Algemene beschrijving

Het Microflex® Complete Wireless-systeem biedt volledige conferentiefunctionaliteit met het toegevoegde comfort van versleutelde digitale draadloze transmissie voor maximaal 125 conferentie-eenheden. Het systeem heft de beperkingen van kabels bij vergaderingen buiten het kantoor op, in ruimten zonder vaste zitplaatsen of in historische gebouwen waar het onpraktisch is om gaten in meubels te boren. Bewezen Shure-technologie voor detectie en voorkoming van RF-interferentie biedt betrouwbare transmissie die beschermt tegen signaalverlies en robuuste audioversleuteling zorgt dat het besprokene privé blijft. Elke draadloze conferentie-eenheid wordt gevoed door een slimme oplaadbare lithium-ionbatterij waarvan de resterende lading (in uren en minuten) op afstand kan worden gecontroleerd door een technicus.

Kenmerken

RF-efficiëntie De geluidskwaliteit is consistent met een of meer sprekers en tot 125 eenheden worden ondersteund met slechts één zendontvanger van het toegangspunt en één RF-kanaal.
Automatische frequentiecoördinatie Het systeem scant automatisch het beschikbare spectrum en selecteert schone transmissiekanalen voor de beste prestaties. Instellen van het systeem is net zo eenvoudig als het instellen van een draadloze router.
Interferentie vermijden Tijdens gebruik beweegt het systeem zich automatisch uit de buurt van onvoorziene interferentie. Kanaalaanpassing beschermt tegen interferentie van de audio.
Versleuteling Standaard AES-128-versleuteling van audio en gegevens zorgt ervoor dat het besprokene privé blijft.
Bidirectioneel draadloos Biedt retourkanalen voor audio bij tolken naar conferentie-eenheden en maakt real-time bediening van de instellingen van conferentie-eenheden op afstand mogelijk.

Systeemoverzicht

Het Shure Microflex® Complete Wireless (MXCW)-systeem verzorgt een stabiel en betrouwbare audio-ervaring voor externe vergaderingen, flexibele vergaderruimten of historische gebouwen. Het systeem is voorzien van automatische RF-interferentiedetectie en -vermijding, oplaadbare batterijen voor draadloze conferentie-eenheden, gecodeerde digitale en draadloze overdracht en digitaal audionetwerk met Dante.

Het MXCW-toegangspunt beschikt over meerdere bevestigingsopties voor een discrete communicatie tussen draadloze conferentie-eenheden en digitale audionetwerken. Dit toegangspunt functioneert binnen de frequentiebanden 2,4 GHz en 5 GHz om tot wel 125 conferentie-eenheden te ondersteunen. De conferentie-eenheden beschikken over instelbare rollen voor de deelnemers van een vergadering en kunnen naar de vloeraudio of naar vertaalkanalen worden geleid. Het oplaadstation van het MXCW laadt tot wel 10 oplaadbare batterijen van Shure op, waarvan de voortgang kan worden gecontroleerd via de webapplicatie. Gebruik het toegangspunt van de webapplicatie voor het instellen van het systeem en om conferentie-eenheden te beheren en controleren.

Aan de slag

Toegangspunt van systeem instellen (MXCWAPT)

  1. Verbind het access point met een PoE-bron (Power over Ethernet) om het apparaat in te schakelen.

  2. Selecteer, als hierom wordt gevraagd, de regio op het menu voor RF-coördinatie (er zijn verschillen in modellen).

  3. Wacht terwijl het access point het gebied scant voor het best beschikbare kanaal.

  4. Zodra het kanaal is geselecteerd, is het standaard draadloze netwerk (00) gereed voor de MXCW-microfoons.

Draadloze conferentie-eenheden instellen (MXCW640)

  1. Plaats een volledig opgeladen Shure SB930 oplaadbare batterij en verbind de microfoon uit de MXC400-serie.

  2. Druk op de aan/uit-knop aan de onderkant van het apparaat en houd de knop ingedrukt tot het scherm wordt ingeschakeld.

  3. Wacht terwijl het microfoonapparaat het standaard toegangspuntnetwerk zoekt (00).

  4. De apparaten zijn klaar als de leds kort groen knipperen en het aanraakscherm het beginscherm weergeeft.

Voor een soundcheck uit

  1. Druk op despreekknop op een van de apparaten om de microfoon in te schakelen.

  2. Spreek in de microfoon om de audio te controleren.

  3. Luister naar de soundcheck op de luidsprekers of oortelefoonaansluiting.

  4. Ga voor meer informatie naar pubs.shure.com voor de volledige gebruikershandleiding.

Zendontvanger van toegangspunten (MXCWAPT)

De zendontvanger van het toegangspunt vormt het knooppunt voor de audiosignaalstroom en beheert de RF-stabiliteit van elke microfoon in de groep. Het toegangspunt heeft de volgende functies:

  • Verzendt en ontvangt draadloze audiosignalen van microfoons in de groep
  • Levert audiosignaal aan het digitale audionetwerk
  • Host een ingebedde webserver die toegang biedt tot de bedieningssoftware die wordt gebruikt om het systeem te beheren
  • Verzendt en ontvangt besturingsinformatie (zoals aanpassing van de versterking en koppelingsinstellingen) tussen de componenten, de bedieningssoftware en controllers van andere merken
  • Verzendt een versleuteld audiosignaal naar de hoofdtelefoonuitgang van de microfoon voor het beluisteren van vertaalde audio of andere externe bronnen.

① Display

Toont de menuschermen en instellingen.

② Enter-knop

Gebruik deze knop om menuschermen te openen en parameterwijzigingen op te slaan.

③ Exit-knop

Gebruik deze knop om terug te keren naar vorige menuschermen of parameterwijzigingen te annuleren.

④ Pijltjesknoppen

Gebruik deze knoppen om door menuschermen te scrollen en menuparameters te wijzigen.

⑤ Voedingsled

Brandt groen om de aanwezigheid van Power over Ethernet (PoE) aan te geven.

⑥ Led voor netwerkaudio

Geeft de status aan van verbonden Dante-netwerk-audiokanalen.

⑦ Draadloze audio-led

Geeft de status of draadloze verbinding aan.

⑧ Analoge XLR-audio-input

Verbind een externe output.

⑨ Analoge XLR-audio-output

Verbinden met een externe input.

⑩ ‘Ground lift’-schakelaar

Koppelt de aarde los van pen 1 van de XLR-connector en de huls van de audio-uitgang van ¼ inch om aan aarde gerelateerd geluid te minimaliseren dat kan optreden bij het aansluiten van de XLR-audio-uitgang of -ingang op een extern apparaat. De stand ON van de schakelaar heeft het etiket lift.

⑪ Resetknop (verzonken)

Houd de resetknop 10 seconden ingedrukt om het MXCW-systeem opnieuw in te stellen met de fabrieksinstellingen.

⑫ Afdekking toegangspunt

Schilder deze in de kleuren van het omliggende decor en klik deze op de voorzijde van het apparaat.

Het LCD-menu en de navigatieknoppen zijn niet toegankelijk met de afdekking.

⑬ Ethernetpoort

Sluit een kabel (minimaal Cat5e) aan op een PoE-bron en op het netwerk.

⑭ Led voor ethernetstatus (groen)

  • Uit = geen netwerkkoppeling
  • Aan = netwerkkoppeling tot stand gebracht
  • Knippert = netwerkkoppeling actief

⑮ Led voor verbindingssnelheid van ethernet (oranje)

  • Uit = 10/100 Mbps
  • Aan = 1 Gbps (vereist voor routering van digitale audio)

⑯ Kabelroute

Biedt een pad voor de ethernetkabel, zodat inbouw mogelijk is.

⑰ Montagebeugel

Maakt montage tegen een wand, aan een plafond of tegen een microfoonstandaard mogelijk.

Led-statusindicator

Raadpleeg led-indicators op het toegangspunt om de systeemstatus snel te controleren of problemen op te lossen.

Voeding
Uit Uitgeschakeld (losgekoppeld van netwerk of PoE niet aanwezig op poort).
Groen Eenheid ontvangt stroom.
Groen (knippert) Bezig met resetten van het systeem.
Oranje (knippert) Bezig met resetten van het netwerk.
Groen (knippert) + RF-led groen (knippert) + Netwerkaudio-led groen (knippert)
  • Gelijktijdige leds: apparaat wordt via de software geïdentificeerd
  • Afwisselende leds: firmware-update wordt uitgevoerd
Netwerkaudio
Uit Er worden geen Dante-kanalen gerouteerd (ontvangen of verzenden); de Dante Controller-software geeft geen markeringen weer voor deze kanalen.
Groen Alle aangesloten Dante-netwerk-audiokanalen werken (digitale audio ontvangen zoals verwacht) en de Dante Controller-software geeft groene vinkjes voor deze kanalen weer.
Oranje Bij een of meer aangesloten (ontvangende) Dante netwerk-audiokanalen is een abonnementsfout opgetreden of is de status onduidelijk (zenderapparaat staat uit, is niet aangesloten, heeft een nieuwe naam of een verkeerde netwerkinstelling). Dante Controller-software geeft voor deze kanalen gele driehoekige markeringen weer.
Oranje (knippert) Bezig met resetten van het netwerk.
Groen (knippert) +RF-led groen (knippert) +Voedings-led groen (knippert)
  • Gelijktijdige leds: apparaat wordt via de software geïdentificeerd
  • Afwisselende leds: firmware-update wordt uitgevoerd
RF/Draadloze audio
Uit Geen verbinding of ingesteld op RF-demping.
Groen Draadloos kanaal is beveiligd en RF/draadloze audio is aangesloten voor een of meer apparaten.
Oranje Bezig met selecteren van draadloos kanaal
Groen/rood (knippert) Bezig met detecteren van draadloze interferentie.
Groen (knippert) +Voedings-led groen (knippert) + Netwerkaudio-led groen (knippert)
  • Gelijktijdige leds: apparaat wordt via de software geïdentificeerd
  • Afwisselende leds: firmware-update wordt uitgevoerd

Menu toegangspunt

Gebruik het LCD-menu van het toegangspunt om de systeeminstellingen zonder computer te controleren en aan te passen.

enter Een menu openen of een nieuwe instelling opslaan.
exit Verlaat een menu of annuleer wijzigingen.
Pijlen omhoog/omlaag Blader naar een menu-item of wijzig een instelling.

SSID-menu

Selecteer een netwerk-ID van het toegangspunt voor eenvoudige herkenning en bediening van aangesloten conferentie-eenheden. 00 is de standaard SSID.

Menu Vergaderingbed.

Spreekmodus Selecteer een modus om te bepalen hoe microfoons voor deelnemers worden geactiveerd.
Max. aantal sprekers Wijzig het maximale aantal afgevaardigden en het totale aantal sprekers. Bij het totale aantal sprekers behoren ook alle voorzitters.
Apparaataansluitingen Bepaal de toegang van andere conferentie-eenheden die verbinding maken met en zich registreren op het netwerkaudio.
Apparaten beheren Alle aangesloten apparaten opnieuw opstarten of uitschakelen.

Menu Audio

Versterking luidspreker Stel de luidsprekerversterking in op een bereik van –30 dB tot 6 dB of selecteer enter om het geluid te dempen.
Versterking analoog in Stel de ingangsversterking in op een bereik van –30 dB tot 10 dB of selecteer enter om het geluid te dempen.
Niveau analoog in Selecteer lijn- of aux-niveau.
Versterking analoog uit Stel de uitgangsversterking in op een bereik van –30 dB tot 10 dB of selecteer enter om het geluid te dempen.

Menu APT-hulpprogramma’s

Netwerk Shure Control geeft het/de IP-adres, subnet, gateway en MAC-adres van het toegangspunt weer, terwijl het audionetwerk deze informatie voor Dante weergeeft. Stel het IP-adres voor elke netwerkinterface in op automatisch voor een toegewezen IP-adres, of op handmatig om het IP-adres te bewerken.
Firmware Geef de firmwareversie en het serienummer van het toegangspunt weer.
Opnieuw starten De eenheid wordt uit- en ingeschakeld.

Menu Draadloos

RF-vermogen Selecteer het RF-dekkingsniveau van het toegangspunt of schakel het uit.

Conferentie-eenheid (MXCW640)

MXCW-conferentie-eenheden vereenvoudigen communicatie tussen deelnemers aan groepsvergaderingen en conferenties. De multifunctionele eenheden stellen deelnemers in staat om duidelijk te spreken en gehoord te worden door het combineren van een zwanenhalsmicrofoon, luidspreker, hoofdtelefoonbus en bedieningselementen, zelfs bij grote meertalige evenementen. Voor geavanceerde vergadertaken bevatten MXCW-microfooneenheden functies om te stemmen, de agenda te volgen, sprekers te beheren en meer.

① Luidspreker

Geeft een duidelijk audiosignaal van de vloermix.

② Microfoonuitgang

Vergrendelbare 10-pens XLR-connector voor MXC-zwanenhalsmicrofoons.

③ Hoofdtelefoonuitgang

Twee TRRS-poorten van 3,5 mm aan weerszijden van de eenheid stellen deelnemers in staat om naar een tolkkanaal of de vloeraudio te luisteren via een hoofdtelefoon.

④ Volumeregeling

Twee knoppen aan beide zijden verhogen en verlagen het afspeelvolume voor hoofdtelefoons.

⑤ NFC-kaartsleuf

Plaats een dubbele interfacekaart om de deelnemers te identificeren.

⑥ Aanraakscherm

Bekijk en selecteer menu-opties op het display.

⑦ Microfoonknoppen

Druk op de knoppen om de microfoon te bedienen. De knoppen zijn aanpasbaar en werken verschillend afhankelijk van de rol van de deelnemer en de instelling van de vergadering. Raadpleeg Knoppen conferentie-eenheid voor meer informatie.

⑧ Aan/uit-knop

Houd de knop ingedrukt om de eenheid in of uit te schakelen. De leds op de voorkant van de eenheid branden rood wanneer de eenheid wordt aangezet.

⑨ Knop Batterijstatus

Druk hierop om de resterende batterijcapaciteit in de eenheid te controleren.

⑩ TRRS-poort

Hiermee kan een externe beller luisteren en gehoord worden via de vloermix wanneer een mobiele telefoon wordt aangesloten.

⑪ Batterijsleuf

Plaats een oplaadbare SB930-batterij om de eenheid aan te zetten.

⑫ USB Micro-B-connector

Sluit een USB Micro-B-kabel aan om de batterij van de conferentie-eenheid op te laden.

Knoppen conferentie-eenheid

Beide hardwareknoppen op de conferentie-eenheid kunnen worden aangepast en u kunt de functionaliteit van de linkerknop wijzigen, afhankelijk van de rol van de deelnemer.

De functionaliteit van de linkerknop wijzigen:

  1. Open het menu Technicus door te tikken op het tandwielpictogram en tik vervolgens op de rechterkant van het scherm terwijl u de volumeknoppen ingedrukt houdt.
  2. Wijs een rol toe aan de conferentie-eenheid.
  3. Selecteer de functie voor de linkerknop van de conferentie-eenheid.

Pictogrammen linkerknop

Pictogrammen rechterknop

Naam Beschrijving Led-status
Functie rechterknop Speak Druk hierop om de zwanenhalsmicrofoon te activeren.
  • Continu rood: de microfoon is ingeschakeld.
  • Continu groen: de deelnemer wordt in de wachtrij geplaatst.
  • Groen knipperend: het verzoek om het woord te mogen nemen, is afgewezen.
Functie linkerknop Mute Houd deze knop ingedrukt om de microfoon te dempen zonder het spreekrecht te verwijderen. Continu blauw
All del off Schakel alle microfoons van afgevaardigden uit. Continu blauw
Next mic on Schakel de eerste microfoon in de aanvraaglijst in. Continu blauw
Exclusive Houd deze knop ingedrukt om de microfoons van alle afgevaardigden te dempen en alleen de microfoon van de voorzitter te activeren. Continu rood

Zwanenhalsmicrofoon (MXC416, MXC420)

De MXCW-microfoon levert uitstekende audioprestaties met een frequentierespons die specifiek op spraak is afgestemd. Er zijn enkele en dualflex zwanenhalsopties voor een flexibele positionering. De zwanenhalsmicrofoon bevat ook de volgende kenmerken:

  • Commshield®-technologie voor voorkoming van RF-ruis
  • Vergrendelbare 10-pens modulaire connector
  • Ingebouwde led-statusindicator (led-ring)
  • Compatibel met de cardioïde, supercardioïde en omnidirectionele cartridges uit de Microflex-serie
  • Beschikbaar in lengten van 40 cm (15,75 in) of 50 cm (19,69 in)

De microfoon op de conferentie-eenheid aansluiten

  1. Steek de microfoon in de XLR-aansluiting.
  2. Steek de inbussleutel in de opening naast de microfoon van de conferentie-eenheid en draai deze linksom.

