voor programmering.
  3. Houd de volumeknoppen ingedrukt en blader bij de kanalen naar het type eenheid. Het type wordt aangegeven door de combinatie van kanaal-leds; zie de onderstaande tabel.

Type eenheid veranderen

Type eenheid K. 1 K. 2
Afgevaardigde met demping Uit Uit
Afgevaardigde zonder demping Aan Uit
Voorzitter Uit Aan
Tolk Aan Aan

Systeemmodi

De MXC-conferentie-eenheden werken in verschillende modi, afhankelijk van de instellingen van het systeem.

De “Gebruiksmodus van het systeem”, ook wel “CU-modus” genoemd, bepaalt het gedrag van het microfoonsysteem en wordt ingesteld op de DIS-CCU.

De volgende modi zijn beschikbaar wanneer de DIS-CCU op zichzelf werkt (PC met SW6000 is nog nooit aangesloten):

Automatic

In de Auto-modus (of Automatic-modus) kunnen de microfooneenheden onmiddellijk worden ingeschakeld wanneer u op de AAN/UIT-knop van de microfoon drukt.

Dit wordt aangegeven door een rood licht in het ‘Speak’-lampje in de microfooneenheid. Als u nogmaals op de AAN/UIT-knop drukt, wordt de microfoon uitgeschakeld.

Als het “maximale aantal sprekers (afgevaardigden)” is bereikt, wordt het verzoek om het woord te voeren afgewezen.

Microfoons met prioriteit voor de voorzitter worden altijd ingeschakeld (een voorzitterseenheid bevindt zich altijd in de Auto- of VOX-modus).

FIFO

FIFO (First in, first out) is een automatische modus. De microfoon werkt op dezelfde manier als in de automatische modus zolang het aantal ingeschakelde eenheden voor afgevaardigden kleiner is dan of gelijk is aan het geselecteerde ‘maximale aantal sprekers’.

Wanneer het maximale aantal is bereikt, wordt de volgende afgevaardigde die op de aan/uit-knop drukt bovenaan de aanvraagwachtrij geplaatst. Het groene ‘Request’-lampje knippert om dit aan te geven.

Er worden meer afgevaardigden in de aanvraagwachtrij geplaatst wanneer zij op hun aan/uit-knoppen drukken, totdat het maximum aantal afgevaardigden is bereikt. Hun groene ‘Request’-lampjes gaan branden.

Wanneer een van de actieve microfooneenheden is uitgeschakeld, wordt de eerste delegatie-eenheid in de wachtrij automatisch ingeschakeld en gaat het groene ‘Request’-lampje van de volgende afgevaardigde in de wachtrij knipperen.

Deze modus wordt normaal gesproken gebruikt met slechts 1 als maximaal aantal sprekers.

Microfoons met prioriteit voor de voorzitter worden altijd direct ingeschakeld.

Manual

De Manual-modus bevat een aanvraaglijst, waarbij ‘Afgevaardigden’ in een wachtrij worden geplaatst door het indrukken van de aan/uit-knop van de microfoon. Dit wordt bevestigd door het groene licht in het ‘Request’-lampje op de delegatie-eenheid. De aanvraag kan worden geannuleerd door opnieuw op de knop te drukken.

De microfoon kan alleen worden ingeschakeld vanaf een PC met SW6000-software, vanaf de MXC640 (voorzitterseenheid) of vanaf een besturingssysteem zoals AMX of Crestron. Dit wordt aangegeven door een rood licht in het ‘Speak’-lampje in de microfooneenheid. Op dit moment kan de afgevaardigde de microfoon uitschakelen door op de aan/uit-knop van de microfoon te drukken.

Microfoons met prioriteit voor de voorzitter worden altijd direct ingeschakeld.

VOX

In de VOX-modus, de stemactiveringsmodus, kunnen de microfooneenheden automatisch worden ingeschakeld als u in de microfoon spreekt of als u op de aan/uit-knop van de microfoon drukt.

Dit wordt aangegeven door een rood licht in het ‘Speak’-lampje in de microfooneenheid. Als u nogmaals op de AAN/UIT-knop drukt, wordt de microfoon uitgeschakeld.

De microfoon wordt automatisch uitgeschakeld nadat u klaar bent met praten en na de tijd die is gedefinieerd in de instelling ‘Release Time’, die doorgaans op 4 seconden is ingesteld. De microfoon kan ook worden uitgeschakeld door op de aan/uit-knop te drukken.

Een voorzitterseenheid bevindt zich altijd in de Auto- of VOX-modus.

Houd er rekening mee dat de MXCMIU en de eenheden in de modus ‘Microphone Sharing’ niet kunnen werken in de VOX-modus.

Instelling opslaan in de DIS-CCU

Als u na het sluiten van de SW6000 de afzonderlijke instellingen in de eenheden wilt behouden, kunt u deze in de DIS-CCU opslaan door de instelling op te slaan.

Bij het opslaan van de configuratie worden de wijzigingen in de instellingen, die in de verschillende menu’s van de DIS-CCU, de MXCIC-tolksets, de AO 6004/6008-audio-eenheid of de conferentie-eenheden (afzonderlijke instellingen) zijn gemaakt, opgeslagen in het flashgeheugen van de DIS-CCU.

Ook het serienummer en het type van alle eenheden die op het moment van opslaan van de configuratie op de DIS-CCU zijn aangesloten, worden opgeslagen in het flashgeheugen van de DIS-CCU.

Wanneer u een configuratie ‘laadt’, worden de laatste instellingen die in het flashgeheugen van de DIS-CCU zijn opgeslagen, opnieuw geladen in de DIS-CCU, de MXCIC-tolksets, de AO 6004/6008-audio-eenheid en de delegatie-eenheden.

Wanneer u de stroom op de DIS-CCU uitschakelt en vervolgens weer inschakelt, wordt ook de laatst opgeslagen instelling geladen.

Audio-instellingen

Vloermix

Wanneer een microfoon wordt ingeschakeld, wordt de audio standaard naar de hoofdmix (groep A) geleid. Deze mix wordt vaak de vloermix genoemd, omdat de audio van de spreker naar de rest van de deelnemers aan de vergadering wordt doorgestuurd. Tolken luisteren ook naar de vloermix om het gesprek bij meertalige vergaderingen te tolken.

De vloermix wordt standaard naar de luidspreker- en hoofdtelefoonuitgang (kanaal 0) van elke aangesloten microfooneenheid geleid.

Microfoons naar groepen leiden

Ga naar de pagina Group Setup Audio > Group Setup om de microfoonrouting te bekijken en aan te passen.

Selecteer voor elke microfoon een van de volgende opties:

  • Alleen Group A (standaard)
  • Group A + een andere groep
  • Group B, C, D, E, F, G of H
  • Geen

Vloermix op de luidsprekers

Luidsprekers worden bij de meeste microfooneenheden meegeleverd voor een gelokaliseerde geluidsversterking van de vergadering. Wanneer een deelnemer zijn microfoon gebruikt, wordt hij/zij gehoord in andere luidsprekers van de eenheid. Hierdoor wordt heldere spraakweergave in grote ruimten verbeterd en standaard problemen met betrekking tot geluidversterkingssystemen verminderd.

Een luidspreker voor elke deelnemer

Elke deelnemer kan de vergadering beluisteren via een persoonlijke luidspreker aangesloten op de microfooneenheid.

Opmerking: Om feedback te voorkomen, wordt de luidspreker uitgeschakeld wanneer de bijbehorende microfoon actief is.

Luidspreker aanpassen

Het volume van de luidspreker is een systeeminstelling die voor alle aangesloten eenheden geldt. Het volume is in te stellen van –0 dB (geen verzwakking) tot –40 dB, inclusief uit (dempen). Voor het aanpassen van het volume:

Vanaf de browserinterface Ga naar de pagina Loudspeaker Control (Audio > Loudspeaker Control)
Vanaf de CCU Blader naar het menu Loudspeaker (loudspk. control > loudspk. volume > db)

Kanalen hoofdtelefoon

De microfooneenheden hebben een hoofdtelefoonuitgang voor het beluisteren van tolkkanalen of andere deelnemers op het vloerkanaal. Elke deelnemer kiest zijn eigen kanaal met het selectiehulpmiddel voor kanalen van de microfooneenheid.

De kanalen 1 t/m 31 zijn bedoeld voor tolkdiensten. De deelnemers selecteren een van de kanalen om tijdens een meertalig evenement naar hun taal te luisteren. De audiobron komt van tolkstations die op het door hen geselecteerde kanaal zenden. Raadpleeg het gedeelte Tolken van deze handleiding voor meer informatie.

Kanaal 0 (het vloerkanaal) wordt gewoonlijk geselecteerd door tolken om degenen die aan het woord zijn simultaan te tolken. Dit kanaal kan ook worden geselecteerd door andere deelnemers die naar het vloerkanaal willen luisteren op een hoofdtelefoon (kanaal 0 = leds uit).

  1. Sluit de hoofdtelefoon aan op de hoofdtelefoonbus aan de zijkant van een microfooneenheid.
  2. Selecteer een kanaal door op de selectieknoppen op de voorkant van de eenheid te drukken.
  3. Stel het volume van de hoofdtelefoon in met de volumeregeling van de eenheid.

Audiobron voor de luidspreker en hoofdtelefoons

Alle microfoons worden standaard naar de luidspreker- en vloermixen geleid.

De audiobon veranderen:

  1. Leid de microfoons naar Group A om ze aan de vloermix toe te voegen (alle standaard geselecteerd) Audio > Group Setup

  2. Selecteer de audiobronnen voor de luidspreker en kanaal 0 (hoofdtelefoon) Audio > Input Control:
    • Vloer (standaard)
    • Audio ingang 1
    • Audio ingang 2

Analoge audio-uitgangen

Er zijn acht analoge uitgangen beschikbaar voor opname, taaldistributiesysteem, teleconferentie-eenheid of een extern PA-systeem.

Acht analoge uitgangen

Selecteer de audiobron voor elke analoge uitgang

Ga naar Audio > Output Control en kies een van de volgende opties:

  • Group: Acht afzonderlijke groepen voor het isoleren van specifieke microfoons. Deze selectie kom overeen met de groepen die zijn geconfigureerd vanaf de pagina Group Setup.

    Opmerking: Als de groepsbus niet wordt gebruikt voor de bijbehorende XLR-uitgang, is deze niet beschikbaar in de routematrix.

  • Ch. 1-31: Tolkkanalen
  • Flour: De audio van alle open microfoons die naar Group A (vloermix) zijn geleid. Er zijn drie variaties op deze mix waaruit kan worden gekozen:
    • Ch. 0: hoofdtelefoonmix met AGC, handig voor verzending naar een IR-taaldistributiesysteem.
    • Flour 1: luidsprekermix, handig voor verzending naar een PA of uitzendapparatuur.
    • Flour 2: luidsprekermix met volumeverzwakking (Audio > Loudspeaker Control)

Een externe audiobron toevoegen

Op de DIS-CCU zijn twee ingangen beschikbaar om een externe audiobron aan het systeem toe te voegen, vaak handig voor teleconferenties of internetgesprekken.

