BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

  1. LEES deze instructies.
  2. BEWAAR deze instructies.
  3. NEEM alle waarschuwingen in acht.
  4. VOLG alle instructies op.
  5. GEBRUIK dit apparaat NIET in de buurt van water.
  6. REINIG UITSLUITEND met een droge doek.
  7. DICHT GEEN ventilatieopeningen AF. Zorg dat er voldoende afstand wordt gehouden voor adequate ventilatie. Installeer het product volgens de instructies van de fabrikant.
  8. Plaats het apparaat NIET in de buurt van warmtebronnen, zoals vuur, radiatoren, warmteroosters, kachels of andere apparaten (waaronder versterkers) die warmte genereren. Plaats geen vuurbronnen in de buurt van het product.
  9. ZORG ERVOOR dat de beveiliging van de gepolariseerde stekker of randaardestekker intact blijft. Een gepolariseerde stekker heeft twee pennen waarbij er één breder is dan de andere. Een randaardestekker heeft twee pennen en een extra aardaansluiting. De breedste pen en de aardaansluiting zijn bedoeld om uw veiligheid te garanderen. Als de meegeleverde stekker niet in de contactdoos past, vraag een elektricien dan om de verouderde contactdoos te vervangen.
  10. BESCHERM het netsnoer tegen erop lopen of afknelling, vooral in de buurt van stekkers en uitgangen en op de plaats waar deze het apparaat verlaten.
  11. GEBRUIK UITSLUITEND door de fabrikant gespecificeerde hulpstukken/accessoires.
  12. GEBRUIK het apparaat UITSLUITEND in combinatie met een door de fabrikant gespecificeerde wagen, standaard, driepoot, beugel of tafel of met een meegeleverde ondersteuning. Wees bij gebruik van een wagen voorzichtig tijdens verplaatsingen van de wagen/apparaat-combinatie om letsel door omkantelen te voorkomen.

    A cart with a receiver on top tipping over onto a person. There is a circle around the image with a line through it.

  13. HAAL de stekker van dit apparaat uit de contactdoos tijdens onweer/bliksem of wanneer het lange tijd niet wordt gebruikt.
  14. Laat onderhoud altijd UITVOEREN door bevoegd servicepersoneel. Onderhoud moet worden uitgevoerd wanneer het apparaat op enigerlei wijze is beschadigd, bijvoorbeeld beschadiging van netsnoer of stekker, vloeistof of voorwerpen in het apparaat zijn terechtgekomen, het apparaat is blootgesteld aan regen of vocht, niet naar behoren werkt of is gevallen.
  15. STEL het apparaat NIET bloot aan druppelend en rondspattend vocht. PLAATS GEEN voorwerpen gevuld met vloeistof, bijvoorbeeld een vaas, op het apparaat.
  16. De NETSTEKKER of een koppelstuk van het apparaat moet klaar voor gebruik zijn.
  17. Het door het apparaat verspreide geluid mag niet meer zijn dan 70 dB(A).
  18. Apparaten van een KLASSE I-constructie moeten worden aangesloten op een WANDCONTACTDOOS met beschermende aardaansluiting.
  19. Stel dit apparaat niet bloot aan regen of vocht om het risico op brand of elektrische schokken te verminderen.
  20. Probeer dit product niet te wijzigen. Wanneer dit wel gebeurt, kan lichamelijk letsel optreden en/of het product defect raken.
  21. Gebruik dit product binnen de gespecificeerde bedrijfstemperaturen.

VEILIGHEIDSMAATREGELEN

De mogelijke gevolgen van onjuist gebruik worden aangegeven door een van de twee symbolen —'WAARSCHUWING' en 'VOORZICHTIG'—, afhankelijk van de mate waarin het risico geldt en de zwaarte van de gevolgen.

WAARSCHUWING: Wanneer deze waarschuwingen worden genegeerd, kan dit resulteren in ernstig of fataal letsel als gevolg van onjuist handelen.
VOORZICHTIG: Wanneer deze waarschuwingen worden genegeerd, kan dit resulteren in letsel of schade aan eigendommen als gevolg van onjuist handelen.

VOORZICHTIG

  • Demonteer of wijzig het apparaat nooit. Dit kan defecten tot gevolg hebben.
  • Stel het apparaat niet bloot aan extreme krachten en trek niet aan de kabel. Dit kan defecten tot gevolg hebben.
  • Houd het product droog en stel het niet bloot aan extreme temperaturen en vochtigheid.

WAARSCHUWING

  • Als water of een vreemd voorwerp binnendringt in de binnenzijde van het apparaat, kan dat brand of elektrische schokken tot gevolg hebben.
  • Probeer dit product niet te wijzigen. Wanneer dit wel gebeurt, kan lichamelijk letsel optreden en/of het product defect raken.

WAARSCHUWING: Batterijen mogen niet worden blootgesteld aan grote hitte, zoals direct zonlicht, vuur, enzovoort.

Dit apparaat kan geluidsvolumes boven 85 dB SPL produceren. Controleer wat uw maximale toegestane blootstellingsniveau aan continu geluid is volgens de nationale regelgeving.

WAARSCHUWING

HET BELUISTEREN VAN AUDIO OP EEN TE HOOG VOLUME KAN PERMANENTE GEHOORBESCHADIGING VEROORZAKEN. GEBRUIK EEN ZO LAAG MOGELIJK VOLUME. Langdurige blootstelling aan te hoge geluidsniveaus kan gehoorbeschadiging veroorzaken met een permanent gehoorverlies als gevolg. Volg de volgende richtlijnen, opgesteld door de Occupational Safety Health Administration (OSHA), voor de maximale blootstellingstijd aan geluidsdrukniveaus voordat gehoorbeschadiging optreedt.

90 dB SPL

gedurende 8 uur

95 dB SPL

gedurende 4 uur

100 dB SPL

gedurende 2 uur

105 dB SPL

gedurende 1 uur

110 dB SPL

gedurende een halfuur

115 dB SPL

gedurende 15 minuten

120 dB SPL

Voorkom dit volume, anders kan schade optreden

Dit product is uitsluitend bestemd voor professioneel gebruik. Dit product mag uitsluitend worden verkocht via professionele verkoopkanalen.

VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET BELUISTEREN

Luister niet lange tijd met een hoog volume om mogelijke gehoorbeschadiging te voorkomen.

Belangrijke productinformatie

LICENTIE-INFORMATIE

Licenties: Een vergunning om deze apparatuur te gebruiken kan in bepaalde streken nodig zijn. Raadpleeg de autoriteiten in uw land voor mogelijke vereisten. Wijzigingen of aanpassingen die niet expliciet zijn goedgekeurd door Shure Incorporated, kunnen uw bevoegdheid om de apparatuur te gebruiken tenietdoen. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker een vergunning aan te vragen voor de Shure draadloze microfoon, en het verkrijgen van de vergunning hangt af van de classificatie van de gebruiker en de toepassing, en van de geselecteerde frequentie. In Nederland is in de band 470 tot 790 Mhz geen vergunning nodig. Shure raadt de gebruiker dringend aan contact op te nemen met de desbetreffende telecommunicatie-autoriteit betreffende de juiste vergunning en alvorens frequenties te kiezen en te bestellen.

