WAARSCHUWING

  • Batterijpakketten kunnen exploderen of giftige stoffen afgeven. Gevaar voor brand of verbranding. Niet openen, indeuken, wijzigen, demonteren, tot boven 60 °C verwarmen of verbranden.
  • Volg de instructies van de fabrikant op.
  • Gebruik uitsluitend een Shure-lader om oplaadbare Shure-batterijen op te laden.
  • WAARSCHUWING: Explosiegevaar indien batterij door verkeerd exemplaar wordt vervangen. Uitsluitend vervangen met hetzelfde type of een gelijkwaardig type.
  • Stop nooit een batterij in uw mond. Neem bij doorslikken contact op met een arts of de plaatselijke eerste hulp.
  • Niet kortsluiten; dit kan brandwonden of brand opleveren.
  • Geen batterijpakketten opladen of gebruiken met andere dan oplaadbare Shure-batterijen.
  • Voer batterijpakketten op juiste wijze af. Raadpleeg de plaatselijke verkoper voor de juiste afvoermethode voor gebruikte batterijpakketten.
  • Batterijen (batterijpakketten of geplaatste batterijen) mogen niet worden blootgesteld aan grote hitte, zoals direct zonlicht, vuur etc.

WAARSCHUWING: Explosiegevaar indien batterij door verkeerd exemplaar wordt vervangen. Alleen gebruiken met AA-batterijen.

Opmerking:

  • Dit apparaat is bedoeld om in professionele audiotoepassingen te worden gebruikt.
  • EMC-conformiteit wordt gebaseerd op het gebruik van meegeleverde en aanbevolen kabeltypen. Bij gebruik van andere kabeltypen kunnen de EMC-prestaties worden aangetast.
  • Gebruik deze batterijlader uitsluitend met de laadmodules en batterijpakketten van Shure waarvoor hij is bedoeld. Gebruik met andere dan de opgegeven modules en batterijpakketten kan het risico van brand of explosie vergroten.
  • Wijzigingen of aanpassingen die niet expliciet zijn goedgekeurd door Shure Incorporated, kunnen uw bevoegdheid om het apparaat te gebruiken tenietdoen.

Houd u aan de plaatselijke regels voor recycling van batterijen, verpakkingsmateriaal en elektronisch afval.

In rack te monteren lader voor SBRC

De rackbatterijlader van Shure (SBRC) ondersteunt tot acht oplaadbare batterijen in één compact rack. SBRC is geschikt voor oplaadbare laadmodules die geschikt zijn voor Shure lithium-ionbatterijen zoals AXT910, AXT920 en SB900A. Op een gemakkelijk afleesbaar voorpaneel worden essentiële batterijparameters weergegeven met inbegrip van indicatoren voor laadstatus, tijd tot volledig opgeladen en batterijstatus (zoals temperatuur en laadcycli). Wanneer aangesloten op een netwerk, biedt Shure Wireless Workbench®-software monitoring op afstand van de SBRC om de batterijstatus te controleren.

Kenmerken

  • Verwisselbare laadmodules voor mengen en bij elkaar passen van acht bodypack- en handheld zenderbatterijen
  • Touring-ready laden en opslag van batterij met uitgebreid statusdisplay.
  • Laadt batterijen binnen een uur op tot 50 procent capaciteit en binnen 3 uur tot volledige capaciteit.
  • Volledig netwerkklaar voor controleren van laadstatusparameters in Shure Wireless Workbench-software
  • Opslagmodus voor laden of ontladen van batterijen voor optimale opslagvoltage.
  • Volgt meetgegevens van batterijstatus voor het bijhouden van aantal laadcycli en percentage van oorspronkelijke capaciteit.
  • Eenvoudige bediening met interface met drie knoppen

Inbegrepen componenten

IEC netvoedingskabel (1) Onderdeelnummer verschilt per land. Neem voor meer informatie contact op met de plaatselijke vertegenwoordiger van Shure.