  1. Sluit een audiobron op lijnniveau, zoals de audio-uitgang van een computer, teleconferentie-eenheid of draadloos microfoonsysteem, aan op de audio-ingang op het achterpaneel van de DIS-CCU.
  2. Open de webinterface op Audio > Input Control.
  3. Selecteer de ingangsversterking aan de hand van de uitgang van het externe apparaat. Selecteer indien nodig 10 dB voor een kleine versterking.
  4. De routing voor het audiokanaal selecteren:
    • Loudspeaker: naar alle luidsprekers van de microfooneenheid
    • Ch. 0: naar de hoofdtelefoonuitgang van de microfooneenheid
  5. Indien gewenst, leidt u het kanaal naar Output A (Group) voor een mix van de externe bron en de microfooneenheden:
    • Deselect voor een teleconferentie of signaalverwerking om een terugkoppelingslus te voorkomen
    • Select voor samenvoeging van een draadloze microfoon met andere audio van de microfooneenheid
  6. Stel het volume van de audio-ingang zo in dat deze zich op natuurlijke wijze vermengt met de spraakniveaus van de microfooneenheden.

Pagina Input Control

Audio > Input Control

Noodgeluidsignaal

Om u voor te bereiden op een noodgeval, sluit u een EEM-audiosignaal (Emergency Evacuation Message, bericht voor noodevacuatie) aan op ingang 2. De blokconnector is voorzien van een ‘doorgaans open’ schakelaar die, wanneer deze is gesloten, het noodsignaal doorgeeft aan de luidsprekers en alle aangesloten in- en uitgangen.

Belangrijk: Wanneer de schakelaar wordt gebruikt voor ingang 2, omzeilt het EEM-audiosignaal de volume- en aan/uit-instellingen. Regel het volume van het EEM-signaal bij de bronuitgang.

  1. Sluit het EEM-signaal aan op ingang 2.
  2. Sluit een schakelaar aan op de blokconnector.
  3. Sluit de schakelaar en test het audiosignaal. Stel het volume bij de audiobron in op het gewenste niveau.

Omgevingsgeluid toevoegen

De Ambient-modus van de MXCMIU-multi-interface-eenheid zorgt voor natuurlijk geluid uit de conferentieruimte tijdens pauzes tussen het spreken of tijdens korte onderbrekingen tussen agendapunten. Het omgevingsgeluid in de ruimte laat de deelnemers weten dat deze pauzes geen verbindings- of audioproblemen zijn. Dit is vooral nuttig voor tolken of andere deelnemers die zich niet in dezelfde ruimte als de conferentie bevinden.

Activeer en pas het niveau van de microfoon aan via de FUU of de webinterface: Audio > Ambient Microphone. Deze instellingen moeten in de MXCMIU gehandhaafd blijven tijdens in- en uitschakeling en opnieuw verbinding.

Opmerking: De omgevingsmicrofoons schakelen automatisch OFF wanneer de geluidsbron een extern systeem is, zoals een laptop of videoconferentie-systeem.

Microfooninstellingen voor deelnemers

Verschillende factoren kunnen van invloed zijn op de vereisten van de vergadering en de manier waarop de vergadering wordt geleid, zoals: grootte van de ruimte, aantal deelnemers, formaliteit van het evenement en hoeveelheid technische ondersteuning voor het personeel. Pas deze bedieningsinstellingen in de DIS-CCU aan om de vergadering het beste te laten verlopen:

  • Gebruiksmodus microfoon: hoe deelnemers de vloer mogen aanspreken
  • Antwoordmodus: geef kort commentaar op de huidige spreker zonder de aanvraagwachtrij aan te passen
  • Aantal gelijktijdige sprekers: controleer het verloop door het aantal gelijktijdige sprekers te beperken
  • Microfoon passeren: gedrag van de microfoonactivering wanneer de sprekerslijst vol is

Gebruiksmodi van microfoon

De gebruiksmodus van de microfoon bepaalt hoe de deelnemende microfoons functioneren tijdens een vergadering.

Beschrijving van de gebruiksmodi

Naam Korte beschrijving De microfoon activeren... Aanvraagwachtrij
Auto (standaardinstelling) Automatisch

Druk op de spreekknop om de microfoon in te schakelen.

Er is geen aanvraagwachtrij: de microfoon van de deelnemer wordt niet ingeschakeld als de sprekerslijst vol is.

Nee
VOX Stemactivering

Druk op de spreekknop om de microfoon in te schakelen of activeer deze met uw stem. De microfoon wordt automatisch uitgeschakeld nadat de spreker is gestopt.

Er is geen aanvraagwachtrij: de microfoon van de deelnemer wordt niet ingeschakeld als de sprekerslijst vol is.

Nee
FIFO Automatische wachtrij

Druk op de spreekknop om de microfoon in te schakelen. Als de lijst vol is, wordt deze in chronologische volgorde toegevoegd aan de aanvraagwachtrij. Zodra er ruimte in de sprekerslijst is, wordt de volgende microfoon automatisch ingeschakeld.

Ja
Manual Beheerde wachtrij

Verzoek om het woord te nemen door de spreekknop in te drukken. De voorzitter beheert de aanvraagwachtrij en zet de microfoons van deelnemers handmatig aan.

Ja

Antwoorden kunnen worden toegevoegd aan de gebruiksmodus om kort commentaar te geven op de huidige spreker(s). De Auto-modus, VOX-modus en Manual-modus kunnen Reply bevatten:

  • Auto + Reply
  • VOX + Reply
  • Manual + Reply

Zie het gedeelte Antwoorden voor meer informatie.

Operation > Operation Mode

De gebruiksmodus wijzigen

  • CCU-hardware: Operation > Operation Mode
  • Browserinterface: Operation > Operation Mode of vanaf de pagina Microphone Control 

Antwoorden

In de antwoordmodus kunnen deelnemers kort commentaar geven of een vraag stellen aan de huidige spreker, zodat deze kort kan reageren zonder de aanvraagwachtrij te beïnvloeden.

Op de microfooneenheid van deelnemers wordt de linkerknop opnieuw geprogrammeerd om als antwoordknop te werken. De deelnemer drukt op de antwoordknop om zichzelf aan de antwoordlijst toe te voegen. De voorzitter of operator activeert het antwoord handmatig.

Opmerking: Er is geen dempingsknop voor de microfoon in deze modus.

Eenheid geconfigureerd met antwoordknop

Druk op de antwoordknop om de eenheid aan de antwoordlijst toe te voegen.

De mogelijkheid tot antwoorden kan worden toegevoegd aan de Manual-, Auto- en VOX-modus (Operation > Operation Mode). In de Manual-modus wordt de antwoordlijst gewist wanneer de volgende aanvraag wordt ingeschakeld.

De MXC640 beschikt over geavanceerde antwoordfuncties, waaronder maximaal 10 aanpasbare antwoordknoppen. De knoppen kunnen van een label worden voorzien om de aard van het antwoord te specificeren, zoals opmerking, vraag of discussie.

Normale werking

  • Aanwezigheidscontrole

    Als alleen de gele led ‘Yes/Present (+)’ knippert, kan de gebruiker zichzelf in het systeem op ‘Present’ zetten door op de knop ‘Yes/Present (+)’ te drukken.

  • Stemmen

    Wanneer alle gele stem-leds knipperen, kan de gebruiker zijn stem uitbrengen door op een van de drie stemknoppen te drukken.

    De gebruiker kan zijn stem uitbrengen of een stem wijzigen zolang de stemming aan de gang is.

    Als de stemparameter als ‘Secret’ is geselecteerd (gedaan in de SW6000) stoppen de leds met knipperen nadat de stem is uitgebracht, maar de gebruiker kan zijn stem indien nodig nog wijzigen.

Stemfunctionaliteit

De stemfunctionaliteit is een functie waarbij afgevaardigden hun stem kunnen uitbrengen over verschillende onderwerpen met behulp van de MXC-conferentie-eenheden.

De verschillende stemmodi en de stemfunctionaliteit in het algemeen worden uitgelegd in de gebruikershandleiding van de CAA SW6000. De functionaliteit die direct verband houdt met de ‘Bediening en indicaties’ van de eenheden wordt echter hier uitgelegd.

Aantal actieve microfoons

Om het sprekerbeheer en de helderheid van de audio te verbeteren, is er een limiet voor het aantal gelijktijdige sprekers. Het aantal actieve microfoons is instelbaar van 1 tot 8. Als de limiet is bereikt, kan een deelnemer die probeert de microfoon aan te zetten, worden toegevoegd aan een aanvraagwachtrij of de toegang worden geweigerd, afhankelijk van de gebruiksmodus van de microfoon.

Ga naar Operation > Microphone Parameters om verschillende sprekerinstellingen aan te passen:

Opmerking: Tolkeenheden zijn altijd actief en hebben geen invloed op de sprekerslijst.

Max. aantal sprekers
  • Total: het totale aantal actieve eenheden van deelnemers, waaronder van voorzitters. Dit is het absolute maximale aantal personen dat tegelijk kan spreken.
  • Delegate: aantal microfoons van afgevaardigden dat tegelijkertijd open kan staan (m.u.v. de voorzitter).
Max Requests Totaalaantal deelnemers dat zich tegelijkertijd in de aanvraagwachtrij kan bevinden.
Max Replies Het totale aantal deelnemers dat zich tegelijkertijd in de antwoordwachtrij kan bevinden.

Voorbeeldinstellingen

Voorzitter (moderator) kan altijd spreken

Stel het totaalaantal sprekers in op een (1) hoger dan het maximale aantal deelnemers. Als er twee voorzitters zijn, stel het aantal dan in op twee (2) hoger.

FIFO-modus gebruiken

FIFO-modus (First In, First Out) schakelt microfoons automatisch in, gebaseerd op een chronologische wachtrij-lijst. Deze modus werkt het beste als het maximale aantal deelnemers op een (1) is ingesteld, zodat de deelnemer moet wachten met spreken tot de ander klaar is.

Interrupt-modus

Deze modus bepaalt het gedrag van de microfooneenheden als de sprekerslijst vol is.

Ga naar Operation > Operation Mode > Speak Interrupt Mode en selecteer een van de volgende opties:

  • Not Allowed: Een deelnemer kan de microfoon niet inschakelen totdat er ruimte in de sprekerslijst beschikbaar is.
  • Lower (default): Een deelnemer met een hogere spreekprioriteit (meestal een voorzitter) kan de microfoon inschakelen, zelfs als de sprekerslijst vol is, waardoor de microfoon van de deelnemer die het langst in de lijst heeft gestaan (onderaan de sprekerslijst) wordt uitgeschakeld.
  • Lower + Same: Een deelnemer kan de microfoon inschakelen, zelfs wanneer de sprekerslijst vol is. Hierdoor wordt de microfoon uitgeschakeld van de deelnemer die het langst in de lijst heeft gestaan (onderaan de sprekerslijst) en bij dezelfde of lagere prioriteit.

Om het prioriteitsnummer handmatig aan te passen, gaat u naar Configuration > Participant Setup en selecteert u een nummer in de prioriteitskolom.

Sprekerslijst met maximaal 3 sprekers

Als Speak Interrupt op Lower + Same is ingesteld, passeert een deelnemer die zijn/haar microfoon aanzet de laatste persoon op de sprekerslijst.

Stemdetectie

Pas de instellingen voor stemdetectie aan via Operation > Voice Detection.