Information to the user

This device complies with part 15 of the FCC Rules. Operation is subject to the following two conditions:

  1. This device may not cause harmful interference.
  2. This device must accept any interference received, including interference that may cause undesired operation.

Note: This equipment has been tested and found to comply with the limits for a Class B digital device, pursuant to part 15 of the FCC Rules. These limits are designed to provide reasonable protection against harmful interference in a residential installation. This equipment generates uses and can radiate radio frequency energy and, if not installed and used in accordance with the instructions, may cause harmful interference to radio communications. However, there is no guarantee that interference will not occur in a particular installation. If this equipment does cause harmful interference to radio or television reception, which can be determined by turning the equipment off and on, the user is encouraged to try to correct the interference by one or more of the following measures:

  • Reorient or relocate the receiving antenna.
  • Increase the separation between the equipment and the receiver.
  • Connect the equipment to an outlet on a circuit different from that to which the receiver is connected.
  • Consult the dealer or an experienced radio/TV technician for help.

This device contains licence-exempt transmitter(s)/receiver(s) that comply with Innovation, Science and Economic Development Canada’s licence-exempt RSS(s). Operation is subject to the following two conditions:

  1. This device may not cause interference.
  2. This device must accept any interference, including interference that may cause undesired operation of the device.

Compliantielabel Industry Canada ICES-003: CAN ICES-3 (B)/NMB-3(B)

Opmerking: EMC-conformiteitstesten worden gebaseerd op het gebruik van meegeleverde en aanbevolen kabeltypen. Bij gebruik van andere kabeltypen kunnen de EMC-prestaties worden aangetast.

Wijzigingen of aanpassingen die niet expliciet zijn goedgekeurd door de fabrikant, kunnen de bevoegdheid om het apparaat te gebruiken tenietdoen.

PSM 1000

Het persoonlijk controlesysteem PSM® 1000 van Shure brengt persoonlijke controles tot een heel nieuwe hoogte. De zender in volledige rack-uitvoering beschikt over dubbele kanalen en een netwerkfunctie en is uitermate geschikt voor de eisen rondom professionele tournees en installaties. De ontvangers in verschillende varianten leveren bovendien onberispelijke RF-signalen en geluidskwaliteit. Dankzij de functie voor netwerkgebruik via een ethernetaansluiting kunnen de functies van de zender op afstand worden bediend en is uitgebreide frequentiecoördinatie via Wireless Workbench®-software mogelijk.

Componenten

  • P10T, zender voor rekmontage
  • P10R+-bodypack-ontvanger (2)
  • Twee 1/2 wave antennes
  • AA-batterijen (4)
  • Antennekabels (2)
  • IEC-voedingskabel en IEC-verlengkabel
  • Ethernetkabel
  • Zak met ritssluiting

Benodigdheden voor rekmontage:

  • 2 antennegatpluggen
  • 4 bouten met ringen voor rack-montage

Snel aan de slag

Zender voor rack-montage

  1. Op een voedingsuitgang aansluiten met de meegeleverde voedingskabel.
  2. Bevestig de meegeleverde antennes aan de BNC-connectoren antenna out.
  3. Sluit de audiobron, zoals de uitgang van een mengtafel, aan op de audio-ingangen. U kunt beide ingangen gebruiken of een van beide kiezen voor monobron.
  4. Schakel RF uit en voeding in.
  5. Open voor mono (een ingang) het menu Audio en selecteer Audio.

    Stel de ingangsgevoeligheid op de bron af m.b.v. de instelling Util > Audio >  INPUT.

  6. Stel het niveau van de audiobron zo af dat de bovenste twee gele ledlampjes knipperen en de onderste ledlampjes continu oplichten voor het gemiddelde ingangssignaalniveau. Er is sprake van oversturing op de ingangen als het rode ledlampje voor oversturing brandt en er een waarschuwing op het lcd-scherm wordt weergegeven. Verminder het audio-ingangsniveau tot +4 dBu via het menu Audio. Wijzig de ingangsgevoeligheid naar –10 dBV als het signaalniveau te laag is.

Bodypack

Open deze door de vergrendelingen aan weerszijden in te drukken en aan het klepje te trekken. Plaats de batterijen of de accuset en bevestig de antennes. Schakel het apparaat in door aan de volumeknop te draaien. Het lampje voor de batterij gaat branden.

Scannen en synchroniseren

  1. Druk op de knop scan op het bodypack. Het display knippert en geeft SYNC NOW... weer.
  2. Lijn de IR-vensters op het bodypack en rack uit; het IR-vensters op de zender brandt. Druk op de knop sync op de zender. De ledlampjes Level van de rack knipperen en het scherm geeft SYNC SUCCESS weer.
  3. Schakel de RF-schakelaar in. Het blauwe RF-ledlampje op het bodypack brandt om aan te geven dat de zender wordt gedetecteerd. Het bodypack geeft ook de sterkte van het RF-signaal (RF) weer.
  4. Belangrijk: Draai het volume op het bodypack omlaag voordat u de hoofdtelefoon aansluit.
  5. Steek de oortelefoon erin en draai langzaam het volume omhoog.

Bedieningselementen voorpaneel

① Synchronisatievenster

Lijn IR-venster van bodypack uit op synchronisatievenster op TX.

② RF-schakelaar

Hiermee wordt het RF-uitgangssignaal gedempt. Voor het opstellen van meerdere systemen of het afstellen van instellingen zonder ongewenste RF- of audiosignalen.

③ Audio-indicators

Stel met het bedieningswiel het audiosignaal zo af dat, voor het gemiddelde ingangssignaalniveau, de bovenste twee gele LED's knipperen en de onderste LED's continu oplichten. Druk op de knop enter (invoeren) om de waarde op te slaan of op exit (afsluiten) om te annuleren. De rode oversturings-LED geeft aan dat de ingangen worden overstuurd. Verminder het niveau bij de audiobron of wijzig de ingangsgevoeligheid van de rekeenheid vanuit het menu Audio > Input.

④ Statusdisplay en bedieningselementen

Open het configuratiemenu met de navigatieknoppen. Druk op het bedieningswiel om de cursor naar het volgende item te verplaatsen. Draai aan het bedieningswiel om een parameter te wijzigen—de knop enter (invoeren) gaat knipperen. Druk hierop om de waarde op te slaan. Druk op de knop exit (afsluiten) om wijzigingen te annuleren en naar het vorige menu terug te keren.

⑤ Hoofdtelefooncontrole

De monitorbediening regelt de signaaluitgang naar de 3,5 mm hoofdtelefoonbus. Druk op de knop om tussen zenders te wisselen. De oversturings-LED van de monitor geeft aan dat het hoofdtelefoongeluid wordt overstuurd.

