BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

  1. LEES deze instructies.
  2. BEWAAR deze instructies.
  3. NEEM alle waarschuwingen in acht.
  4. VOLG alle instructies op.
  5. GEBRUIK dit apparaat NIET in de buurt van water.
  6. REINIG UITSLUITEND met een droge doek.
  7. DICHT GEEN ventilatieopeningen AF. Zorg dat er voldoende afstand wordt gehouden voor adequate ventilatie. Installeer het product volgens de instructies van de fabrikant.
  8. Plaats het apparaat NIET in de buurt van warmtebronnen, zoals vuur, radiatoren, warmteroosters, kachels of andere apparaten (waaronder versterkers) die warmte genereren. Plaats geen vuurbronnen in de buurt van het product.
  9. ZORG ERVOOR dat de beveiliging van de gepolariseerde stekker of randaardestekker intact blijft. Een gepolariseerde stekker heeft twee pennen waarbij er één breder is dan de andere. Een randaardestekker heeft twee pennen en een extra aardaansluiting. De breedste pen en de aardaansluiting zijn bedoeld om uw veiligheid te garanderen. Als de meegeleverde stekker niet in de contactdoos past, vraag een elektricien dan om de verouderde contactdoos te vervangen.
  10. BESCHERM het netsnoer tegen erop lopen of afknelling, vooral in de buurt van stekkers en uitgangen en op de plaats waar deze het apparaat verlaten.
  11. GEBRUIK UITSLUITEND door de fabrikant gespecificeerde hulpstukken/accessoires.
  12. GEBRUIK het apparaat UITSLUITEND in combinatie met een door de fabrikant gespecificeerde wagen, standaard, driepoot, beugel of tafel of met een meegeleverde ondersteuning. Wees bij gebruik van een wagen voorzichtig tijdens verplaatsingen van de wagen/apparaat-combinatie om letsel door omkantelen te voorkomen.

  13. HAAL de stekker van dit apparaat uit de contactdoos tijdens onweer/bliksem of wanneer het lange tijd niet wordt gebruikt.
  14. Laat onderhoud altijd UITVOEREN door bevoegd servicepersoneel. Onderhoud moet worden uitgevoerd wanneer het apparaat op enigerlei wijze is beschadigd, bijvoorbeeld beschadiging van netsnoer of stekker, vloeistof of voorwerpen in het apparaat zijn terechtgekomen, het apparaat is blootgesteld aan regen of vocht, niet naar behoren werkt of is gevallen.
  15. STEL het apparaat NIET bloot aan druppelend en rondspattend vocht. PLAATS GEEN voorwerpen gevuld met vloeistof, bijvoorbeeld een vaas, op het apparaat.
  16. De NETSTEKKER of een koppelstuk van het apparaat moet klaar voor gebruik zijn.
  17. Het door het apparaat verspreide geluid mag niet meer zijn dan 70 dB(A).
  18. Apparaten van een KLASSE I-constructie moeten worden aangesloten op een WANDCONTACTDOOS met beschermende aardaansluiting.
  19. Stel dit apparaat niet bloot aan regen of vocht om het risico op brand of elektrische schokken te verminderen.
  20. Probeer dit product niet te wijzigen. Wanneer dit wel gebeurt, kan lichamelijk letsel optreden en/of het product defect raken.
  21. Gebruik dit product binnen de gespecificeerde bedrijfstemperaturen.

WAARSCHUWING

HET BELUISTEREN VAN AUDIO OP EEN TE HOOG VOLUME KAN PERMANENTE GEHOORBESCHADIGING VEROORZAKEN. GEBRUIK EEN ZO LAAG MOGELIJK VOLUME. Langdurige blootstelling aan te hoge geluidsniveaus kan gehoorbeschadiging veroorzaken met een permanent gehoorverlies als gevolg. Volg de volgende richtlijnen, opgesteld door de Occupational Safety Health Administration (OSHA), voor de maximale blootstellingstijd aan geluidsdrukniveaus voordat gehoorbeschadiging optreedt.

90 dB SPL

gedurende 8 uur

95 dB SPL

gedurende 4 uur

100 dB SPL

gedurende 2 uur

105 dB SPL

gedurende 1 uur

110 dB SPL

gedurende een halfuur

115 dB SPL

gedurende 15 minuten

120 dB SPL

Voorkom dit volume, anders kan schade optreden

VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET BELUISTEREN

Luister niet lange tijd met een hoog volume om mogelijke gehoorbeschadiging te voorkomen.

VEILIGHEIDSMAATREGELEN

De mogelijke gevolgen van onjuist gebruik worden aangegeven door een van de twee symbolen —'WAARSCHUWING' en 'VOORZICHTIG'—, afhankelijk van de mate waarin het risico geldt en de zwaarte van de gevolgen.

WAARSCHUWING: Wanneer deze waarschuwingen worden genegeerd, kan dit resulteren in ernstig of fataal letsel als gevolg van onjuist handelen.
VOORZICHTIG: Wanneer deze waarschuwingen worden genegeerd, kan dit resulteren in letsel of schade aan eigendommen als gevolg van onjuist handelen.

WAARSCHUWING

  • Als water of een vreemd voorwerp binnendringt in de binnenzijde van het apparaat, kan dat brand of elektrische schokken tot gevolg hebben.
  • Probeer dit product niet te wijzigen. Wanneer dit wel gebeurt, kan lichamelijk letsel optreden en/of het product defect raken.

WAARSCHUWING: Batterijen mogen niet worden blootgesteld aan grote hitte, zoals direct zonlicht, vuur, enzovoort.

CAUTION

  • Never disassemble or modify the device, as failures may result.
  • Do not subject to extreme force and do not pull on the cable or failures may result.
  • Keep the product dry and avoid exposure to extreme temperatures and humidity.