Oplaadbare batterij (SB930)

De SB930 is een slimme, oplaadbare lithium-ionbatterij die de MXCW640-conferentie-eenheid van stroom voorziet. Met de geïntegreerde indicator voor het batterijniveau kunt u snel de batterijstatus controleren.

① Knop voor batterijstatus

Druk op de knop om de resterende batterijcapaciteit in de eenheid te controleren.

② Led-statusindicator

Toont de batterijstatus wanneer op de knop voor batterijstatus wordt gedrukt.

Belangrijke tips voor zorg voor en opslag van Shure oplaadbare batterijen

De juiste zorg voor en opslag van Shure-batterijen leidt tot betrouwbare prestaties en garandeert een lange levensduur.

  • Sla batterijen en zenders altijd bij kamertemperatuur op
  • In het ideale geval dienen batterijen te worden opgeladen tot ongeveer 40% capaciteit voor langetermijnopslag
  • Reinig de batterijcontacten af en toe met alcohol, om goed contact te behouden
  • Tijdens opslag controleert u de batterijen elke 6 maanden en laadt u deze zo nodig op tot 40% capaciteit

Netwerkoplaadstation (MXCWNCS)

De MXCW-netwerkoplaadstations (MXCWNCS) zijn opslag- en laadoplossingen voor maximaal tien SB930-oplaadbare batterijen. De installatie-opties omvatten plaatsing in een rack, aan de wand of op een tafeloppervlak.

① Status-led

Aanduiding Beschrijving
Kleur Status
Uit Uit Uitgeschakeld
Groen Brandend Ingeschakeld
Knippert Resetten fabrieksinstellingen bezig
Oranje Brandend Opslagmodus ingeschakeld
Knippert Reset netwerk bezig

② Oplaadsleuven

Voor het laden of opslaan van SB930-batterijen.

③ Laadstatus-leds

Elke laadsleuf heeft vijf leds die oplichten om de laadstatus van de batterij weer te geven:

Led % batterij opgeladen
1
  • Knipperend: <10%
  • Niet knipperend: >10%
2 >25%
3 >50%
4 >75%
5 >95%

Foutmeldingen bij het opladen zijn beschikbaar in de webapplicatie en de volledige online systeemhandleiding op pubs.shure.com

④ Aan/Uit-knop

Gebruik de schakelaar om de eenheid in of uit te schakelen.

⑤ Voedingsingang

Maak verbinding met de meegeleverde voeding.

⑥ Ethernetpoort

Maak verbinding met een ethernetnetwerk om apparaatbediening op afstand via de webapplicatie mogelijk te maken.

⑦ Resetknop

Houd deze knop ingedrukt om de standaardinstellingen van het apparaat te resetten. De duur dat de knop wordt ingedrukt bepaalt het type reset:

  • Netwerkreset: Houd 4 seconden ingedrukt om netwerkinstellingen te resetten en de netwerkverbinding te vernieuwen.
  • Fabrieksinstellingen: Houd de resetknop 8 seconden ingedrukt om het apparaat te resetten met de fabrieksinstellingen.

⑧ Led Ethernet Link-snelheid (oranje)

  • Uit = 10 Mbps
  • Aan = 100 Mbps

⑨ Ethernetstatus-led (groen)

  • Uit = Geen netwerkkoppeling
  • Aan = Netwerkkoppeling tot stand gebracht
  • Knippert = Netwerkkoppeling actief

⑩ Knop voor opslagmodus

Indrukken om de batterijcapaciteit te bewaren voor batterijen die voor langere tijd worden opgeslagen.

Het apparaat inschakelen

  1. Verbind het apparaat met een voedingsbron met de meegeleverde voedingskabel.
  2. Gebruik de aan/uit-knop om het apparaat in te schakelen.

Batterijen bewaren

Gebruik het MXCW-laadstation om batterijen gedurende een langere periode op te slaan (weken tot maanden). De opslagmodus beschermt de batterijen door ze op te slaan op een veilig laadniveau dat de conditie van de batterij behoudt. Als u de batterijen weer wilt gebruiken, schakelt u de opslagmodus uit en wacht u tot de batterijen volledige lading hebben bereikt.

  1. Plaats batterijen in het laadstation.
  2. Zet de lader in de opslagmodus:
    • Vanaf de hardware: Houd de knop Storage mode 5 seconden ingedrukt.
    • Vanaf de software: Open de webtoepassing van de lader op de startpagina en schakel de opslagmodus in.

Ledlampjes voor de oplaadstatus

Elke lader heeft een rij leds die op basis van de batterijstatus branden. Bekijk de webapplicatie van het netwerkoplaadstation voor meer informatie.

Led-segment Led-status Beschrijving
1 Groen (knippert) <10% batterijcapaciteit
Groen >10% batterijcapaciteit
Rood (knipperend)
  • Ongeldige batterij
  • Ontlading mislukt
  • Laden mislukt
  • Batterij controleren
  • Oplader controleren
  • Leesfout batterij
Rood
  • Batterij koud
  • Batterij heet
Groen + oranje (knippert afwisselend) Bezig met ontladen
2 Groen >25% batterijcapaciteit
3 Groen >50% batterijcapaciteit
4 Groen
  • >75% batterijcapaciteit
  • Batterij warm. Raadpleeg de webapplicatie voor meer informatie.
5 Groen <95% batterijcapaciteit

Gemiddelde oplaadtijd

Laadtijd Gebruikstijd Capaciteit
30 minuten 1 uur 10%
1,5 uur 5 uur 50%
4 uur 10 uur 100%

*Gebaseerd op batterij met een conditie van 100%

De batterijcapaciteit controleren

Het MXCW-energiebeheersysteem combineert intelligente, oplaadbare technologie met verschillende beheeropties voor de SB930-batterijen.

In Use
  • U kunt de resterende gebruiksduur van de batterij van de actieve microfoons bekijken op het aanraakscherm of op het tabblad Apparatenin de webapplicatie van het MXCW-systeem. De resterende tijd wordt weergegeven in uren:minuten.
  • Controleer de leds van de batterij door op de knop voor de batterijstatus aan de onderzijde van de conferentie-eenheid te drukken.
Laden
  • Bekijk de laadstatus op de webapplicatie van het oplaadstation.
  • Controleer de leds op de lader.

Accustatistieken

De webtoepassing van het laadstation geeft gedetailleerde informatie voor elke batterij in de lader. Sorteer batterijstatistieken door een van de volgende statistieken te selecteren in het vervolgkeuzemenu:

Nummer compartiment

Geeft de volgorde van de batterijen weer op basis van de sleuven waarin deze geplaatst zijn.

Batterijstatus

Hier wordt de lading weergegeven als een percentage van de totale batterijcapaciteit. Ook de tijd die nog nodig is om de batterij volledig op te laden wordt weergegeven.

Conditie

Hier wordt de conditie van een geselecteerde batterij weergegeven als een percentage van de laadcapaciteit van een nieuwe batterij. De laadcapaciteit (de levensduur van de batterij wanneer deze volledig is opgeladen) wordt minder als gevolg van herhaalde laadcycli, ouderdom of opslagomstandigheden.

Cyclus

Hier wordt weergegeven hoe vaak in totaal de batterij één volledige ontlading en lading heeft ondergaan. Opladen na een halve ontlading telt als een halve cyclus. Opladen nadat de batterij voor een kwart is ontladen, telt als een kwart van een cyclus.

Temperature (Temperatuur)

Toont de temperatuur van de batterij.

Batterijen opladen met USB

Gebruik de USB-poort op de conferentie-eenheid om de batterij tijdens gebruik op te laden. Dit kan met name nuttig zijn voor lange vergaderingen of wanneer er geen back-upbatterijen beschikbaar zijn. De batterijstatus verschijnt als symbool van een bliksemschicht op het touchscreen wanneer deze op de USB-poort is aangesloten.

Wanneer een batterij wordt opgeladen terwijl de eenheid is uitgeschakeld, wordt de laadstatus op het touchscreen weergegeven. Zodra de batterij volledig is opgeladen, schakelt de conferentie-eenheid zich na 10 minuten uit.

Tijd voor volledig opladen* (uu:mm)

Ingeschakeld: 3:30

Uitgeschakeld: 2:30

USB-kabelvereisten

Gebruik een micro USB-kabel dat minstens 2 ampère stroom kan leveren aan de conferentie-eenheid.

Als er een verkeerde stroomtoevoer aangesloten is op het moment dat er een conferentie-eenheid ingeschakeld is, dan wisselt de batterijstatus tussen de status en een waarschuwingssymbool. Indien de eenheid uitgeschakeld is, geeft het touchscreen aan dat de eenheid niet wordt opgeladen door onvoldoende voeding. Na 10 minuten schakelt de conferentie-eenheid zich uit.

Plaatsing

Aanvullende apparaten

Netwerkkabels Gebruik afgeschermde ethernetkabels (minimaal Cat5e) en beperk de kabellengte tussen netwerkapparaten tot maximaal 100 meter.
Audiokabels Gebalanceerde XLR-kabels voor gebruik van de analoge in-/uitgang van het toegangspunt.
Gigabit DHCP-router (systemen met >1 APT) Een DHCP-router wordt aanbevolen voor aansluiting van meerdere toegangspunten in dezelfde installatie. Zorg ervoor dat deze aan de volgende vereisten voldoet:
  • Gigabit-poorten
  • Biedt PoE van klasse 0 met minimaal 6,5 W (voor het voeden van het MXCW-toegangspunt)
  • Quality of Service (QoS) met 4 wachtrijen
  • Diffserv (DSCP) QoS met strikte prioriteit
  • Als de router energiezuinig ethernet (of ‘groen ethernet’) heeft, dient u ervoor te zorgen dat deze functie is uitgeschakeld op de poorten die bedoeld zijn voor het MXCW-systeem.
  • Aanbevolen: een beheerde switch voor gedetailleerde informatie over de werking van iedere netwerkschakeling (poortsnelheid, foutentellers, gebruikte bandbreedte, enz.).

Checklist vereisten

Zorg ervoor dat uw apparatuur aan deze vereisten voldoet voordat u het systeem installeert:

  • Gebruik afgeschermde ethernetkabels van Cat 5e of hoger.
  • Gebruik gigabit-netwerkapparatuur tussen netwerkaudioapparaten.
  • Beperking van de kabellengte tussen apparaten tot ≤100 m.
  • Dezelfde firmwareversie* voor alle apparaten in uw systeem
  • Controleer of de MXCW-componenten en de pc op hetzelfde netwerk zijn aangesloten en op hetzelfde subnet zijn ingesteld.

Tip:* Zorg ervoor dat het systeem beschikt over de laatst beschikbare firmwareversie om goede systeemcompatibiliteit te garanderen en gebruik te maken van nieuwe functies. Raadpleeg Firmware-updates voor meer informatie.

De zendontvanger van het toegangspunt bevestigen

De directionele antennes van het toegangspunt verzenden en ontvangen het RF-signaal in een hartvormig patroon met de grootst mogelijke gevoeligheid richting de zijde van het apparaat. Richt deze zijde altijd op het dekkingsgebied van de microfoon.

Locatie voor het toegangspunt selecteren

Het toegangspunt wordt meestal gemonteerd aan een plafond of wand in de buurt van het gebied dat door de microfoon wordt gedekt.

Gebruik de volgende beproefde methoden als u een locatie voor het apparaat selecteert:

  • Richt de zijde van het toegangspunt op het beoogde dekkingsgebied van de microfoon.
  • Plaats het toegangspunt zo dat er duidelijk zicht op de microfoons is.
  • Houd het apparaat uit de buurt van groot metalen voorwerpen.
  • Zorg voor minimaal acht voet tussen de toegangspunten.
  • Bevestig het toegangspunt zo dat de resetknop toegankelijk is; dit kan handig zijn voor het oplossen van problemen.

Belangrijk: Voer altijd een “rondlooptest” uit om de dekking te controleren alvorens een draadloos systeem te gebruiken voor een toespraak of optreden. Experimenteer met de plaatsing om de optimale positie te bepalen. Breng indien nodig een markering aan op “probleemplekken” en vraag sprekers of artiesten om die gebieden te vermijden.

External Cover for Painting

Het toegangspunt wordt geleverd met een behuizing die kan worden geverfd zodat deze bij het decor van de installatie past. Nadat hij is geverfd en gedroogd, kan hij op de voorzijde van het apparaat worden geklikt.

Securing to a Wall or Ceiling

Required Equipment

  • Two #8 screws at appropriate length*

*Screw Length = Surface thickness + thread engagement (4.75 mm max.) + thickness of flat washer + the thickness of the split lock washer

General Installation Steps

  1. Use the mounting plate as a template and mark the location for the holes.
  2. Drill the holes into the mounting surface.
  3. Secure mounting plate to the surface.

    WAARSCHUWING: Draai de schroeven niet te vast aan, omdat het laadstation hierdoor permanent beschadigd kan raken

  4. Sluit de ethernetkabel op het toegangspunt aan. Gebruik de kabelroute.
  5. Plaats het toegangspunt over de sleutelgaten in de montageplaat en schuif en schuif ze omlaag in de vergrendelde positie.

Montage op een elektriciteitskast

  1. Voer de ethernetkabel door de elektriciteitskast.

  2. Bevestig de beugel aan de elektriciteitskast met schroeven van nr. 6-32 (niet meegeleverd).

  3. Sluit de ethernetkabel aan op de MXCWAPT en monteer de MXCWAPT op de beugel.

Montage in gipsplaat

  1. Houd de beugel tegen de muur en markeer de plaats voor de schroeven.

  2. Boor gaten en breng gipsplaatplugs in de gipsplaat aan.

  3. Bevestig de beugel aan de gipsplaatplugs met schroeven van nr. 8 (niet meegeleverd).

  4. Sluit de ethernetkabel aan op de MXCWAPT en monteer de MXCWAPT op de beugel. Gebruik de kanalen aan de achterkant van de MXCWAPT om de ethernetkabel aan de boven- of onderkant weg te leiden.

Montage op houten panelen

  1. Houd de beugel tegen de muur en markeer de plaats voor de schroeven.

  2. Boor proefgaten van ongeveer 0,24 cm (3/32 inch).

  3. Bevestig de beugel aan de muur met schroeven van nr. 8 (niet meegeleverd).

  4. Sluit de ethernetkabel aan op de MXCWAPT en monteer de MXCWAPT op de beugel. Gebruik de kanalen aan de achterkant van de MXCWAPT om de ethernetkabel aan de boven- of onderkant weg te leiden.

Montage op plafondplaat

Belangrijk: Gebruik grote borgringen of een grote metalen plaat op de achterzijde van de plafondplaat ter ondersteuning van het gewicht van het toegangspunt.

  1. Markeer met behulp van de montagebeugel de plaats voor twee schroefgaten en de kabelinvoer op de plafondplaat.
  2. Boor twee kleine gaatjes voor schroeven van nr. 6 in de plafondplaat om de montagebeugel te bevestigen.
  3. Boor of snijd een grotere opening voor de kabel. Bevestig de montagebeugel aan de plafondplaat.

    Voorkant van plafondplaat

    Achterkant van plafondplaat met borgringen of metalen plaat.

    Gebruik borgmoeren of blauwe Loctite op standaardmoeren om er zeker van te zijn dat de moeren niet loskomen bij trillingen.

  4. Leid de kabel door het gat, bevestig deze aan het toegangspunt en bevestig het toegangspunt aan de montagebeugel.

Montage op driepoot

On-Stage biedt adapters om de montageplaat aan een microfoonstandaard of driepoot vast te schroeven. De CM01 en UM01 gebruiken beide een bout van 1/4-20 inch. Koop een moer van 1/4-20 in een plaatselijke hardwarewinkel.

Bevestig het oplaadstation met netwerkaansluiting

Hoe gebruik ik schroeven voor een stevige bevestiging?

De schroeven voor de bevestiging van de montagebeugels aan de lader worden meegeleverd. Schroeven voor de bevestiging van de lader aan een ander oppervlak moeten worden aangeschaft bij een bouwmarkt.