⑥ Voedingsschakelaar

Hiermee wordt de eenheid in- of uitgeschakeld.

Achterpaneel

⑦ Primaire voedingsschakelaar

Deze schakelaar schakelt de voeding naar de eenheid uit. En staat los van de vergrendeling van de interfacevoeding in het menu Util (Hulppr.). Alleen de voedingsschakelaar aan voorzijde kan worden vergrendeld.

⑧ Voedingsplug

Ingang AC-hoofdvoeding, IEC-connector 100-240 Vac.

⑨ Doorvoer AC-hoofdvoeding

Gebruik deze met een IEC-verlengkabel om een ander apparaat van AC-voeding te voorzien. Ongeschakeld.

⑩ Antennepoort (BNC)

Bevestig de meegeleverde antennes. Gebruik bij rekmontage een voorpaneel of externe montageset van Shure.

loop out

Stuurt het audiosignaal dat de zender binnengaat naar een ander apparaat.

⑫ Audio-ingangen

Maakt een verbinding met gebalanceerde of ongebalanceerde uitgangen. Gebruik een van de twee bussen als mono-ingang. Geschikt voor mannetje XLR- of 6,35 mm (1/4-inch) TRS-pluggen.

⑬ Ethernetbus

Tweepoorts RJ-45-ethernetbus voor aansluiting op een netwerk of computer.

Bodypack-ontvanger

① Voedingsschakelaar en volumeregeling

Hiermee wordt het bodypack in- of uitgeschakeld en het oortelefoonvolume afgesteld.

② 3,5 mm-aansluiting voor hoofdtelefoon

Steek hier de oortelefoon in.

③ Scanknop

Druk op de scanknop om naar een beschikbare frequentie te zoeken. Houd hem twee seconden ingedrukt om de groep met de meeste beschikbare kanalen te vinden.

④ IR-venster

Voor overzetten van instellingen tussen bodypack en rack-eenheid.

⑤ Batterijcompartiment

Geschikt voor 2 AA-batterijen of een oplaadbare Shure-batterij. Openen door de vergrendelingen aan weerszijden in te drukken en eraan te trekken.

⑥ Menuknoppen

Gebruik deze in combinatie met de knoppen ▼▲ om naar de configuratiemenu’s te gaan.

⑦ Knoppen ▼▲

Gebruik deze om de audiomix af te stellen (alleen in MixMode®) of in combinatie met de menuknoppen om de instellingen te wijzigen.

⑧ Lcd-scherm

Geeft actuele instellingen en menu's weer.

⑨ Driekleurig ledlampje voor batterij

Licht groen, geel of rood op om het accuvermogen weer te geven. Bij rood onmiddellijk de batterij verwisselen.

⑩ Blauw ledlampje voor RF

Geeft aan dat het bodypack een signaal van de zender ontvangt.

⑪ SMA-connector

Voor verwijderbare antennes.

⑫ Verwijderbare AA-adapter

Verwijderen om te gebruiken met een Shure SB900B oplaadbare batterij.

Opmerking: open de klep om de adapter te verwijderen en schuif deze eruit. Plaats de adapter terug door deze over de klem te drukken; er klinkt een klikgeluid wanneer deze op zijn plaats komt.

RF-instellingen

Open de volgende RF-instellingen van het menu RADIO.

G

Groepsnummer. Elke groep bevat geselecteerde kanalen die goed samenwerken in een enkelvoudige installatie.

CH

Kanaalnummer. Stelt de ontvanger in op een kanaal in de geselecteerde groep.

888.888 MHz

Geeft de frequentie weer waarop de zender is ingesteld. Selecteer en gebruik de knoppen ▼▲ om de zender in te stellen op een specifieke frequentie.

SQUELCH

Hiermee wordt de instelling voor ruisblokkering afgesteld.

FULL SCAN

Hiermee wordt een spectrumscanprocedure uitgevoerd waarna de open frequenties in een grafische interface worden weergegeven.

RF PAD

Verzwakt antennesignalen in stappen van 3 dB.

ANTENNA

Selectie voor bediening van een antenne. Schakelt gevarieerd ontvangst uit.

Audio-instellingen

Open de volgende audio-instellingen van het menu Audio.

Uitgangsmodus (MODE)

STEREO

Ontvang linker- en rechteringangen in als een stereosignaal

MIXMODE®

Stel uw ontvanger in zodat het linker- en rechterkanaal worden gecombineerd en u met beide oren tegelijk kunt luisteren, of sleep om alleen het linker- of rechterkanaal te horen.

Parametrische verevenaar met vier banden (EQ)

De parametrische verevenaar is onderverdeeld in vier frequentiebanden: LOW, LOW MID, HIGH MID en HIGH. Als de EQ is ingeschakeld, kunnen de volgende parameters worden ingesteld.

FREQUENCY

Selecteer de middenfrequentie van de band voor versterking/verzwakking

Q

Hiermee wordt de breedte en steilheid van de frequentieband (gemeten in octaven) afgeregeld

GAIN

Regelbaar in stappen van 2 dB van -6 dB (verzwakking) tot +6 dB (versterking)

OPMERKING: HIGH en LOW zijn vlakfilters en hebben daarom geen instelbare Q-breedtes. Het vlak HIGH is vastgesteld op 10 kHz; het vlak LOW is vastgesteld op 100 Hz.

Volumebegrenzer (V LIM)

V LIM

Stel een waarde (van OFF tot -48 dB, instelbaar in stappen van 3 dB) in om het hoogst mogelijke volumeniveau te dempen. Wanneer de volumeknop door het hele bewegingsbereik wordt gedraaid, heeft dit nog wel gevolgen voor het volume: de limiet versmalt het bereik van de dB-aanpassing gewoon.

Opmerking: het geluidssignaal wordt niet door de volumebegrenzing gecomprimeerd.

Volumevergrendeling (V LOCK)

Alleen P9RA+ en P10R+

ON

Het volume wordt vergrendeld tot de fysieke positie van de volumeknop

EQ-voorinstelling voor ingang (EQPre)

De EQ voor de ingang is van invloed op het signaal nadat het naar de ontvanger is verzonden, maar vóór de uitgang van de hoofdtelefoon, waardoor het algehele geluid van het gehele systeem wordt gewijzigd.

Match (standaard)

Stemt af op de frequentierespons van oude PSM-ontvangers, waardoor afgestemde audio mogelijk is in configuraties met uiteenlopende apparaten.

Flat

Biedt een vlakke frequentieresponskromme

Off

Audio omzeilt de EQ voor de ingang

Balans (BAL ST / BAL MIX)

Knoppen ▼▲

Balans links en rechts voor hoofdtelefoons in stereomodus of combinatie van linker- en rechterkanaal voor MixMode

Hulpprogramma's en weergave-instellingen

Open de volgende instellingen van het menu UTILITIES (HULPPROGRAMMA'S).