低功率電波輻射性電機管理辦法

第十二條

經型式認證合格之低功率射頻電機,非經許可,公司、商號或使用者均不得擅自變更頻率、加大功率或變更原設計之特性及功能。 第十四條

低功率射頻電機之使用不得影響飛航安全及干擾合法通信;經發現有干擾現象時,應立即停用,並改善至無干擾時方得繼續使用。前項合法通信,指依電信法規定作業之無線電通信。低功率射頻電機須忍受合法通信或工業、科學及醫療用電波輻射性電機設備之干擾。

PSM 900

Het draadloze persoonlijk controlesysteem PSM® 900 van Shure biedt een ongeëvenaarde combinatie van uitstekende geluidskwaliteit, gedegen RF en toonaangevende functies voor de meest veeleisende professionele toepassingen. De gepatenteerde Audio Reference Companding-technologie en geavanceerde verwerkingstechnologie voor digitale signalen biedt uitstekende scheidingsmogelijkheden voor stereo en helder geluid. Het uitzonderlijke lineaire karakter van de zender vergroot de intermodulatie van frequenties aanzienlijk, waardoor meer kanalen per frequentieband mogelijk zijn. De gepatenteerde CueMode-technologie stelt geluidstechnici in staat om met een druk op de knop verschillende podiummixen te bekijken.

Kenmerken

Ongeëvenaarde geluidskwaliteit

  • Bodypack-ontvangers met geavanceerde verwerkingstechnologie voor digitale signalen bieden meer ‘hoofdruimte’, verbeterde scheiding van stereogeluid en een hogere geluidsgetrouwheid.
  • De gepatenteerde Audio Reference Companding zorgt voor natuurlijk en transparant geluid.
  • Verkrijgbaar met geluidsisolerende™ SE425-hoofdtelefoons van Shure met dubbele HD-microdrivers voor nauwkeurige en gebalanceerde audiorespons.

Gedegen RF-prestaties

  • P9RA+-bodypack-ontvangers bieden beter signaalontvangst en een beter signaalbereik.
  • De nauwkeurige front-end RF-filtering vermindert RF-interferentie en zorgt voor een schoner, sterker RF-signaal, minder signaaluitval en minder hoorbare artefacten.
  • Doordat de zender uitzonderlijk lineair is, wordt de intermodulatie van frequenties enorm verminderd en kunnen er tot wel 20 compatibele kanalen per frequentiebereik worden gebruikt.
  • De automatische regeling van RF-versterking voorkomt signaalverstoring vanwege RF-overbelasting voordat deze overbelasting de prestaties kan beïnvloeden.

Toonaangevende configuratie- en bedieningsfuncties

  • Met CueMode kunnen mengsignalen in verschillende stadia worden gecontroleerd. Per bodypack kunnen maximaal 20 afzonderlijke kanalen worden opgeslagen voor snelle en eenvoudige referentie.
  • RF-dempingsschakelaar op het voorpaneel schakelt RF-transmissie in of uit tijdens de configuratie.
  • ‘Scan and Sync’ scant de RF-omgeving met het bodypack en wijst een vastgestelde groep en vastgesteld kanaal toe aan uw systeem via een draadloze IR-koppeling.
  • Met de MixMode®-technologie kan een bodypack-gebruiker twee afzonderlijke audiokanalen combineren om tegelijkertijd met beide oren te luisteren of twee onafhankelijke IFB-programmafeeds verzenden. De balansregeling op het bodypack wordt aangepast aan de relatieve niveaus van elk audiosignaal.
  • De parametrische verevenaar met vier banden biedt de gebruiker mogelijkheden om de frequentie aan te passen voor een volledig aangepast geluid.

Geavanceerde opties voor opladen

  • De oplaadbare SB900A-lithium-ionbatterij biedt een langere gebruiksduur en nauwkeurige mogelijkheden om de resterende gebruiksduur en informatie over de oplaadcyclus bij te houden.
  • De SCB800-US-lader met acht compartimenten kan maximaal acht SB900-batterijen binnen twee uur volledig opladen en heeft ledlampjes die de oplaadstatus van elke batterij aangeven.
  • De SBC200-oplader met dubbele dock is geschikt voor SB900A, P3RA, P9RA+, P10R+, digitale draadloze QLX-D®-systemen en digitale draadloze ULX-D®-systemen en met en zonder voeding verkrijgbaar.
  • De SBC220-oplader met dubbele dock en netwerkfunctie is geschikt voor SB900A, PSM 300 (alleen P3RA), PSM 900 (alleen P9RA+), PSM 1000 (alleen P10R+), het digitale draadloze QLX-D-systeem, het digitale draadloze ULX-D-systeem en Axient® Digital (alleen AD1 en AD2) en is met en zonder voeding verkrijgbaar. Als de SBC220 op een netwerk is aangesloten, kan de informatie over de batterij van elke zender op afstand worden weergegeven.

Componenten

  • P9T: rack-zender
  • P9RA+: bodypack-ontvanger
  • PS43: voeding
  • Beschermende stootranden met 8 schroeven

Benodigdheden voor rekmontage

① Rack-oor, kort

② Rack-oor, lang

③ Koppelingsbalk voor het bevestigen op soortgelijke rack-eenheid

④ 2 pluggen voor antenneopening

⑤ 8 schroeven voor rack-oor

⑥ 4 bouten met ringen voor rekmontage

⑦ Verlengkabels en stekkers voor antennes die aan de voorkant moeten worden bevestigd

Snel aan de slag

Zender voor rack-montage

  1. Sluit aan op een voeding met behulp van de meegeleverde netstroomadapter.
  2. Bevestig de meegeleverde antennes aan de BNC-connectoren antenna out.
  3. Sluit de audiobron, zoals de uitgang van een mengtafel, aan op de audio-ingangen. U kunt beide ingangen gebruiken of een van beide kiezen voor monobron.
    • Open voor mono (een ingang) het menu Audio en selecteer Mono.
    • Stel de ingangsgevoeligheid zo in dat deze overeenkomt met de bron; selecteer daarvoor Audio  INPUT in het configuratiemenu op het lcd-scherm: Aux (-10dBV) of Line (+4dBu).