Belangrijk: de bovenkant van de schroef moet precies 9/64 (0,149) inch (3,78 mm) boven het oppervlak uitsteken (ongeveer 4 ½ schroefdraad).

  • Gebruik de schroeven die het beste bij de dikte van het oppervlak passen.
  • Gebruik minstens 3 schroeven om de bevestigingsbeugels aan de lader te bevestigen.
  • Gebruik minstens 3 schroeven aan elke kant om de bevestigingsbeugels aan het rek of de muur te bevestigen.

Installatie van het laadstation met netwerkaansluiting

  1. Schroef de bevestigingsbeugels vast aan beide kanten van het laadstation.

  2. Zorg voor ruimte rond de beugel voor kabels voor het oplaadstation.
  3. Plaats de bevestigingsbeugel tegen het rek of de muur met de juiste schroeven voor het oppervlak.

Let op: Gebruik 3 schroeven aan elke kant van de montagebeugel tijdens het plaatsen van het laadstation.

Beste praktijken voor rekbevestiging

  • De omgevingstemperatuur van het rek mag het gespecificeerde bereik voor de bedrijfstemperatuur van het apparaat niet overschrijden.
  • Houd de ventilatorinlaat en de ventilatieopeningen vrij van obstakels en zorg voor voldoende ruimte voor een vrije luchtstroom in het rek.
  • Houd indien mogelijk 1 RU ruimte vrij tussen de apparaten.

Systeem instellen

Maximale systeemgrootte

Verbind maximaal 125 MXCW draadloze conferentie-eenheden met één toegangspunt. Verbonden apparaten werken als een onafhankelijk, versleuteld audiosysteem om te spreken, te luisteren en bij te dragen aan de vergadering.

Draadloos netwerk van het apparaat

Het instellen van draadloze MXCW-apparaten is vergelijkbaar met het aansluiten van uw computer op een draadloos netwerk. Het MXCW-toegangspunt werkt als draadloze router en zendt een netwerk-SSID uit naar de draadloze apparaten die binnen bereik liggen.

Het toegangspunt bevat verschillende aanpasbare netwerk-SSID’s waarmee u MXCW-netwerken kunt labelen voor eenvoudige herkenning en kunt beheren in overeenstemming met de installatie of toepassing. Een standaard netwerk (SSID 00) zorgt ervoor dat nieuwe of geresette apparaten automatisch verbinding maken na te zijn ingeschakeld.

Om een microfoon toe te voegen, sluit u deze eenvoudigweg aan op het juiste netwerk.

Apparaten voor de eerste keer aansluiten

Draadloze MXCW-apparaten worden na het inschakelen automatisch verbonden en geregistreerd. De standaard netwerk-SSID 00 zorgt ervoor dat nieuwe of naar de fabrieksinstellingen teruggezette apparaten automatisch verbinding maken met het toegangspunt dat binnen bereik ligt.

Verbinding maken met een toegangspuntnetwerk:

  1. Schakel het toegangspunt in en wacht tot het automatisch het best beschikbare draadloze kanaal heeft geselecteerd voor gebruik. Als het kanaal is beveiligd, zal het toegangspunt zijn netwerk (SSID 00) uitzenden naar de draadloze MXCW-apparaten.
  2. Schakel de MXCW-conferentie-eenheid in. Het apparaat zoekt automatisch naar het standaard netwerk.
  3. Het standaard toegangspuntnetwerk (SSID 00) is geselecteerd en de apparaten zijn klaar voor gebruik.
  4. Voeg aanvullende microfoons toe totdat alle deelnemers zijn gedekt of het systeem vol is.

SSID-labels voor aangepaste netwerken

Aanbevolen wordt om na het opstarten van het standaardnetwerk over te schakelen op een aangepast draadloos netwerk:

  • Herkenbaar: Gebruik verschillende namen voor uw installatie. Handige namen houden verband met een ruimte of gemeenschappelijk gebruik van het systeem (voorbeelden: SSID=Training or SSID=3NW)
  • Beveiliging: Aangepaste SSID’s hebben minder kans om onbedoeld met ongewenste draadloze microfoons te worden verbonden.
  • Automatische updates: Alle aangesloten apparaten worden automatisch bijgewerkt zodat ze overeenkomen met het nieuwe netwerklabel.

Het SSID-label van het netwerk aanpassen:

  1. Ga naar  Settings > SSIDs.
  2. Selecteer een SSID en wijzig de naam. Kies namen (maximaal 32 tekens) die handig zijn voor uw installatie of gebruiksgeval.

    Opmerking: de standaard SSID 00 kan niet bewerkt worden.

  3. (Optioneel) Druk opOverzetten naar apparaten om de statische SSID-lijst van alle apparaten die verbonden zijn met dit toegangspunt, te updaten. De opstartmodus van het apparaat moet op statische lijst zijn ingesteld.

Conflicten rond identieke labels oplossen

Als meerdere toegangspunten dezelfde SSID delen en zich in het bereik van de apparaten bevinden, lost het systeem het conflict op door middel van een van de volgende opties:

  • Laatst aangesloten toegangspunt op basis van zijn unieke MAC-adres
  • Of als er geen wordt herkend, het toegangspunt met het sterkste RF-signaal

Afzonderlijke netwerken voor meerdere systemen

Om afzonderlijke microfoonsystemen te maken, gebruikt u meerdere toegangspunten en wijst u elk toegangspunt aan een andere SSID toe. Verbind vervolgens de conferentie-eenheden aan het overeenkomende netwerk om de afzonderlijke systemen in te stellen.

Meerdere netwerken zijn handig voor installaties met aangrenzende vergaderingen of scheidbare ruimten die afhankelijk van omvang en behoeften van het evenement opnieuw kunnen worden geconfigureerd.

Scheidbare ruimte met meerdere systeemopties

Gebruik verschillende SSID’s om conferentie-eenheden te scheiden in onafhankelijke systemen voor kleinere evenementen. Als de ruimte wordt opengesteld om meer deelnemers te ondersteunen, moeten alle conferentie-eenheden aan hetzelfde toegangspuntnetwerk worden toegewezen om een groot systeem te creëren.

Wijs eerst een toegangspunt aan een andere SSID toe:

  1. Open de MXCW-webapplicatie en ga naar Instellingen > SSIDs.
  2. (Optioneel) Wijzig de naam van een van de SSID-netwerken voor eenvoudige identificatie, bijvoorbeeld: Ruimte C
  3. Selecteer dat netwerk en druk op Set om de instelling te bevestigen.

Alle aangesloten microfoons worden automatisch naar het nieuwe netwerk geüpdatet.

Andere apparaten bijwerken:

  1. Open het technicus-menu op de MXCW640 door op het tandwielpictogram te tikken en tik vervolgens op de rechterkant van het scherm terwijl u de volumeknoppen ingedrukt houdt.
  2. Ga naar het draadloze tabblad.
  3. Afhankelijk van de Opstartmodus die ingesteld is op de eenheid moet gescand worden naar een netwerk of moeten de opties op de lijst bekeken worden.
  4. Selecteer een toegangspuntnetwerk en druk op Connect .

Om ruimten weer te combineren, moeten de conferentie-eenheden naar het oorspronkelijke netwerk worden gewijzigd om het grotere systeem te creëren.

Naam verbonden netwerk

Het apparaat geeft het verbonden netwerk op de taakbalk weer.

Opstartmodus conferentie-eenheid

Stel de Opstartmodus in om te bepalen op welke wijze MXCW-conferentie-eenheden na het inschakelen op het toegangspunt worden aangesloten.

Open het menu Technicus op de conferentie-eenheid door te tikken op het tandwielpictogram. Tik vervolgens op de rechterzijde van het scherm terwijl u beide volumeknoppen ingedrukt houdt en kies een van de volgende opstartmodi:

Last Connected (default) Selecteert automatisch het netwerk waarop het het laatst was aangesloten voordat het werd uitgeschakeld. Nieuwe apparaten of apparaten met de fabrieksinstellingen gebruiken deze instelling om standaard toegang tot de SSID 00 te krijgen.
List Kies handmatig uit een vooraf gegeneerde lijst met netwerken. Om de lijst bij te werken met aangepaste namen, moet u de SSID-labels in de webapplicatie hernoemen en de lijst naar de geregistreerde draadloze apparaten overzetten.
Scan Het apparaat zoekt naar beschikbare toegangspuntnetwerken en rangschikt deze met het sterkste signaal bovenaan en het zwakste onderaan. Selecteer handmatig een netwerk uit de lijst.

Tip: Bij handmatige selectie van het netwerk geeft de lijst het laatst aangesloten toegangspunt met een sterretje weer.

Webapplicaties voor beheren/bedienen

Webapplicaties bieden gemakkelijke toegang op afstand om het systeem te configureren, bewaken en besturen. De applicatie wordt gehost in het apparaat op een geïntegreerde webserver en kan worden geopend met behulp van het IP-adres of de DNS-naam van het apparaat.

MXCW-webapplicaties

Toepassing Hostapparaat Kenmerken
Bediening van MXCW-systeem en vergaderingen Toegangspunt (MXCWAPT) Volledige configuratie en bediening van het MXCW-systeem, de apparaten, de deelnemers en de live vergaderingen.
Batterijen opladen Oplaadstation (MXCWNCS) Bewaking van de batterijcapaciteit en -statistieken.

Bezig met openen van webapplicatie van apparaat

  1. Verbind de computer met het netwerk van het apparaat.

  2. Open de Shure Web Device Discovery-applicatie. In de applicatie wordt een lijst weergegeven met Shure-apparaten in het netwerk die computerbesturing bieden.

  3. Zoek het apparaat dat u wilt openen:
    Toepassing Host apparaat
    Instelling, besturing en bewaking van het MXCW-systeem MXCWAPT
    Batterijen die momenteel worden opgeladen MXCWNCS

  4. Dubbelklik op de rij of klik met de rechtermuisknop om het IP-adres of de DNS-naam te kopiëren en in een browser te plakken.

Tip: Markeer de DNS-naam om de applicatie Web Device Discovery te omzeilen.

Web Browser Requirements

De webapplicatie wordt ondersteund door de volgende internetbrowsers:

  • Google Chrome
  • Safari
  • Internet Explorer

DNS gebruiken voor openen van webapplicatie

U kunt de applicatie Web Device Discovery omzeilen door de DNS-naam van het apparaat in een internetbrowser in te voeren. De DNS-naam wordt afgeleid van het model van de eenheid (MXCWAPT of MXCWNCS), in combinatie met de laatste drie bytes (zes cijfers) van het MAC-adres, en eindigt op .local.

Voorbeeld: Als het MAC-adres van een eenheid 00:0E:DD:AA:BB:CC is, dan wordt de koppeling als volgt gevormd:

Weergaven webapplicatie

Het toegangspunt van de webapplicatie heeft weergaven die zijn bedoeld voor specifieke taken op het gebied van vergaderingsbeheer:

  • Weergave Admin voor het opstellen en configureren van vergaderingen (standaardpagina). Deze weergave heeft volledige toegang tot de andere weergaven.
  • Weergave Chairman voor de voorzitter/operator. Deze weergave biedt tevens toegang tot de Weergave Display.
  • Weergave Display voor deelnemers aan de vergadering. Deze weergave geeft geen toegang tot de andere weergaven.

Open de webapplicatie en log in op de gewenste weergave.Om toegang te krijgen tot alle weergaven, dient u in te loggen als de beheerder en een van de extra weergavente selecteren uit hetvervolgkeuzemenu voor gebruikers.

Weergave beheerder

Deze weergave is bedoeld voor het instellen en beheren van vergaderingen. Gebruik deze weergave om Apparaten, Audio, Vergaderingbedieningselementen en Draadloze instellingen te beheren.

Voer een van de volgende handelingen uit om toegang te krijgen tot deze weergave:

  • Log in als Beheerder
  • Voer het IP-adres van het toegangspunt in, gevolgd door /admin

    (bijvoorbeeld: http://192.168.11.137/admin).

Weergave Chairman

Deze weergave is bedoeld voor het bedienen van de microfoon tijdens de vergadering. Gebruik deze weergave om sprekers en spreekverzoeken te beheren. Zie Sprekers beheren vanaf de webapplicatie voor meer informatie.

Voer een van de volgende handelingen uit om toegang te krijgen tot deze weergave:

  • Inloggen als Voorzitter
  • Selecteer de weergave op de beheerderspagina
  • Voer het IP-adres van het toegangspunt in, gevolgd door /chairman

    (bijvoorbeeld: http://192.168.11.137/chairman).

Weergave Display

In deze weergave wordt de lijst met sprekers en aanvragen aan de deelnemers getoond. Gebruik deze weergave om een scherm met iedereen in de vergaderruimte te delen.

Voer een van de volgende handelingen uit om toegang te krijgen tot deze weergave:

  • Inloggen op Weergave
  • Selecteer de weergave op de beheerders- of voorzitterspagina
  • Voer het IP-adres van het toegangspunt in, gevolgd door /display

    (bijvoorbeeld: http://192.168.11.137/display).

Tip: geef de pagina als volledig scherm weer tijdens de vergadering:

  • Pc: F11
  • Mac: ctrl + cmd + f

Een wachtwoord gebruiken

Iedereen kan toegang krijgen tot deze weergaven vanaf een op het netwerk aangesloten computer of mobiel apparaat.

Om de toegang met een wachtwoord te regelen, opent u in de weergave Admin hetSettings-menu en selecteert u het tabbladPermissions om wachtwoorden te maken of te bewerken.

Draadloos beheer en RF-beheer

Microflex Complete Wireless biedt automatische, versleutelde draadloze transmissie voor maximaal 125 conferentie-eenheden tegelijkertijd. Het toegangspunt scant en selecteert het beste kanaal via Wifi met frequentiebanden 2,4 GHz en 5 GHz, inclusief DFS-kanalen.

Draadloze bedieningsafstand

Het vermogensniveau van de RF bepaalt de bedieningsafstand tussen het toegangspunt en de conferentie-eenheden. Stel het vermogenniveau van de RF in overeenkomst met de afmetingen van de microfooninstallatie.

Variabele bedieningsafstand

RF-vermogen instellen

Selecteer het RF-vermogen in de webapplicatie door te gaan naar Draadloos > RF power.

RF-dekking van het toegangspunt
Instelling Zendervermogen (mW) Dekkingsafstand van APT Gebruikelijke toepassing
Maximum (standaard) 25 150 ft (45,7 m) Balzaal en auditoria
Hoog 13 100 ft (30,5 m) Grote vergaderruimten en collegezalen
Gemiddeld 5 50 ft (15,2 m) Conferentieruimten, trainingsruimten en multifunctionele ruimten
Laag 1 25 ft (7,6 m) Kleine ruimte voor videovergaderingen en bestuurskamers
Mute 0 0 ft (0 m) Lange vergaderingsonderbrekingen of toegangspunt niet in gebruik

Let op: het maximale zendvermogen varieert per regio.

Hartvormig RF-patroon

Het toegangspunt RF-patroon is hartvormig: gelijkmatig oppikken van de zijkanten tot de voorste behuizing van de eenheid.

Voorbeeld van ruimtecombinatie

Verhoog RF-vermogensniveaus om grotere gecombineerde ruimten te dekken.

Toewijzing van betrouwbare bandbreedte

De MXCW kan eenvoudig worden geschaald van 2 tot 125 microfooneenheden zonder enige verandering in de audioprestatie. De bandbreedte is strategisch verdeeld, waarbij de uplink-kanalen alleen worden toegewezen aan actieve sprekers, terwijl het verkeer behouden blijft voor continue downlink-bewakingskanalen.

Selecteren of uitsluiten van specifieke draadloze kanalen

U kunt specifieke draadloze kanalen uitsluiten door deze te deselecteren in de webapplicatie. Het MXCW-systeem scant alle kanalen in een spectrum van 2,4 en 5 GHz en selecteert de meest heldere voor gebruik. Na het deselecteren van specifieke kanalen, zal MXCW niet langer scannen en werken in die frequenties. Er moet te allen tijde ten minste één kanaal zijn geselecteerd dat geen DFS-kanaal is.

Specifieke draadloze kanalen uitsluiten:

  1. Ga naar het tabblad Draadloos.
  2. Druk op  Select wireless channels .
  3. Deselecteer de kanalen die u niet wilt gebruiken.
  4. Druk op Apply om uw wijzigingen op te slaan.

Interferentie vermijden

Het toegangspunt heeft een ingebouwde spectrumanalysator die continu de Wifi-omgeving scant en de beste kanalen voor gebruik rangschikt. Als er interferentie wordt gedetecteerd, schakelt het toegangspunt over naar een geverifieerd back-upkanaal met minimale verstoring van de audioprestaties.