Stemactivering (VOX)

In de VOX-modus wordt de microfoon automatisch geactiveerd zodra een deelnemer spreekt. Deze modus is ideaal voor vergaderingen die meer op gesprekken lijken, waardoor communicatie over een weer mogelijk is zonder spreekaanvragen en knopactivering. Met de volgende instellingen kunt u VOX aan de vergadering aanpassen:

Drempelwaarde stemdetectie Bepaalt het ingangsniveau (dB) waarbij de microfoon wordt geactiveerd. Lagere instellingen activeren de microfoon bij een zachtere geluidsbron, terwijl hogere instellingen een hardere geluidsbron vereisen.
Standaard 0 dB
Minimum –12 dB
Maximum 8 dB
Release Time Bepaalt hoe lang een microfoon actief blijft nadat een deelnemer stopt met praten. De instelling kan worden geselecteerd in stappen van 0,5 seconde.
Standaard 4 seconden
Minimum 1 seconde
Maximum 10 seconden
Book Drop Om er zeker van te zijn dat de microfoon alleen door de stem van een deelnemer wordt geactiveerd, schakelt u de functie Book Drop in. Hiermee schakelt u snel een microfoon uit die per ongeluk door een ander geluid dan een stem is geactiveerd.
Last Mic Stays Open Deze instelling zorgt ervoor dat er altijd minimaal één microfoon is geactiveerd. Dit is handig voor video- of audioconferenties met echo-onderdrukkingsapparatuur.

Auto Off

Deze instelling schakelt de microfoon automatisch uit wanneer de deelnemer stopt met praten. Deze instelling is van toepassing op systemen in de FIFO-, Manual- of Auto-modus. Zie Operation > Voice Activation voor het instellen van de Release Time voor die modus.

  • Uit (standaard)
  • Aan
Automatic Off Time De tijd die een microfoon nodig heeft om uit te schakelen nadat de deelnemer stopt met praten.
Standaard 20 seconden
Minimum 5 seconden
Maximum 60 seconden

Tolkdiensten

Er zijn maximaal 31 kanalen beschikbaar voor simultane vertolking van de vergadering. De MXCIC-interpretatie-eenheid maakt vanuit de DIS-CCU verbinding met hetzelfde DCS-LAN-netwerk en draagt audio over naar onafhankelijke taalkanalen. Deelnemers luisteren naar hun taal via een hoofdtelefoon die op hun respectievelijke conferentie-eenheid is aangesloten.

De licentie voor de FL6000-modus komt met vier talen en kan met een aanvullende licentie worden uitgebreid naar 8, 16 of 31 talen.

Draadloze taaldistributie

Zorg voor extra toegang tot bewaking door een draadloos taaldistributiesysteem aan te sluiten op een van de audiouitgangen van de CCU. Gebruik de browserinterface om de gewenste tolkkanalen of een subset van microfoons naar de betreffende groepsuitgang te leiden.

Het DCS 6000 digitale infrarode taalsysteem zendt dit audiosignaal naar een aantal draagbare luisterapparaten.

Draadloze taaldistributie

Luisteren naar vertolking

Volg deze stappen om naar een van de tolkkanalen te luisteren:

  1. Sluit de hoofdtelefoon aan op de hoofdtelefoonbus van de conferentie-eenheid.
  2. Selecteer een kanaal door op de selectieknoppen op de voorkant van de eenheid te drukken.

    Tip: Wanneer er geen kanaal is geselecteerd, schakelt de optie Auto Floor in het menu Settings automatisch over naar de vloeraudio.

  3. Stel het audioniveau van de hoofdtelefoon in met behulp van de volumeknoppen.

Normale werking

  • Toewijzing van selectiehulpmiddel voor binnenkomende kanalen

    Om de beschikbare kanaalbronnen weer te geven, houdt u een knop van het selectiehulpmiddel ingedrukt. Draai het selectiehulpmiddel om de gewenste taalbron te markeren en bevestig de selectie door op het selectiehulpmiddel te drukken. Deze workflow geldt ook voor uitgangskanalen B en C, indien toestemming is gegeven door de systeembeheerder.

    Opmerking: Tolken kunnen alleen kiezen uit de talen die in het systeem zijn geprogrammeerd via de DIS-CCU of SW6000.

  • Volumeregeling

    De volumeregeling van de hoofdtelefoon en luidsprekers kan met behulp van de respectievelijke volumeknoppen worden aangepast. De gevoeligheid van de hoofdtelefoon kan in het menu Settings worden aangepast.

Tolkkanalen instellen

  1. Als meer dan vier talen zijn vereist, schaft u een aanvullende functielicentie aan en installeert u deze.
  2. Wijs het aantal tolkkanalen toe dat in het systeem is vereist: Interpretation > Interpreter Channels.
  3. Selecteer voor elk kanaal een taal door selectie in het vervolgkeuzemenu: Interpretation > Language Setup.
  4. Wijs de talen toe aan de bijbehorende tolkencabines. Standaard wordt Cabine 1 aan Kanaal 1 toegewezen, Cabine 2 aan Kanaal 2, etc. Interpretation > Booth Setup.

Instellingen voor vertolking

Mogelijkheid tot interruptie door tolk De instelling Interpreter Lock is van toepassing wanneer meerdere personen dezelfde taal tolken. Tolken wisselen elkaar standaard af en kunnen een reeds in gebruik zijnde eenheid niet opheffen.

Opmerking: De primaire (A) taal komt overeen met de taal van de cabine. De tolken kiezen hun B- en C-taal in MXCIC.

Wijzig de instelling vanuit Interpretation > Interpreter Lock.

  • Complete Lock (default): Wanneer een kanaal in gebruik is, kan een andere tolk zijn microfoon niet inschakelen
  • No Lock: Tolken kunnen hun microfoon op elk moment inschakelen, waarbij ze de huidige tolk kunnen onderdrukken. Dit geldt voor alle tolken, ongeacht de instelling
  • A Interrupt (B or C): Cabinetolken kunnen alleen degenen met de opgegeven instelling onderdrukken
  • A Interrupt A: Tolken kunnen tolken met dezelfde instelling onderdrukken.
  • A Interrupt A + B + C: Tolken kunnen de tolken met dezelfde of een lagere instelling onderdrukken.
Niet-toegewezen kanalen Niet-toegewezen tolkkanalen staan standaard automatisch op de vloermix. Om deze instelling te wijzigen, gaat u naar Interpretation > Auto Floor.
  • Aan: de vloermix wordt naar niet-toegewezen tolkkanalen gestuurd
  • Uit: op niet-toegewezen tolkkanalen wordt geen audio uitgezonden
Weergavetype Kies de manier waarop het tolkkanaal wordt weergegeven op de conferentie-eenheid: Interpretation > Interpreter Channels
  • Kanaalnummer
  • Afkorting van taal (eerste drie letters van de naam van de taal in het Engels)

Opdrachtregels voor externe controller

Stel een TCP/IP-verbinding in om het MXC-systeem vanaf een externe interface te bedienen en te bewaken. Controllers zoals AMX® of Crestron® verbinden de DIS-CCU via een eenvoudige (ruwe) TCP/IP-aansluiting met de in dit gedeelte vermelde strings. Gebruik computers, ruimteregelingssystemen of op micro-controllers gebaseerde toepassingen voor nagemaakte knoppen en camerabesturingstoepassingen.

Enkele voorbeelden van functies die beschikbaar zijn via het protocol:

  • Een microfoon in de sprekers- of aanvraaglijst zetten
  • Een lijst ophalen met beschikbare plekken in het systeem.

Deze interface ondersteunt toepassingen die door klanten zijn ontwikkeld, zodat het protocol bewust eenvoudig wordt gehouden. Het protocol External Control biedt een manier om de besturingsfunctionaliteit aan te vullen die beschikbaar is via de browserinterface van de DIS-CCU en de interactieve display van de DIS-CCU. Sommige opdrachten en instellingen die beschikbaar zijn in de browserinterface en op de interactieve display van de DIS-CCU zijn echter niet beschikbaar via het protocol External Control.

Gedrag algemeen protocol

Verbinding TCP/IP-aansluiting

Voor het beschikbaar komen van het protocol External Control moet een verbinding tussen de TCP/IP-aansluiting en de DIS-CCU tot stand zijn gebracht. De configuratie van de DIS-CCU-verbinding met het ethernet moet op basis van de interactieve regeling van de frontplaat/browserinterface van de CCU zijn gedefinieerd en in het netwerk moet een IP-adres voor de DIS-CCU zijn toegewezen.

Kies een statisch IP-adres of een door DHCP toegewezen IP-adres. Het is handig om ervoor te zorgen dat de DIS-CCU bij elke start hetzelfde IP-adres krijgt.

Wanneer het IP-adres bekend is, is het poortnummer de enige aanvullende informatie die nodig is om een TCP/IP-verbinding tot stand te brengen:

Poortnummer = 3142

Voorbeeld: verbinding met CCU via Putty® testen: als het IP-adres 192.168.1.100 is toegewezen aan de DIS-CCU, moet de externe toepassing de TCP/IP-aansluiting met het adres 192.168.1.100:3142 verbinden.

Als het IP-adres van de DIS-CCU bekend is, kunt u met een eenvoudig terminalprogramma zoals Putty een verbinding tot stand brengen.

  1. Download via de website http://www.putty.org
  2. Start Putty op.
  3. Voer het IP-adres en het poortnummer in.
  4. Selecteer ‘Raw’ voor het verbindingstype.
  5. Druk op ‘Open’ om een verbinding met de CCU tot stand te brengen. Bediening is nu mogelijk.
  6. Typ ‘Help’ om een lijst met beschikbare opdrachten weer te geven.

Opdrachtstructuur (van External Control naar DIS-CCU)

Om de CCU te bedienen, stuurt External Control in opdrachtregels opgenomen opdrachten naar de DIS-CCU. Opdrachtregels zijn eenvoudig opgebouwd:

<command><SP><data><CR>
<command><SP><data><LF>

<SP> Space - 0x20 = 32
<CR> Carriage return - 0x0D = 13
<LF> Line Feed - 0x0A = 10

Opdrachtregels eindigen met een Carriage Return <CR> of Line Feed <LF> of beide. Opdat u met Windows-systemen, Linux-systemen of andere systemen kunt communiceren, begrijpt de CCU beide soorten beëindigingen van opdrachtregels.

Let op: er is ruimte tussen de opdracht en de data. Als een opdracht geen gegevens bevat, is ruimte mogelijk maar niet vereist.

De CCU is niet gevoelig voor hoofdletters en kleine letters.

Voorbeeld:

mic_on 212<CR>

Schakel de microfoon voor plek 212 in. Command = mic_on, data = 212. De opdracht ‘mic_on’ heeft een pleknummer als data.

Opdrachtstructuur (van DIS-CCU naar External Control)

Opdrachtregels vanuit de DIS-CCU zijn net zo eenvoudig:

<command><SP><data><CR><LF>

<SP> Space - 0x20 = 32
<CR> Carriage return - 0x0D = 13
<LF> Line Feed - 0x0A = 10

Om aan de meeste systemen te voldoen, beëindigt de CCU de opdrachtregels door zowel <CR> als <LF>.

Pleknummering

Microfooneenheden worden geïdentificeerd aan de hand van pleknummers, waarbij aan elke eenheid een pleknummer wordt toegewezen. Dit gebeurt automatisch voor alle conferentie-eenheden die zijn aangesloten op de DIS-CCU. De DIS-CCU-browserinterface wordt gebruikt om de pleknummers te wijzigen.

Pleknummers moet tussen 1 en 65535 liggen.

Antwoorden van DIS-CCU op opdrachten

Over het algemeen wordt een opdracht van een externe toepassing beantwoord door de CCU. Het antwoord op een opdracht wordt echter alleen gegeven als de CCU vanwege de opdracht acties onderneemt.

Voorbeeld: Wanneer de opdracht ‘mic_on’ resulteert in het inschakelen van een microfoon, reageert de CCU met de opdracht ‘mic_on’. Als de opdracht ‘mic_on’ daarentegen niet resulteert in het inschakelen van een microfoon, geeft de CCU geen antwoord.