Afgeschermde 3 ft ethernetkabel (1)

C803

Hardwareset (1) 90XN1371
Montagebouten (8) voor laadmodules 30B13476

Optionele accessoires

AXT901-laadmodule voor AXT910 AXT901
AXT902-laadmodule voor AXT920 AXT902
SBC-AX-laadmodule voor SB900 en SB900A SBC-AX
SBM910-laadmodule voor SB910 SBM910
SBM920-laadmodule voor SB920 SBM920
SBM910M-laadmodule voor SB910M SBM920M

Opmerking: AXT910 en AXT920 zijn niet beschikbaar voor verkoop in Taiwan.

Montage-instructies

Deze component is ontworpen om in een audiorack te worden ingebouwd.

Waarschuwing: Om letsel te voorkomen moet dit apparaat stevig in het rack worden bevestigd.

Batterijen

Deze lader is geschikt voor de volgende modellen Shure oplaadbare lithium-ionbatterijen:

  • AXT910
  • AXT920
  • AXT920SL
  • SB900
  • SB900A
  • SB910
  • SB920
  • SB910M

Laadmodules

Voorzichtig! Koppel de netvoeding los en verwijder de batterijen wanneer u laadmodules gaat plaatsen.

  • Verwijder voor het uitbouwen de vier (4) montagebouten en trek de module naar buiten.
  • Schuif bij de installatie de module in de behuizing (let op de richting van de geleiderails) totdat deze gelijk ligt met de behuizing.
  • Plaats de bouten terug.

Bedieningselementen en connectoren

① Weergavescherm

Geeft batterijstatus en menu-instellingen weer.

② Bedieningsknoppen

Om door het menuscherm te navigeren. Houd beide pijltjesknoppen ingedrukt om naar het menu Utility te gaan of het af te sluiten.

③ Laadmodule

Uitwisselbare modules voor Shure lithium-ionbatterijen.

④ Laadstatus-LED

Geeft de laadstatus van de batterijen aan

⑤ Controleselectie-LED

Deze witte LED laat zien welke batterij is geselecteerd in het controlemenu.

⑥ Netvoeding in (vergrendelen)

Aansluiting op netvoeding met bijgeleverde voedingskabel.

⑦ Aan/uit-schakelaar

Hiermee wordt de unit in- of uitgeschakeld.

⑧ Netwerksnelheid-LED (oranje)

Uit = 10 Mbps

Aan = 100 Mbps

⑨ Ethernetpoort

Aansluiting op een Ethernet-netwerk om afstandsbediening en controle mogelijk te maken.

⑩ Netwerkstatus-LED (groen)

Uit = geen netwerkkoppeling

Aan = netwerkkoppeling actief

Knippert = netwerkkoppeling actief, knippersnelheid komt overeen met hoeveelheid overgedragen gegevens.

⑪ Opening voor koelventilator

Het ventilatorfilter moet wanneer nodig worden schoongemaakt om de luchtstroom te behouden.

Laadstatus-LED

Elk laadcompartiment heeft een LED om de status van de batterij aan te geven.

LED-kleur Laadmodule Display Batterijstatus
Groen Laden voltooid Beginscherm Batterij opgeladen
Rood Laden Beginscherm Batterij wordt opgeladen
Herstel volledige ontlading Beginscherm Batterij wordt opgeladen
Laden Warm Batterij wordt opgeladen, temperatuur warm
Rood en knippert Opslagmodus Store at 3.8V Batterij wordt geladen of ontladen tot 3,8 volt
Oranje Opslagmodus Store at 3.8V Batterijspanning op 3,8 volt
Oranje en knippert Laden Error - press SET for info Laadfout, druk op de knop SET voor meer informatie
Herstel volledige ontlading Error - press SET for info Herstel volledige ontlading mislukt
Laden Warm Batterij opgeladen tot 80 procent
Laden Hot Opladen gestopt, batterij heet
Laden Cold Opladen gestopt, batterij koud

Bedieningselementen

  1. Met de pijltjesknoppen kunt u naar het gewenste menu scrollen.
  2. Druk op de knop SET om het geselecteerde menu-item in te voeren.
  3. Verander een menuparameter met de pijltjesknoppen.
  4. Druk op SET om de instelling op te slaan.