CUEMODE (CUEMODUS)

Hiermee wordt CUEMODE (CUEMODUS) geopend. Druk om af te sluiten op enter (invoeren) en selecteer EXIT CUEMODE (CUEMODUS AFSLUITEN)

DISPLAY

Hiermee worden de weergave-instellingen op het bodypack gewijzigd

CONTRAST

Hiermee wordt de weergavehelderheid ingesteld op hoog, laag of gemiddeld.

LOCK PANEL (PANEEL VERGRENDELEN)

Hiermee worden alle bedieningselementen vergrendeld, behalve die voor de voeding en het volume. Druk om te ontgrendelen op exit, selecteer OFF en druk op enter.

BATTERY (BATTERIJ)

De volgende informatie wordt weergegeven als u een oplaadbare Shure-batterij gebruikt: Uren: Resterende min., temperatuur, Status, Aantal cycli en Toestand.

AUTO UIT

Stelt de tijd in waarop de ontvanger wordt uitgeschakeld nadat de energiebesparingsmodus is geactiveerd (als ENERGIEBEZUINIGING op het scherm wordt weergegeven).

RESTORE (TERUGZETTEN)

Hiermee wordt de ontvanger teruggezet op de standaard fabrieksinstellingen.

Batterijlevensduur

Batterij-indicator Driekleurige batterij-LED Resterend aantal uren bij benadering (u:mm)
Alkaline Shure SB900B oplaadbare batterij
Volumeniveau Volumeniveau
4 6 8 4 6 8
Groen 6:00 tot 3:50 4:20 tot 2:45 3:15 tot 2:05 8:00 tot 3:45 6:45 tot 3:45 6:00 tot 3:45
Groen 3:50 tot 2:50 2:45 tot 2:00 2:05 tot 1:30 3:45 tot 2:45 3:45 tot 2:45 3:45 tot 2:45
Groen 2:50 tot 1:15 2:00 tot 1:00 1:30 tot 0:50 2:45 tot 1:45 2:45 tot 1:45 2:45 tot 1:45
Groen 1:15 tot 0:25 1:00 tot 0:20 0:50 tot 0:20 1:50 tot 0:55 1:50 tot 0:55 1:50 tot 0:55
Oranje 0:25 tot 0:15 0:20 tot 0:10 0:20 tot 0:10 0:55 tot 0:25 0:55 tot 0:25 0:55 tot 0:25
Rood < 0:15 < 0:10 < 0:10 < 00:25 < 00:25 < 00:25
Totale batterijgebruiksduur 6:00 4:20 3:15 8:00 6:45 6:00

Energiebesparende modus: Als er gedurende 5 minuten geen oortelefoon aangesloten is, wordt de ontvanger in de energiebesparende modus gezet voor een langere batterijgebruiksduur. In deze modus knippert de LED langzaam aan en uit en geeft de LED blijvend de kleur weer die overeenkomt met de resterende batterijgebruiksduur.

Opmerking: Batterijgebruiksduur met Energizer alkaline AA-batterijen onder de volgende omstandigheden:

  • Ontvangeraudio ingesteld op V LIMIT = 0dB
  • Audio zender INPUT (INGANG) ingesteld op Line+4 dBu en Level ingesteld op −9 dB
  • Audio-ingangssterkte naar de zender: roze ruis bij +8,7 dBV
  • Audio-uitgangssterkte bij ontvanger: 115 dB SPL in het oor met het volumeniveau van de SE425-oortelefoon (impedantie bij 22 Ώ) ingesteld op 4.

NB: Bij gebruik van een hoofdtelefoon met een lagere impedantie of een afwijkende gevoeligheid, een ander type batterij en een hogere versterkingsinstelling in het PSM-systeem kan de batterijgebruiksduur van de ontvanger anders zijn dan is gespecificeerd.

Roze ruis is een signaal met een frequentiespectrum waarbij de spectrale vermogensdichtheid omgekeerd evenredig is met de frequentie. Bij roze ruis bevat elk octaaf een gelijke hoeveelheid ruisvermogen.

Opmerking: De waarschuwing Battery Hot (Batterij te warm) geeft aan dat de batterij van de zender moet afkoelen. Anders wordt de zender uitgeschakeld. Laat het apparaat afkoelen en overweeg om de batterij van de zender te vervangen om door te gaan met het gebruik ervan.

Stel alle mogelijke externe bronnen die de zender kunnen verhitten vast en bedien de zender niet in de buurt van deze externe warmtebronnen.

Alle batterijen moeten voor de beste werking uit de buurt van externe warmtebronnen onder aanvaardbare temperatuuromstandigheden worden opgeslagen en gebruikt.

Meerdere systemen installeren

Laat bij het installeren van meerdere systemen een enkelvoudig bodypack naar beschikbare frequenties scannen en download deze dan naar alle rekeenheden.

Het bodypack moet van dezelfde frequentieband zijn als de zenders.

  1. Schakel alle rekeenheden in. Schakel de RF uit. (Hierdoor kunnen deze geen storing bij de frequentiescanprocedure veroorzaken.)

    Opmerking: Schakel alle andere draadloze of digitale apparaten in zoals dit ook het geval is tijdens de uitvoering of presentatie (zodat de scanprocedure deze waarneemt en opgewekte storingen ervan kan ontwijken).

  2. Gebruik het bodypack in de modus scan for a group (voor een groep scannen) door de knop scan (scannen) twee seconden in te drukken. Het bodypack toont de groep en het aantal beschikbare kanalen en knippert SYNC NOW... (NU SYNCHRONISEREN...).

    Belangrijk: Let op het aantal beschikbare kanalen. Als u meer rekeenheden hebt dan beschikbare kanalen, elimineert u potentiële storingsbronnen en probeert u het opnieuw of neemt u voor hulp contact op met Shure Applications.

  3. Synchroniseer het bodypack met de eerste rekeenheid door de IR-vensters uit te lijnen en op sync (synchroniseren) te drukken.
  4. Druk nogmaals op scan (scannen) op het bodypack om naar de volgende beschikbare frequentie te zoeken.
  5. Synchroniseer het bodypack met de volgende rekeenheid.
  6. Herhaal dit voor alle rekeenheden.
  7. Synchroniseer elk bodypack van iedere performer met de desbetreffende rekeenheid door de IR-vensters uit te lijnen en op sync (synchroniseren) te drukken. DRUK NIET op scan (scannen) op de bodypacks.
  8. Schakel de RF op alle rekeenheden in. De systemen zijn klaar voor gebruik.

CueMode

Via CueMode kunt u de naam- en frequentie-instellingen van meerdere rekeenheden uploaden en deze als lijst op een enkelvoudig bodypack opslaan. U kunt dan, op elk moment, door de lijst bladeren om de audiomix van elke zender te horen, net zoals iedere performer dit doet tijdens een uitvoering.