De CCU kan om verschillende redenen weigeren een microfoon in te schakelen:

  • De microfoon is al ingeschakeld
  • De microfoon is niet langer op het systeem aangesloten
  • De sprekerslijst is al vol (‘max_speakers’) en de interruptie door afgevaardigden is niet ‘on’

Systeemstatus ophalen

De CCU ondersteunt het streamen van de status. Wanneer een External Control de opdracht ‘mic_status’ of ‘audio_status’ geeft, reageert de CCU door de status van het microfoonsysteem te versturen. Hetzelfde geldt voor ‘audio status’. Hierdoor is het mogelijk dat een External Control met de status van de CCU synchroniseert.

Besturing van stemming

De externe bedieningsinterface biedt controle over stemmingen en aanwezigheidscontroles in de centrale eenheid, mits de functielicentie ‘Voting’ in de DIS-CCU is geüpload.

Stemconfiguraties

Er moet met twee verschillende configuraties rekening worden gehouden:

  • DIS-CCU, bestuurd door SW6000
  • DIS-CCU, niet bestuurd door SW6000 (zelfstandig)

Stemmingen ophalen

Ongeacht de toegepaste configuratie is het mogelijk voor een externe controller om een lijst met stemmingen op te vragen met behulp van de opdracht ‘voting_status’. De CCU reageert door de lijst met momenteel van toepassing zijnde stemmingen terug te sturen (ofwel door SW6000 gedefinieerde stemmingen of ingebouwde stemmingen).

SW6000 bestuurd

SW6000 ondersteunt een aantal stemmingen. Via het protocol External control is het mogelijk om twee verzoeken in te dienen:

  • Start een van de door SW6000 gedefinieerde stemmingen
  • Start de standaard SW6000-stemming

De CCU beschikt over

vier ingebouwde stemmingen in de zelfstandige modus:

  • Stemming met drie knoppen
  • Geheime stemming met drie knoppen
  • Stemming met vijf knoppen
  • Geheime stemming met vijf knoppen

Stemuitslag

Tijdens het stemmen levert de CCU tussentijdse stemuitslagen, tenzij de sessie geheim is.

Na afloop van een stemming geeft de CCU de definitieve stemuitslagen. Na afloop van een aanwezigheidscontrole geeft de CCU het eindresultaat.

De DIS-CCU ondersteunt stemming met drie en vijf knoppen. Bij stemming met drie knoppen zijn de volgende alternatieven van toepassing: 1 ‘Yes’ 2 ‘Abstain’ 3 ‘No’ en met vijf knoppen: 1 ‘+ +’ 2 ‘+’ 3 ‘0’ 4 ‘-’ 5 ‘- - -’ 10.1.9.2.1. Bijvoorbeeld: er wordt aan de hand van de stemming verwacht dat de DIS-CCU niet wordt bestuurd door SW6000.

SW6000 bestuurd

Met SW6000 gekoppeld aan de CCU worden stemuitslagen gedefinieerd in SW6000. Er kunnen maximaal 9 stemuitslagen worden gedefinieerd.

Standalone

De DIS-CCU ondersteunt stemming met drie en vijf knoppen.

Voor stemmingen met drie knoppen zijn de volgende alternatieven van toepassing:

  1. ‘Yes’
  2. ‘Abstain’
  3. ‘No’

Voor stemmingen met vijf knoppen zijn de volgende alternatieven van toepassing:

  1. ‘++’
  2. ‘+’
  3. ‘0’
  4. ‘-’
  5. ‘--’

Voorbeeld: stemming

Stel dat de DIS-CCU niet door de SW6000 wordt bestuurd

ExtCtrl
CU
---------------------------------->
voting_status
---------------------------------->
<----------------------------------
voting_configuration 1 3-button voting voting_configuration 2 3-button secret voting
voting_configuration 3 5-button voting voting_configuration 4 5-button secret voting
voting_status_done
<----------------------------------
---------------------------------->
start_voting 1
---------------------------------->
<---------------------------------- voting_started 1
<----------------------------------
<---------------------------------- interim_voting_result 1 0 Yes interim_voting_result 2 0 Abstain
interim_voting_result 3 0 No
<----------------------------------
<--------------------
vote (Yes)
<--------------------
<---------------------------------- interim_voting_result 1 1 Yes interim_voting_result 2 0 Abstain
interim_voting_result 3 0 No
<----------------------------------
---------------------------------->
stop_voting
---------------------------------->
<----------------------------------
voting_stopped
<----------------------------------
<---------------------------------- final_voting_result 1 1 Yes final_voting_result 2 0 Abstain
final_voting_result 3 0 No
<----------------------------------

Microfoonbediening

Opdrachten van External Control naar DIS-CCU

Microfoon inschakelen

mic_on <seat no><CR>

Geef de CCU de instructie om de microfoon bij seat_no in te schakelen.

Als de CCU de microfoon inschakelt, reageert deze met de opdracht “mic_on”. Als de microfoon ook in de aanvraaglijst staat, wordt deze uit de aanvraaglijst verwijderd en geeft de CCU de opdracht “mic_request_off”.

Microfoon uitschakelen

mic_off <seat no><CR>

Geef de CCU de instructie om de microfoon bij seat_no uit te schakelen.

Als de CCU de microfoon uitschakelt, wordt de opdracht ‘mic_off’ gegeven.

De microfoons van alle afgevaardigden uitschakelen

mic_all_delegates_off><CR>

Geef de CCU de instructie om de microfoons van alle afgevaardigden uit te schakelen.

Een voorzitter wordt niet uitgeschakeld.

De CCU reageert op deze opdracht door voor elke uitgeschakelde microfoon de opdracht “mic_off” te geven.

Een microfoon op de antwoordlijst plaatsen

mic_reply_on <seat no><CR>

Plaats een microfoon op de antwoordlijst.

Als de CCU de eenheid in de antwoordlijst opneemt en de opdracht “mic_reply_on” geeft.

Een microfoon uit de antwoordlijst verwijderen

mic_reply_off <seat no><CR>

Verwijder een microfoon uit de antwoordlijst.

Als de CCU de eenheid uit de antwoordlijst verwijdert en de opdracht “mic_reply_off” geeft.

De antwoordlijst wissen

mic_all_requests_off><CR>

Wis de antwoordlijst.

De CCU reageert door voor elke microfoon die uit de antwoordlijst wordt verwijderd de opdracht “mic_reply_off” te geven.

Een microfoon op de aanvraaglijst plaatsen

mic_request_on <seat no><CR>

Plaats een microfoon op de aanvraaglijst.

Als de CCU de eenheid in de aanvraaglijst opneemt en de opdracht “mic_request_on” geeft.

Een microfoon uit de aanvraaglijst verwijderen

mic_request_off <seat no><CR>

Verwijder een microfoon uit de aanvraaglijst.

Als de CCU de eenheid uit de aanvraaglijst verwijdert en de opdracht “mic_request_off” geeft.

De aanvraaglijst wissen

mic_all_requests_off><CR>

Wis de aanvraaglijst.

De CCU reageert door voor elke microfoon die uit de aanvraaglijst wordt verwijderd de opdracht “mic_request_off” te geven.

De volgende microfoon inschakelen

mic_next_on><CR>

Hiermee schakelt u de eerstvolgende microfoon in de sprekerslijst uit en de eerstvolgende microfoon in de aanvraaglijst in.

Als een microfoon wordt uitgeschakeld, geeft de CCU de opdracht “mic_off”.

Als een microfoon wordt ingeschakeld, geeft de CCU de opdracht “mic_on” en de opdracht “mic_request_off”.

Het maximale aantal sprekers instellen

max_total_speakers <max total speakers><CR>

Het maximale aantal sprekers dat het woord mag voeren.

<max total speakers> kan van “1” tot “8” worden ingesteld

De CCU geeft de opdracht “max_total_speakers”.

Het maximale aantal sprekende afgevaardigden instellen

max_speakers <max speakers><CR>

Maximaal aantal afgevaardigden dat het woord mag voeren.

<max speakers> kan van “1” tot “8” worden ingesteld

De CCU geeft de opdracht “max_speakers”.

Het maximale aantal antwoorden instellen

max_replies <max replies><CR>

Het maximale aantal afgevaardigden toegestaan in de antwoordlijst.

<max replies> kan van “0” tot “250” worden ingesteld.

De CCU geeft de opdracht “max_replies”.

Het maximale aantal aanvragen instellen

max_requests <max requests><CR>

Het maximale aantal deelnemers toegestaan in de aanvraaglijst.

<max requests> kan van “0” tot “250” worden ingesteld.

De CCU geeft de opdracht “max_requests”.

De gebruiksmodus instellen

mic_mode <mode><CR>

Stel de gebruiksmodus van het systeem in.

<mode> kan worden ingesteld op “auto” (Automatic), “fifo” (First-in-first-out), “manual” (Manual) of “vox” (Voice Active)

<mode> kan worden ingesteld op “auto” (Automatic), “fifo” (First-in-first-out), “manual” (Manual), “vox” (Voice Active), “auto+reply” (Automatic + Reply), “manual+reply” (Manual + Reply) en “vox+reply” (Voice Active + Reply)

De CCU geeft de opdracht “mic_mode”.

De Interrupt-modus instellen

mic_interrupt <mode><CR>

Stel de mogelijkheid tot onderbreking in. Bepaalt of microfoons kunnen worden onderbroken.

<Mode> kan “Same”, “Lower” (microfoons onderbreken) of “Off” (microfoons niet onderbreken) zijn

De CCU geeft de opdracht “mic_interrupt”

De prioriteit van de microfoon instellen

mic_priority <seat_number>priority><CR>

Stel de prioriteit van de microfoon in.

<seat_number>: aan te passen microfoon.

<priority>: gewenste prioriteit. Mogelijke waarden: 0 tot 5, waarbij 0 de laagste prioriteit is en 5 de hoogste.

De CCU reageert op deze opdracht door het bericht mic_priority terug te sturen.

De microfoonstatus ophalen

mic_status<CR>

Vraag de CCU om de status van het systeem te leveren (microfoons in de sprekerslijst en microfoons in de aanvraaglijst).

De CCU geeft de systeemstatus van de microfoon. De status is een lijst met opdrachten van de CCU:

seat_state (voor alle eenheden in het systeem)

mic_priority (voor alle eenheden in het systeem)

mic_mode

mic_interrupt

max_total_speakers

max_speakers

max_requests

max_replies

mic_on (voor alle eenheden in de sprekerslijst)

mic_request_on (voor alle eenheden in de aanvraaglijst)

mic_reply_on (voor alle eenheden in de antwoordlijst)

mic_status_done

De antwoordstatus ophalen

reply_status<CR>

Vraag de CCU om de status van de antwoordconfiguratie te leveren.

De CCU reageert door de systeemstatus van het antwoord te sturen. De status bestaat uit een lijst met opdrachten van de CCU:

reply_status

reply_configuration

reply_status_done

Help

help<CR>

help <command><CR>

Er is hulp beschikbaar voor alle opdrachten die worden ondersteund door de CCU. Als een opdracht wordt toegevoegd na de help-opdracht, worden details over die opdracht verstrekt door de CCU.

De help-opdracht resulteert in een korte door de CCU verstrekte beschrijving van de opdracht. De opdracht is bedoeld voor gebruik op een eenvoudige console.