Houd beide pijltjestoetsen ingedrukt om naar het menu Utility te gaan of het af te sluiten.

Houd de knop SET gedurende 1 seconde ingedrukt om de functie Hardware Identify in Wireless Workbench te activeren.

Batterijen in het laadcompartiment plaatsen

Schuif de batterij in het laadcompartiment totdat hij vastklikt. De laad-LED gaat branden en de laadcyclus begint.

Beginscherm en batterijstatus

Als de lader wordt ingeschakeld, wordt het beginscherm weergegeven. Pictogrammen geven het laadniveau van elke batterij aan, en afwisselend hiermee worden de resterende uren en minuten totdat de batterij volledig is opgeladen bij benadering weergegeven.

De getallen op het scherm komen overeen met laadcompartimenten 1 t/m 8 van links naar rechts.

De volgende berichten kunnen naast het compartimentnummer verschijnen om de batterijstatus aan te geven:

CALC tijd tot vol wordt berekend
COLD batterij koud
WARM batterij warm
HOT batterij heet
Recovery herstelmodus actief
Error Fout – druk op de knop SET voor meer informatie

Menu Monitoring

Het menu Monitoring geeft toegang tot gedetailleerde informatie over elke batterij.

  1. Markeer in het beginscherm het nummer van de batterij die u wilt controleren, met de pijltjesknoppen. De witte LED naast de geselecteerde batterij licht op wanneer een selectie is gemaakt.
  2. Druk op de knop SET om het menu Monitoring te openen.
  3. Met de pijltjesknoppen kunt u door de menuschermen scrollen. Druk op de knop SET wanneer u terug wilt gaan naar het beginscherm.

Time to Full

Geeft de resterende tijd totdat de batterij geheel geladen is, weer.

BELANGRIJK: Het is mogelijk dat de batterij niet tot de volledige capaciteit wordt opgeladen als een van de volgende statusindicatoren verschijnt:

  • Cold: Het opladen is gestopt omdat de temperatuur van de batterij te laag is. Het opladen wordt hervat als de temperatuur van de batterij hoger wordt.
  • Warm: De batterij is tot minder dan de volle capaciteit (niet minder dan 80 procent) opgeladen wegens hoge temperatuur. De oranje LED gaat knipperen als het opladen is gestopt.
  • Hot: Het opladen is gestopt omdat de batterij te heet is.

Charge Status

Hier wordt de lading weergegeven als een percentage van de totale batterijcapaciteit. Geeft de lading ook weer in milliampère-uur (mAh).

Battery Health

Hier wordt de conditie van een geselecteerde batterij weergegeven als een percentage van de laadcapaciteit van een nieuwe batterij. De laadcapaciteit (de levensduur van de batterij wanneer deze volledig is opgeladen) wordt minder als gevolg van herhaalde laadcycli, ouderdom of opslagomstandigheden.

Cycle Count

Hier wordt weergegeven hoe vaak in totaal de batterij één volledige ontlading en lading heeft ondergaan. Opladen na een halve ontlading telt als een halve cyclus. Opladen nadat de batterij voor een kwart is ontladen, telt als een kwart van een cyclus.

Batt. Temp. (Batterijtemperatuur)

Hier worden zowel de batterijtemperatuur (in Celsius en Fahrenheit) als de status weergegeven, en wel als volgt:

  • [Normal]: Batterijtemperatuur = 0 °C tot 45 °C (32 °F tot 113 °F)
  • [Cold]: Batterijtemperatuur = 0 °C (32 °F) of lager
  • [Warm]: Batterijtemperatuur = 45 °C tot 60 °C (113 °F tot 140 °F)
  • [Hot]: Batterijtemperatuur = 60 ℃ (140 °F) of hoger

Opmerking: Als de batterij warm of hot is, kunt u proberen de ventilatorsnelheid aan te passen of de ventilatie naar het rack te verhogen.