  4. Zorg dat de RF-schakelaar is uitgeschakeld. Schakel de voeding in.
  5. Stel het niveau van de audiobron zo af dat, voor het gemiddelde ingangssignaalniveau, de bovenste twee gele LED's knipperen en de onderste LED's continu oplichten.
    • De ingangen worden overstuurd als het rode ledlampje voor oversturing brandt. Verlaag het niveau met de knoppen ▼▲ of wijzig de ingangsgevoeligheid naar +4 dBu.
    • Wijzig de ingangsgevoeligheid naar –10 dBV als het signaalniveau te laag is.

Bodypack

Plaats de batterijen en bevestig de antenne. Schakel het bodypack in met de volumeknop. Het lampje van de batterij gaat nu branden.

Scannen en synchroniseren

  1. Druk op de knop scan op het bodypack. Het display knippert en geeft SYNC NOW... weer.
  2. Lijn de IR-vensters op het bodypack en rack uit en druk op de knop sync. De ledlampjes Level van de rack knipperen en er wordt SYNC SUCCESS weergegeven.
  3. Schakel de RF-schakelaar in. Het blauwe RF-ledlampje op het bodypack brandt om aan te geven dat de zender wordt gedetecteerd. Het bodypack geeft ook de sterkte van het RF-signaal (RF) weer.
  4. Belangrijk: Draai het volume op het bodypack omlaag voordat u de hoofdtelefoon aansluit.
  5. Steek de oortelefoon erin en draai langzaam het volume omhoog.

Zender voor rack-eenheid

Bedieningselementen frontpaneel

① Ingangsniveauregeling en display

Stel met de knoppen ▼▲ het audiosignaal zo af dat, voor het gemiddelde ingangssignaalniveau, de bovenste twee gele LED's knipperen en de onderste LED's continu oplichten. De rode clip LED geeft aan dat de ingangen worden overstuurd. Verminder het niveau bij de audiobron of wijzig de ingangsgevoeligheid van de rack-eenheid vanuit het AUDIO > INPUT menu.

② Statusdisplay en menubedieningselementen

Gebruik de knoppen enter en exit en het menuwiel om het configuratiemenu te openen. Druk op het menuwiel om de cursor naar het volgende item te verplaatsen. Draai aan het menuwiel om een parameter te wijzigen—de knop enter gaat knipperen. Druk hierop om de waarde op te slaan. Druk op de knop exit om wijzigingen te annuleren en naar het vorige menu terug te keren.

③ Synchronisatieknop

Druk op de knop sync wanneer de IR-vensters van rack-eenheid en bodypack zijn uitgelijnd om de instellingen over te zetten.

④ Hoofdtelefooncontrole

Met de volumeregeling wordt de signaaluitgang naar de 3,5 mm hoofdtelefoonbus geregeld. OPMERKING: de uitgangssignalen van het achterpaneel worden niet beïnvloed.

⑤ RF-schakelaar

Hiermee wordt het RF-uitgangssignaal gedempt. Voor het opstellen van meerdere systemen of het afstellen van instellingen zonder ongewenste RF- of audiosignalen.

⑥ Aan/uit-knop

Hiermee wordt de eenheid in- of uitgeschakeld.

Connectors achterpaneel

⑦ Voeding

Sluit de zender op een voedingsuitgang aan met de meegeleverde voedingsadapter.

LOOP OUT

Stuurt een kopie van het audiosignaal dat de zender binnengaat naar een ander apparaat. Zie LUSTOEPASSINGEN.

⑨ Audio-ingangen

Maakt een verbinding met gebalanceerde of ongebalanceerde uitgangen. Gebruik een van de twee connectors als mono-ingang. Geschikt voor zowel 1/4-inch- als mannetjes XLR-connectors.

⑩ Antenne (BNC)

Bevestig de meegeleverde antenne. Gebruik bij rack-montage een frontpaneel of externe montageset van Shure.

Configuratiemenu

Opmerking: Configuratiemenu-items zijn afhankelijk van regionale modelvarianten.

RF-instellingen

RADIO

G

Hiermee wordt het groepsnummer ingesteld

CH

Hiermee wordt het kanaalnummer ingesteld

888.888MHz

Handmatige frequentieselectie

RF POWER

Selecteer uit 10, 50 of 100 mW (is regio-afhankelijk)

Audio-instellingen

AUDIO > MODE

Hiermee wordt de monitormodus geselecteerd

STEREO/MX

Hiermee worden beide kanalen verzonden

MONO

Hiermee wordt een monosignaal naar een bodypack verzonden

AUDIO > INPUT

Hiermee wordt het nominaal ingangsniveau ingesteld

LINE +4 dBu

lijnniveau

AUX -10dBV

aux-niveau

Hulpprogramma's en weergave-instellingen

UTILITIES

EDIT NAME

Hiermee wordt de naam op het LCD-display gewijzigd (deze naam wordt geüpload naar het bodypack tijdens synchronisatie)

DISPLAY

Hiermee wordt de display-indeling gewijzigd

CONTRAST

Hiermee wordt het contrast van het display gewijzigd

CUSTOM GROUP

Voor het maken van aangepaste frequentiegroepen

UTILITIES > LOCK PANEL

Hiermee worden de bedieningselementen van het voorpaneel vergrendeld. Druk om te ontgrendelen op exit, selecteer UIT en druk op enter.

MENU+LEVEL

Hiermee worden de bedieningselementen van het menu en niveau vergrendeld.

MENU ONLY

Hiermee wordt alleen het configuratiemenu (bedieningselementen menu) vergrendeld.

MENU+SWITCH

Hiermee worden alle bedieningselementen vergrendeld, behalve de niveauknoppen (inclusief de RF- en voedingsschakelaars).*

ALL

Hiermee worden alle bedieningselementen vergrendeld (inclusief de RF- en voedingsschakelaars).*

*RF wordt automatisch geactiveerd indien vergrendeld. Wanneer u de eenheid ontgrendelt, schakelen de RF en voeding uit als de schakelaars zijn uitgezet.

UTILITIES > RX SETUP

Deze instellingen worden tijdens een synchronisatie naar het bodypack verzonden (wanneer de synchronisatierichting vanaf de zender loopt). Met de standaardparameter KEEP worden de bodypack-instellingen niet gewijzigd.