Opdrachten van DIS-CCU naar External Control

Microfoon aan

mic_on <seat no><CR>

Er wordt een microfoon ingeschakeld.

Microfoon uit

mic_off <seat no><CR>

Er wordt een microfoon uitgeschakeld.

Microfoon in de antwoordlijst

mic_reply_on <seat no> <reply position><reply #><name><CR>

Er wordt een microfoon aan de antwoordlijst toegevoegd.

<seat no>: het pleknummer

<reply position>: de positie in de antwoordlijst

<reply #>: het antwoordnummer in de antwoordconfiguratie

<name>: de naam van de plek of afgevaardigde

  • De pleknaam is een naam die via de webinterface kan worden bewerkt wanneer de CCU op zichzelf werkt.
  • De naam van de afgevaardigde is de naam van de persoon die op deze plek is ingelogd wanneer SW6000 is aangesloten.

Microfoon uit de antwoordlijst

mic_reply_off <seat no><CR>

Er wordt een microfoon uit de antwoordlijst verwijderd.

Microfoon in de aanvraaglijst

mic_request_on <seat no> <request position><name><CR>

Er wordt een microfoon aan de aanvraaglijst toegevoegd.

<seat no>: het pleknummer

<request position>: geeft informatie over de positie in de aanvraaglijst.

<name>: de naam van de plek of afgevaardigde

Microfoon uit de aanvraaglijst

mic_request_off <seat no><CR>

Er wordt een microfoon uit de aanvraaglijst verwijderd.

Maximaal aantal sprekers

max_total_speakers <max total speakers><CR>

Het maximale aantal sprekers dat het woord mag voeren.

<max total speakers> “1” tot “8”

Maximaal aantal afgevaardigden

max_speakers <max speakers><CR>

Maximaal aantal afgevaardigden dat het woord mag voeren.

<max speakers> “1” tot “8”

Max. aantal antwoorden

max_replies <max replies><CR>

Het maximale aantal afgevaardigden toegestaan in de antwoordlijst.

<max replies> “0” tot “250”.

Max. aantal aanvragen

max_requests <max requests><CR>

Het maximale aantal deelnemers toegestaan in de aanvraaglijst.

<max requests> “0” tot “250”.

Gebruiksmodus

mic_mode <mode><CR>

Biedt de gebruiksmodus van het systeem.

<mode> “auto” (Automatic), “fifo” (First-in-first-out), “manual” (Manual), “vox” (Voice Active), “auto+reply” (Automatic + Reply), “manual+reply” (Manual + Reply) en “vox+reply” (Voice Active + Reply)

Interrupt-modus

mic_interrupt <mode><CR>

Mogelijkheid voor microfoons om te onderbreken.

<mode> “Same” (microfoons onderbreken andere microfoons met dezelfde of lagere prioriteit), “Lower” (microfoons onderbreken andere microfoons met lagere prioriteit) en “off” (microfoons onderbreken andere microfoons niet)

Prioriteit van microfoon

mic_priority <seat_number><priority><CR>

Dit bericht geeft de prioriteit van een microfoon aan.

<seat_number>: de geselecteerde microfoon

<priority>: de gewenste prioriteit. Mogelijke waarden: 0 tot 5, waarbij 0 de laagste prioriteit is en 5 de hoogste

Plekstatus

seat_state <seat number> <seat state> <seat name><CR>

Geeft informatie over de plek.

Deze informatie wordt in de volgende situaties door de CCU naar een externe besturingsapplicatie verzonden:

  • Wanneer een deelnemer inlogt of uitlogt
  • Wanneer de pleknaam wordt gewijzigd
  • Wanneer de externe besturingsapplicatie om de microfoonstatus (mic_status) vraagt
  • Wanneer een microfooneenheid wordt verloren of gevonden

<seat number> De identificatie van het pleknummer van een microfooneenheid. Een nummer van 1 tot 65535.

<seat state> De huidige status van de plek: “active” of “passive”

<seat name> De naam van de plek of afgevaardigde. Als de naam van een afgevaardigde voor het pleknummer beschikbaar is, dan wordt de naam van de afgevaardigde opgegeven. Anders wordt de pleknaam opgegeven.

Voorbeeld:

seat_state 12 active John Jones

Deze opdracht geeft informatie over pleknummer 12, dat actief is en waaraan de naam ‘John Jones’ is gekoppeld.

Microfoonstatus voltooid

mic_status_done<CR>

Geeft een melding dat de volledige systeemstatus is verzonden.

Fout bij opdracht

command_error <error text><CR>

De CCU heeft een onbekende opdracht ontvangen.

<error text> is een tekst waarin de fout wordt uitgelegd.

Voorbeelden:

command_error unknown command<CR>

command_error syntax error<CR>

Audioregeling

Opdrachten van External Control naar DIS-CCU

Luidsprekervolume instellen

loudspeaker_volume <volume><CR>

Stelt het volume van de luidsprekers voor alle microfooneenheden in.

<volume> Het volume van de luidsprekers varieert van –41 tot 0. De waarde –41 geeft aan dat de luidspreker uit is. Waarden van –40 tot 0 geven de verzwakking in dB aan.

De CCU reageert op deze opdracht door de opdracht loudspeaker_volume te geven.

Niveau lijningang 1 instellen

line_input_level_1 <level><CR>

Regelt het niveau van het signaal van lijningang 1.

<level> Het niveau van lijningang 1 varieert van –41 tot 0. De waarde –41 geeft aan dat het niveau van het signaal nul is. Waarden van –40 tot 0 geven de verzwakking in dB aan.

De CCU reageert op deze opdracht door de opdracht line_input_level_1 te geven.

Versterking lijningang 1 instellen

line_input_gain_1 <gain><CR>

Stelt de ingangsversterking van lijningang 1 in.

<gain> 0 of 10.

De versterking kan worden ingesteld op 0 dB of 10 dB. 0 dB voegt geen versterking toe aan de lijningang terwijl 10 dB 10 dB versterking toevoegt aan de lijningang. De CCU reageert op deze opdracht met het bericht line_input_gain_1.

Niveau lijningang 2 instellen

line_input_level_2 <level><CR>

Regelt het niveau van het signaal van lijningang 2.

<level> Het niveau van lijningang 2 varieert van –41 tot 0. De waarde –41 geeft aan dat het niveau van het signaal nul is. Waarden van –40 tot 0 geven de verzwakking in dB aan.

De CCU reageert op deze opdracht door de opdracht line_input_level_2 te geven.

Versterking lijningang 2 instellen

line_input_gain_2 <gain><CR>

Stelt de ingangsversterking van lijningang 2 in.

<gain> 0 of 10.

De versterking kan worden ingesteld op 0 dB of 10 dB. 0 dB voegt geen versterking toe aan de lijningang terwijl 10 dB 10 dB versterking toevoegt aan de lijningang. De CCU reageert op deze opdracht met het bericht line_input_gain_2.

Volume lijnuitgang (A-H) instellen

line_output_volume <output> <volume><CR>

Regelt het niveau van het signaal van de lijnuitgang.

<output> Geeft aan welke uitgang wordt bestuurd. Mogelijke waarden zijn: “A”, “B”, “C”, “D”, “E”, “F”, “G”, “H”.

<volume> Het volume van de lijnuitgang varieert van –41 tot 0. De waarde –41 geeft aan dat het volume uit is. Waarden van –40 tot 0 geven de verzwakking in dB aan.

De CCU reageert op deze opdracht door de opdracht line_output_volume te geven.

Audiopad definiëren

audio_path <path> <on/off><CR>

Deze opdracht definieert audioverbindingen in het systeem.

<path> Geeft aan welke aansluiting wordt bestuurd. Mogelijke waarden zijn: “mic_to_speaker”, “mic_to_floor”, “linein_1_to_speaker”, “linein_1_to_lineout_A” of “linein_1_to_floor”.

<on/off> Geeft aan of het geluid wordt doorgestuurd vanaf microphones/lineinput_1 naar speakers/lineoutput/floor.

De CCU reageert op deze opdracht door de opdracht audio_path te geven.

Verzwakking van afzonderlijke luidsprekers instellen

mic_speaker_attenuation <seat_number><attenuation><CR>

Deze opdracht stelt de verzwakking van de luidspreker van een microfoon in.

<seat_number>: de gewenste microfoon

<Attenuation>: de gewenste verzwakking van de spreker. Mogelijke waarden: 0 tot 7. (0 tot 6 verzwakt 0 tot 6 dB. 7 is luidspreker uit.)

De CCU reageert op deze opdracht met het bericht “mic_speaker_attenuation”.

Verzwakking van afzonderlijke microfonen instellen

mic_attenuation <seat_number><attenuation><CR>

Deze opdracht stelt de verzwakking van een microfoon in.

<seat_number>: De gewenste microfoon

<Attenuation>: de gewenste verzwakking van de microfoon. Mogelijke waarden: 0 tot 6. (0 is de minste verzwakking en 6 is de meeste verzwakking.)

De CCU reageert op deze opdracht met het bericht “mic_attenuation”.

Audiostatus aanvragen

audio_status<CR>

Geeft de audiostatus van het systeem weer.

De CCU reageert op deze opdracht door een lijst met opdrachten voor de Audio-instellingen te geven:

line_output_volume (voor alle uitgangen A-D)

audio_path (voor alle paden)

line_input_level (voor alle ingangen)

line_input_gain (voor alle ingangen)

mic_speaker_attenuation (voor alle eenheden)

mic_attenuation (voor alle eenheden)

loudspeaker_volume

audio_status_done

Opdrachten van DIS-CCU naar External Control

Luidsprekervolume

loudspeaker_volume <volume><CR>

Geeft het volume van de luidsprekers voor alle microfooneenheden aan.

<volume> Het volume van de luidsprekers varieert van –41 tot 0. De waarde –41 geeft aan dat het volume uit is. Waarden van –40 tot 0 geven de verzwakking in dB aan.

Niveau lijningang 1

line_input_level_1 <level><CR>

Geeft het niveau van het signaal van lijningang 1 aan.

<level> Het niveau van lijningang 1 varieert van –41 tot 0. De waarde –41 geeft aan dat het niveau nul is. Waarden van –40 tot 0 geven de verzwakking in dB aan.

Niveau lijningang 2

line_input_level_2 <level><CR>

Geeft het niveau van het signaal van lijningang 2 aan.

<level> Het niveau van lijningang 2 varieert van –41 tot 0. De waarde –41 geeft aan dat het niveau nul is. Waarden van –40 tot 0 geven de verzwakking in dB aan.

Versterking lijningang 1

line_input_gain_1 <level><CR>

Geeft de ingangsversterking van lijningang 1 aan.

<gain>: 0 of 10.

De versterking kan worden ingesteld op 0 dB of 10 dB. 0 dB voegt geen versterking toe aan de lijningang terwijl 10 dB 10 dB versterking toevoegt aan de lijningang.

Versterking lijningang 2

line_input_gain_2 <level><CR>

Geeft de ingangsversterking van lijningang 2 aan.

<gain>: 0 of 10.

De versterking kan worden ingesteld op 0 dB of 10 dB. 0 dB voegt geen versterking toe aan de lijningang terwijl 10 dB 10 dB versterking toevoegt aan de lijningang.

Niveau lijnuitgang (A-D)

line_output_level <output> <level><CR>

Regelt het niveau van het signaal van de lijnuitgang.

<output> Geeft aan welke uitgang wordt bestuurd. Mogelijke waarden zijn: “A”, “B”, “C”, “D”, “E”, “F”, “G”, “H”. Op de DIS-CCU zijn de waarden “A” tot “D” mogelijk. DIS-CCU kan “A” tot “H” leveren.