Network Status

Het IP-adres moet geldig zijn om netwerkbeheer mogelijk te maken.

  • Active: Geeft aan dat er connectiviteit is met andere apparaten op het netwerk
  • Inactive: Geen connectiviteit met andere apparaten op het netwerk

Menu hulpprogramma's

Houd beide pijltjesknoppen ingedrukt om naar het menu met hulpprogramma’s te gaan en het af te sluiten; dit bevat de netwerk- en scherminstellingen.

IP Address Mode: Automatic

Dit is de standaardinstelling voor gebruik met een DHCP-server, waarmee automatisch een IP-adres wordt toegewezen.

  1. Navigeer naar het menu IP Mode en druk op de knop SET.
  2. Markeer met behulp van de pijltjesknoppen Automatic.
  3. Druk op de knop SET.
  4. Gebruik de pijltjesknoppen en verplaats de ► om OK te selecteren om op te slaan of Cancel om te annuleren, en druk dan op de knop SET.

IP Address Mode: Manual

Gebruik handmatige IP-adressering om het IP-adres, het subnetmasker of de gateway handmatig in te stellen.

Een IP-adres invoeren

  1. Navigeer naar het menu IP Mode en druk op de knop SET.
  2. Selecteer met behulp van de pijltjesknop Manual.
  3. Druk op de knop SET om het bewerken van het IP-adres in te schakelen.
  4. Gebruik de pijltjesknoppen om de ► te verplaatsen en selecteer IP:.
  5. Gebruik de pijltjesknoppen om de IP-nummers te bewerken en gebruik de knop SET om naar het volgende getal te gaan.
  6. Wanneer dit is voltooid, gebruikt u de pijltjesknoppen en verplaatst u de ► om OK te selecteren om op te slaan of Cancel om te annuleren, en druk dan op de knop SET.

Gatewayadres

Hiermee wordt het huidige adres van de gateway (GW) weergegeven Druk op de knop SET om in het IP-menu bij te werken.

Gateway instellen

  1. Navigeer naar het menu IP Mode en druk op de knop SET.
  2. Selecteer met behulp van de pijltjesknop Manual.
  3. Druk op de knop SET om het bewerken van de gateway in te schakelen.
  4. Gebruik de pijltjesknoppen om de ► te verplaatsen en selecteer GW::
  5. Gebruik de pijltjesknoppen om de IP-nummers te bewerken en gebruik de knop SET om naar het volgende getal te gaan.
  6. Wanneer dit is voltooid, gebruikt u de pijltjesknoppen en verplaatst u de ► om OK te selecteren om op te slaan of Cancel om te annuleren, en druk dan op de knop SET.

Subnet

Geeft de huidige instelling van het subnet weer. Druk op de knop SET om in het IP-menu bij te werken.

Subnet instellen

  1. Navigeer naar het menu IP Mode en druk op de knop SET.
  2. Selecteer met behulp van de pijltjesknop Manual.
  3. Druk op de knop SET om het bewerken van het subnet in te schakelen.
  4. Gebruik de pijltjesknoppen om de ► te verplaatsen en selecteer Sub::
  5. Gebruik de pijltjesknoppen om de IP-nummers te bewerken en gebruik de knop SET om naar het volgende getal te gaan.
  6. Wanneer dit is voltooid, gebruikt u de pijltjesknoppen en verplaatst u de ► om OK te selecteren om op te slaan of Cancel om te annuleren, en druk dan op de knop SET.

MAC (MAC-adres)

Geeft het MAC-adres weer; dit is een embedded, onbewerkbaar identificatienummer dat uniek is voor elk apparaat. Het MAC-adres wordt door het netwerk en de Wireless Workbench-software gebruikt om componenten te identificeren.

Brightness

De helderheid op het beeldscherm op low, medium, of high instellen.

Display Invert

De kleuren van het beeldscherm veranderen van witte tekst op een donkere achtergrond in donkere tekst op een lichte achtergrond.