LOCK

Bodypack vergrendelen

V LIMIT

Volumebegrenzer

LIM VAL

Waarde volumebegrenzer

MODE

Stereo (ST) of MixMode (MX)

BAL MX

Mengsignaal van CH. 1 (L) en CH. 2 (R) voor MixMode

BAL ST

Balans links (L) en rechts (R) voor stereomodus

HIBOOST

versterking voor hoge frequenties

UTILITIES > RESET SYSTEM

Hiermee worden alle instellingen terug op fabrieksstandaarden gezet.

NO

Afsluiten en systeem niet resetten.

YES

Reset de systeeminstellingen.

Bodypack-ontvanger

① Voedingsschakelaar en volumeregeling

Hiermee wordt het bodypack in- of uitgeschakeld en het oortelefoonvolume afgesteld.

② 3,5 mm-aansluiting voor hoofdtelefoon

Steek hier de oortelefoon in.

③ Scanknop

Druk op de scanknop om een beschikbare frequentie te vinden. Houd de knop twee seconden ingedrukt om de groep met de meeste beschikbare kanalen te vinden.

④ IR-venster

Voor overzetten van instellingen tussen bodypack en rack-eenheid.

⑤ Batterijcompartiment

Vereist 2 AA-batterijen en een oplaadbare batterij van Shure. Druk op de vergrendelingen aan weerszijden en trek om het klepje te openen.

⑥ Menuknoppen

Gebruik deze in combinatie met de knoppen ▼▲ om naar de configuratiemenu’s te gaan.

⑦ Knoppen ▼▲

Gebruik deze om de audiomix af te stellen (alleen in MixMode) of in combinatie met de menuknoppen om de instellingen te wijzigen.

⑧ Lcd-scherm

Geeft actuele instellingen en menu's weer.

⑨ Driekleurig ledlampje voor batterij

Brandt groen, oranje of rood om het vermogen van de batterij weer te geven; laad de batterij direct op als het lampje rood is.

⑩ Blauw ledlampje voor RF

Geeft aan dat het bodypack een signaal van de zender ontvangt.

⑪ SMA-connector

Voor verwijderbare antennes.

⑫ Verwijderbare AA-adapter

Verwijderen om te gebruiken met een Shure SB900 oplaadbare batterij.

NB: Open het klepje en schuif deze naar buiten om de adapter te verwijderen. Plaats de adapter terug door deze over de klem te drukken; er klinkt een klikgeluid wanneer deze op zijn plaats komt.

Batterijlevensduur

Batterij-indicator Driekleurige batterij-LED Resterend aantal uren bij benadering (u:mm)
Alkaline Shure SB900A Rechargeable Battery
Volumeniveau Volumeniveau
4 6 8 4 6 8
Groen 6:00 tot 3:50 4:20 tot 2:45 3:15 tot 2:05 8:00 tot 3:45 6:45 tot 3:45 6:00 tot 3:45
Groen 3:50 tot 2:50 2:45 tot 2:00 2:05 tot 1:30 3:45 tot 2:45 3:45 tot 2:45 3:45 tot 2:45
Groen 2:50 tot 1:15 2:00 tot 1:00 1:30 tot 0:50 2:45 tot 1:45 2:45 tot 1:45 2:45 tot 1:45
Groen 1:15 tot 0:25 1:00 tot 0:20 0:50 tot 0:20 1:50 tot 0:55 1:50 tot 0:55 1:50 tot 0:55
Oranje 0:25 tot 0:15 0:20 tot 0:10 0:20 tot 0:10 0:55 tot 0:25 0:55 tot 0:25 0:55 tot 0:25
Rood < 0:15 < 0:10 < 0:10 < 00:25 < 00:25 < 00:25
Totale batterijgebruiksduur 6:00 4:20 3:15 8:00 6:45 6:00

Energiebesparende modus: als er gedurende 5 minuten geen hoofdtelefoon is aangesloten, schakelt de ontvanger over naar de energiebesparende modus om de gebruiksduur van de batterij te verlengen. In deze modus knippert het ledlampje langzaam aan en uit en geeft het ledlampje blijvend de kleur weer die overeenkomt met de resterende batterijlevensduur.

NB: De gebruiksduur van de batterij met Energizer alkaline AA-batterijen onder de volgende omstandigheden:

  • Audio van ontvanger ingesteld op V LIMIT = 0dB
  • Audio zender INPUT ingesteld op Line+4 dBu and Level ingesteld op −9 dB
  • Audio-ingangssterkte naar de zender: roze ruis bij +8.7 dBV
  • Audio-vermogen bij ontvanger: 115 dB SPL in het oor met volumeniveau van SE425-oortelefoon (impedantie bij 22 Ώ) ingesteld op 4.

NB: Bij gebruik van een hoofdtelefoon met een lagere impedantie of een afwijkende gevoeligheid, een ander type batterij en een hogere versterkingsinstelling in het PSM-systeem kan de batterijgebruiksduur van de ontvanger anders zijn dan is gespecificeerd.

Roze ruis is een signaal met een frequentiespectrum waarbij de spectrale vermogensdichtheid omgekeerd evenredig is met de frequentie. Bij roze ruis bevat elk octaaf een gelijke hoeveelheid ruisvermogen.

Configuratiemenu

RF-instellingen

Open de volgende RF-instellingen van het menu RADIO.

RADIO

G:

Groepsnummer. Elke groep bevat geselecteerde kanalen die goed samenwerken in een enkelvoudige installatie.

CH:

Kanaalnummer. Hiermee wordt de ontvanger ingesteld op een kanaal in de geselecteerde groep.

888.888 MHz

Geeft de frequentie weer waarop de ontvanger is ingesteld. Markeer deze waarde en stel met de knoppen ▼▲ een specifieke frequentie in.

SQUELCH

Hiermee wordt de instelling voor ruisblokkering afgesteld.

RF PAD

Verzwakt antennesignalen in stappen van 3 dB.

Audio-instellingen

Open de volgende audio-instellingen van het menu Audio.