Interferentie vermijden voor gereguleerde draadloze kanalen

MXCW werkt doorgaans in een specifiek blok van 5 GHz-kanalen waarvoor Dynamic Frequency Selection (DFS) of Doppler-weerradar Dynamic Frequency Selection (DDFS) is vereist. Deze kanalen reserveren prioriteit voor weer- en luchtvaart-apparaten en militaire apparaten.

Om interferentie met prioriteitsapparaten te voorkomen, beschikt het toegangspunt over een ingebouwde spectrumanalysator die continu de draadloze omgeving scant en de beste kanalen voor gebruik rangschikt. Als interferentie wordt gedetecteerd, verlaat het het kanaal tijdelijk en schakelt het over naar een geverifieerd back-upkanaal met minimale verstoring van de audioprestaties. Het kanaal wordt grijs in de webapplicatie om aan te geven dat het niet beschikbaar is. Wanneer het kanaal weer beschikbaar wordt, gaat het systeem weer verder met scannen en controleren van het kanaal voor gebruik.

Tips om de prestaties van een draadloos systeem te verbeteren

Als u storingen of uitval ervaart, kunt u het volgende proberen:

  1. Installatie van toegangspunt controleren:
    • Zorg voor een vrije zichtlijn tussen het toegangspunt en de conferentie-eenheden.
    • Monteer het toegangspunt in de buurt van of boven de microfooneenheden
    • Zorg ervoor dat er niemand de zichtlijn tussen de ontvanger en zender blokkeert.
  2. Controleer of andere Wifi-systemen geen interferentie veroorzaken:
    • Zorg voor een afstand van minimaal 3 meter (10 ft) tussen het toegangspunt en de Wi-Fi-router, computers of andere actieve 2,4 GHz- of 5 GHz-bronnen.
    • Schakel algemene Wi-Fi-apparaten voorafgaand aan het evenement in, zodat het MXCW-systeem de tijd heeft om een schoon kanaal te selecteren.
    • Vermijd druk Wi-Fi-verkeer op netwerken in de buurt zoals bij het downloaden van grote bestanden of het bekijken van een film.
  3. Aanvullende tips:
    • Zorg ervoor dat het toegangspunt alle beschikbare kanalen gebruikt (selecteer opnieuw de kanalen die handmatig uit de webapplicatie zijn verwijderd)
    • Breng tijdens de soundcheck een markering aan op ‘probleemplekken’ en plaats deelnemers uit de buurt van deze gebieden.
    • Plaats het toegangspunt en de microfonen niet in de buurt van metaal of andere materialen met een hoge dichtheid.

Selecting the Country and Region (MXCWAPT-W only)

For the global MXCWAPT-W variation, set the operating region for the most reliable scans and to comply with local regulations. This is only required for the global MXCWAPT-W model variation.

Setting Up Participants

Deelnemerrollen

Het systeem vereenvoudigt vergaderingen door het aanpassen van functies en toestemmingen gebaseerd op de rol die toegewezen is aan elk deelnemerapparaat. Deelnemerrollen hebben invloed op:

  • Sprekerbeperkingen: de voorzitter kan op elk moment spreken, terwijl afgevaardigden mogelijk op hun beurt moeten wachten.
  • Spreekprioriteit: deelnemers kunnen afhankelijk van rangorde andere actieve sprekers onderbreken.
  • Bedieningselementen hardware: de knopopties van de microfoon zijn afhankelijk van de rol van de spreker.

Voorbeeld: aangezien de voorzitter verantwoordelijk is voor de vergadering, zijn aanvullende bedieningselementen en toestemmingen verleend om aanvullende taken uit te voeren en om op elk moment te spreken zonder in de rij te hoeven wachten. Anderen zijn toehoorders en hebben minimale spreektoestemmingen.

De samenvatting van de rollen in het systeem is als volgt:

Rol Korte beschrijving Details
Voorzitter Moderator of hoofd van het evenement De voorzitter is een deelnemer met aanvullende toestemmingen voor het bedienen van microfoons van afgevaardigden, voor toegang tot vergaderingbedieningselementen en voor het passeren van sprekende afgevaardigden op elk willekeurig moment.
Afgevaardigde Typische deelnemende Afgevaardigden vormen de meerderheid van de deelnemers tijdens een vergadering. Afhankelijk van de microfoonbediening moeten afgevaardigden mogelijk wachten in de aanvraagwachtrij tot het hun beurt is om te spreken.
Toehoorder Geen microfoon vereist Deelnemers gebruiken het apparaat om alleen naar de vloermix te luisteren (met de luidspreker) of naar een tolkkanaal (met hoofdtelefoon). Er is geen spreektoestemming in deze rol, maar een voorzitter kan deze microfoon handmatig inschakelen.
Sfeer Verbetert audiomix Een reserveapparaat voor het toevoegen van natuurlijk sfeergeluid aan de vloermix voor de audio-ondersteuning tijdens pauzes gedurende het spreken of tijdens korte onderbrekingen tussen agendapunten wanneer er geen andere deelnemers op de sprekerslijst staan. Er zijn geen luister- of spreektoestemmingen in deze rol.

Ga naar Meetings Controls > Advanced > Enable ambient microphones.

Changing the Participant Role

From the MXCW webapplicatie:

  1. Ga naar het tabblad Apparaten.
  2. Find and select the participant (or seat) in the list.
  3. Select the role to expand the dropdown and view additional roles.
  4. Select the role for that participant. The device reprograms with the corresponding controls and permissions.

Tip: om meerdere deelnemers in een keer bij te werken: selecteer deze en wijzig de rol via het eigenschappenmenu aan de zijkant.

Vanuit het apparaattech-menu:

  1. Ga naar het tech-menu van het conferentie-apparaat.
  2. From therol tab, select a new role.

Een apparaat via de software identificeren

Voordat wijzigingen in de software worden aangebracht, moet u controleren of u interactie hebt met de juiste hardware.

  1. Ga naar het tabblad Apparaten.
  2. Klik op het pictogram van het gewenste apparaat. Het apparaat piept of knippert om uw keuze te bevestigen.

    Let op: Klik op het

    moersleutelpictogram om de indocator van de apparaatidentificatie te wijzigen.

  3. Selecteer het pictogram opnieuw om de identificatie te stoppen of wacht tot de tijd afloopt (ca. 30 seconden).

Identificeer de hardware

De pagina Devices aanpassen

Selecteer welke gegevens u wilt zien op het tabblad “Apparaten”. Bewerkt hetfilter en dezichtbare kolommen om velden te verwijderen die niet nuttig zijn voor uw workflow.

Zichtbare kolommen Bepaal welke kolommen in de tabel met apparaten worden weergegeven:
  • Pleknummer
  • Pleknaam
  • Rol
  • Batterij
  • RF-sterkte
  • Spreekprioriteit
  • Functie linkerknop
  • Firmwareversie
  • Serienummer
  • Microfoonversterking
  • Laagdoorlaatfilter (12 kHz)
  • Hoogdoorlaatfilter (150 Hz)
Filter Sta alleen toe dat apparaten met deze attributen worden weergegeven in de tabel met apparaten:
  • Spreekprioriteit
  • Audiogroepen
  • Functie linkerknop
  • Firmwareversie

Om terug te zetten naar de standaardinstellingen, opent umeer opties en selecteert u Reset.

Namen en pleknummers toewijzen

The chairman and meeting operators will need to refer to the participants by either name, seat number, or both. The proper assignment of names and seat numbers is critical to ensure the continuity of the discussion.

Wanneer de installatie voor het eerst gebruikt wordt, verschijnt elke microfooneenheid met de standaard naam en een automatisch toegewezen stoelnummer, in de volgorde waarop ze aangezet zijn. Gebruik het tabblad “Apparatuur” om draadloze apparaten te koppelen aan het vooraf bedachte schema met plekken.

Let op: Apparaten weergeven al de naam van de deelnemer indien er een NFC-kaart gebruikt wordt. Ga naar NFC-kaartfunctionaliteit voor meer informatie.

  1. Draw a seating chart, or diagram, that represents the room. Number each seat that requires a microphone. Add participant names to the seating chart.
  2. Stel voor elke eenheid een pleknaam in door op het veld voor pleknamen te klikken en vul de nieuwe naam in.
  3. Reorder seats to match the actual seat numbers in the room or on your seating chart:
    • To move a single seat, click in the Seat field for that row and enter the new number. If another seat already exists in that number, it will simply swap (exchange) positions with the other seat.
    • Om meerdere stoelen de verwijderen, druk dan op Overzetten om opnieuw te nummeren. Schakel deze modus in om plekken opnieuw te nummeren door op de spreekknoppen van elk apparaat te drukken in gewenste volgorde. Hierdoor worden alle apparaten opnieuw in kaart gebracht in de volgorde waarop de knoppen zijn ingedrukt.

NFC-kaartfunctionaliteit

Gebruik de gratis programmeringsapplicatie voor NFC-kaarten (beschikbaar via www.shure.com) om NFC-identificatiekaarten te programmeren met de namen van de deelnemers aan de vergadering.

Deze programmeringsapplicatie is ontworpen om te gebruiken bij ACOS3 dual interface-kaarten of contactloze kaarten, zoals de MXCDualCard. Gebruik de USB-kaartprogrammeur ACR1252U (www.acs.com.hk) om de namen van deelnemers op de identificatiekaarten te schrijven.

Om NFC-functionaliteit voor conferentie-eenheden mogelijk te maken:

  1. Ga naar Meeting Controls > Advanced > Enable NFC.
  2. Plaats een NFC-kaart in de conferentie-eenheid zodat deelnemers herkenbaar zijn door hun naam.

Spreekprioriteit

Wanneer sprekerinterruptie is ingeschakeld, kunnen deelnemers elkaar in de sprekerslijst opheffen op basis van hun spreekprioriteit en hun rol.

Pas handmatig de spreekprioriteit van elke deelnemer aan de behoeften van uw vergadering aan.

Voorbeeld van instellingen voor spreekprioriteit:

Meerdere voorzitters
  • Stel de voorzitter met de hoogste rang in op 5
  • Stel de rest van de voorzitters in op 4
Afgevaardigden met hoge rang
  • Laat de normale afgevaardigden op 1 (standaard)
  • Stel de afgevaardigden met hoge rang in op 2

Spreekprioriteit aanpassen

De spreekprioriteit aanpassen zonder de rol van de deelnemer te wijzigen:

  1. Open de webapplicatie en ga naar het tabblad “Apparaten”
  2. Selecteer de deelnemer in de tabel om het configuratiescherm te openen.
  3. Bekijk de aanvullende eigenschappen en pas de spreekprioriteit voor die deelnemer aan.

Actieve sprekerinterruptie

Wanneer onderbrekingen zijn toegestaan, passeert een deelnemer die zijn/haar microfoon aanzet de laatste persoon op de sprekerslijst. De verschillende modi bepalen het gedrag van de microfoonactivering wanneer de sprekerslijst vol is.

De onderbrekingsmodus wijzigen:

  1. Ga naar Vergaderingbedieningselementen > Advanced > Active speaker interruption
  2. Een modus selecteren:
  • Niet toegestaan
  • Hogere spreekprioriteit toegestaan (standaard)
  • Gelijke of hogere spreekprioriteit toegestaan

Zie Spreekprioriteit voor informatie over het aanpassen van de prioriteit van afzonderlijke deelnemers.

Microfoonactiveringsstijl

De spreekmodus bepaalt de manier waarop deelnemers hun microfoons gebruiken in een groepsomgeving. Verschillende factoren kunnen de vergaderingsvereisten en de manier waarop de vergadering gehouden wordt beïnvloeden, zoals: afmetingen van de ruimte, aantal deelnemers, formaliteit van het evenement en de hoeveelheid technische ondersteuning voor het personeel. De spreekmodus richt zich op deze factoren met voorinstellingen om het microfoongedrag te regelen.

Modus Beschrijving Werking
Automatic (standaard) Indrukken om te spreken De knop Speak schakelt de deelnemermicrofoon in. Er is geen aanvraaglijst: de microfoon wordt niet ingeschakeld als de lijst met sprekers vol is.
FIFO (First in, first out) Automatische aanvraagwachtrij De knop Speak voegt een deelnemer toe aan een wachtrijsysteem. Zodra de sprekerslijst vol is, worden deelnemers in een chronologische aanvraagwachtrij geplaatst. De volgende microfoon in de rij wordt automatisch ingeschakeld als een plek vrijkomt op de sprekerslijst.
Manual Beheerde aanvraagwachtrij De knop Speak voegt een deelnemer toe aan een aanvraagwachtrij die beheerd wordt door de voorzitter of operator.

Opmerking: De lijst kan worden beïnvloed door de spreekprioriteit. Een nieuwe spreker met een hogere prioriteit kan automatisch de vroegst geactiveerde microfoon passeren als die spreker een lagere prioriteit heeft. Zie “Spreekprioriteit” voor meer informatie.

Spreekmodus wijzigen

De spreekmodus is een systeeminstelling die van toepassing is op alle conferentie-eenheden die geregistreerd zijn op het toegangspunt.

Gebruik een van de volgende methoden om de spreekmodus te wijzigen:

  • Webapplicatie: Vergaderingbedieningselementen > Basic >  Speak mode 
  • LCD-menu toegangspunt: Meeting Ctrls >  Speak mode 

Het aantal actieve sprekers instellen

Met het MXCW-systeem zijn acht actieve sprekers mogelijk. Als de sprekerslijst vol is, moeten deelnemers wachten tot het hun beurt is om te spreken. Als ze daarvoor proberen te spreken, knippert de led van hun microfoon kort en gaat vervolgens uit.

Instellen van het aantal sprekers:

  1. Ga naar Meeting Controls > Basic.
  2. Gebruik het plusteken (+) en het minteken () om het aantal sprekers te wijzigen.
    • Total: totaalaantal actieve apparaten van afgevaardigden en voorzitters. Dit is het absolute maximale aantal personen dat tegelijk kan spreken.
    • Delegate: aantal microfoons van afgevaardigden dat tegelijkertijd open kan staan (m.u.v. de voorzitter).
    • Maximum Requests: totaalaantal deelnemers dat zich in de aanvraagwachtrij kan bevinden. Dit is alleen beschikbaar in de modus Manual en FIFO.

Beste praktijken voor het instellen van actieve sprekers

  • Voeg een extra deelnemer toe aan het totale aantal sprekers, zodat de voorzitter te allen tijde het woord kan voeren.
  • Wanneer u de FIFO-modus (First In, First Out) gebruikt, stelt u het maximale aantal sprekers in op 1, zodat de deelnemers moeten wachten met spreken tot de ander is uitgepraat.

Microfoonbediening van de deelnemer door de Beheerder/Voorzitter

Alleen de beheerder en voorzitter in staat te stellen om de microfoon van deelnemers uit te schakelen:

  1. Ga naar Meeting Controls > Geavanceerd > Microphone off permissions.
  2. Selecteer Only admin/chairman can turn off participant microphones.

Conflict om spreekknoppen voorkomen

Om te voorkomen dat een deelnemer en een beheerder of voorzitter dezelfde handeling op een eenheid proberen uit te voeren:

  1. Ga naar Meeting Controls > Geavanceerd > Microphone off permissions.
  2. Selecteer Prevent double-press of Speak button.
  3. Stel een tijd (in seconden) in voor een conferentie-eenheid om een tweede druk te registreren.
  4. Optioneel: Sta een afgevaardigde toe om de spreekknop van de beheerder of voorzitter te annuleren. Druk door de spreekknop naar beneden te duwen voor een toegewezen duur tussen 1-120 seconden.

Sprekers vanaf de webbrouwser beheren

Voor een verbeterde controle over de vergadering gebruikt de voorzitter de webapplicatie om microfonen te activeren. De pagina voor de voorzitter is bedoeld voor het beheren van de sprekers- en verzoeklijst. Ook kan de voorzitter handmatig microfoons aan en uit zetten, of de lijst beheren in de automatische modus. Met deze interface kan de voorzitter eenvoudig:

  • Opde naam van een deelnemer klikken om zijn of haar microfoon aan te zetten of om deze toe te voegen aan de verzoeklijst.
  • Bekijken wie spreekt en wie op zijn of haar beurt wacht om te spreken

There are three lists on the Chairman View page:

Active speakers List (Red) The speaker list displays the name and seat number of each active microphone. The list displays in chronological order, with the most recently activated microphone at the top of the list.
Requests (Green) Delegates in this list are next up for speaking. Primarily useful when operating in First In First Out mode (FIFO), the queue chronologically lists all participants that have pressed their speak button. Once an opening is available in the speak list, the participant at the top of the queue list is automatically turned on.
All participants This is a full list of meeting participants. Change seat names, sort the participant list, and move delegates to the Active speakers or Requests lists.