De ventilatorsnelheid instellen

De koelventilator heeft de volgende snelheidsopties:

  • Low Speed = ventilator is altijd ingeschakeld; op lagere snelheid voor stille werking
  • High Speed = ventilator is altijd ingeschakeld; op hogere snelheid voor maximale koeling
  • Automatic = ventilator wordt alleen ingeschakeld als de interne temperatuur te hoog is

Opmerking: Snelheid kan wisselen van Low naar High als aanvullende koeling vereist is ter bescherming van de component.

  1. Houd de knoppen ▲ en ▼ gelijktijdig ingedrukt om het menu met hulpprogramma's te openen.
  2. Gebruik de pijltjesknoppen om naar de instelling Fan te scrollen.
  3. Druk op Set om bewerken mogelijk te maken en gebruik vervolgens de pijltoetsen om een snelheidsoptie te selecteren.
  4. Druk op Set om op te slaan en houd de knoppen ▲ en ▼ vervolgens gelijktijdig ingedrukt om terug te keren naar het hoofdmenu.

Fan (koelventilatormodus)

De koelventilator heeft de volgende gebruiksmodi:

  • Automatic: De ventilator is ingeschakeld en past de snelheid aan de interne temperatuur van de unit aan
  • Always on: De ventilator werkt voortdurend om maximale koeling te verschaffen in warme omgevingen.

Storage Mode

  • OFF: De batterij wordt tot volle capaciteit opgeladen
  • Store at 3.8 V: Laadt of ontlaadt alle batterijen tot 3,8 volt, ideaal voor langetermijnopslag

Firmware

De versie van de op dit apparaat geïnstalleerde firmware weergeven.

Serienummer

Het serienummer weergeven.

Device ID

Deze naam met acht tekens wordt weergegeven wanneer dit apparaat op andere netwerkapparaten of in WWB-software wordt geïdentificeerd.

  1. Druk op de knop SET om de naam te kunnen bewerken.
  2. Verander de tekens met de pijltjesknoppen.
  3. Om de bewerking te voltooien, drukt u op de knop SET totdat geen van de tekens gemarkeerd is.

Opslagmodus

Als het apparaat in de opslagmodus is ingesteld (Storage Mode = Store at 3.8 V), worden alle batterijen geladen of ontladen tot 3,8 volt, ideaal voor langetermijnopslag.

De laadstatus-LED's geven de spanningsstaat aan:

  • Rood knipperend = batterij wordt geladen of ontladen tot 3,8 volt.
  • Oranje = batterijspanning op 3,8 volt.

De volgende indicatoren verschijnen op het beginscherm naast het nummer van de verschillende laadcompartimenten:

Rdy batterij op 3,8 V, gereed voor opslag
Cold batterij koud
Wrm batterij warm
Hot batterij heet
Err Fout, druk op de knop SET voor informatie
% laadpercentage

Laden of ontladen kan enkele uren duren. De resterende tijd wordt weergegeven als Time to 3.8 V in het batterijcontrolemenu (in plaats van Time to Full).

De opslagmodus afsluiten:

  1. Ga naar het menu Utility door beide pijltjesknoppen ingedrukt te houden.
  2. Navigeer naar het menu Storage Mode en druk op de knop SET.
  3. Selecteer met behulp van de pijltjesknoppen Off.
  4. Druk op de knop SET om af te sluiten.

Als de batterijen gereed voor opslag zijn, moeten ze uit de lader worden genomen en in een temperatuurgeregelde ruimte worden geplaatst. De aanbevolen opslagtemperatuur voor batterijen is 0 ℃ (32 °F) tot 25 °C (77 °F).

Een batterij herstellen na volledige ontlading

Een volledig ontladen batterij is ontladen tot minder dan 3,0 volt. Als de lader waarneemt dat een batterij volledig is ontladen, gaat hij automatisch in de herstelmodus, waarbij de batterij wordt geladen met verminderde stroom. Het pictogram Recovery wordt naast het nummer van het laadcompartiment weergegeven op het beginscherm. Als het herstel is geslaagd, sluit de lader de herstelmodus af en laadt hij de batterij volledig op. Als de batterij niet in minder dan 30 minuten kan worden hersteld, verschijnt de melding Recovery Failed en stopt het laden.