<level> Het niveau van de lijnuitgang varieert van –41 tot 0. De waarde –41 geeft aan dat de uitgang nul is. Waarden van –40 tot 0 geven de verzwakking in dB aan.

Audiopad definiëren

audio_path <path> <on/off><CR>

Deze opdracht definieert audioverbindingen in het systeem.

<path> Geeft aan welke aansluiting wordt bestuurd. Mogelijke waarden zijn: “mic_to_speaker”, “mic_to_floor”, “linein_1_to_speaker”, “linein_1_to_lineout_A” of “linein_1_to_floor”.

<on/off> Geeft aan of het geluid wordt doorgestuurd vanaf microphones/lineinput_1 naar speakers/lineoutput_A/floor.

Verzwakking afzonderlijke luidsprekers

mic_speaker_attenuation <seat_number><attenuation><CR>

Geeft de verzwakking van de luidspreker van een microfoon aan.

<seat_number>: de gewenste microfoon

<Attenuation>: de gewenste verzwakking van de spreker. Mogelijke waarden: 0 tot 7. (0 tot 6 verzwakt 0 tot 6 dB. 7 is luidspreker uit.)

Verzwakking afzonderlijke microfoon

mic_attenuation <seat_number><attenuation><CR>

Geeft de verzwakking van een microfoon aan.

<seat_number>: de gewenste microfoon

<Attenuation>: de gewenste verzwakking. 0 tot 6 dB, waarbij 0 de laagste verzwakking is en 6 de hoogste.

Audio-status voltooid

audio_status_done<CR>

Deze opdracht beëindigt de streaming van de audiostatus.

Stemopdrachten

Opdrachten van External Control naar de DIS-CCU

Een stemming starten

start_voting <voting_session_id><CR>

Een stemming in de CCU starten

<voting_session_id>: Identificatie van de stemconfiguratie om te starten.

De CCU reageert met ‘voting_started’, als een stemming wordt gestart.

SW6000 bestuurd

De voting_session_id definieert welke stemconfiguratie moet worden uitgevoerd. Een lijst met configuraties kan worden opgevraagd met de opdracht ‘voting_status’.

Als er geen voting_session_id is gespecificeerd, wordt “default SW6000 voting configuration” aangevraagd.

Standalone

voting_session_id definieert de ingebouwde stemconfiguraties:

‘1’ Stemming met drie knoppen

‘2’ Geheime stemming met drie knoppen

‘3’ Stemming met vijf knoppen

‘4’ Geheime stemming met vijf knoppen

Als er geen voting_session_id is gespecificeerd, wordt configuratie ‘1’ aangevraagd.

Een stemming stoppen

stop_voting<CR>

Wordt gebruikt om een lopende stemming in de CCU te stoppen. Als de stemming wordt gestopt, reageert de CCU met voting_stopped.

Een stemming annuleren

cancel_voting<CR>

Wordt gebruikt om een lopende stemming in de CCU te annuleren. Als de stemming wordt geannuleerd, reageert de CCU met voting_cancelled.

Aanwezigheidscontrole starten

start_attendance_check<CR>

Wordt gebruikt om een aanwezigheidscontrole in de CCU te starten. Als een aanwezigheidscontrole wordt gestart, reageert de CCU met attendance_check_started.

Een aanwezigheidscontrole stoppen

stop_attendance_check<CR>

Deze opdracht wordt gebruikt om een lopende aanwezigheidscontrole in de CCU te stoppen. Als de aanwezigheidscontrole wordt gestopt, reageert de CCU met attendance_check_stopped.

Een aanwezigheidscontrole annuleren

cancel_attendance_check<CR>

Wordt gebruikt om een lopende aanwezigheidscontrole in de CCU te annuleren. Als de aanwezigheidscontrole wordt geannuleerd, reageert de CCU met attendance_check_cancelled.

Status stemming opvragen

voting_status<CR>

Wordt gebruikt om de status van een stemming op te vragen. Het resultaat is een lijst met beschikbare stemconfiguraties. De CCU reageert op deze opdracht met de opdrachten:

voting_configuration 1 <configuration_label>
...
voting_configuration <n> <configuration_label>
voting_status_done

Opdrachten van DIS-CCU naar External Control

Een stemming wordt gestart

voting_started<CR>

Een stemming wordt gestopt

voting_stopped<CR>

Een stemming wordt geannuleerd

voting_cancelled<CR>

Tussentijdse stemuitslagen

interim_voting_result<result_id><interim_result><result_text><CR>

Tijdens een stemming geeft de CCU informatie over tussentijdse stemuitslagen. Wanneer nieuwe stemmen worden ingediend, verspreidt de CCU de tussentijdse stemuitslagen. Deze opdracht geeft informatie over een van de tussentijdse stemuitslagen.

<result_id> Voor SW6000 betreft dit de waarden [1 t/m 9] corresponderend met de 9 resultaatkolommen in de SW6000 ‘Voting Configurations’. Voor een zelfstandige DIS-CCU betreft het de knopnummers [1 t/m 5].

<interim_result> tussentijdse stemuitslagen. Voor SW6000 betreft dit het resultaat voor de 9 resultaatkolommen. Voor een zelfstandige CCU is dit het aantal stemmen dat op de gespecificeerde knop wordt uitgebracht.

<result_text> Tekst gerelateerd aan het resultaat. Voor SW6000 zijn dit de labels voor de 9 resultaatkolommen. Voor een zelfstandige CCU zijn dit de labels voor de stemknop.

Definitieve stemuitslagen

final_voting_result<result_id><final_result><result_text><CR>

Na afloop van een stemsessie verspreidt de CCU de definitieve stemuitslagen van een van de stemalternatieven.

<result_id> Voor SW6000 betreft dit de waarden [1 t/m 9] corresponderend met de 9 resultaatkolommen in de SW6000 ‘Voting Configurations’. Voor een zelfstandige DIS-CCU betreft het de knopnummers [1 t/m 5].

<final_result> Voor SW6000 betreft dit het resultaat voor de 9 resultaatkolommen. Voor een zelfstandige CCU 61cc is dit het aantal stemmen dat op de gespecificeerde knop wordt uitgebracht.

<result_text> Tekst gerelateerd aan het resultaat.

Een aanwezigheidscontrole wordt gestart

attendance_check_started<CR>

Een aanwezigheidscontrole wordt gestopt

attendance_check_stopped<CR>

Een aanwezigheidscontrole wordt geannuleerd

attendance_check_cancelled<CR>

Tussentijds resultaat aanwezigheidscontrole

interim_attendance_check_result<interim_result><CR>

Wordt door de CCU gebruikt om informatie te geven over het resultaat van de tussentijdse aanwezigheidscontrole. <interim_result> bevat het resultaat van de tussentijdse aanwezigheidscontrole.

Eindresultaat aanwezigheidscontrole

final_attendance_check_result<final_result><CR>

Wordt door de CCU gebruikt om informatie te geven over het eindresultaat van de aanwezigheidscontrole.

<final_result> bevat het tussentijdse resultaat van de aanwezigheidscontrole. Bij een zelfstandig systeem wordt aangegeven hoeveel afgevaardigden op de knop Attendance hebben gedrukt.

Stemconfiguratie

voting_configuration<voting_configuration_id><voting_configuration_name><CR>

Identificeert een stemconfiguratie.

<voting_configuration_id> is een geheel getal ter identificatie van de stemconfiguratie.

<voting_configuration_name> is een naam van de configuratie.

Status van stemming voltooid

voting_status_done<CR>

Geeft aan dat het streamen van de status van de stemming is voltooid.

Probleemoplossing

Let op: Gebruik altijd afgeschermde Cat 5e-netwerkkabels (of hoger) voor een betrouwbare werking van het systeem en controleer of de juiste kabels correct worden gebruikt en geïnstalleerd voordat u naar de tabel voor probleemoplossing verwijst.

De lichtringen op de microfoon knipperen voortdurend nadat het systeem is ingeschakeld.
  • Controleer of de kabels met Cat 5e (of hoger) zijn afgeschermd
  • Zorg ervoor dat de connectors van alle kabels stevig in de aansluitingen van de eenheden zijn gestoken
  • Controleer of de voedingskabels van de microfooneenheden correct zijn aangesloten op de ‘DCS-LAN’-aansluiting van de DIS-CCU.
De ‘Del. Off’-knop op de voorzitterseenheid schakelt de delegatie-eenheden niet uit
  • Controleer of de eenheid is geconfigureerd als voorzitterseenheid
  • Controleer of de andere eenheden niet zijn geconfigureerd als voorzitters- of tolkeenheden. (Zie het gedeelte Het gebruikerstype programmeren.)
De audio van een tolkeenheid kan niet worden gehoord in de hoofdtelefoon van een delegatie- of voorzitterseenheid
  • Controleer de volumeregeling van de hoofdtelefoon op de eenheden
  • Controleer de kanaalselectie op de microfooneenheden
  • Controleer of de stekker van de hoofdtelefoon goed in de hoofdtelefoonbus zit
  • Controleer of de lichtring op de microfoon van de tolkeenheid brandt en of de zwanenhalsmicrofoon stevig in de aansluiting is gestoken
Er komt geen audio uit de ingebouwde luidsprekers
  • Controleer de instelling ‘Loudspeaker Volume’ via het interactieve menu op de CCU of via de browserbesturing.
  • Controleer of de luidspreker op voldoende volume is ingesteld. (DIS-CCU browser  > Audio > Loudspeaker Control.)
  • Controleer of de vloermix aan de luidsprekers is toegewezen (DIS-CCU browser  > Audio > Input Control > Loudspeaker
  • Controleer of de plekken in ‘Group A’ zijn geselecteerd (DIS-CCU browser  > Audio > Group Setup). ‘Group A’ wordt altijd gebruikt als de bron voor de vloermix. Als een eenheid niet is geselecteerd in ‘Group A’, zal de audio van de eenheid niet uit de ingebouwde luidsprekers komen.
Een microfoon kan niet worden ingeschakeld
  • Controleer de bekabeling. Alle kabels voor de DIS-apparatuur moeten Cat 5e of hoger zijn met afgeschermde RJ45-kabels.
  • Controleer de instellingen Max. Delegate Speaker en Max. Total Speakers om er zeker van te zijn dat er nog een microfoon kan worden ingeschakeld.
  • Controleer de Operation Mode of de modus het mogelijk maakt dat deelnemers hun eigen microfoons inschakelen.
De DIS-CCU-browserapplicatie wordt niet op een PC geopend
  • Controleer het IP-adres met behulp van het interactieve menu op de CCU: LAN setup  > Acquire IP address. Gebruik dit IP-adres in de browser
  • Controleer of de CCU en de PC met hetzelfde netwerk zijn verbonden
  • Controleer de LAN-kabelaansluitingen
De DIS-CCU-browserapplicatie wordt niet op een tablet of laptop geopend
  • Controleer het IP-adres met behulp van het interactieve menu op de CCU: LAN setup  > Acquire IP address. Gebruik dit IP-adres in de browser
  • Controleer of de tablet of laptop is aangesloten op het juiste draadloze toegangspunt
  • Controleer of de DIS-CCU is aangesloten op hetzelfde subnet als het draadloze toegangspunt

Firmware-update

Gebruik het hulpprogramma Firmware Update Utility (FUU) om de systeemfirmware bij te werken.