CueMode-lijsten worden bewaard, zelfs als CueMode wordt afgesloten, het bodypack wordt uitgeschakeld of de batterijen worden verwijderd.

Opmerking: Stel de kanaalfrequentie in en geeft elke zender een weergavenaam voordat u uw CueMode-lijst samenstelt.

Zenders toevoegen aan de CueMode-lijst

Opmerking: De zender moet van dezelfde frequentieband zijn als het bodypack.

  1. Open de batterijklep en druk op de knop enter (invoeren).
  2. Blader vanuit het hoofdmenu naar UTILITIES (HULPPROGRAMMA'S) en druk op enter (invoeren). Selecteer CueMode en druk nogmaals op enter (invoeren).
  3. Lijn de IR-vensters uit en druk op sync (synchroniseren) op de rekeenheid.

    Op het LCD verschijnt SYNC SUCCESS (SYNCHRONISATIE SUCCESVOL) nadat de frequentie- en naamgegevens naar de CueMode-lijst zijn geüpload. Het CueMode-nummer voor die zender en het totale aantal zenders worden ook weergegeven.

  4. Herhaal de bovenstaande stap voor elke zender.

Opmerking: Door de synchronisatie in CueMode worden er geen instellingen op het bodypack gewijzigd.

Proefmixen beluisteren

  1. Open CueMode vanuit het menu UTILITIES (HULPPROGRAMMA'S).
  2. Blader met de ▼▲ knoppen door uw CueMode-lijst om naar de mixen te luisteren.

CueMode afsluiten

Sluit CueMode af door op enter (invoeren) te drukken en EXIT CUEMODE (CUEMODUS AFSLUITEN) te selecteren.

CueMode-mixen beheren

In CueMode kunt u het volgende menu openen door op enter (invoeren) te drukken:

REPLACE MIX (MIX VERVANGEN)

Selecteer dit en druk op synchroniseren op een rekeenheid om nieuwe gegevens voor de huidige mix te uploaden (bijvoorbeeld, als u de zenderfrequentie hebt gewijzigd).

DELETE MIX (MIX VERWIJDEREN)

Hiermee wordt de geselecteerde mix verwijderd.

DELETE ALL (ALLE VERWIJDEREN)

Hiermee worden alle mixen verwijderd.

EXIT CUEMODE (CUEMODE AFSLUITEN)

Hiermee wordt CueMode afgesloten en keert het bodypack terug naar de vorige frequentie-instelling.

Frequentiescanprocedure

Analyseer de RF-omgeving op interferentie via een frequentiescanprocedure en bepaal de beschikbare frequenties. Er zijn drie typen scanprocedures:

  • Channel Scan (Kanaal scannen) Druk op de scanknop op het bodypack. Het eerste beschikbare kanaal wordt gevonden.
  • Group Scan (Groep scannen) Houd de scanknop twee seconden ingedrukt. De groep met het grootste aantal beschikbare kanalen wordt gevonden. (Elke groep bevat een set frequenties die compatibel zijn met het gebruik van meerdere systemen in dezelfde omgeving.)
  • Full Scan (Volledig scannen) Selecteer in het bodypack-menu RADIO > FULL SCAN. Druk op RUN SCAN (SCAN UITVOEREN) om een volledige scanprocedure te starten. Druk op SPECTRUM (SPECTRUM) om alle resultaten in een grafische weergave te bekijken.

Opmerking: Bij het uitvoeren van een frequentiescanprocedure:

  • Schakel de RF op de zenders uit voor de systemen die u gaat installeren. (Hierdoor kunnen deze geen storing bij de frequentiescanprocedure veroorzaken.)
  • Schakel potentiële storingsbronnen in, zoals andere draadloze systemen of apparaten, computers, cd-spelers, grote LED-panelen, effect-processors en digitale rekuitrusting, zodat deze op dezelfde wijze functioneren als tijdens de presentatie of uitvoering (zodat de scanprocedure deze waarneemt en opgewekte storingen ervan kan ontwijken).

Sync (Synchroniseren)

U kunt in beide richtingen frequentie-instellingen overzetten: van het bodypack naar de rekeenheid of van de rekeenheid naar het bodypack.

Opmerking: U kunt er ook voor kiezen om tijdens een synchronisatie andere instellingen naar het bodypack over te zetten, zoals vergrendelings- of modusinstellingen, via het Sync > RxSetup menu op de zender in het rek.

Instellingen van het bodypack downloaden

  1. Druk op de knop scan op het bodypack.
  2. Lijn de IR-vensters uit en druk in het LCD-menu van de zender in het rek op de knop sync wanneer het bodypack-display "SYNC NOW..." knippert.

De niveau-LED's op de rekeenheid knipperen.

Instellingen naar het bodypack sturen

  1. Druk op de knop Sync op de zender in het rek om het menu Sync te openen.
  2. Lijn de IR-vensters uit.

    Bij een goede uitlijning licht het IR-venster van de zender op.

  3. Druk op Sync om de instellingen over te zetten

    De blauwe LED op het bodypack knippert.

Aangepaste groepen maken

Met deze functie kunt u uw eigen frequentiegroepen maken.

Menu: Radio > Custom

  1. Draai aan het bedieningswiel om een aangepaste groep in het menu Group (Groep) te selecteren. (U1, U2, enz.)
  2. Druk op het bedieningswiel om naar de kanaalparameter te gaan en draai eraan om een kanaal (01, 02, 03, enz.) te selecteren.
  3. Druk op het bedieningswiel om naar de frequentieparameter te gaan en selecteer een frequentie voor dat kanaal.
  4. Druk op de menutoets Next (Volgende) om een frequentie voor het volgende kanaal in die groep te selecteren.
  5. Selecteer Load (Laden) om op het netwerk alle andere apparaten van hetzelfde model en dezelfde frequentieband te zoeken. Druk dan op enter (invoeren) om de aangepaste groepslijst voor al deze apparaten in te zetten.

    Hiermee worden alle bestaande aangepaste groepen overschreven.

  6. Met Clear (Wissen) worden alle aangepaste groepen voor alle apparaten op het netwerk verwijderd.

MixMode

Sommige artiesten willen hun eigen stem of instrument beter horen, terwijl anderen meer van de band willen horen. Met MixMode maakt de artiest zijn eigen mix met behulp van de balansregel (de knoppen ▼▲) op het bodypack.

Gebruik MixMode door een solomix van de artiest naar de ingang L/CH1 op de zender en een bandmix naar ingang R/CH2 te sturen.

Stel het bodypack van de artiest in voor de MixMode. Het bodypack combineert de twee signalen en stuurt deze naar beide hoofdtelefoons, terwijl de balansregeling op het bodypack de relatieve niveaus voor elk signaal afstelt.

Verstuur voor IFB-toepassingen twee onafhankelijke programmafeeds naar de ingangen L/CH1 en R/CH2 van de zender. Met MixMode kan de regisseur of uitzender zijn eigen feed beluisteren met behulp van de balansregeling (knoppen ▼▲) op het bodypack door de knop naar een van beide audiosignalen te schuiven.