Controlling Participant Microphones

The following buttons are available to the chairman for controlling the microphones during a meeting:

Speak Instantly turns on a participant’s microphone. Select the icon next to the participant name to add them to the Speak list.
Request Add a participant to the request queue to put them in line for speaking. Select from any participant in the system, excluding the chairman.
Alle afgevaardigden uit Schakelt alle deelnemerseenheden uit. Alleen de voorzitter blijft in de sprekerslijst.
Next On Activates the participant microphone at the top of the request queue. If the maximum speaker count has been reached, the new speaker replaces the last one on the list.
Alle aanvragen uit Removes all participants from the request queue.
Mute All Turns all participant microphones to mute without affecting the speaker list.

Gebruikersinterface conferentie-eenheid

Als de eenheid is ingeschakeld, tikt u op het LCD-aanraakscherm voor toegang tot het beginscherm en meldt u zich aan met een code of een NFC-chipkaart als daarom wordt gevraagd.

Statusbalk

De bovenkant van het aanraakscherm bevat een statusbalk om informatie over de conferentie-eenheid weer te geven:

Beginscherm

Het beginscherm geeft een gecombineerde lijst met sprekers en aanvragen weer.

De voorzitters hebben de volgende softwareknoppen op hun scherm om de deelnemende microfoons tijdens de vergadering te bedienen:

  • Exclusive: demp alle microfoons van afgevaardigden en activeer alleen de microfoon van de voorzitter
  • All Del off: schakel de microfoons van alle afgevaardigden uit
  • Next on: schakel de eerste microfoon in de aanvraaglijst in
  • Mute all: demp alle microfoons zonder het spreekrecht te verwijderen

Menu Settings

Open het menu Settings door te tikken op het tandwielpictogram in het navigatiepaneel. In dit scherm kunt u de statusbalk verbergen, het scherm wijzigen in een donker thema en de schermtaal wijzigen.

Menu Technicus

Aanvullende informatie en instellingen over de conferentie-eenheid vindt u in het menu Technicus. Vanuit dit menu hebt u toegang tot vier verschillende schermen om de volgende handelingen uit te voeren:

  • Een deelnemerrol toewijzen
  • De functie van de linkerknop wijzigen

  • Geef de firmwareversie van de conferentie-eenheid en het aangesloten toegangspunt weer
  • Het apparaat terugzetten naar de fabrieksinstellingen
  • Het apparaat opnieuw opstarten

  • De SSID van het aangesloten toegangspunt weergeven
  • Koppel de verbinding met het toegangspunt los

  • De opstartmodus wijzigen
  • Het apparaat uitschakelen

Voor toegang tot het menu Technicus:

  1. Tik op het tandwielpictogram om het menu Settings te openen.
  2. Houd beide volumeknoppen ingedrukt en tik op de rechterkant van het aanraakscherm.

Audio-instelling en kanaalroutering

Het MXCW-systeem ondersteunt veel draadloze, analoge en Dante™-netwerkkanalen voor een brede toepassing van applicaties en installaties. Gebruik de webapplicatie om het audio-systeem aan te passen naar uw vergadering.

MXCW Audio Channels

① MXCW Wireless Network Encrypted wireless audio between the access point and conferentie-eenheden:
  • 8 uplink channels for active speakers
  • 9 downlink listening channels (1 floor mix + 8 interpretation channels)
② Analog audio XLR connectors on the access point:
  • 1 input channel
  • 1 output channel
③ Dante network audio Digital audio channels over the Ethernet network:
  • 10 input channels
  • 10 output channels

Once the audio signal is added to the MXCW system, an internal matrix mixer routes audio signals between inputs and outputs, for simple and flexible routing:

  • Stuur de vloermix naar meerdere outputs voor opnames, uitzenden en een extra luisterruimte.
  • Add an external sound source to the floor mix, such as a bodypack microphone for presenters.
  • Record each active microphone on a separate audio channel for official record keeping.

Beschrijvingen MXCW-routing

Raadpleeg de tabel voor een groot aantal MXCW-routingsopties.

Beschrijving MXCW-audiorouting

Route Beschrijving Beschikbare kanalen Pad webapplicatie
Ingangskanalen Het signaal op elk ingangskanaal instellen en bewaken:
  • Audiosignaal
  • Volume en dempen
  • AGC en EQ
  • 1 analoge ingang
  • 10 Dante-ingangen
webapplicatie > Audio > Ingangen
Groepmixen Eén of meer bron(nen) voor elke mix-groep:
  • Pleknummers
  • Ingangskanalen
  • Vloermix
  • 8 groepmixen
webapplicatie > Audio > Groepmixen
Uitgangskanalen Selecteer de bron voor elk uitgangskanaal:
  • Vloer- of groepsmix
  • Microfoonpoort
  • Ingangskanalen
  • 1 analoge uitgang
  • 10 Dante-uitgangen
webapplicatie > Audio > Uitgangen

MXCW Wireless Audio

Encrypted wireless audio between the access point and conferentie-eenheden:

Speaking Channels (Uplink) 8 uplink channels are provided for active microphones. As participants turn on their microphones, they are added to these channels.Depending on your event, you may want to lower the limit on speakers or add chairman role to certain participants.

Ga naar Aantal aantal actieve sprekers instellen voor meer informatie.

Up to 8 Speakers

Listening Channels (Downlink)
  • 1 fixed Floor channel on speaker and headphones
  • 8 assignable interpretation channels on headphone

Floor and Interpretation

De vloermix

Als een microfoon is ingeschakeld, wordt de audio standaard naar de vloermix gestuurd. De vloermix combineert alle actieve sprekers en stuurt dat signaal naar de andere deelnemerapparaten om te luisteren.

Luister naar de vloermix op de luidspreker van de eenheid of het hoofdtelefoonkanaal.

  • Luidsprekers: de vloermix is altijd de bron voor de luidsprekers
  • Hoofdtelefoon: De vloermix is ook beschikbaar op een hoofdtelefoonkanaal (k. 0)

Controle van actieve microfoons

Gebruik het MXCW-systeem webapplicatie om de microfoonpoorten die bijdragen aan de vloermix te controleren en bij te stellen. Ga naar Audio > Actieve microfoons.

Analog Connections

Easily connect additional equipment using the XLR analog connectors on the MXCW access point. Common applications include adding a Q&A or presenter microphone, sending audio out to a broadcast feed, or connecting to a teleconferencing system.

Access Point Analog Connectors

Remove the cover to access the analog connectors

Connecting Analog Devices

  1. Connect a line-level audio device:
    • XLR input from a mixer or wireless receiver (default route to floor mix)
    • XLR output to a recording, loudspeaker, or teleconferencing system (default source is floor mix)
  2. Perform a sound check using normal speech levels with the rest of the MXCW microphones. For best results:
    • Always leave AGC enabled to make sure the signals blends naturally with other MXCW sources
    • Use the equalization filters to reduce unwanted sounds like HVAC.

Voorbeeld analoge input

Automatic Gain Control (AGC)

Automatic gain control adjusts channel levels to ensure consistent volume for all speakers, in all scenarios. For quieter voices, it increases gain; for louder voices, it attenuates the signal.

The automatic gain control is post-fader, and adjusts the channel level after the input level has been adjusted. Enable it on channels where the distance between the speaker and the microphone may vary, or in rooms where many different people will use the conferencing system.

Schakel AGC in op een van de twee manieren:

  • Ga naar Audio > Active microphones en klik op de AGC-knop.
  • Kies de gewenste apparaten uit het tabblad “Apparaten” en tik het vakje “AGC inschakelen” aan.

Adding Other Sources to the Floor Mix

Add other audio sources to blend with the floor mix of MXCW wireless microphones.

  • 1 XLR analog input on the access point is automatically routed to the floor
  • 10 Dante digitale netwerkkanalen zijn beschikbaar voor routering
  1. Connect the audio source to the system:
    • Analog input: Connect an audio source to the XLR input on the access point.

      Tip: druk de aardliftschakelaar in als er een brommend of zoemend geluid optreedt vanwege een aardlus.

    • Digitale audio: stuur audio naar een van de MXCW Dante-kanalen met de Dante Controller-software.
  2. Ensure the sources are selected on the floor group.

  3. If necessary, adjust the volume level or EQ to match the other input levels from Audio > Ingangen.

    Tip: Gebruik altijd AGC op elk kanaal voor automatische en continue volumeoptimalisering.

Removing a Microphone from the Floor

De audio van elke actieve microfoon wordt standaard naar de vloermix gestuurd. U kunt echter een conferentie-eenheid uit de vloermix verwijderen als u niet wilt dat deze naar de luidsprekers gaat.

For example, an official’s microphone unit can be recorded but kept private (taken out of the floor mix). Remove it from the floor mix and route it another group that is connected to a recording system for archival purposes.

  1. Ga naar Audio > Groepmixen > Vloer.
  2. Find the seat you want to remove and deselect it.

    Tip: selecteer Show connected seats only om onbezette plekken eruit te filteren.

  3. Route the audio from that seat to another group. Open the desired group and select the seat.

  4. Select that group as the source for the output channel.
    1. Press Selecteer bron

    2. Choose the group mix that the seat is routed to.

This group (with the seat that was removed from the floor mix) is now routed to the output channel and ready for recording, broadcasting, or another application.

Isolating Participants on Separate Output Channels

8 or Fewer Active Speakers

Assign each participant to their own group mix to record them individually on predetermined channels.

  1. Open the first group mix (A). Select the first seat. For easy reference, rename the group according that seat.

  2. Repeat for the rest of the group mixes (B - H).
  3. Open the Outputs tab.
  4. For the first Dante output channel, select Mix A for the input source.

  5. Repeat for the rest of the outputs.

More than 8 Active Speakers

To record more than 8 active speakers at a time, route the 8 microphone slots (instead of seats routed to mixes) to the output channels.

Keep in mind that the channels will not be permanently assigned to certain participants. The wireless 8 microphone slots 'fill up‘ starting with slot 1 and increasing with more active microphones. (Slot 1 is always filled whenever a microphone is active.) Therefore this method allows clean recordings, but the labeling will not follow the participants by seat.

  1. Set the number of active microphones and delegate microphones to 8 (maximum).
  2. Open the Outputs tab.
  3. Voor het eerste Dante-outputkanaal. kies Microfoonpoort 1 voor de ingangsbron.

  4. Repeat for the remaining microphone slots.

Emergency Audio Signal

Ter voorbereiding op een noodgeval, verbind een audiosignaal van een Noodbericht Evacuatie (EEM) met de analoge XLR-input of een van de 10 Dante input-kanalen. Het systeem detecteert wanneer er een EEM-signaal aanwezig is en verspreid dit bericht naar de luidsprekers en alle outputverbindingen.

  1. Ga naar Audio > Ingangen.
  2. Open het vervolgmenu en verbind het EEM-signaal met een Dante-kanaal (bijvoorbeeld Dante-input 1) of de XLR-verbinding op het toegangspunt.

Let op: de audio schakelt terug naar normaal nadat deze langer dan 5 seconden onder de drempelwaarde is geweest.

Language Interpretation

Er zijn 8 verschillende audiokanalen die gebruikt kunnen worden voor tolken. In meertalige vergaderingen kunnen de deelnemers in hun eigen taal door de microfoon praten en luisteren naar de tolk door de hoofdtelefoon.

Kanalen hoofdtelefoon

De conferentie-eenheden hebben een hoofdtelefoonuitgang voor het beluisteren van tolkkanalen of andere deelnemers op het vloerkanaal. Elke deelnemer kiest zijn eigen kanaal op het touchscreen van de conferentie-eenheid.

Deelnemers kiezen een van de kanalen om te luisteren naar hun taal tijdens een meertalig evenement. De audiobron komt voort uit de analoge input of uit een van de Dante-inputs.

Het vloerkanaal wordt door de tolken gebruikt voor simultaan tolken van een discussie. Andere deelnemers kunnen ook naar het vloerkanaal luisteren met een hoofdtelefoon .

  1. Sluit de hoofdtelefoon aan op de hoofdtelefoonbus aan een van de zijkanten van een conferentie-eenheid.
  2. Druk op het
    hoofdtelefoonpictogram op het touchscreen en selecteer een kanaal uit de lijst.

    • Vloermix
    • Kanaal 1
    • Kanaal 2
    • Kanaal 3
    • Kanaal 4
    • Kanaal 5
    • Kanaal 6
    • Kanaal 7
    • Kanaal 8
  3. Stel het volume van de hoofdtelefoon in met de bedieningsknoppen op de eenheid.

Tolkkanalen instellen

Gebruik het toegangspunt van de webapplicatie om vertaalkanalen in te stellen voor conferentie-eenheden.

  1. Ga naar Meeting Controls > Interpretation.
  2. Kies de gewenste taal uit het vervolgmenu.

  3. Druk op Assign Source kies uit de beschikbare analoge input of de 10 Dante-inputs.

  4. Klik op de kanaalschuifregelaar om de vertaalkanalen in te schakelen.
  5. Herhaal bovenstaande stappen om tot wel 8 vertaalkanalen te creëren.

Digitale audio via een netwerk

Dantetm digitale audio wordt overgedragen via standaard Ethernet en toegepast met standaard internetprotocollen. Dante biedt een lage latentietijd, nauwkeurige kloksynchronisatie en hoge Quality-of-Service (QoS) voor een betrouwbaar audiotransport naar diverse Dante-apparatuur. Dante-audio kan veilig op hetzelfde netwerk naast IT- en besturingsgegevens worden verzonden of zodanig worden geconfigureerd dat er een toepassingsspecifiek netwerk wordt gebruikt.

Dante-audionetwerk

Verbind uw Dante-audionetwerk met het MXCW-systeem.

Connect a network of devices

10 input channels, useful for:

  • Met Dante compatibele microfoons, zoals Microflex®Advance™ plafond- en tafelarrays.
  • Output from an automatic mixer or room system
  • Videoconferencing signal of far-end audio

10 output channels, useful for:

  • Recording system for archiving
  • Live-streaming events
  • Videoconferencing feed of near-end audio

Routing Dante Channels

Gebruik de gratig Dante-beheersoftware van Audinate® om Dante-kanalen te in en uit het MXCW-systeem te leiden.

Aanbevelingen voor switch in Dante-netwerken

Als aanvulling op de basisnetwerkvereisten moet er voor Dante-audionetwerken een gigabit-netwerkswitch of router worden gebruikt met de volgende functies:

  • Gigabit-poorten
  • Quality of Service (QoS) met 4 wachtrijen
  • Diffserv (DSCP) QoS met strikte prioriteit
  • Aanbevolen: een beheerde switch voor gedetailleerde informatie over de werking van iedere netwerkschakeling (poortsnelheid, foutentellers, gebruikte bandbreedte)

Instellingen QoS (Quality of Service)

Met QoS-instellingen kan prioriteit worden toegewezen aan specifieke gegevenspakketten op het netwerk, waardoor op grotere netwerken met meer verkeer betrouwbare levering van audio kan worden gewaarborgd. Deze functie is beschikbaar op de meeste beheerde netwerkswitches. Hoewel dit niet vereist is, wordt aanbevolen om QoS-instellingen toe te wijzen.

Opmerking: Coördineer wijzigingen met de netwerkbeheerder om het onderbreken van de service te voorkomen.

Open de switch-interface om QoS-waarden toe te wijzen en wijs aan de hand van onderstaande tabel de met Dante geassocieerde wachtrijwaarden toe.

  • Wijs de hoogst mogelijke waarde toe (weergegeven als 4 in dit voorbeeld) voor tijdskritieke PTP-gebeurtenissen.
  • Gebruik aflopende prioriteitswaarden voor alle overige pakketten.
QoS-prioriteitswaarden van Dante
Prioriteit Gebruik DSCP-label Hex. Decimaal Binair
Hoog (4) Tijdskritieke PTP-gebeurtenissen CS7 0x38 56 111000
Gemiddeld (3) Audio, PTP EF 0x2E 46 101110
Laag (2) (gereserveerd) CS1 0x08 8 001000
Geen (1) Ander verkeer BestEffort 0x00 0 000000

Opmerking: Switchbeheer kan variëren op basis van fabrikant en switchtype. Raadpleeg de gebruikershandleiding van het product van de fabrikant voor specifieke configuratiedetails.