  1. Controleer of het systeem is ingeschakeld en goed werkt.
  2. Download de laatste firmware van de Shure-website. De FUU wordt gekoppeld aan de gedownloade firmware.
  3. Installeer de toepassing en sla de map met firmware op de computer op.
  4. Start de toepassing.
  5. Selecteer de juiste firmwarebibliotheek voor de apparatuur.
    1. Het ontbrekende dialoogvenster sluiten
    2. Navigeer naar de FUU-bibliotheek (FUU_upgrade_library)
    3. Selecteer de open knop om deze map te gebruiken.
  6. Wijs de aansluitmethode voor de computer en de apparatuur toe en selecteer de knop OK om het venster met instellingen te verlaten:
    • Ethernet: Voer het IP-adres van de CCU in en gebruik IP-poort 3142.
  7. Informatie over de CCU en alle aangesloten eenheden wordt weergegeven in het hoofdvenster.
  8. Selecteer de gewenste firmwarevrijgave (meestal de hoogste/laatste) in de vervolgkeuzelijst Selected Release Id.
  9. Selecteer de knop Upgrade System om het updateproces van de firmware te starten. Er verschijnt een statusvenster waarin de voortgang van de firmware-upgrade wordt weergegeven.

Fabrieksinstellingen terugzetten

Via de hardware Hierdoor wordt de eenheid teruggezet naar de fabrieksinstellingen en worden alle deelnemers-, systeem- en IP-instellingen gewist, waarna de eenheid opnieuw opstart in de 5900-modus.
  1. Ga naar het voorpaneel van de CCU.
  2. Blader door het hoofdmenu naar Restore factory def.. Druk op de middelste knop om het menu te openen.
  3. Druk op de middelste knop om OK te selecteren en bevestig de reset.
  4. Wacht tot het systeem opnieuw opstart. De computer verliest de verbinding met de browserinterface.
Vanaf de browserinterface Hierdoor worden alle deelnemers- en systeeminstellingen gewist.
  1. De browserinterface van de CCU openen
  2. Ga naar System > Factory Defaults
  3. Selecteer de knop Reset om het systeem te resetten.
  4. Wacht tot het systeem opnieuw opstart. De computer verliest de verbinding met de browserinterface.

Diagnostisch rapport

Als hulp bij het oplossen van problemen is vanaf het moment dat de CCU wordt ingeschakeld een systeembreed rapport beschikbaar.

  1. Ga naar Diagnostics > Report
  2. Selecteer Generate om het rapport in een nieuw venster te bekijken.
  3. Sla het bestand als HTML-document op en mail het naar de Shure-ondersteuningsgroep om het probleem te diagnosticeren.

Technische specificaties

Microflex Complete System

The MXC system conforms to IEC 60914, the international standard for conference systems. However the functionality of an Interpreter Unit differs from the standard.

Audio performance specifications are measured from the audio input of a conference unit to the headphone output of a conference unit.

Bedradingsdetails

Hoofdvoeding

Blauw Neutraal
Bruin Spanning
Groen/geel Massa (aarde)

DCS-LAN-keten

De DIS-CCU maakt gebruik van de kabels Cat5e, Cat6 of Cat7 F/UTP of U/FTP met afgeschermde RJ45-connectors.

De EIA 568-B-bedrading moet worden gebruikt.

Belangrijk: De namen van het Cat5/6/7-kabeltype zijn gewijzigd.

Oude naam Nieuwe naam
FTP F/UTP
STP U/FTP
UTP U/UTP

Belangrijk: Gebruik alleen F/UTP- of U/FTP-kabels (afgeschermd) en afgeschermde RJ45-connectors en geen U/UTP-kabels die niet zijn afgeschermd.

Een Cat5e-kabel (EIA 568-B) op een RJ45-connector aansluiten:

Pen Functie Connector nr. 1 Connector nr. 2
1 Binnenkomend + ORG/WHT ORG/WHT
2 Binnenkomend - ORG ORG
3 +48 V GRN/WHT GRN/WHT
4 0 V BLU BLU
5 0 V BLU/WHT BLU/WHT
6 +48 V GRN GRN
7 Uitgaand - BRN/WHT BRN/WHT
8 Uitgaand + BRN BRN

Als er andere kleurcodes worden gebruikt, worden de vier paren als volgt met elkaar verbonden:

Paar 2: pen 1 en 2

Paar 3: pen 3 en 6

Paar 1: pen 4 en 5

Paar 4: pen 7 en 8

De fase van de paren moet correct zijn en de bedradingsspecificatie moet EIA 568-B (Cat5e) zijn.

Cat6- en Cat7-kabels eindigen doorgaans alleen in aansluitingen (vrouwelijk) en niet in kabelstekkers.

Cat6 en Cat7 kunnen alleen worden gebruikt voor het voeden van kabels die eindigen in wandcontactdozen of patchpanelen.

Analoge audio-uitgang

XLR3 mannelijk

Pen Signaal Kabeltype
1 Aarde 2 x 0,25 mm2 afgeschermd.
2 Signaal +
3 Signaal –

Analoge audio-ingang

XLR3 vrouwelijk

Pen Signaal Kabeltype
1 Aarde 2 x 0,25 mm2 afgeschermd.
2 Signaal +
3 Signaal –

Noodschakelaar

Aansluitblok

Sluit de noodschakelaar aan op pen 1 en 2.

Oortelefoon

Klinkstekker van 3,5 mm

Pen Connector Functie
1 Punt Signaal links
2 Ring Signaal rechts
3 Huls Elektrisch(e) aarding/scherm

Common System Specifications

Latentietijd

Microfooningang tot Hoofdtelefoonuitgang 5,5ms
Microfooningang tot Analoog uit 6,25ms
Analoog in tot Hoofdtelefoonuitgang 7,25ms

Audiofrequentiekarakteristiek

Uitgang luidspreker 200 Hz - 16 kHz (+0,5/-10 dB)
Hoofdtelefoonuitgang 110 Hz - 16 kHz (+0,5/-3 dB)

THD+N

0,2%

Digitale signaalverwerking

24-bits, 32 kHz

Polariteit

Een positieve druk op het membraan resulteert in een positieve spanning op pen 2 ten opzichte van pen 3 (DIS-CCU Uitgang)

Gemiddelde tijd tussen storingen

>400,000 uur

Microfoonconnector

10-pens zwanenhals

Pentoewijzingen

Bedrijfseigen Shure-pinconfiguratie

Ingangsconnector

Ongebalanceerd

Uitgangsconnector

dubbel mono (stuurt stereokoptelefoon aan)

Netwerkverbindingen

DCS-LAN

Voeding

DCS-LAN (DIS-CCU, EX6010, PI6000)

Spanning bij de bron

20 tot 48 V

Kabelvereisten

Cat 5e of hoger

NFC-dragerfrequentie

13,56 MHz

Antennetype

Interne NFC-lus

Compatibiliteit NFC-kaart

ACOS3 dubbele interface en contactloos

Kleur

Zwart

Behuizing

Gegoten plastic, Aluminium

Bedrijfstemperatuurbereik

6,7℃ (20℉) - 40℃ (104℉)

Opslagtemperatuurbereik

29℃ (20℉) - 74℃ (165℉)

Relatieve luchtvochtigheid

95%

Conference Unit Audio Specifications

Audio-ingang

Nominaal ingangsniveau

60 dBV

Maximaal audio-ingangsniveau

Microfoon 1,5 dBV bij 1% THD
Headset 5,5 dBV bij 1% THD

Audiofrequentiekarakteristiek

20 Hz - 16 kHz (+0,5/-10 dB)

THD+N

Microfooningang 0,04%
Ingang headset 0,07%

Dynamisch bereik

Microfooningang , ongewogen 110 dB
Microfooningang , A-gewogen 112 dB
Ingang headset , ongewogen 92 dB
Ingang headset , A-gewogen 94 dB

Equivalente ingangsruis (EIN) voorversterker

115,8 dBV

Ingangsimpedantie

Microfoon 26 kΩ
Headset 2,2 kΩ

Audiouitgang

Nominaal uitgangsniveau

70 dB SPL bij 0,5 m

Maximaal audio-uitgangsniveau

Uitgang luidspreker 82 dB SPL-A bij 0,5 m
Hoofdtelefoonuitgang 1,7 dBV

Audiofrequentiekarakteristiek

Uitgang luidspreker 200 Hz - 16 kHz (+0,5/-10 dB)
Hoofdtelefoonuitgang 110 Hz - 16 kHz (+0,5/-3 dB)

THD+N

Uitgang luidspreker <1%
Hoofdtelefoonuitgang <0,2%

Dynamisch bereik

Uitgang luidspreker , ongewogen 88 dB (MXCIC = 92 dB)
Uitgang luidspreker , A-gewogen 90 dB (MXCIC = 95 dB)
Hoofdtelefoonuitgang , ongewogen 91 dB (MXCIC = 91 dB)
Hoofdtelefoonuitgang , A-gewogen 93 dB (MXCIC = 93 dB)

Belastingsimpedantie

>8 Ω

Conference Unit Specifications

MXC615

Afmetingen

75,3 x 154,9 x 170,7 mm (3,0 x 6,1 x 6,8 in.)H x B x D

Gewicht

770 g (27,2 oz.)

Schermtype

OLED

Schermgrootte

19,37 x 7,86 mm (0,76 x 0,31 in.)

Resolutie display

96 x 39 (125 PPI)

Vermogensverbruik

Typisch 1,8 W
Maximum 2,8 W

MXC620/MXC620-F

Afmetingen

MXC620 75,3 x 154,9 x 170,7 mm (3,0 x 6,1 x 6,8 in.) H x B x D
MXC620-F 90 x 235 x 72 mm (3,543 x 9,252 x 2,835 in.) H x B x D

Gewicht

MXC620 790 g (27,9 oz.)
MXC620-F 1160 g (40,9 oz.)

Schermtype

OLED

Schermgrootte

19,37 x 7,86 mm (0,76 x 0,31 in.)

Resolutie display

96 x 39 (125 PPI)

Vermogensverbruik

MXC620 Typisch Typisch 1,9 W
MXC620 Maximum 3,8 W
MXC620-F Typisch 1,9 W
MXC620-F Maximum 3,6 W

MXC630/MXC630-F

Afmetingen

MXC630 74 x 268 x 153 mm (2,9 x 10,6 x 6,0 in.) H x B x D
MXC630-F 90 x 235 x 72 mm (3,5 x 9,3 x 2,8 in.) H x B x D

Gewicht

MXC630 1020 g (36,0 oz.)
MXC630-F 1160 g (40,9 oz.)

Schermtype

OLED

Schermgrootte

19,37 x 7,86 mm (0,76 x 0,31 in.)

Resolutie display

96 x 39 (125 PPI)

Vermogensverbruik

MXC630 Typisch 1,9 W
MXC630 Maximum 4,1 W
MXC630-F Typisch 1,9 W
MXC630-F Maximum 3,6 W

MXC640

Afmetingen

74 x 268 x 153 mm (2,9 x 10,6 x 6,0 in.)

Gewicht

1080 g (38,1 oz.)

Schermtype

TFT LCD-kleurenscherm met capacitief aanraakscherm

Schermgrootte

109,2 mm (4,3 in.)

Resolutie display

480 x 272 (128 PPI)

Vermogensverbruik

Typisch 2,8 W
Maximum 4,8W

MXCMIU

Afmetingen

MXCMIU 40 x 140 x 78 mm (1,6 x 5,5 x 3,1 in.) H x B x D
MXCMIU-FS 39 x 90 x 90 mm (1,5 x 3,5 x 3,5 in.) H x B x D
MXCMIU-FL 39 x 160 x 90 mm (1,5 x 6,3 x 3,5 in.) H x B x D

Gewicht

MXCMIU 400 g (14,1 oz.)
MXCMIU-FS 360 g (12,7 oz.)
MXCMIU-FL 670 g (23,6 oz.)