LUSTOEPASSINGEN

Stuur met de L- (linker) en R- (rechter) uitgangssignalen van LOOP OUT (LUSUITGANG) een kopie van het audiosignaal dat de zender binnengaat naar andere apparaten. Hieronder vindt u enkele van de vele toepassingen voor deze uitgangssignalen.

Opmerking: De ingangsniveauregeling en de ingangs-pad hebben geen invloed op de signalen van LOOP OUT (LUSUITGANG).

MixMode voor meerdere systemen

Configureer elk systeem voor de MixMode. Stuur vanaf de mengconsole een mix van de gehele band naar ingang 2 van de eerste zender. Sluit de LOOP OUT R-uitgang aan op de R/CH2-ingang van de volgende zender. Lus zo alle zenders door.

Maak vervolgens solomixen voor elke artiest en stuur elke mix naar ingang 1 van de zender van de bewuste artiest.

Vloermonitors

Stuur de audio van de LUSUITGANGEN naar de podiumluidsprekers. Het bodypack en de podiummonitors ontvangen dezelfde audiosignalen.

Opmerking: De audiosignalen van de LUSUITGANGEN kunnen geen passieve luidsprekers aansturen en moeten naar een vermogensversterker of een actieve luidspreker worden gestuurd.

Opnameapparaten

Sluit voor de opname van een uitvoering de LUSUITGANGEN aan op de ingangen van een opnameapparaat.

Squelch (ruisblokkering)

De ruisblokkering dempt audio die door het bodypack wordt verzonden als het RF-signaal ruis bevat. Wanneer de ruisblokkering is geactiveerd, gaat het blauwe ledlampje op het bodypack uit.

De ruisblokkering hoeft in de meeste gevallen niet te worden aangepast en voorkomt dat de artiest gesis of ruis hoort als het RF-signaal wordt aangetast. In omgevingen met veel RF of in de buurt van bronnen die RF-signalen kunnen verstoren (zoals grote led-videopanelen) moet de ruisblokkering echter mogelijk worden verlaagd om overmatige audiodemping te voorkomen. Bij lagere instellingen voor de ruisblokkering kan de artiest mogelijk meer ruis of gesis horen, maar ervaart hij minder audiodemping.

Belangrijk: probeer voordat de ruisblokkering wordt verlaagd het probleem uit te bannen door de beste set frequenties voor uw installatie te zoeken en potentiële storingsbronnen te verwijderen.

Let op: het uitschakelen of verlagen van de instelling voor de ruisblokkering kan het ruisniveau verhogen en ongemak voor de artiest opleveren.

  • Verlaag de instelling voor de ruisblokkering alleen als het absoluut noodzakelijk is.
  • Zet het oortelefoonvolume in de laagste instelling voordat u de ruisblokkering afstelt.
  • Wijzig de instelling voor de ruisblokkering niet tijdens een uitvoering.
  • Verhoog de instelling level van de zender om geruis of gesis minder hoorbaar te maken.

Squelch-instellingen

HIGH (NORMAL) Fabrieksinstelling
MID Zorgt voor matige vermindering van de signaal-ruisverhouding die nodig is voor ruisblokkering van de ontvanger.
LOW Zorgt voor een sterk verlaagde ruis-squelchdrempel.
PILOT ONLY* Hiermee wordt de ruisblokkering uitgeschakeld en blijft alleen de piloottoon ingeschakeld.
NO SQUELCH* Schakelt ruis en ruisblokkering voor de proeftoon uit. (Wordt soms als diagnosemiddel door monitortechnici of RF-coördinators ingezet om naar de RF-omgeving te 'luisteren'.)
* Symbool verschijnt in displayvenster.

Draadloze audio van punt tot punt

Gebruik de PTP-modus om een P10T informatie naar een UHF-R-ontvanger te laten verzenden. Zo is een zender- en ontvangeropstelling mogelijk waarbij beide eenheden zich in een rek bevinden en van AC-voeding worden voorzien.

Bezoek voor meer informatie: www.shure.com/americas/products/personal-monitor-systems

Ethernetaansluiting

Elke zender heeft aan de achterzijde een RJ-45-poort voor verbinding met andere zenders via een ethernetnetwerk. Als zenders in een netwerk zijn opgesteld, kunt u via een enkel groepscancommando automatisch frequenties instellen voor alle zenders.

Voeg zenders aan een netwerk toe m.b.v. de automatische standaard netwerkinstelling [Util > Network > Mode > Automatic]:

  1. Verbind zenders met een ethernetrouter met DHCP-service.
  2. Breid bij grotere installaties het netwerk uit met ethernet-switches.
  3. Sluit de zenders in serie aan.

Toegang tot het netwerk via een computer

U kunt alle zenders in het netwerk beheren en bewaken via een computer met Shure Wireless Workbench 6 of een recentere versie. Als u de standaardinstellingen voor automatische netwerken gebruikt, moet u controleren of uw computer is geconfigureerd voor DHCP.

NB: Sommige beveiligingssoftware of firewallinstellingen op uw computer kunnen voorkomen dat u verbinding met de zender maakt. Sta verbindingen via poort 2201 toe als u firewallsoftware gebruikt.

Statische IP-adressering

Statische IP-adressering wordt ook ondersteund. Een IP-adres kan worden toegewezen via het netwerkmenu (Util > Network > Mode > Manual).

Opmerking: Dubbele zenders gebruiken een enkel IP-adres, dat via een van beide LCD-interfaces kan worden ingesteld.

Zenders verbinden

Router met DHCP

Uitgebreid netwerk

Rechtstreekse verbinding met computer

Spectrumscanprocedure

Gebruik deze functie om het volledige RF-spectrum te scannen op potentiële storingsbronnen en zet de open frequenties voor alle ontvangers op het netwerk in. Zowel op de zender als de ontvanger kan een grafische voorstelling van de scangegevens worden bekeken. U kunt dan door de afbeelding bladeren om meer over de frequentie en sterkte van de stoorsignalen te weten te komen.

Frequenties scannen en inzetten

  1. Schakel op alle ontvangers RF uit.
  2. Verzamel de scangegevens. Selecteer vanuit het MAIN MENU (HOOFDMENU) van de bodypack-ontvanger RADIO > FULL SCAN > RUN SCAN

    De ontvanger toont SPECTRUM SCAN (SPECTRUMSCAN) en scant het volledige spectrum.

  3. Laad de scangegevens vanuit de bodypack-ontvanger naar de zender in het rek. Lijn de IR-vensters uit en druk op Sync > Spectrum > SyncScan

    De ontvanger geeft de scangegevens grafisch weer en toont opties voor bekijken en inzetten.

  4. Zoek op het netwerk naar apparaten. Druk vanuit het menu Sync > Spectrum (Spectrum) van de zender in het rek op Deploy (Inzetten).

    De zender in het rek zoekt op het netwerk naar alle beschikbare zenders.