Tip: Laad de batterijen regelmatig op met de functie Storage Mode, om volledige ontlading te voorkomen en om het ideale opslagvoltage van 3,8 volt voor batterijen te behouden.

Firmware-updates

Firmware is software die is ingebouwd in elk onderdeel dat functionaliteit regelt. Periodiek worden nieuwe firmwareversies ontwikkeld die aanvullende functies en verbeteringen bevatten. Om te profiteren van een verbeterd ontwerp kunnen nieuwe versies van de firmware worden geüpload en geïnstalleerd met behulp van de functie Firmware Update Manager die beschikbaar is in Wireless Workbench-software. Firmware kan gedownload worden van www.shure.com.

Probleemoplossing en foutmeldingen

Waarschuwingen en foutmeldingen Probleemoplossing
Cold Opladen gestopt. Om verder te gaan met opladen moet de batterijtemperatuur boven de 0 °C uitkomen.
Hot Opladen gestopt. Om verder te gaan met opladen moet de batterijtemperatuur onder de 60 °C uitkomen. Vermijd direct zonlicht en andere warmtebronnen.
Warm Het opladen stopt als de batterij 80% vol is. Laat de batterij afkoelen tot onder de 45 °C, zodat deze volledig kan opladen.
Recovery De lader heeft een batterij gedetecteerd die ontladen is tot minder dan 3,0 volt en die in de modus Deep Discharge staat om het opladen van de batterij te herstellen.
Recovery Failed Batterij is te ver ontladen om nog te kunnen herstellen. Vervang de batterij. Om dit probleem te voorkomen dient u batterijen regelmatig op te laden, zodat ze niet volledig ontladen.
Charging Failed Batterij kan niet worden opgeladen binnen opgegeven periode. Controleer de batterij en de contactpunten. Als het probleem aanhoudt, vervang dan de batterij.
Unknown Battery Werk de firmware van de batterijlader bij
Unknown Module Werk de firmware van de batterijlader bij
Read Error De contactpunten van batterij kun vies of beschadigd zijn, waardoor de lader de batterij niet detecteert. Controleer of de contactpunten van de batterij schoon en onbeschadigd zijn. Als het probleem aanhoudt, vervang dan de batterij.
Check Charger Controleer de contactpunten van de batterijen en van de laadmodule, om er zeker van te zijn dat ze schoon zijn en volledig contact maken. Als het probleem aanhoudt, probeer het dan eens met een werkende batterij of een andere laadmodule.
Check Battery Controleer of de batterij helemaal in de laadmodule is geplaatst en of het klepje van de module dicht is. Controleer de contactpunten van de batterijen en van de laadmodule, om er zeker van te zijn dat ze schoon zijn. Vervang de batterij als het probleem zich blijft voordoen.
Over Temp! Check Fan/Vents Verwijder eventuele obstakels of vuil uit de ventilatoren en zorg dat er voldoende lucht naar de lader kan stromen.

Energy Efficiency Mode

Gebruik de spaarstand om de batterijen op te laden terwijl de achtergrondverlichting op het scherm en de netwerkfunctionaliteit (inclusief opladen en batterijinformatie) uitgeschakeld zijn.

  1. Houd de knop omhoog ingedrukt terwijl u de lader aanzet.
  2. De lader LED's en het scherm knipperen 10 seconden lang.
  3. Wanneer ze stoppen, zal de witte LED van het eerste compartiment branden op halve helderheid, en zal het scherm Energy Efficiency Mode aangeven.

Om de normale werking te hervatten, schakelt u de lader uit, wacht u 5 seconden en zet u hem weer aan.