Vermogensverbruik

MXCMIU Typisch 1,8 W
MXCMIU Maximum 2,0 W
MXCMIU-FS Typisch 0,1 W
MXCMIU-FS Maximum 0,6 W
MXCMIU-FL Typisch 0,1 W
MXCMIU-FL Maximum 0,9 W

MXCMIU Connection to MXCMIU-FS / MXCMIU-FL

HDMI, x2

Maximale kabellengte

5m

XLR-ingang

Maximaal ingangsniveau

PAD UIT -21,1 dBV
PAD AAN 21,7 dBV

Audiofrequentiekarakteristiek

50 Hz - 14,3 kHz (+0,5/-3 dB)

THD+N

0,07%

Dynamisch bereik

PAD UIT , ongewogen 89,5 dB
PAD UIT , A-gewogen 91 dB
PAD AAN , ongewogen 115 dB
PAD AAN , A-gewogen 116 dB

Ingangsimpedantie

17 kΩ bij 1 kHz

Configuratie

Gebalanceerd

Type

3-pins XLR

Pentoewijzingen

1 = massa, 2 = audio +, 3 = audio −

GND-lift

Links GND aangesloten
Rechts GND losgekoppeld

MXCIC

Type audio-uitgangen

Vrouwelijke contactdoos, 3,5 mm (x2, dubbel mono, TRRS) Vrouwelijke contactdoos, 6,35mm (x1, stereo, TRS)

Afmetingen

198 x 324 x 96 mm (7,8 x 12,8 x 3,8 in.) H x B x D

Gewicht

2250  g (79,4 oz.)

Schermtype

Color TFT-display

Schermgrootte

160 mm (6,3 in.)

Resolutie display

800 x 240 (134 PPI)

Vermogensverbruik

Typisch 5,5 W
Maximum 7,0W

Aantal binnenkomende kanalen

Max. 32 (31 + Vloer)

Aantal uitgaande kanalen

3 (A/B)

Maximale eenheden per cabine

32

Maximaal aantal cabines

150

Maximaal aantal eenheden (totaal)

128

Bestelprocedure

DIS-CCU

De centrale besturingseenheid voor de DIS-discussielijnen en conferentiesystemen werkt met het DDS 5900-systeem zoals het wordt geleverd, en is uitbreidbaar voor MXC- en oudere DCS 6000-systemen met een functielicentie, waaronder een webinterface voor systeemconfiguratie, microfoonbediening en weergave van de sprekerslijst tijdens de vergadering.

Inbegrepen accessoires:

  • Aansluitblok voor EEM-connector
  • Rekbeugels van 19 inch
  • USB-stick met gebruikershandleidingen
  • Gereedschap voor het vastzetten van de zwanenhalsmicrofoon

DIS-CCU-variaties

Centrale regelingseenheid, zonder voedingseenheid DIS-CCU
Centrale regelingseenheid, met Europese voedingsunit DIS-CCU-E
Centrale regelingseenheid, met Britse voedingsunit DIS-CCU-UK
Centrale regelingseenheid, met Amerikaanse voedingsunit DIS-CCU-US
Centrale regelingseenheid, met Argentijnse voedingsunit DIS-CCU-AR
Centrale regelingseenheid, met Braziliaanse voedingsunit DIS-CCU-BR

DIS-CCU-functielicenties

DIS-CCU-functielicentie voor gebruik met het DCS6000-systeem FL6000
DIS-CCU-functielicentie voor extra deelnemers aan het DCS6000-systeem (tot 3800 zitplaatsen) FL6000-3800
DIS-CCU-functielicentie voor extra tolkkanalen in het DCS6000-systeem (tot 8 kanalen) FL6000-INT-8
DIS-CCU-functielicentie voor extra tolkkanalen in het DCS6000-systeem (tot 16 kanalen) FL6000-INT-16
DIS-CCU-functielicentie voor extra tolkkanalen in het DCS6000-systeem (tot 31 kanalen) FL6000-INT-31

PS-CCU-voeding

Voeding voor de DIS-CCU- en DCS-LAN-voedingssets en invoegsystemen.

PS-CCU-modelvarianten

Model Regio
PS-CCU-VS VS
PS-CCU-AR Argentinië
PS-CCU-AU Australië
PS-CCU-BR Brazilië
PS-CCU-CHN China
PS-CCU-E Europa
PS-CCU-IN India
PS-CCU-J Japan
PS-CCU-K Korea
PS-CCU-TW Taiwan
PS-CCU-UK VK

Vooraf geteste Shure-kabels

Shure biedt individueel geteste kabels voor conferentie- en discussieapparatuur van Shure. De EC 6001 zijn hoogwaardige, afgeschermde Cat5e-kabels met verschillende lengtes van 0,5 m tot 100 m. Gemaakt met afgeschermde mannelijk-naar-mannelijk-connectors.

Mannelijk-naar-mannelijk-patchkabels

zwarte beschermde Cat5e F/UTP-kabel van 0,5 m (beschermde RJ45) EC 6001-0.5
zwarte beschermde Cat5e F/UTP-kabel van 1 m (beschermde RJ45) EC 6001-01
zwarte beschermde Cat5e F/UTP-kabel van 2 m (beschermde RJ45) EC 6001-02
zwarte beschermde Cat5e F/UTP-kabel van 3 m (beschermde RJ45) EC 6001-03
zwarte beschermde Cat5e F/UTP-kabel van 5 m (beschermde RJ45) EC 6001-05
zwarte beschermde Cat5e F/UTP-kabel van 10 m (beschermde RJ45) EC 6001-10
zwarte beschermde Cat5e F/UTP-kabel van 20 m (beschermde RJ45) EC 6001-20
zwarte beschermde Cat5e F/UTP-kabel van 30 m (beschermde RJ45) EC 6001-30
zwarte beschermde Cat5e F/UTP-kabel van 50 m (beschermde RJ45) EC 6001-50
Zwarte beschermde Cat5e F/UTP-kabel van 100 m (beschermde RJ45) EC 6001-100

Uitgebreide instellingen

Verdeelkast met 4 uitgangen. Systemen van DCS 6000 en DDS 5900. JB 6104
DCS-LAN-extensie-eenheid voor aanvullende 160 conferentie-eenheden EX 6010
Lijngegevensrepeater; 1 in. x 4 uitgangen voor DCS-LAN-netwerk RP 6004
Lijnvoeding voor maximaal 40 aanvullende discussie-eenheden. Zie tabel voor regionale variaties. PI-6001
Inline voedingsset
Model Regio
PI-6001 Geen voeding
PI-6000-US VS
PI-6000-AR Argentinië
PI-6000-BR Brazilië
PI-6000-E Europa
PI-6000-UK VK

Accessoires

Redundantie-interfacebox voor DCS-LAN MXC-ACC-RIB
DUBBELE KAART VOOR MXC/MXCW/DC’S, AANTAL: 10 MXCDualCard-10pk
KNOPPENSET VOORZITTER VOOR MXC615/620 MXC615-620-ACC-CM
KNOPPENSET VOORZITTER VOOR MXC630/640 MXC630-640-ACC-CM
A/B-KNOPPEN VOOR MXC615/620, AANTAL: 10 MXC615/620-ACC-A/B
A/B-KNOPPEN VOOR MXC630/640, AANTAL: 10 MXC630/640-ACC-A/B
DEMPINGSKNOP VOOR MXC615/620, AANTAL: 10 MXC615/620-ACC-M
DEMPINGSKNOP VOOR MXC630/640, AANTAL: 10 MXC630/640-ACC-M
ANTWOORDKNOP VOOR MXC615/620, AANTAL: 10 MXC615/620-ACC-RPY
ANTWOORDKNOP VOOR MXC630/640, AANTAL: 10 MXC630/640-ACC-RPY

Reserveonderdelen

Reserve-onderdelenset CU 59xx/CU 61xx SPS CU

Belangrijke productinformatie

Het apparaat is bedoeld om in professionele audiotoepassingen te worden gebruikt.

Wijzigingen of aanpassingen die niet expliciet zijn goedgekeurd door Shure Incorporated kunnen uw bevoegdheid om het apparaat te gebruiken tenietdoen.

Opmerking: Dit apparaat is niet bedoeld voor directe aansluiting op een openbaar internetnetwerk.

EMC-conformiteit met elektromagnetische omgeving E2: Commercieel en licht industrieel. De test wordt gebaseerd op het gebruik van meegeleverde en aanbevolen kabeltypen. Bij gebruik van andere dan afgeschermde kabeltypes kunnen de EMC-prestaties worden aangetast.

Dit apparaat voldoet aan deel 15 van de FCC-regelgeving. Het gebruik is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: (1) Dit apparaat mag geen schadelijke storing veroorzaken en (2) dit apparaat moet elke ontvangen storing accepteren, inclusief storing die ongewenste werking tot gevolg kan hebben.

Informatie voor de gebruiker

Deze apparatuur is getest en goed bevonden volgens de limieten van een digitaal apparaat van klasse A, conform deel 15 van de FCC-regelgeving. Deze limieten zijn ontwikkeld om een redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke storing bij gebruik van de apparatuur in een commerciële omgeving. Deze apparatuur genereert en gebruikt radiofrequentie-energie en kan deze uitstralen. Als de apparatuur niet volgens de instructies wordt geïnstalleerd en gebruikt, kan deze schadelijke storing veroorzaken in radiocommunicatie. Bij gebruik in woongebieden is het waarschijnlijk dat de apparatuur schadelijke storing veroorzaakt. In dat geval is de gebruiker verplicht om de storing op eigen kosten te verhelpen.

Deze apparatuur voldoet aan de grenswaarden voor blootstelling aan straling die zijn bepaald door FCC zoals opgesteld voor een ongeregelde omgeving. Deze apparatuur moet op een minimale afstand van 23 cm ten opzichte van de radiator en uw lichaam worden geïnstalleerd en gebruikt.

This Class A digital apparatus complies with Canadian ICES-003. Cet appareil numérique de la classe A est conforme à la norme NMB-003 du Canada.

Dit apparaat voldoet aan de RSS-norm(en) voor licentievrijstelling van Industry Canada. Voldoet aan de eisen van de Europese richtlijnen: R&TTE richtlijn 99/5/EG, WEEE richtlijn 2002/96/EG aangevuld met 2008/34/EG, RoHS richtlijn 2002/95/EG aangevuld met 2008/35/EG. Volg de locale regelgeving voor het ontzorgen van elektronisch afval. Voldoet aan de eisen van de volgende standaardiseringen EN 300 328, EN300 422 deel 1 en deel 2, EN 301 489 deel 1 en deel 9, EN 60065. Gebruik van dit apparaat is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: (1) dit apparaat mag geen storing veroorzaken en (2) dit apparaat moet elke storing accepteren, inclusief storing die ongewenste werking van het apparaat tot gevolg kan hebben.

Le présent appareil est conforme aux CNR d'Industrie Canada applicables aux appareils radio exempts de licence. L'exploitation est autorisée aux deux conditions suivantes : (1) l'appareil ne doit pas produire de brouillage, et (2) l'utilisateur de l'appareil doit accepter tout brouillage radioélectrique subi, même si le brouillage est susceptible d'en compromettre le fonctionnement.