  5. Kies een groep. Maak met het bedieningswiel een keuze uit de beschikbare groepen.

    Het aantal open frequenties voor elke groep wordt naast Open Frequencies (Open frequenties) weergegeven.

  6. Zet frequenties in. Druk op de knipperende knop enter (invoeren) om de frequenties voor alle kanalen in te zetten.

    De LED's van alle betrokken kanalen knipperen.

Spectrumgegevens bekijken

Vanaf de bodypack-ontvanger

MAIN MENU > RADIO > FULL SCAN > SPECTRUM

  • Stel de cursorpositie af met de ▼▲ toetsen.
  • Druk op enter (invoeren) om bij de cursorpositie in te zoomen. Druk op exit (afsluiten) om uit te zoomen.
  • Druk op scan (scannen) om de signaalsterkte en frequentie bij de cursorpositie weer te geven.

Vanaf de zender in het rek

Sync > Spectrum

  • Druk op Cursor en gebruik het bedieningswiel om de cursorpositie af te stellen.
  • Signaalsterkte en frequentie bij de cursorpositie wordt boven aan het scherm weergegeven.
  • Druk op Zoom (Zoomen) en gebruik het bedieningswiel om in en uit te zoomen.

Firmware ontvanger bijwerken

Doorloop de volgende stappen voor het bijwerken van de firmware op een bodypack-ontvanger.

  1. Download met behulp van de WWB-updatemanager de ontvangerfirmware naar de zender in het rek.
  2. Navigeer op de zender naar het menu Util > More > FW Update.
  3. Lijn de IR-poorten van ontvanger en zender uit en druk op Download (Downloaden). Het downloaden begint en duurt minimaal 50 seconden.

Wanneer het downloaden is voltooid, begint de ontvanger automatisch met het bijwerken van de firmware en wordt de bestaande firmware overschreven.

VOORZICHTIG! Schakel de ontvanger niet uit voordat de update is voltooid.

Productgegevens

PSM 1000

RF-draaggolfbereik

470–952 MHz

Compatibele frequenties

Per frequentieband

39

Afstemmingsbandbreedte

72–80 MHz

Werkbereik

omgevingsafhankelijk

90 m ( 300 ft)

Audiofrequentiekarakteristiek

35 Hz–15 kHz (±1 dB)

Signaal/ruis-verhouding

A-gewogen

90 dB (normaal)

Totale harmonische vervorming

ref. afwijking ±34 kHz bij 1 kHz

<0.5% (normaal)

Companding

Shure Audio Reference Companding, gepatenteerd

Parasitaire onderdrukking

ref. 12 dB SINAD

>80 dB (normaal)

Frequentiestabiliteit

±2,5 ppm

MPX-piloottoon

19 kHz (±0,3 kHz)

Modulatie

FM*, MPX-stereo

Bedrijfstemperatuur

-18°C tot +57°C

P10T

RF-uitgangsvermogen

selecteerbaar: 10, 50, 100 mW (+20 dBm)

RF-uitgangsimpedantie

50 Ω (normaal)

Nettogewicht

4,7 kg (10,4) lbs

Afmetingen

44 x 483 x 343 mm (1.7 x 19.0 x 13.5 in.), H x B x D

Voedingsvereiste

Ingang 100–240 V AC, 50/60 Hz, 0,5 A max. (5,5, met belaste uitgang)
Uitgang 100–240 V AC, 50/60 Hz, 5 A max., ongeschakeld

Audio-ingang

Connectortype

XLR- en 6,35 mm (1/4") TRS-combinatie

Polariteit

XLR Niet-inverterend (pen 2 positief ten opzichte van pen 3)
6,35 mm (1/4") TRS Punt positief ten opzichte van ring

Configuratie

Elektronisch gebalanceerd

Impedantie

70,2 kΩ (werkelijk)

Nominaal ingangsniveau

schakelbaar: +4 dBu, –10 dBV

Maximaal ingangsniveau

+4 dBu +29,2  dBu
-10 dBV +12,2  dBu

Pentoewijzingen

XLR 1=massa, 2=signaalvoerend, 3=spanningsloos
6,35 mm (1/4") TRS Punt=signaalvoerend, ring=spanningsloos, mantel=massa

Bescherming fantoomvoeding

Max. 60 V DC

Audiouitgang

Connectortype

6,35 mm (1/4") TRS

Configuratie

Elektronisch gebalanceerd

Impedantie

Rechtstreeks aangesloten op ingangen

P10R+

RF-filtering tri-band

–3 dB bij 30,5 MHz vanuit middenfrequentie van elke band

Actieve RF-versterkingsregeling

31 dB

Actieve RF-gevoeligheid

bij 20 dB SINAD

2,2  µV

Spiegelonderdrukking

>90 dB

Onderdrukking nabuurkanaal

>70 dB

Latentietijd

0,37ms

Ruisdrempel

22 dB

SINAD (±3 dB)

Intermodulatieverzwakking

>70 dB

Blokkering

>80 dB

Audio-uitgangsvermogen

1 kHzopMinder dan 1%vervorming, Maximaal uitgangsvermogen hoofdtelefoon,op16 Ω

100 mW (per uitgang)

Minimale belastingsimpedantie

4 Ω

Uitgangsimpedantie

<1 Ω

4-bands parametrisch EQ

Low Shelf SelecteerbaarGain: ±2  dB, ±4  dB, ±6 dB @ 100 Hz
Lage middentonen SelecteerbaarGain: ±2  dB, ±4  dB, ±6 dBop160 Hz, 250 Hz, 400 Hz, 500 Hz, 630 HzSelecteerbaarQ: 0,7, 1,4, 2,9, 5,0, 11,5
Hoge middentonen SelecteerbaarGain: ±2  dB, ±4  dB, ±6 dBop1 kHz, 1,6 kHz, 2,5 kHz, 4 kHz, 6,3 kHzSelecteerbaarQ: 0,7, 1,4, 2,9, 5,0, 11,5
High shelf SelecteerbaarGain: ±2  dB, ±4  dB, ±6 dB @ 10 kHz

Volumebegrenzer

Selecteerbaar: UIT (0 dB)

tot

-48  dB

in stappen van 3 dB

Volumevergrendeling

Selecteerbaar: 0  dB

tot

-70  dB

Nettogewicht

158 g (Zonder batterij)

Afmetingen

99 x 66 x 23 mm (3.9 in. x 2.6 in. x 0.9 in.) H x B x D

Batterijgebruiksduur

4–6 uur (continugebruik) AA-batterijen

Bijgeleverde accessoires

Omnidirectionele zweefantenne, gele punt (470-542 MHz) UA700
Omnidirectionele zweefantenne, grijze punt (540-626 MHz) UA710
Omnidirectionele zweefantenne, zwarte punt (596-692 MHz) UA720
Omnidirectionele zweefantenne, blauwe punt (670-830 MHz) UA730
Omnidirectionele zweefantenne, rode punt (830-952 MHz) UA740
Omnidirectionele ontvangstantennes, 1/2 golflengte, voor verbeterde draadloze signaalontvangst UA8
Verlengkabels voor antenne (2) 95B9023
Draag-/opbergtas 95A2313
Materiaalset (schroeven voor rackbevestiging) Materiaalset 90XN1371
Set met stootranden 90B8977
AA-batterijadapter 65A15224