Uitgangsmodus (MODE)

STEREO

Ontvang linker- en rechteringangen in als een stereosignaal

MIXMODE®

Stel uw ontvanger in zodat het linker- en rechterkanaal worden gecombineerd en u met beide oren tegelijk kunt luisteren, of sleep om alleen het linker- of rechterkanaal te horen.

Parametrische verevenaar met vier banden (EQ)

De parametrische verevenaar is onderverdeeld in vier frequentiebanden: LOW, LOW MID, HIGH MID en HIGH. Als de EQ is ingeschakeld, kunnen de volgende parameters worden ingesteld.

FREQUENCY

Selecteer de middenfrequentie van de band voor versterking/verzwakking

Q

Hiermee wordt de breedte en steilheid van de frequentieband (gemeten in octaven) afgeregeld

GAIN

Regelbaar in stappen van 2 dB van -6 dB (verzwakking) tot +6 dB (versterking)

NB: HIGH en LOW zijn vlakfilters en hebben daarom geen instelbare Q-breedtes. Het vlak HIGH is vastgesteld op 10 kHz; het vlak LOW is vastgesteld op 100 Hz.

Volumebegrenzer (V LIM)

V LIM

Stel een waarde (van OFF tot -48 dB, instelbaar in stappen van 3 dB) in om het hoogst mogelijke volumeniveau te dempen. Wanneer de volumeknop door het hele bewegingsbereik wordt gedraaid, heeft dit nog wel gevolgen voor het volume: de limiet versmalt het bereik van de dB-aanpassing gewoon.

NB: Het geluidssignaal wordt niet door de volumebegrenzing gecomprimeerd.

Volumevergrendeling (V LOCK)

ON

Het volume wordt vergrendeld tot de fysieke positie van de volumeknop

V LOCK blijft ingeschakeld totdat de voeding van de ontvanger wordt uit- en ingeschakeld

EQ-voorinstelling voor ingang (EQPre)

De EQ voor de ingang is van invloed op het signaal nadat het naar de ontvanger is verzonden, maar vóór de uitgang van de hoofdtelefoon, waardoor het algehele geluid van het gehele systeem wordt gewijzigd.

Match (standaard)

Stemt af op de frequentierespons van oude PSM-ontvangers, waardoor afgestemde audio mogelijk is in configuraties met uiteenlopende apparaten.

Flat

Biedt een vlakke frequentieresponskromme

Off

Audio omzeilt de EQ voor de ingang

Balans (BAL ST / BAL MIX)

BAL ST / BAL MX

Balans

Knoppen ▼▲

Balans links en rechts voor hoofdtelefoons in stereomodus of combinatie van linker- en rechterkanaal voor MixMode

Hulpprogramma's en weergave-instellingen

Open de volgende instellingen van het menu UTILITIES.

UTILITIES

CUEMODE

Hiermee wordt CUEMODE geopend. (Druk op enter en selecteer EXIT CUEMODE om af te sluiten)

DISPLAY

Hiermee worden de weergave-instellingen op het bodypack gewijzigd

CONTRAST

Hiermee wordt de weergavehelderheid ingesteld op hoog, laag of gemiddeld.

LOCK PANEL

Hiermee worden alle bedieningselementen vergrendeld, behalve die voor de voeding en het volume. Druk op exit, selecteer OFF en druk op enter om te ontgrendelen.

BATTERY

Geeft het volgende weer: Hrs: Min Left, temperature, Status, Cycle Count en Health.

RESTORE

Hiermee wordt de ontvanger teruggezet op de standaard fabrieksinstellingen.

Meerdere systemen installeren

Laat bij het installeren van meerdere systemen een enkelvoudig bodypack naar beschikbare frequenties scannen en download deze dan naar alle rekeenheden.

Het bodypack moet van dezelfde frequentieband zijn als de zenders.

  1. Schakel alle rekeenheden in. Schakel de RF uit. (Hierdoor kunnen deze geen storing bij de frequentiescanprocedure veroorzaken.)

    Opmerking: Schakel alle andere draadloze of digitale apparaten in zoals dit ook het geval is tijdens de uitvoering of presentatie (zodat de scanprocedure deze waarneemt en opgewekte storingen ervan kan ontwijken).

  2. Gebruik het bodypack in de modus scan for a group (voor een groep scannen) door de knop scan (scannen) twee seconden in te drukken. Het bodypack toont de groep en het aantal beschikbare kanalen en knippert SYNC NOW... (NU SYNCHRONISEREN...).

    Belangrijk: Let op het aantal beschikbare kanalen. Als u meer rekeenheden hebt dan beschikbare kanalen, elimineert u potentiële storingsbronnen en probeert u het opnieuw of neemt u voor hulp contact op met Shure Applications.

  3. Synchroniseer het bodypack met de eerste rekeenheid door de IR-vensters uit te lijnen en op sync (synchroniseren) te drukken.
  4. Druk nogmaals op scan (scannen) op het bodypack om naar de volgende beschikbare frequentie te zoeken.
  5. Synchroniseer het bodypack met de volgende rekeenheid.
  6. Herhaal dit voor alle rekeenheden.
  7. Synchroniseer elk bodypack van iedere performer met de desbetreffende rekeenheid door de IR-vensters uit te lijnen en op sync (synchroniseren) te drukken. DRUK NIET op scan (scannen) op de bodypacks.
  8. Schakel de RF op alle rekeenheden in. De systemen zijn klaar voor gebruik.

CueMode

Via CueMode kunt u de naam- en frequentie-instellingen van meerdere rekeenheden uploaden en deze als lijst op een enkelvoudig bodypack opslaan. U kunt dan, op elk moment, door de lijst bladeren om de audiomix van elke zender te horen, net zoals iedere performer dit doet tijdens een uitvoering.

CueMode-lijsten worden bewaard, zelfs als CueMode wordt afgesloten, het bodypack wordt uitgeschakeld of de batterijen worden verwijderd.

Opmerking: Stel de kanaalfrequentie in en geeft elke zender een weergavenaam voordat u uw CueMode-lijst samenstelt.