Bezoek www.audinate.com voor meer informatie over Dante-vereisten en -netwerkbediening.

Terminologie netwerkbediening

PTP (Precision Time Protocol): Hiermee worden de klokken op het netwerk gesynchroniseerd

DSCP (Differentiated Services Code Point): Gestandaardiseerde identificatiemethode voor gegevens die worden gebruikt bij QoS-prioritering van niveau 3

‘Packet Bridge’

Een ‘Packet Bridge’ maakt het mogelijk dat een externe controller IP-informatie van de bedieningsinterface van een Shure-apparaat krijgt. Om toegang tot de ‘packet bridge’ te krijgen, moet een externe controller een querypakket via unicast UDP* naar poort 2203 via de Dante-interface van het Shure-apparaat verzenden.

  1. Verzend een UDP-pakket met een minimale belasting van 1 byte.

    Opmerking: de maximaal toegestane belasting is 140 bytes. Elke inhoud is toegestaan.

  2. Het Shure-apparaat zal via UDP een responspakket naar de controller verzenden en als bestemming een UDP-poort gebruiken die identiek is aan de bronpoort van het querypakket. De belasting van het responspakket heeft de volgende indeling:
    Bytes Inhoud
    0-3 IP-adres, een ongetekend geheel getal van 32-bits in netwerkvolgorde
    4-7 Subnetmasker, een ongetekend geheel getal van 32-bits in netwerkvolgorde
    8-13 Macadres, een reeks van 6 bytes

    Opmerking: het Shure-apparaat moet op een gewoon netwerk in minder dan een seconde reageren. Controleer het IP-adres en poortnummer van de bestemming en probeer de query opnieuw te verzenden als u geen antwoord ontvangt.

*UDP: User Datagram Protocol

AES67

AES67 is a networked audio standard that enables communication between hardware components which use different IP audio technologies. This Shure device supports AES67 for increased compatibility within networked systems for live sound, integrated installations, and broadcast applications.

The following information is critical when transmitting or receiving AES67 signals:

  • Update Dante Controller software to the newest available version to ensure the AES67 configuration tab appears.
  • AES67 cannot operate when the transmit and receive devices both support Dante.
    Shure Device Supports: Device 2 Supports: AES67 Compatibility
    Dante and AES67 Dante and AES67 No. Must use Dante.
    Dante and AES67 AES67 without Dante. Any other audio networking protocol is acceptable. Yes

Separate Dante and AES67 flows can operate simultaneously. The total number of flows is determined by the maximum flow limit of the device.

Sending Audio from a Shure Device

All AES67 configuration is managed in Dante Controller software. For more information, refer to the Dante Controller user guide.

  1. Open the Shure transmitting device in Dante Controller.
  2. Enable AES67.
  3. Reboot the Shure device.
  4. Create AES67 flows according to the instructions in the Dante Controller user guide.

Receiving Audio from a Device Using a Different Audio Network Protocol

Third-party devices: When the hardware supports SAP, flows are identified in the routing software that the device uses. Otherwise, to receive an AES67 flow, the AES67 session ID and IP address are required.

Shure devices: The transmitting device must support SAP. In Dante Controller, a transmit device (appears as an IP address) can be routed like any other Dante device.

Netwerken

Networking Best Practices

Use the following best practices when setting up a network to ensure reliable communication:

  • Always use a "star" network topology by connecting each component directly to the switch or router.
  • Sluit alle Shure-netwerkapparatuur aan op hetzelfde netwerk en zorg dat de alle apparatuur is ingesteld op hetzelfde subnet. Dit is van toepassing op alle apparaten waartussen audiosignalen moeten worden gerouteerd (beheerd via Dante Controller). Dit is ook vereist voor het openen van de webapplicatie voor een apparaat.
  • Apparaten op afzonderlijke netwerken vereisen een audioverwerker of conferentiesoftware om onderling audio te kunnen uitwisselen.
  • Use only 1 DHCP server per network. Disable DHCP addressing on additional servers.
  • Zet de schakelaar en DHCP-server aan voordat u de MXCW-apparatuur inschakelt.
  • To expand the network, use multiple Ethernet switches in a star topology.
  • All devices must be at the same firmware revision level.

Device IP Settings

Configure IP

Sets IP mode of the selected network interface:

  • Auto (DHCP): voor automatische toewijzing van IP-adressen.
  • Handmatig (Statisch): voor statische IP-adressen.

IP Settings

View and edit the IP Address, Subnet Mask, and Gateway for each network interface.

MAC Address

The network interface’s unique identification.

Configuring IP Settings

IP-configuraties worden beheerd via de webapplicatie of het toegangspunt van het LCD-scherm. Ze worden standaard in de Automatische (DHCP)-modus ingesteld. De DHCP-modus laat apparaten IP-instellingen accepteren van een DHCP-server of automatisch gebruikmaken van link-lokaal-instellingen wanneer er geen DHCP beschikbaar is. IP-adressen kunnen ook handmatig worden ingesteld.

Om in de webapplicatie de IP-eigenschappen te configureren:

  1. Open de webapplicatie.
  2. Ga naar Settings en kies Network.
  3. Selecteer Automatisch of Manual. Bij automatisch worden de adressen automatisch toegewezen. Ga naar Handmatig statische IP-adressen toewijzen voor Manual instellen.

Manually Assigning Static IP Address

Om handmatig IP-adressen toe te wijzen:

  1. Open de webapplicatie.
  2. Ga naar het tabblad Settings en selecteer Network.
  3. Kies Manual als IP-configuratie.
  4. Vul het IP-adres, subnetmasker en gateway-adres in.
  5. Klik op Toepassen wanneer u klaar bent.

Latentie instellen

Latentie is de tijd waarin een signaal door het systeem gaat naar de uitgang van een apparaat. Om variaties in latentie tussen apparaten en kanalen op te vangen, heeft Dante een vooraf ingestelde keuze aan latentie-instellingen. Wanneer dezelfde instelling wordt geselecteerd, garandeert dit dat alle Dante-apparaten in het netwerk gesynchroniseerd zijn.

Deze latentie-instellingen moeten als startpunt worden gebruikt. Om de exacte latentie te bepalen die u voor uw installatie kunt gebruiken, dient u de installatie in te zetten, Dante-audio tussen uw apparaten te versturen en de werkelijke latentie in uw systeem te meten met behulp van de Dante Controller-software van Audinate. Rond af naar de eerstvolgende beschikbare latentie-instelling en gebruik deze.

Gebruik de Dante Controller-software van Audinate om latentie-instellingen te wijzigen.

Aanbevelingen voor latentie

Latentie-instelling Maximaal aantal switches
0,25 ms 3
0,5 ms (standaard) 5
1 ms 10
2 ms 10+

De webapplicatie gebruiken met een draadloze verbinding

Wanneer de webapplicatie met een draadloze verbinding wordt gebruikt, is het belangrijk om de draadloze router goed in te stellen voor de beste prestaties. Het systeem gebruikt verschillende op standaarden gebaseerde protocollen waar multicast voor nodig is. De draadloze verbinding behandelt broadcast- en multicast-pakketten anders dan algemene pakketten vanwege achterwaartse compatibiliteit. In sommige gevallen beperkt de draadloze router de zendsnelheid tot een waarde die te langzaam is, zodat de webapplicatie niet fatsoenlijk kan werken.

Draadloze routers ondersteunen normaal gesproken 802.11b, 802.11a/g, en/of 802.11n standaarden. Veel draadloze routers worden standaard zo geconfigureerd dat oudere 802.11b-apparaten op het netwerk kunnen werken. In deze configuratie beperken deze routers automatisch de multicast-datasnelheden (soms ook wel ‘basissnelheid’ of ‘managementsnelheid’ genoemd) tot 1-2 Mbps.

Opmerking: een draadloze verbinding kan alleen worden gebruikt voor de beheersoftware. Netwerkaudio kan niet worden verzonden via een draadloze.

Tip: voor grotere draadloze microfoonconfiguraties wordt aanbevolen om de multicast-overdrachtssnelheid te verhogen voor gepaste bandbreedte.

Belangrijk: gebruik voor de beste prestaties een draadloze router die de multicastsnelheid niet beperkt tot 1-2 Mbps.

Shure beveelt de volgende merken draadloze routers aan:

  • Cisco
  • Linksys
  • Apple

IP Ports and Protocols

Shure Control

Port TCP/UDP Protocol Beschrijving Factory Default
21 tcp FTP Required for firmware updates (otherwise closed) Closed
22 tcp SSH Not supported Closed
23 tcp Telnet Standard console interface Closed
68 udp DHCP Dynamic Host Configuration Protocol Open
80* tcp HTTP Required to launch embedded web server Open
427 tcp/udp SLP Required for inter-device communication Open
443 tcp HTTPS Not supported Closed
161 tcp SNMP Not supported Closed
162 tcp SNMP Not supported Closed
2202 tcp ASCII Required for 3rd party control strings Open
5353 udp mDNS Required for device discovery Open
5568 udp SDT Required for inter-device communication Open
8023 tcp Telnet Debug console interface Password
8180* tcp HTML Required for webapplicatie Open
8427 udp Multcast SLP Required for inter-device communication Open
64000 tcp Telnet Required for Shure firmware update Open

Dante Audio & Controller

Port TCP/UDP Protocol Beschrijving
162 udp SNMP Used by Dante
[319-320]* udp PTP Dante clocking
2203 udp Custom Required for packet bridge
4321, 14336-14600 udp Dante Dante audio
[4440, 4444, 4455]* udp Dante Dante audio routing
5353 udp mDNS Used by Dante
[8700-8706, 8800]* udp Dante Dante Control and Monitoring
8751 udp Dante Dante Controller
16000-65536 udp Dante Used by Dante

*These ports must be open on the PC or control system to access the device through a firewall.

Deze protocollen vereisen multicast. Zorg voor een juiste configuratie van multicast voor uw netwerk.

Security

Aansluitingen van nieuwe apparaten beperken

Met het systeem kunnen alle draadloze MXCW-microfoons verbinding maken met het SSID-netwerk en automatisch worden aangesloten op het audiosysteem. Afhankelijk van de vereisten van uw toepassing kunt u het systeem echter zo configureren dat de connectiviteit wordt beperkt.

Deze instellingen hebben alleen betrekking op andere apparaten die nog niet in de lijst met geregistreerde apparaten zijn opgenomen. Conferentie-eenheden die al zijn aangesloten en geregistreerd, mogen automatisch opnieuw verbinding maken.

Om het netwerk en de audioverbinding van aanvullende conferentie-eenheden te bewerken, opent u de MXCW-webapplicatie en gaat u naar Instellingen > Hardware.

  • Open: Laat nieuwe apparaten verbinding maken met het toegangspuntnetwerk. Aangesloten apparaten kunnen worden beheerd en bewerkt vanuit de webapplicatie.
  • Closed: Zorgt ervoor dat er geen nieuwe apparaten verbinding kunnen maken met het toegangspuntnetwerk.

Registratie

Registratie is de laatste stap bij het verbinden van een conferentie-eenheid met een MXCW-audiosysteem. De conferentie-eenheden worden standaard automatisch geregistreerd zodra ze zijn verbonden.

Automatisch Aanvullende apparaten worden automatisch geregistreerd op het toegangspunt (audiodoorgifte). Daarmee kunnen apparaten snel aan het evenement worden toegevoegd zonder aanvullende instellingen.
Manual Aanvullende apparaten worden verbonden als niet-geregistreerd (controle, maar geen audio). De beheerder kan het apparaat op elk moment registreren vanuit het tabblad Devices in de MXCW-webapplicatie.

Niet-geregistreerde apparaten

Instellingen opslaan apparaatverbinding

Door op de aan/uitschakelaar te drukken, worden de verbindingsinstellingen voor audio en netwerk opnieuw ingesteld. Om de instellingen te bewaren, stel de verbindingen in op gesloten en handmatig voor elk stroomcyclus.

Een apparaat afmelden

Een apparaat uit de registratie verwijderen:

  1. Ga naar het tabblad Apparaten.
  2. Zoek het gewenste apparaat en selecteer het vakje naast het pictogram.
  3. OpenMeer opties en druk op Deregister.

Systeemonderhoud en probleemoplossing

Probleemoplossing

Basiscontrole van het systeem

Controleer uw systeem op de volgende standaard hardware en aansluitingen:

  • Apparaten ontvangen stroom en zijn ingeschakeld
  • Kabels zijn aangesloten
  • Apparaten bevinden zich in hetzelfde netwerk

Draadloze interferentie

Meer draadloze kanalen selecteren Als u draadloze kanalen hebt verwijderd, voegt u deze weer toe aan de draadloze scan in de webapplicatie: > WIFI-KANALEN SELECTEREN.
RF-vermogen aanpassen
  • Verlaag het RF-vermogen in de webapplicatie: Wireless > RF power.
  • Hierdoor wordt de signaal-ruisverhouding verbeterd, maar wordt de interferentie niet geëlimineerd: > RF-vermogen.
Het MXCW-toegangspunt verplaatsen Verplaats het toegangspunt naar een ander toegangspunt in de ruimte. Zie Locatie voor het toegangspunt selecteren voor meer informatie.

Apparaten resetten

Shure-apparaten zijn ontworpen om direct uit de verpakking samen te werken. Voorafgaand aan een nieuwe installatie of tijdens het oplossen van problemen kan het nuttig zijn om apparaten te resetten om ervoor te zorgen dat het systeem compatibel is.

U kunt op twee verschillende manieren resetten:

  • Netwerkreset: Wist alleen netwerkinstellingen en zorgt voor een nieuwe netwerkverbinding.
  • Systeemreset: Wist alle apparaat- en systeeminstellingen om het apparaat terug te zetten naar de standaard fabrieksinstellingen.

Via de hardware

Access Point Houd de verzonken resetknop ingedrukt.
  • Netwerkreset: Houd 5 seconden ingedrukt om netwerkinstellingen te resetten en de netwerkverbinding te vernieuwen.
  • Systeemreset: Houd 10 seconden ingedrukt om het apparaat terug te zetten naar de standaard fabrieksinstellingen.
Zie Led-statusindicators voor meer informatie over het gedrag van de leds tijdens een reset.
Conferentie-eenheden
  1. Open het menu Technicus door te tikken op het tandwielpictogram en tik vervolgens op de rechterkant van het scherm terwijl u de volumeknoppen ingedrukt houdt.
  2. Ga naar het informatiescherm en tik op Factory reset.
Netwerkoplaadstation Houd de verzonken resetknop ingedrukt.
  • Netwerkreset: Houd 4 seconden ingedrukt om netwerkinstellingen te resetten en de netwerkverbinding te vernieuwen.
  • Systeemreset: Houd 8 seconden ingedrukt om het apparaat terug te zetten naar de standaard fabrieksinstellingen.

Vanaf de software

Access Point Ga naar  Settings >  Device reset . Selecteer Reboot device of Restore factory defaults.
Conferentie-eenheden Ga naar Devices en selecteer een apparaat. In het paneel met apparaateigenschappen opent u meer opties en selecteert u Factory reset.
Netwerkoplaadstation Ga naar  Settings >  Device reset . Selecteer Reboot device of Restore factory defaults.

Extra bronnen voor probleemoplossing

Neem contact op met Shure om een ondersteuningsmedewerker te spreken als u extra hulp nodig hebt bij het oplossen van problemen of als u meer informatie wilt voor complexe installaties. In Amerika kunt u Systems Support bellen op +1 847-600-8440. Gebruikers in andere locaties kunnen via www.shure.com de contactpersoon voor ondersteuning in hun regio vinden.

Voor hulp bij digitale audionetwerken, geavanceerde netwerkrichtlijnen en het oplossen van problemen met Dante-software gaat u naar de website van Audinate op www.audinate.com.

Firmware

Firmware-updates

Firmware is software die is ingebouwd in elk onderdeel dat functionaliteit regelt. Periodiek worden nieuwe firmwareversies ontwikkeld die aanvullende functies en verbeteringen bevatten. Om te profiteren van een verbeterd ontwerp kunnen nieuwe versies van de firmware worden gedownload en geïnstalleerd met behulp van het hulpprogramma Shure Update Utility.

De software kunt u downloaden van http://www.shure.com/update-utility.