Optionele accessoires

Passieve directionele antenne, 470-952 MHz Inclusief BNC- naar BNC-kabel van 10 ft. PA805SWB
PWS Helical-antenne, 480-900 MHz HA-8089
PWS Helical-antenne (dome), 480-900 MHz HA-8091
Omnidirectionele breedbandantenne (470-1100 MHz) UA860SWB
Coaxiaalkabel, BNC-BNC van 2 ft UA802
Coaxiaalkabel, BNC-BNC van 6 ft UA806
Coaxiaalkabel, BNC-BNC van 25 ft UA825
Coaxiaalkabel, BNC-BNC van 50 ft UA850
Coaxiaalkabel, BNC-BNC van 100 ft UA8100
4-tot1-antennecombi met stroomverdeling naar 4 zenders (betere RF-prestaties; geen externe voeding nodig) PA421B
8-tot-1-antennecombi voor betere RF PA821B
IFB-hoofdtelefoonkabel met spoel voor Shure-hoofdtelefoons EAC-IFB

Frequentiebereik en uitgangsvermogen zender

Band Range Output Power (mW)
G10 470542 MHz 10/50/100 mW
G10E 470542 MHz 10/50 mW
G10J 470542 MHz 6/10 mW
G11 479542 MHz 10 mW
G62 510530 MHz 10/50 mW
H8Z 518582 MHz 10/50 mW
H22 518584 MHz 10**/50/100 mW
J8 554626 MHz 10/50/100 mW
J8A 554608 MHz 10/50/100 mW
614616 MHz 10* mW
J8E 554626 MHz 10/50 mW
J8J 554626 MHz 6/10 mW
K10E 596668 MHz 10 mW
L8 626698 MHz 10/50/100 mW
L8A 653657 MHz 10 mW
657663 MHz 10* mW
L8E 626698 MHz 10/50 mW
L8J 626698 MHz 6/10 mW
L9E 670742 MHz 10/50 mW
L11J 670714 MHz 6/10 mW
M19 694703 MHz 10/50 mW
P8 710790 MHz 10/50/100 mW
Q12 748758 MHz 10/50 mW
Q21 710787 MHz 10/50/100 mW
Q22E 750822 MHz 10/50/100 mW
R27 794806 MHz 10/50 mW
X1 944952 MHz 10/50/100 mW
X7 925937.5 MHz 10 mW
X55 941960  MHz 10/50/100 mW

OPMERKING: Deze radioapparatuur is bedoeld voor gebruik bij professionele muzikale amusementsproducties en soortgelijke toepassingen. Dit radioapparaat kan mogelijk werken op bepaalde frequenties die niet zijn toegestaan in uw regio. Raadpleeg de autoriteiten in uw land voor informatie over goedgekeurde frequenties en RF-vermogensniveaus voor draadloze microfoons.

WAARSCHUWING: Vanaf 1 januari 2019 is het gebruik van radiozenders op de banden 694-823 MHz verboden.

* เครื่องโทรคมนาคมและอุปกรณ์นี้มีความสอดคล้องตามมาตรฐานหรือข้อกำหนดทางเทคนิคของ กสทช.

Certificering

P10R+

Goedgekeurd volgens de bepaling over conformiteitsverklaring (DoC) van FCC Deel 15.

Gecertificeerd door ISED in Canada onder RSS-123.

(一)本产品符合“微功率短距离无线电发射设备目录和技术要求”的具体条款和使用场景;

(二)不得擅自改变使用场景或使用条件、扩大发射频率范围、加大发射功率(包括额外加装射频功率放大器),不得擅自更改发射天线;

(三)不得对其他合法的无线电台(站)产生有害干扰,也不得提出免受有害干扰保护;

(四)应当承受辐射射频能量的工业、科学及医疗(ISM)应用设备的干扰或其他合法的无线电台(站)干扰;

(五)如对其他合法的无线电台(站)产生有害干扰时,应立即停止使用,并采取措施消除干扰后方可继续使用;

(六)在航空器内和依据法律法规、国家有关规定、标准划设的射电天文台、气象雷达站、卫星地球站(含测控、测距、接收、导航站)等军民用无线电台(站)、机场等的电磁环境保护区域内使用微功率设备,应当遵守电磁环境保护及相关行业主管部门的规定。

P10T

Gecertificeerd onder FCC-deel 74.

*Gecertificeerd onder FCC deel 15.

**Gecertificeerd onder FCC deel 15 en deel 74.

Gecertificeerd door ISED in Canada onder RSS-123 en RSS-102.

Voldoet aan de essentiële vereisten van de volgende Europese Richtlijnen:

  • WEEE-richtlijn 2012/19/EU zoals gewijzigd door 2008/34/EG
  • RoHS-richtlijn EU 2015/863

    Opmerking: houd u aan de plaatselijke richtlijnen voor recycling van elektronisch afval

Dit product voldoet aan de essentiële vereisten van alle toepasselijke Europese richtlijnen en komt in aanmerking voor CE-markering.

低功率射頻器材技術規範

取得審驗證明之低功率射頻器材,非經核准,公司、商號或使用者均不得擅

自變更頻率、加大功率或變更原設計之特性及功能。低功率射頻器材之使用

不得影響飛航安全及干擾合法通信;經發現有干擾現象時,應立即停用,並

改善至無干擾時方得繼續使用。前述合法通信,指依電信管理法規定作業之

無線電通信。低功率射頻器材須忍受合法通信或工業、科學及醫療用電波輻

射性電機設備之干擾。

Australia Warning for Wireless

This device operates under an ACMA class licence and must comply with all the conditions of that licence including operating frequencies. Before 31 December 2014, this device will comply if it is operated in the 520-820 MHz frequency band. WARNING: After 31 December 2014, in order to comply, this device must not be operated in the 694-820 MHz band.

Waarschuwing voor draadloze toepassingen in Zwitserland

WAARSCHUWING: Vanaf 1 januari 2019 is het gebruik van radiozenders op de banden 694-823 MHz verboden.

Hierbij verklaar ik, Shure Incorporated, dat het radioapparatuur conform is met Richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres: http://www.shure.com/europe/compliance

Erkende Europese vertegenwoordiger:

Shure Europe GmbH

Hoofdkantoren in Europa, Midden-Oosten en Afrika

Afdeling: EMEA-goedkeuring

Jakob-Dieffenbacher-Str. 12

75031 Eppingen, Duitsland

Telefoon: +49-7262-92 49 0

Fax: +49-7262-92 49 11 4

Email: info@shure.de