Zenders toevoegen aan de CueMode-lijst

Opmerking: De zender moet van dezelfde frequentieband zijn als het bodypack.

  1. Open de batterijklep en druk op de knop enter (invoeren).
  2. Blader vanuit het hoofdmenu naar UTILITIES (HULPPROGRAMMA'S) en druk op enter (invoeren). Selecteer CueMode en druk nogmaals op enter (invoeren).
  3. Lijn de IR-vensters uit en druk op sync (synchroniseren) op de rekeenheid.

    Op het LCD verschijnt SYNC SUCCESS (SYNCHRONISATIE SUCCESVOL) nadat de frequentie- en naamgegevens naar de CueMode-lijst zijn geüpload. Het CueMode-nummer voor die zender en het totale aantal zenders worden ook weergegeven.

  4. Herhaal de bovenstaande stap voor elke zender.

Opmerking: Door de synchronisatie in CueMode worden er geen instellingen op het bodypack gewijzigd.

Proefmixen beluisteren

  1. Open CueMode vanuit het menu UTILITIES (HULPPROGRAMMA'S).
  2. Blader met de ▼▲ knoppen door uw CueMode-lijst om naar de mixen te luisteren.

CueMode afsluiten

Sluit CueMode af door op enter (invoeren) te drukken en EXIT CUEMODE (CUEMODUS AFSLUITEN) te selecteren.

CueMode-mixen beheren

In CueMode kunt u het volgende menu openen door op enter (invoeren) te drukken:

REPLACE MIX (MIX VERVANGEN)

Selecteer dit en druk op synchroniseren op een rekeenheid om nieuwe gegevens voor de huidige mix te uploaden (bijvoorbeeld, als u de zenderfrequentie hebt gewijzigd).

DELETE MIX (MIX VERWIJDEREN)

Hiermee wordt de geselecteerde mix verwijderd.

DELETE ALL (ALLE VERWIJDEREN)

Hiermee worden alle mixen verwijderd.

EXIT CUEMODE (CUEMODE AFSLUITEN)

Hiermee wordt CueMode afgesloten en keert het bodypack terug naar de vorige frequentie-instelling.

Frequentiescanprocedure

Analyseer de RF-omgeving op interferentie via een frequentiescanprocedure en bepaal de beschikbare frequenties.

  • Channel Scan (Kanaal scannen) Druk op de scanknop op het bodypack. Vindt het eerste beschikbare kanaal.
  • Group Scan (Groep scannen) Houd de scanknop twee seconden ingedrukt. Vindt de groep met het grootste aantal beschikbare kanalen. (Elke groep bevat een serie frequenties die compatibel zijn wanneer meerdere systemen in dezelfde omgeving worden gebruikt.)

Opmerking: Bij het uitvoeren van een frequentiescanprocedure:

  • De RF op de zenders voor de systemen die u instelt uitschakelen. (Dit voorkomt dat deze de frequentiescan verstoren.)
  • Mogelijke storingsbronnen zoals andere draadloze systemen of toestellen, computers, cd-spelers, grote LED-panelen, effectenverwerkers en digitale rack-apparatuur zodanig inschakelen dat ze werken zoals tijdens de presentatie of uitvoering (zodat de scan eventueel gegenereerde storing detecteert en vermijdt).

Sync (Synchroniseren)

U kunt in beide richtingen frequentie-instellingen overzetten: van het bodypack naar de rekeenheid of van de rekeenheid naar het bodypack.

Opmerking: U kunt er ook voor kiezen om tijdens een synchronisatie andere instellingen naar het bodypack over te zetten, zoals vergrendelings- of modusinstellingen, via het Sync > RxSetup menu op de zender in het rek.

Instellingen van het bodypack downloaden

  1. Druk op de knop scan op het bodypack.
  2. Lijn de IR-vensters uit en druk in het LCD-menu van de zender in het rek op de knop sync wanneer het bodypack-display "SYNC NOW..." knippert.

De niveau-LED's op de rekeenheid knipperen.

Instellingen naar het bodypack sturen

  1. Druk op de knop Sync op de zender in het rek om het menu Sync te openen.
  2. Lijn de IR-vensters uit.

    Bij een goede uitlijning licht het IR-venster van de zender op.

  3. Druk op Sync om de instellingen over te zetten

    De blauwe LED op het bodypack knippert.

MixMode

Sommige artiesten willen hun eigen stem of instrument beter horen, terwijl anderen meer van de band willen horen. Met MixMode maakt de artiest zijn eigen mix met behulp van de balansregel (de knoppen ▼▲) op het bodypack.

Gebruik MixMode door een solomix van de artiest naar de ingang L/CH1 op de zender en een bandmix naar ingang R/CH2 te sturen.

Stel het bodypack van de artiest in voor de MixMode. Het bodypack combineert de twee signalen en stuurt deze naar beide hoofdtelefoons, terwijl de balansregeling op het bodypack de relatieve niveaus voor elk signaal afstelt.

Verstuur voor IFB-toepassingen twee onafhankelijke programmafeeds naar de ingangen L/CH1 en R/CH2 van de zender. Met MixMode kan de regisseur of uitzender zijn eigen feed beluisteren met behulp van de balansregeling (knoppen ▼▲) op het bodypack door de knop naar een van beide audiosignalen te schuiven.

LUSTOEPASSINGEN

Stuur met de L- (linker) en R- (rechter) uitgangssignalen van LOOP OUT (LUSUITGANG) een kopie van het audiosignaal dat de zender binnengaat naar andere apparaten. Hieronder vindt u enkele van de vele toepassingen voor deze uitgangssignalen.

Opmerking: De ingangsniveauregeling en de ingangs-pad hebben geen invloed op de signalen van LOOP OUT (LUSUITGANG).

MixMode voor meerdere systemen

Configureer elk systeem voor de MixMode. Stuur vanaf de mengconsole een mix van de gehele band naar ingang 2 van de eerste zender. Sluit de LOOP OUT R-uitgang aan op de R/CH2-ingang van de volgende zender. Lus zo alle zenders door.