Een regelsysteem van derden gebruiken

Het toegangspunt en het laadstation met netwerkaansluiting dienen worden te verbonden via externe beheersystemen, zoals AMX of Crestron via ethernet. Deze apparaten ontvangen logische opdrachten via het netwerk. Veel instellingen van de webapplicatie kunnen worden beheerd middels een systeem van een derde partij, met gebruik van de juiste opdrachtregels. Gebruik slechts één controller per systeem om conflicterende berichten te voorkomen. Voor een uitgebreide lijst van opdrachtregels naar: pubs.shure.com.

  • Verbinding: Ethernet (TCP/IP; selecteer ‘Client’ in het programma AMX/Crestron)
  • Poort: 2202

Productgegevens

Systeem

Latentietijd

Microphone Input to Speaker/Headphone Output 16 ms
Microphone Input to Analog Output 9,2 ms
Analog Input to Speaker/Headphone Output 7,7 ms

Frequentiekarakteristiek

Hoofdtelefoonuitgang 100 Hz -20 kHz (+0.5 dB/-3 dB)
Uitgang luidspreker 220 Hz  Hz -15 kHz (±10 dB)

Totale harmonische vervorming

Hoofdtelefoonuitgang 0,06%, normaal
Speaker Output 1%, normaal

Dynamisch bereik

Hoofdtelefoonuitgang 100 dB (A-gewogen),97 dB (ongewogen), normaal
Speaker Output (unweighted), typical 94 dB (A-gewogen),91 dB (ongewogen), normaal

Digitale signaalverwerking

24-bits ,48 kHz

Audio Polarity

Positive pressure on MXCW640 microphone diaphragm produces positive voltage on pin 2 of MXCWAPT XLR output

Werkbereik

8 m (Laag),15 m (Gemiddeld),30 m (High),45 m (Maximum )

Zichtlijn naar de MXCWAPT. Werkelijk bereik is afhankelijk van RF-signaalabsorptie, -reflectie en -interferentie.

Security

AES Encryption (Dante and 802.11 a, g)

MXCWAPT

Analog Input

Maximaal ingangsniveau

Lijn 24,9 dBV
Aux 10,3 dBV

1% THD+N , Dante-output

Frequentiekarakteristiek

Lijn 22 Hz  Hz -20 kHz (+0.5 dB/-3 dB)
Aux 22 Hz  Hz -20 kHz (+0.5 dB/-3 dB)

Measured at Dante Output

Totale harmonische vervorming

Lijn 0,03%, normaal
Aux 0,02%, normaal

Measured at Dante Output

Dynamisch bereik

Lijn 115 dB (A-gewogen),113 dB (ongewogen), normaal
Aux 112 dB (A-gewogen),110 dB (ongewogen), normaal

Measured at Dante Output

Equivalente ingangsruis (EIN) voorversterker

Lijn -92 dBV (A-gewogen), normaal
Aux -104 dBV (A-gewogen), normaal

Ingangsimpedantie

Lijn 10 kΩ
Aux 12 kΩ

Configuratie

Gebalanceerd

Type

Pentoewijzingen

Standaard XLR Pinout

1 = massa, 2 = audio +, 3 = audio −

GND-lift

Links Pen 1=GND aangesloten
Rechts Pen 1=GND losgekoppeld

Analog Output

Maximum Output Level

4,3 dBV

1%THD+N

Frequentiekarakteristiek

1 Hz - 20 kHz (+0,5 dB/-3 dB)

Geïnjecteerde audio in Dante-input

Totale harmonische vervorming

0,01%, normaal

Geïnjecteerde audio in Dante-input

Dynamisch bereik

100 dB (A-gewogen),97 dB (ongewogen), normaal

Geïnjecteerde audio in Dante-input

Load Impedance

>600 Ω , normaal

Type

3-pins mannelijk XLR

Pentoewijzingen

Standaard XLR Pinout

1 = massa, 2 = audio +, 3 = audio −

GND-lift

Links Pen 1=GND aangesloten
Rechts Pen 1=GND losgekoppeld

RF

WLAN Standard

IEEE 802.11 a, g

Frequentiebanden

2,4 GHz ISM , 5 GHz UNII

Gevoeligheid

-80 dBm op10% PER

Uitgangsvermogen

1 mW (Laag), 5 mW (Gemiddeld), 13 mW (High), 25 mW (Maximum )

Antennetype

Proprietary Internal Bi-level Dual-band (PIFA), patent pending

Voeding

Supply Type

Power over Ethernet (PoE)

Voedingsspanning

37-57 V

Vermogensverbruik

12 ,95 W maximum ,6,5 W normaal

Netwerk

Interface

Gigabit Ethernet , Digitale audio met Dante

Link Speed

10/100/1000Mbps

Mogelijkheid tot netwerkadressering

DHCP of handmatig IP-adres

Kabellengte

100 m maximum

Cable Type

Cat 5e of hoger

Connectortype

RJ45

Display

Type

Monochrome FFSTN LCD

Display Size

1,84 x ,074 in. (46,7 x 18,8 mm)

Resolutie display

152 x 78 (78 ppi)

Mechanical

Afmetingen

47,8 x 242,5 x 241,8 mm (1,88 x 9,55 x 9,52 in.)

Gewicht

1,15 kg

Behuizing

Gegoten plastic , Gegoten aluminium

Montagetype

Plafondbeugel or wand

Milieu

Bedrijfstemperatuurbereik

-7℃ (19,4℉) to 49℃ (120,2℉)

Opslagtemperatuur

-29℃ (-20,2℉) to 60℃ (140℉)

Relatieve luchtvochtigheid

<95%

MXCW640

Microfooningang

Nominaal ingangsniveau

-60 dBV

Maximaal ingangsniveau

-1,5 dBV

Measured at Dante Output

Frequentiekarakteristiek

20 Hz - 20 kHz (+0.5 dB/-3 dB)

Measured at Dante Output

Totale harmonische vervorming

0.04% , normaal

Measured at Dante Output

Dynamisch bereik

112 dB A-gewogen, 110 dB ongewogen, normaal

Measured at Dante Output

Equivalente ingangsruis (EIN) voorversterker

-117 dBV A-gewogen, normaal

Ingangsimpedantie

26 kΩ

Configuratie

Ongebalanceerd

Type

Zwanenhalsaansluiting vrouwelijk met meerdere pennen

Pentoewijzingen

Bedrijfseigen Shure-pinconfiguratie

Remote Caller Input

Maximaal ingangsniveau

1,6 dBV

Measured at Dante Output

Frequentiekarakteristiek

30 Hz - 20 kHz (+0.5 dB/-3 dB)

Measured at Dante Output

Totale harmonische vervorming

0.07%, normaal

Measured at Dante Output

Dynamisch bereik

95 dB A-gewogen , 93 dB ongewogen, normaal

Measured at Dante Output

Equivalente ingangsruis (EIN) voorversterker

-106 dBV A-gewogen, normaal

Ingangsimpedantie

3,5 Ω

Configuratie

Ongebalanceerd

Type

TRRS 3,5 mm Vrouwelijke aansluiting

Pentoewijzingen

CTIA/AHJ Standaard Pinout

Punt= Left side earpiece, Ring 1= Right side earpiece, Ring2= Ground, Huls= Microphone

Headset Microphone Input

Maximaal ingangsniveau

-5,5 dBV

Measured at Dante Output

Frequentiekarakteristiek

20 Hz - 20 kHz (+0.5 dB/-3 dB)

Measured at Dante Output

Totale harmonische vervorming

0.07%, normaal

Measured at Dante Output

Dynamisch bereik

94 dB A-gewogen, 92 dB ongewogen, normaal

Measured at Dante Output

Ingangsimpedantie

2,2 kΩ

Configuratie

Ongebalanceerd

Type

TRRS 3,5 mm Vrouwelijke aansluiting

Pentoewijzingen

CTIA/AHJ Standaard Pinout

Punt= Left side earpiece, Ring 1= Right side earpiece, Ring2= Ground, Huls= Microphone

Uitgang luidspreker

Nominaal uitgangsniveau

72 dB SPL at 0,5 m

Gemeten met een SPL-meter met behulp van dB(A) en snelle verdeling.

Maximum Output Level

89 dB SPL at 0,5 m

3% THD+N

Frequentiekarakteristiek

220 Hz - 15 kHz (±10 dB)

Geïnjecteerde audio in Dante-input

Totale harmonische vervorming

1%, normaal

Geïnjecteerde audio in Dante-input

Dynamisch bereik

94 dB A-gewogen, 91 dB ongewogen, normaal

Hoofdtelefoonuitgang

Maximum Output Level

2,1 dBV

1% THD+N. Geïnjecteerde audio in Dante-input.

Frequentiekarakteristiek

100 Hz - 20 kHz (+0,5 dB/-3 dB)

Geïnjecteerde audio in Dante-input

Totale harmonische vervorming

0.04%, normaal

Geïnjecteerde audio in Dante-input

Dynamisch bereik

101 dB A-gewogen, 99 dB ongewogen, normaal

Geïnjecteerde audio in Dante-input

Belastingsimpedantie

>8 Ω, normaal

Hoofdtelefoon-outputs zijn beschermd tegen kortsluiting

Configuratie

Dual mono

Werkt met stereo- en mono-hoofdtelefoons

Type

TRRS 3,5 mm Vrouwelijke aansluiting

Pentoewijzingen

CTIA/AHJ Standaard Pinout

Punt= Left side earpiece, Ring 1= Right side earpiece, Ring2= Ground, Huls= Microphone

Remote Caller Output

Maximum Output Level

-29,1 dBV

1% THD+N. Geïnjecteerde audio in Dante-input.

Frequentiekarakteristiek

4 Hz - 20 kHz (+0,5 dB/-3 dB)

Geïnjecteerde audio in Dante-input

Totale harmonische vervorming

0.07%, normaal

Geïnjecteerde audio in Dante-input

Dynamisch bereik

87 dB A-gewogen, 77 dB ongewogen , normaal

Geïnjecteerde audio in Dante-input

Uitgangsimpedantie

2 kΩ

Type

TRRS 3,5 mm Vrouwelijke aansluiting

Pentoewijzingen

CTIA/AHJ Standaard Pinout

Punt= Left side earpiece, Ring 1= Right side earpiece, Ring2= Ground, Huls= Microphone

RF

WLAN Standard

IEEE 802.11 a, g

Frequentiebanden

2,4 GHz ISM, 5 GHz UNII

Gevoeligheid

-75 dBm op10% PER

Uitgangsvermogen

1 mW (Laag), 3 mW (Gemiddeld), 6 mW (High), 10 mW (Maximum )

Antennetype

Proprietary Internal Bi-level Dual-band (PIFA), patent pending

NFC

Frequentiebereik draaggolf

13,56 MHz

Transmission Protocols

ISO/IEC 14443

Antennetype

Internal NFC Loop Antenna

Voeding

Batterijtype

Shure SB930 , Lithium-Ion

Battery Connector

Proprietary blade

Battery Voltage

3 - 4.2 V

Nominale capaciteit

35 Wh

Vermogensverbruik

3 W, normaal

Operating Time

> 11 hours, normaal

Laadtijd

6 hours, normaal

USB

Input Voltage Range

4.5 - 5.25 V

Vermogensverbruik

10 W maximum

Recommended Cable

28 AWG/1 P + 22 AWG/2 C, <1.5 m

Display

Type

Kleuren TFT LCD met capacitief touchscreen

Display Size

4.3 in. (109.2 mm)

Resolutie display

480 x 272 (128 ppi)

Mechanical

Afmetingen

70,2 x 148 x 257,5 mm (2,8 x 5,8 x 10,1 in.)

Gewicht

1,21 kg met batterij ,1,025 kg zonder batterij

Behuizing

Gegoten plastic , Gegoten aluminium

Montagetype

M4 hexagon bolt

Bedrijfstemperatuurbereik

0  °C (32 °F) tot 35 °C (95 °F)

Laadtemperatuurbereik

0 °C (32 °F) tot 33 °C (91,4 °F)

Opslagtemperatuurbereik

20 °C (4 °F) tot 50 °C (122 °F)

Relatieve luchtvochtigheid

>95%

MXCWNCS

Batterijtype

Shure SB930 Oplaadbaar lithium-ion

Battery Connector

Proprietary blade

Laadtijd

50% = 1,5 uur ; 100% = 4 uur

Laadstroom

3,6 A

Voedingsvereisten

Ingang 100 tot 240 V AC , 50-60 Hz , 2 A maximum
Uitgang 4,2  V DC maximum , 160W maximum

Netwerkverbindingen

RJ45 (Ethernet)

Andere verbindingen

IEC (voeding)

Mogelijkheid tot netwerkadressering

DHCP of handmatig IP-adres

Netwerkinterface

10/100-Mbps Ethernet

Kabellengte

100 m maximum

Kabelvereisten

Cat 5e of hoger

Behuizing

Gegoten plastic , staal

Montagetype

Tabletop , rek , of wand

Afmetingen

72,4 mm x 438,9 mm x 193,5 mm (2,in. x 17,in. x 7,in.)

Gewicht

2825 g

Bedrijfstemperatuurbereik/Temperatuurbereik bij ontlading

20  °C (4 °F) tot 35 °C (95 °F)

Laadtemperatuurbereik

0 °C (32 °F) tot 35 °C (95 °F)

Opslagtemperatuurbereik

29 °C (20,2 °F) tot 60 °C (140 °F)

Relatieve luchtvochtigheid

<95%

SB930

SB930

Batterijtype

Oplaadbaar lithium-ion

Nominale spanning

3,6 V

Uitgangsspanning

3,0 V tot4,2 V

Nominale capaciteit

35 Wh

Laadspanning

4,2 V

Laadstroom

3,6 A

Afmetingen

31 mm x 65 mm x 101,5 mm (1,in. x 2,56 in. x 4  in.), H x B x D

Gewicht

184 g

Behuizing

Gegoten plastic

Temperatuurbereik bij ontlading

20 °C ( 4 °F) tot 60 °C (140 °F)

Laadtemperatuurbereik

0 °C (32 °F) tot 45 °C (113 °F)

Opslagtemperatuurbereik

20 °C ( 4 °F) tot 50 °C (122 °F)

Relatieve luchtvochtigheid

<95%

Accessoires

Mini-shotgun zwanenhalsmicrofoon voor MXC en MXCW MXC406/MS
Cardioïde zwanenhalsmicrofoon voor MXC en MXCW MXC416/C
Dualflex, cardioïde zwanenhalsmicrofoon voor MXC en MXCW MXC416DF/C
Cardioïde zwanenhalsmicrofoon voor MXC en MXCW MXC420/C
Dualflex, cardioïde zwanenhalsmicrofoon voor MXC en MXCW MXC420DF/C

Optionele accessoires

Dubbele kaart voor MXC, MXCW en DCS; aantal: 10 MXCDualCard
Knoppenset voorzitter voor MXCW640 MXCW-ACC-CM
A- en B-knoppen voor MXCW640; aantal: 10 MXCW-ACC-A/B
Dempingsknop voor MXCW640; aantal: 10 MXCW-ACC-M
Antwoordknop voor MXCW640; aantal: 10 MXCW-ACC-RPY

Modelvarianten toegangspunten

Regio Model
Verenigde Staten MXCWAPT-US
Noord-Amerika MXCWAPT-B
Japan MXCWAPT-J
Wereldwijd MXCWAPT-W

Modelvarianten laadstations met netwerkaansluiting

Alle modellen worden geleverd met voedingskabels, tenzij anders staat aangegeven.