Productgegevens

Batterijtype

Max. 8 oplaadbare lithium-ion batterijen

Laadtijd

50%=1 uur; 100%=3 uur

Laadmoduletype

Max. 4 laadmodules

in willekeurige combinatie

Bedrijfstemperatuurbereik

-18°C (0°F) tot 63°C (145°F)

Laadtemperatuurbereik batterij

0°C (32°F) tot 60°C (140°F)

Opslagtemperatuurbereik

-29°C (-20°F) tot 74°C (165°F)

Afmetingen

44 mm x 483 mm x 366 mm (1,7 in. x 19,0 in. x 14,4 in.), H x B x D

Gewicht

4,4 kg (9,8 lbs), zonder batterijen of laadmodules

Behuizing

Staal; spuitaluminium

Voedingsvereisten

Ingang 100 tot 240 V AC, 50-60 Hz
Uitgang 4,5  V DC maximum, 60 W maximum

Stroomverbruik

1,8 A RMS (gespecificeerd bij 90 V AC)

Actief op network

Netwerkinterface

Ethernet 10/100 Mbps

Mogelijkheid tot netwerkadressering

DHCP of handmatig IP-adres

Certificering

Goedgekeurd volgens de vereisten van de Australische standaard AS/NZS 4665.1:2005 en AS/NZS 4665.2:2005.

Voldoet aan de elektrische veiligheidseisen op basis van IEC 60950-1.

Voldoet aan de essentiële vereisten van de volgende Europese richtlijnen:

Komt in aanmerking voor CE-markering.

De CE-conformiteitsverklaring kan worden verkregen via: www.shure.com/europe/compliance

Erkende Europese vertegenwoordiger:

Shure Europe GmbH

Hoofdkantoren in Europa, Midden-Oosten en Afrika

Afdeling: EMEA-goedkeuring

Jakob-Dieffenbacher-Str. 12

75031 Eppingen, Duitsland

Telefoon: +49-7262-92 49 0

Fax: +49-7262-92 49 11 4

E-mail: info@shure.de

Het gebruik van dit apparaat is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: (1) dit apparaat mag geen storing veroorzaken en (2) dit apparaat moet elke storing accepteren, inclusief storing die ongewenste werking van het apparaat tot gevolg kan hebben.

Le présent appareil est conforme aux CNR d'Industrie Canada applicables aux appareils radio exempts de licence. L'exploitation est autorisée aux deux conditions suivantes : (1) l'appareil ne doit pas produire de brouillage, et (2) l'utilisateur de l'appareil doit accepter tout brouillage radioélectrique subi, même si le brouillage est susceptible d'en compromettre le fonctionnement.

CAN ICES-3 (B)/NMB-3 (B)

Informatie voor de gebruiker

Deze apparatuur is getest en goed bevonden volgens de limieten van een digitaal apparaat van klasse B, conform deel 15 van de FCC-regelgeving. Deze limieten zijn bedoeld als aanvaardbare bescherming tegen schadelijke interferentie bij plaatsing in woonwijken. Deze apparatuur genereert en gebruikt hoogfrequente energie, kan deze ook uitstralen en kan, indien niet geplaatst en gebruikt in overeenstemming met de instructies, schadelijke interferentie aan radiocommunicatie veroorzaken. Er is echter geen garantie dat in specifieke installaties geen storingen kunnen optreden. Als deze apparatuur schadelijke interferentie in radio- of televisieontvangst veroorzaakt, wat kan worden vastgesteld door het apparaat uit- en weer in te schakelen, wordt de gebruiker geadviseerd om de storing te corrigeren door een of meer van onderstaande maatregelen:

  • Richt de ontvangstantenne opnieuw of plaats deze ergens anders.
  • Vergroot de scheidingsafstand tussen het apparaat en de ontvanger.
  • Sluit het apparaat aan op een contactdoos van een ander circuit dan dat waarop de ontvanger is aangesloten.
  • Vraag de dealer of een ervaren radio/TV-monteur om hulp.

Wijzigingen of aanpassingen die niet expliciet zijn goedgekeurd door Shure Incorporated kunnen uw bevoegdheid om het apparaat te gebruiken tenietdoen.

Houd rekening met het milieu; elektrische producten en verpakkingen maken deel uit van regionale recyclingprogramma's en horen niet bij het gewone huisafval.