Maak vervolgens solomixen voor elke artiest en stuur elke mix naar ingang 1 van de zender van de bewuste artiest.

Vloermonitors

Stuur de audio van de LUSUITGANGEN naar de podiumluidsprekers. Het bodypack en de podiummonitors ontvangen dezelfde audiosignalen.

Opmerking: De audiosignalen van de LUSUITGANGEN kunnen geen passieve luidsprekers aansturen en moeten naar een vermogensversterker of een actieve luidspreker worden gestuurd.

Opnameapparaten

Sluit voor de opname van een uitvoering de LUSUITGANGEN aan op de ingangen van een opnameapparaat.

Squelch (ruisblokkering)

De ruisblokkering dempt audio die door het bodypack wordt verzonden als het RF-signaal ruis bevat. Wanneer de ruisblokkering is geactiveerd, gaat het blauwe ledlampje op het bodypack uit.

De ruisblokkering hoeft in de meeste gevallen niet te worden aangepast en voorkomt dat de artiest gesis of ruis hoort als het RF-signaal wordt aangetast. In omgevingen met veel RF of in de buurt van bronnen die RF-signalen kunnen verstoren (zoals grote led-videopanelen) moet de ruisblokkering echter mogelijk worden verlaagd om overmatige audiodemping te voorkomen. Bij lagere instellingen voor de ruisblokkering kan de artiest mogelijk meer ruis of gesis horen, maar ervaart hij minder audiodemping.

Belangrijk: probeer voordat de ruisblokkering wordt verlaagd het probleem uit te bannen door de beste set frequenties voor uw installatie te zoeken en potentiële storingsbronnen te verwijderen.

Let op: het uitschakelen of verlagen van de instelling voor de ruisblokkering kan het ruisniveau verhogen en ongemak voor de artiest opleveren.

  • Verlaag de instelling voor de ruisblokkering alleen als het absoluut noodzakelijk is.
  • Zet het oortelefoonvolume in de laagste instelling voordat u de ruisblokkering afstelt.
  • Wijzig de instelling voor de ruisblokkering niet tijdens een uitvoering.
  • Verhoog de instelling level van de zender om geruis of gesis minder hoorbaar te maken.

Squelch-instellingen

HIGH (NORMAL) Fabrieksinstelling
MID Zorgt voor matige vermindering van de signaal-ruisverhouding die nodig is voor ruisblokkering van de ontvanger.
LOW Zorgt voor een sterk verlaagde ruis-squelchdrempel.
PILOT ONLY* Hiermee wordt de ruisblokkering uitgeschakeld en blijft alleen de piloottoon ingeschakeld.
NO SQUELCH* Schakelt ruis en ruisblokkering voor de proeftoon uit. (Wordt soms als diagnosemiddel door monitortechnici of RF-coördinators ingezet om naar de RF-omgeving te 'luisteren'.)
* Symbool verschijnt in displayvenster.

Draadloze audio van punt tot punt

Gebruik de PTP-modus om een P9T informatie naar een UHF-R-ontvanger te laten verzenden. Zo is een zender- en ontvangeropstelling mogelijk waarbij beide eenheden zich in een rek bevinden en van AC-voeding worden voorzien.

Bezoek voor meer informatie: www.shure.com/americas/products/personal-monitor-systems

Productgegevens

PSM 900

RF-draaggolfbereik

470–952 MHz

per regio verschillend

Compatibele frequenties

Per frequentieband 20

Afstemmingsbandbreedte

3640 MHz

Opmerking: per regio verschillend

Werkbereik

omgevingsafhankelijk

90 m (300 ft)

Stereo-scheiding

60 dB

Audiofrequentiekarakteristiek

35 Hz 15 kHz (±1 dB)

Signaal/ruis-verhouding

A-gewogen

90 dB (normaal)

Totale harmonische vervorming

ref. afwijking ±34 kHz bij 1 kHz

<0.8% (normaal)

Companding

Shure Audio Reference Companding, gepatenteerd

Parasitaire onderdrukking

ref. 12 dB SINAD

>80 dB (normaal)

Frequentiestabiliteit

±2,5 ppm

MPX-piloottoon

19 kHz (±0,3 kHz)

Modulatie

FM*, MPX-stereo

*ref. afwijking ±34 kHz bij 1 kHz

Bedrijfstemperatuur

-18°C tot +57°C

P9T

RF-uitgangsvermogen

selecteerbaar: 10, 50, 100 mW (+20 dBm)

RF-uitgangsimpedantie

50 Ω (normaal)

Nettogewicht

850 g

Afmetingen

42 x 197 x 177 mm, H x B x D

Voedingsvereiste

15 V DC, 415 mA, normaal

Audio-ingang

Connectortype

XLR- en 6,35 mm (1/4") TRS-combinatie

Polariteit

XLR Niet-inverterend (pen 2 positief ten opzichte van pen 3)
6,35 mm (1/4") TRS Punt positief ten opzichte van ring

Configuratie

Elektronisch gebalanceerd

Impedantie

70,2 kΩ (werkelijk)

Nominaal ingangsniveau

schakelbaar: +4 dBu, –10 dBV

Maximaal ingangsniveau

+4 dBu +29, dBu
-10 dBV +12, dBu

Pentoewijzingen

XLR 1=massa, 2=signaalvoerend, 3=spanningsloos
6,35 mm (1/4") TRS Punt=signaalvoerend, ring=spanningsloos, mantel=massa

Bescherming fantoomvoeding

Max. 60 V DC

Audiouitgang

Connectortype

6,35 mm (1/4") TRS

Configuratie

Elektronisch gebalanceerd

Impedantie

Rechtstreeks aangesloten op ingangen

P9RA

RF-filtering voorzijde

–3 dB bij 30,5 MHz vanuit middenfrequentie van elke band

Actieve RF-versterkingsregeling

31 dB

Stelt RF-gevoeligheid af voor een groter dynamisch RF-bereik

RF-gevoeligheid

bij 20 dB SINAD

2, µV

Spiegelonderdrukking

>90 dB

Onderdrukking nabuurkanaal

>70 dB

Ruisdrempel

22 dB SINAD (±3 dB)

standaardinstelling

Intermodulatieverzwakking

>70 dB

Blokkering

>80 dB

Audio-uitgangsvermogen

1 kHz bij 1% vervorming, piekvermogen, bij 16 Ω

100 mW (per uitgang)