Regio Model
Verenigde Staten MXCWNCS-US
Argentinië MXCWNCS-AR
Brazilië MXCWNCS-BR
Europa MXCWNCS-E
Verenigd Koninkrijk MXCWNCS-UK
Japan MXCWNCS-J
China MXCWNCS-CHN
Korea MXCWNCS-K
Taiwan MXCWNCS-TW
Australië MXCWNCS-AZ
India MXCWNCS-IN

Belangrijke productinformatie

Veiligheidsinformatie

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

  1. LEES deze instructies.
  2. BEWAAR deze instructies.
  3. NEEM alle waarschuwingen in acht.
  4. VOLG alle instructies op.
  5. GEBRUIK dit apparaat NIET in de buurt van water.
  6. REINIG UITSLUITEND met een droge doek.
  7. DICHT GEEN ventilatieopeningen AF. Zorg dat er voldoende afstand wordt gehouden voor adequate ventilatie. Installeer het product volgens de instructies van de fabrikant.
  8. Plaats het apparaat NIET in de buurt van warmtebronnen, zoals vuur, radiatoren, warmteroosters, kachels of andere apparaten (waaronder versterkers) die warmte genereren. Plaats geen vuurbronnen in de buurt van het product.
  9. ZORG ERVOOR dat de beveiliging van de gepolariseerde stekker of randaardestekker intact blijft. Een gepolariseerde stekker heeft twee pennen waarbij er één breder is dan de andere. Een randaardestekker heeft twee pennen en een extra aardaansluiting. De breedste pen en de aardaansluiting zijn bedoeld om uw veiligheid te garanderen. Als de meegeleverde stekker niet in de contactdoos past, vraag een elektricien dan om de verouderde contactdoos te vervangen.
  10. BESCHERM het netsnoer tegen erop lopen of afknelling, vooral in de buurt van stekkers en uitgangen en op de plaats waar deze het apparaat verlaten.
  11. GEBRUIK UITSLUITEND door de fabrikant gespecificeerde hulpstukken/accessoires.
  12. GEBRUIK het apparaat UITSLUITEND in combinatie met een door de fabrikant gespecificeerde wagen, standaard, driepoot, beugel of tafel of met een meegeleverde ondersteuning. Wees bij gebruik van een wagen voorzichtig tijdens verplaatsingen van de wagen/apparaat-combinatie om letsel door omkantelen te voorkomen.

  13. HAAL de stekker van dit apparaat uit de contactdoos tijdens onweer/bliksem of wanneer het lange tijd niet wordt gebruikt.
  14. Laat onderhoud altijd UITVOEREN door bevoegd servicepersoneel. Onderhoud moet worden uitgevoerd wanneer het apparaat op enigerlei wijze is beschadigd, bijvoorbeeld beschadiging van netsnoer of stekker, vloeistof of voorwerpen in het apparaat zijn terechtgekomen, het apparaat is blootgesteld aan regen of vocht, niet naar behoren werkt of is gevallen.
  15. STEL het apparaat NIET bloot aan druppelend en rondspattend vocht. PLAATS GEEN voorwerpen gevuld met vloeistof, bijvoorbeeld een vaas, op het apparaat.
  16. De NETSTEKKER of een koppelstuk van het apparaat moet klaar voor gebruik zijn.
  17. Het door het apparaat verspreide geluid mag niet meer zijn dan 70 dB(A).
  18. Apparaten van een KLASSE I-constructie moeten worden aangesloten op een WANDCONTACTDOOS met beschermende aardaansluiting.
  19. Stel dit apparaat niet bloot aan regen of vocht om het risico op brand of elektrische schokken te verminderen.
  20. Probeer dit product niet te wijzigen. Wanneer dit wel gebeurt, kan lichamelijk letsel optreden en/of het product defect raken.
  21. Gebruik dit product binnen de gespecificeerde bedrijfstemperaturen.
Dit symbool geeft aan dat in deze eenheid een gevaarlijk spanning aanwezig is met het risico op een elektrische schok.
Dit symbool geeft aan dat in de documentatie bij deze eenheid belangrijke bedienings- en onderhoudsinstructies zijn opgenomen.

WAARSCHUWING: De voltages in deze apparatuur zijn levensgevaarlijk. Bevat geen onderdelen die de gebruiker zelf kan repareren. Laat onderhoud altijd uitvoeren door bevoegd servicepersoneel. De veiligheidscertificeringen zijn niet meer geldig indien de fabrieksinstelling van de werkspanning wordt gewijzigd.

VEILIGHEIDSMAATREGELEN

De mogelijke gevolgen van onjuist gebruik worden aangegeven door een van de twee symbolen —'WAARSCHUWING' en 'VOORZICHTIG'—, afhankelijk van de mate waarin het risico geldt en de zwaarte van de gevolgen.

WAARSCHUWING: Wanneer deze waarschuwingen worden genegeerd, kan dit resulteren in ernstig of fataal letsel als gevolg van onjuist handelen.
VOORZICHTIG: Wanneer deze waarschuwingen worden genegeerd, kan dit resulteren in letsel of schade aan eigendommen als gevolg van onjuist handelen.

WAARSCHUWING

HET BELUISTEREN VAN AUDIO OP EEN TE HOOG VOLUME KAN PERMANENTE GEHOORBESCHADIGING VEROORZAKEN. GEBRUIK EEN ZO LAAG MOGELIJK VOLUME. Langdurige blootstelling aan te hoge geluidsniveaus kan gehoorbeschadiging veroorzaken met een permanent gehoorverlies als gevolg. Volg de volgende richtlijnen, opgesteld door de Occupational Safety Health Administration (OSHA), voor de maximale blootstellingstijd aan geluidsdrukniveaus voordat gehoorbeschadiging optreedt.

90 dB SPL

gedurende 8 uur

95 dB SPL

gedurende 4 uur

100 dB SPL

gedurende 2 uur

105 dB SPL

gedurende 1 uur

110 dB SPL

gedurende een halfuur

115 dB SPL

gedurende 15 minuten

120 dB SPL

Voorkom dit volume, anders kan schade optreden

WAARSCHUWING: Dit product bevat een chemische stof die in de staat Californië wordt beschouwd als een stof die kankerverwekkend is en aangeboren afwijkingen en vruchtbaarheidsproblemen kan veroorzaken.

Opmerking: gebruik dit product uitsluitend met een door de verkoper goedgekeurde voeding die aan de lokale wettelijke vereisten voldoet (bijv. UL, CSA, VDE, CCC, INMETRO).

WAARSCHUWING

  • Batterijpakketten kunnen exploderen of giftige stoffen afgeven. Gevaar voor brand of verbranding. Niet openen, indeuken, wijzigen, demonteren, tot boven 60 °C verwarmen of verbranden.
  • Volg de instructies van de fabrikant op.
  • Gebruik uitsluitend een Shure-lader om oplaadbare Shure-batterijen op te laden.
  • WAARSCHUWING: Explosiegevaar indien batterij door verkeerd exemplaar wordt vervangen. Uitsluitend vervangen met hetzelfde type of een gelijkwaardig type.
  • Stop nooit een batterij in uw mond. Neem bij doorslikken contact op met een arts of de plaatselijke eerste hulp.
  • Niet kortsluiten; dit kan brandwonden of brand opleveren.
  • Geen batterijpakketten opladen of gebruiken met andere dan oplaadbare Shure-batterijen.
  • Voer batterijpakketten op juiste wijze af. Raadpleeg de plaatselijke verkoper voor de juiste afvoermethode voor gebruikte batterijpakketten.
  • Batterijen (batterijpakketten of geplaatste batterijen) mogen niet worden blootgesteld aan grote hitte, zoals direct zonlicht, vuur etc.

Waarschuwing: voordat u het oplaadt, dient u te controleren of het product zich op kamertemperatuur bevindt, tussen 0 en 45 °C (32 tot 113 °F).

  1. 經審驗合格之射頻電信終端設備,非經許可,公司、商號或使用者均不得擅自變更頻率、加大功率或變更原設計之特性及功能。
  2. 射頻電信終端設備之使用不得影響飛航安全及干擾合法通信;經發現有干擾現象時,應立即停用,並改善至無干擾時方得繼續使用。所謂合法通信,係指依電信法規定作業之無線電信。
  3. 輸入、製造射頻電信終端設備之公司、商號或其使用者違反本辦法規定,擅自使用或變更無線電頻率、電功率者,除依電信法規定處罰外,國家通訊傳播委員會並得撤銷其審驗合格證明。
  4. 減少電磁波影響,請妥適使用

Het apparaat is bedoeld om in professionele audiotoepassingen te worden gebruikt.

Wijzigingen of aanpassingen die niet expliciet zijn goedgekeurd door Shure Incorporated kunnen uw bevoegdheid om het apparaat te gebruiken tenietdoen.

Opmerking: Dit apparaat is niet bedoeld voor directe aansluiting op een openbaar internetnetwerk.

EMC-conformiteit met elektromagnetische omgeving E2: Commercieel en licht industrieel. De test wordt gebaseerd op het gebruik van meegeleverde en aanbevolen kabeltypen. Bij gebruik van andere dan afgeschermde kabeltypes kunnen de EMC-prestaties worden aangetast.

Dit apparaat voldoet aan deel 15 van de FCC-regelgeving. Het gebruik is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: (1) Dit apparaat mag geen schadelijke storing veroorzaken en (2) dit apparaat moet elke ontvangen storing accepteren, inclusief storing die ongewenste werking tot gevolg kan hebben.

Deze apparatuur is uitsluitend bedoeld voor gebruik binnenshuis.

Installatiepersoneel: dit product is ontworpen voor specifieke toepassing en moet worden geïnstalleerd door gekwalificeerd personeel met kennis van RF en de bijbehorende regels. De gewone gebruiker mag het apparaat niet installeren en geen instellingen wijzigen.

Informatie voor de gebruiker

Deze apparatuur is getest en goed bevonden volgens de limieten van een digitaal apparaat van klasse B, conform deel 15 van de FCC-regelgeving. Deze limieten zijn bedoeld als aanvaardbare bescherming tegen schadelijke interferentie bij plaatsing in woonwijken. Deze apparatuur genereert en gebruikt hoogfrequente energie, kan deze ook uitstralen en kan, indien niet geplaatst en gebruikt in overeenstemming met de instructies, schadelijke interferentie aan radiocommunicatie veroorzaken. Er is echter geen garantie dat in specifieke installaties geen storingen kunnen optreden. Als deze apparatuur schadelijke interferentie in radio- of televisieontvangst veroorzaakt, wat kan worden vastgesteld door het apparaat uit- en weer in te schakelen, wordt de gebruiker geadviseerd om de storing te corrigeren door een of meer van onderstaande maatregelen:

  • Richt de ontvangstantenne opnieuw of plaats deze ergens anders.
  • Vergroot de scheidingsafstand tussen het apparaat en de ontvanger.
  • Sluit het apparaat aan op een contactdoos van een ander circuit dan dat waarop de ontvanger is aangesloten.
  • Vraag de dealer of een ervaren radio/TV-monteur om hulp.
Deze apparatuur voldoet aan de grenswaarden voor blootstelling aan straling die zijn bepaald door FCC zoals opgesteld voor een ongeregelde omgeving. Deze apparatuur moet op een minimale afstand van 20 cm ten opzichte van de radiator en uw lichaam worden geïnstalleerd en gebruikt.

Dit digitale apparaat van klasse B voldoet aan de Canadese norm ICES-003. Cet appareil numérique de la classe B est conforme à la norme NMB-003 du Canada.

Dit apparaat voldoet aan de RSS-norm(en) voor licentievrijstelling van Industry Canada. Voldoet aan de eisen van de Europese richtlijnen: R&TTE richtlijn 99/5/EG, WEEE richtlijn 2002/96/EG aangevuld met 2008/34/EG, RoHS richtlijn 2002/95/EG aangevuld met 2008/35/EG. Volg de locale regelgeving voor het ontzorgen van elektronisch afval. Voldoet aan de eisen van de volgende standaardiseringen EN 300 328, EN300 422 deel 1 en deel 2, EN 301 489 deel 1 en deel 9, EN 60065. Gebruik van dit apparaat is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: (1) dit apparaat mag geen storing veroorzaken en (2) dit apparaat moet elke storing accepteren, inclusief storing die ongewenste werking van het apparaat tot gevolg kan hebben.

Le présent appareil est conforme aux CNR d'Industrie Canada applicables aux appareils radio exempts de licence. L'exploitation est autorisée aux deux conditions suivantes : (1) l'appareil ne doit pas produire de brouillage, et (2) l'utilisateur de l'appareil doit accepter tout brouillage radioélectrique subi, même si le brouillage est susceptible d'en compromettre le fonctionnement.

Este equipo ha sido diseñado para operar con las antenas que enseguida se enlistan y para una ganancia máxima de antena de [+2.13] dBi. El uso con este equipo de antenas no incluidas en esta lista o que tengan una ganancia mayor que [+2.13] dBi quedan prohibidas. La impedancia requerida de la antena es de [50] ohms.

La operación de este equipo está sujeta a las siguientes dos condiciones: (1) es posible que este equipo o dispositivo no cause interferencia perjudicial y (2) este equipo o dispositivo debe aceptar cualquier interferencia, incluyendo la que pueda causar su operación no deseada.

Japanese Radio Law and Japanese Telecommunications Business Law Compliance. This device is granted pursuant to the Japanese Radio Law (電波法) and the Japanese Telecommunications Business Law (電気通信事業法). This device should not be modified (otherwise the granted designation number will become invalid).

本製品が 5GHz 帯で使用するチャンネルは、下記の W52 、 W53 、 W56 の 3 タイプです。

タイプ チャンネル番号 周波数
W52 36 5.180 MHz
40 5.200 MHz
44 5.220 MHz
48 5.240 MHz
W53 52 5.260 MHz
56 5.280 MHz
60 5.300 MHz
64 5.320 MHz
W56 100 5.500 MHz
104 5.520 MHz
108 5.540 MHz
112 5.560 MHz
116 5.580 MHz
120 5.600 MHz
124 5.620 MHz
128 5.640 MHz
132 5.660 MHz
136 5.680 MHz
140 5.700 MHz

W52 と W53 の帯域の電波は屋内でのみ使用可能です。

運用に際しての注意

この機器の使用周波数帯では、電子レンジ等の産業・科学・医療用機器のほか工場の製造ライン等で使用されている移動体識別用の構内無線局(免許を要する無線局)及び特定小電力無線局(免許を要しない無線局)並びにアマチュア無線局(免許を要する無線局)が運用されています。

  1. この機器を使用する前に、近くで移動体識別用の構内無線局及び特定小電力無線局並びにアマ   チュア無線局が運用されていないことを確認して下さい。
  2. 万一、この機器から移動体識別用の構内無線局に対して有害な電波干渉の事例が発生した場合には、 速やかに使用周波数を変更するか又は電波の発射を停止した上、下記連絡先にご連絡頂き、混  信回避のための処置等(例えば、パーティションの設置など)についてご相談して下さい。
  3. その他、この機器から移動体識別用の特定小電力無線局あるいはアマチュア無線局に対して有害な電波干渉の事例が発生した場合など何かお困りのことが起きたときは、保証書に記載の販売代  理店または購入店へお問い合わせください。代理店および販売店情報は Shure 日本語ウェブサイト  http://www.shure.co.jp でもご覧いただけます。

現品表示記号について

現品表示記号は、以下のことを表しています。 この無線機器は 2.4GHz 帯の電波を使用し、変調方式は「 DS-SS 」方式および「 FH-SS 」方式、想定与干渉距離は 40m です。 2,400MHz ~ 2,483.5MHz の全帯域を使用し、移動体識別装置の帯域を回避することはできません。

Este equipamento não tem direito à proteção contra interferência prejudicial e não pode causar interferência em sistemas devidamente autorizados.

Este produto está homologado pela ANATEL, de acordo com os procedimentos regulamentados pela Resolução 242/2000, e atende aos requisitos técnicos aplicados. Para maiores informações, consulte o site da ANATEL - http://www.anatel.gov.br

Milieuvriendelijk afvoeren

Oude elektrische apparaten mogen niet met het huishoudelijk restafval worden afgevoerd, maar moeten afzonderlijk worden afgevoerd. Particulieren kunnen dergelijke apparaten gratis afleveren bij een afvalbrengstation. De eigenaar van de oude apparaten dient de apparaten naar de afvalbrengstations of naar een vergelijkbaar verzamelpunt te brengen. Door slechts een geringe persoonlijke inzet te tonen, kunt u ervoor zorgen dat waardevolle grondstoffen worden hergebruikt en schadelijke stoffen op de juiste manier worden afgevoerd.

Certificering

Hierbij verklaar ik, Shure Incorporated, dat het radioapparatuur conform is met Richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres: http://www.shure.com/europe/compliance

Erkende Europese vertegenwoordiger:

Shure Europe GmbH

Hoofdkantoren in Europa, Midden-Oosten en Afrika

Afdeling: EMEA-goedkeuring

Jakob-Dieffenbacher-Str. 12

75031 Eppingen, Duitsland

Telefoon: +49-7262-92 49 0

Fax: +49-7262-92 49 11 4

Email: info@shure.de

Opmerking: raadpleeg het label aan de onderzijde van de behuizing van de lader voor de FCC-markering, de CE-markering, de RCM-markering en de elektrische specificaties.

Handelsmerken

Audinate®, het Audinate-logo en Dante zijn handelsmerken van Audinate Pty Ltd.