4-bands parametrisch EQ

9,5 Ω

Versterking van hoog

Low Shelf Selecteerbaar Gain: ±2  dB, ±4  dB, ±6 dB @ 100 Hz
Lage middentonen Selecteerbaar Gain: ±2  dB, ±4  dB, ±6 dB op160 Hz, 250 Hz, 400 Hz, 500 Hz, 630 Hz Selecteerbaar Q: 0,7, 1,4, 2,9, 5,0, 11,5
Hoge middentonen Selecteerbaar Gain: ±2  dB, ±4  dB, ±6 dB op1 kHz, 1,6 kHz, 2,5 kHz, 4 kHz, 6,3 kHz Selecteerbaar Q: 0,7, 1,4, 2,9, 5,0, 11,5
High shelf Selecteerbaar Gain: ±2  dB, ±4  dB, ±6 dB @ 10 kHz

Volumebegrenzer

Selecteerbaar: UIT (0 dB)tot -48  dB in stappen van 3 dB

Volumevergrendeling

Selecteerbaar: 0  dB tot -70  dB

Beperkt volumeregelknop. Geselecteerde waarde analoog aan volumeknoptoename.

Nettogewicht

154 g (Zonder batterij)

Afmetingen

83 x 65 x 22 mm H x B x D

Batterijgebruiksduur

46 uur (continugebruik) AA-batterijen

Frequentiebereik en uitgangsvermogen zender

Frequentieband Bereik Uitgang
G6 470 506  MHz 10/50/100 mW
G6E 470506  MHz 10/50/100  mW
G6J 470506  MHz 6/10 mW
G14J 506542  MHz 6/10 mW
G62 510530  MHz 10  mW
G7 506542  MHz 10/50/100  mW
G7E 506542  MHz 10/50/100  mW
G7Z 518542 MHz 10/50/100 mW
K1 596632  MHz 10/50/100  mW
K1E 596632  MHz 10/50/100  mW
K1J 596632  MHz 6/10  mW
L6 656692  MHz 10/50/100  mW
L6E 656692  MHz 10/50/100  mW
L6J 656692  MHz 6/10  mW
P7 702742  MHz 10/50/100  mW
Q15 750790  MHz 10/50/100  mW
R21 794806  MHz 10/50  mW
X7 925937,5  MHz 10  mW
X1 944952  MHz 10/50/100  mW

Bijgeleverde accessoires

Omnidirectionele zweefantenne, gele punt (470-542 MHz) UA700
Omnidirectionele zweefantenne, zwarte punt (596-692 MHz) UA720
Omnidirectionele zweefantenne, blauwe punt (670-830 MHz) UA730
Omnidirectionele zweefantenne, rode punt (830-952 MHz) UA740
Omnidirectionele ontvangstantennes, 1/2 golflengte, voor verbeterde draadloze signaalontvangst UA8
Verlengkabels voor antenne (2) 95B9023
Draag-/opbergtas 95A2313
Beugel rackmontage, lang 53A8612
Korte rack-bar 53A8611
Koppelingsbalken (beugel) 53B8443
Materiaalset (schroeven voor rackmontage) 90AR8100
Set met stootranden 90B8977
Voeding PS43

Optionele accessoires

Passieve directionele antenne, 470-952 MHz Inclusief BNC- naar BNC-kabel van 10 ft. PA805SWB
PWS Helical-antenne, 480-900 MHz HA-8089
PWS Helical-antenne (dome), 480-900 MHz HA-8091
Helical-antenne, 944-954 MHz HA-8241
Omnidirectionele breedbandantenne (470-1100 MHz) UA860SWB
Coaxiaalkabel, BNC-BNC van 2 ft UA802
Coaxiaalkabel, BNC-BNC van 6 ft UA806
Coaxiaalkabel, BNC-BNC van 25 ft UA825
Coaxiaalkabel, BNC-BNC van 50 ft UA850
Coaxiaalkabel, BNC-BNC van 100 ft UA8100
4-tot1-antennecombi met stroomverdeling naar 4 zenders (betere RF-prestaties; geen externe voeding nodig) PA421B
8-tot-1-antennecombi voor betere RF PA821B
IFB-hoofdtelefoonkabel met spoel voor Shure-hoofdtelefoons EAC-IFB

Certificering

Voldoet aan de essentiële vereisten van de volgende Europese Richtlijnen:

  • WEEE-richtlijn 2002/96/EG zoals gewijzigd door 2008/34/EG
  • RoHS-richtlijn 2011/65/EG

    Opmerking: Houd u aan het lokale recyclingschema voor elektronisch afval.

Dit product voldoet aan de essentiële vereisten van alle toepasselijke Europese richtlijnen en komt in aanmerking voor CE-markering.

Hierbij verklaar ik, Shure Incorporated, dat het radioapparatuur conform is met Richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres: http://www.shure.com/europe/compliance

Erkende Europese vertegenwoordiger:

Shure Europe GmbH

Hoofdkantoren in Europa, Midden-Oosten en Afrika

Afdeling: EMEA-goedkeuring

Jakob-Dieffenbacher-Str. 12

75031 Eppingen, Duitsland

Telefoon: +49-7262-92 49 0

Fax: +49-7262-92 49 11 4

Email: info@shure.de

Waarschuwing voor draadloze toepassingen in Australië

Dit apparaat valt onder een licentie voor de ACMA-klasse en dient te voldoen aan alle voorwaarden van die licentie, evenals de werkfrequenties. Dit apparaat zal al vóór 31 december 2014 moeten voldoen als het wordt gebruikt in de frequentieband van 520-820 MHz. WAARSCHUWING: Dit apparaat mag na 31 december 2014 om te voldoen niet meer worden gebruikt in de frequentieband van 694-820 MHz.