Algemene beschrijving

De Shure UA874 is voorzien van een log-periodieke dipoolarray die zorgt voor een uitstekende ontvangst als de antenne op het gewenste dekkingsgebied wordt gericht. Een geïntegreerde versterker met vier gainstanden compenseert uiteenlopende signaalsterkteverliezen in coaxiale kabels. De UA874 kan op een microfoonstandaard worden gemonteerd, aan het plafond worden gehangen of aan een muur worden bevestigd met de geïntegreerde kanteladapter.

Kenmerken

  • Signaalversterker met laag ruisniveau compenseert doorgangsverliezen van coaxiale kabels
  • Compatibel met Shure draadloze ontvangers en antennedistributiesystemen met een voorspanning van 10-15 V DC
  • Geïntegreerde adapter met schroefdraad voor eenvoudige montage op microfoonstandaards
  • Gainschakelaar met vier standen
  • Betrouwbare Shure-kwaliteit

Opmerking: De antenne werkt alleen met een voorspanning van 10-15 V DC. Deze is zelfs bij (passieve) gainsinstellingen van -6 dB en 0 dB noodzakelijk.

Interface

① Gainschakelaar

Stel de gainschakelaar met vier standen in om het kabelverlies te compenseren, dat wordt berekend op basis van de lengte en het type van de kabel.

Voorzichtig: Het RF-signaal kan teruglopen wanneer de gain-instelling wordt gewijzigd.

② LED-indicator gainstand

Geeft de huidige stand van de gainschakelaar aan.

③ LED-indicator RF-overbelasting

Geeft een sterk RF-signaal aan waardoor de antenneversterker wordt overstuurd, wat leidt tot vervorming en slechte prestaties. Plaats de antenne en zender verder uit elkaar of verlaag de gaininstelling van de antenne.

OPMERKING: LED-indicator RF-overbelasting werkt niet bij passieve gaininstellingen (-6 dB of 0 dB).

④ BNC-connector

Voor aansluiting op een ontvanger of antennecombiner met RF-ingangen die een voorspanning van 10-15 V DC leveren.

Plaatsingsinstructies

  1. Kies een locatie voor het plaatsen van de antenne overeenkomstig de juiste richtlijnen voor bekabeling en antenneplaatsing.
  2. Monteer de antenne op een microfoonstandaard of gebruik de montagegaten om de antenne aan het plafond te hangen.
  3. Gebruik de montagegaten bij buiteninstallaties om de antenne te beveiligen tegen wind.
  4. Richt de antenne op het gewenste dekkingsgebied.
  5. Gebruik de kabel om de antenne aan te sluiten op een draadloze ontvanger of een antennedistributiesysteem.

Belangrijk

  • De antenne werkt alleen in combinatie met ontvangers of verdeelsystemen die een voorspanning van 10-15 V DC leveren.
  • Verlaag de gaininstelling voor kortere kabels en verhoog deze voor langere kabels. Let erop dat niet alleen de lengte, maar ook de kwaliteit van de kabel een rol speelt bij signaalverlies. Een kwalitatief mindere kabel van 15 m (50 ft) kan meer gain vereisen dan een hoogwaardige kabel van 30 m (100 ft). Neem voor kabelverliesspecificaties contact op met de fabrikant van de kabel.
  • Gebruik deze antenne niet voor zenden (zoals met PSM-zenders)

Antennekabels selecteren

Gebruik een coaxiale kabel van 50 ohm met lage verliezen, zoals RG-8U. Shure levert vooraf afgesloten antennekabels van 6 tot 100 voet.

Kabelonderhoud

Om een topprestatie van antennekabels te waarborgen:

  • Vermijd scherpe bochten of knikken in de kabels.
  • Vervorm de kabels niet met geïmproviseerde klemmen, zoals een over de klem krom geslagen spijker.
  • Gebruik de antenne niet voor permanente buiteninstallaties.
  • Stel de antenne niet bloot aan zeer vochtige omgevingen.

Plaatsing van de antenne

Volg de onderstaande richtlijnen bij het plaatsen van antennes:

  • Ontvangers, versterkers en andere hulpmiddelen moeten voor gebruik binnen hetzelfde frequentiebereik als de antenne worden gekwalificeerd.
  • Plaats antennes ten minste één golflengte (1,75 m) uit elkaar.
  • Houd antennes uit de buurt van metalen voorwerpen.
  • Plaats antennes zodanig dat er geen obstakels zijn tussen de antenne en de zender (inclusief het publiek).
  • Plaats antennes zo dicht mogelijk bij de zender, zoals naast het podium (in plaats van op een front-of-house-locatie).
  • Voor kabeltrajecten langer dan 15 meter (50 ft) kan een lijnversterker (Shure UA834) nodig zijn om signaalverlies te compenseren.

Belangrijk: Voer altijd een "rondlooptest" uit om de dekking te controleren alvorens een draadloos systeem te gebruiken voor een toespraak of optreden. Experimenteer met de antenneplaatsing om de optimale positie te bepalen. Breng indien nodig een markering aan op "probleemplekken" en vraag sprekers of artiesten om die gebieden te vermijden.

Gain instellen

De gaininstellingen mogen alleen worden gebruikt om de berekende kabelverliezen te compenseren. Aanvullende signaalversterking zorgt niet voor betere RF-prestaties. In feite vermindert overmatige gain het ontvangstbereik en het aantal beschikbare kanalen. Dit komt doordat Shure-ontvangers hun beste prestaties leveren als de som van signaalgain en kabelverlies gelijk is aan 0 dB. Aanvullende gain versterkt gewoonweg alles in het RF-bereik, inclusief ruis en RF-omgevingsgeluid. Het kan niet selectief het signaal van de zender versterken.

  • Gebruik de laagste gaininstelling die vereist is om een goede ontvangst van het RF-signaal van de zender te waarborgen, zoals aangegeven door de RF-LED of -meter van de ontvanger.
  • Verhoog de gaininstelling alleen om het berekende kabelverlies te compenseren.
  • De gaininstelling -6 dB kan nuttig zijn voor toepassingen met kabellengtes van 7,5 m (25 voet) of minder en waarbij de afstand tussen de zender en de antenne kleiner is dan 30 m (100 voet).
  • Verminder de gain indien de LED RF Overload van de antenne brandt; het signaal is al zo sterk dat er geen gain nodig is.

Aanbevolen gaininstellingen

Gebruik de volgende tabel als richtlijn bij het instellen van de gain op basis van het type kabel wanneer de afstand tussen de antenne en de zender groter is dan 30 m (100 voet).

OPMERKING: Zet voor installaties waarbij de afstand tussen de antenne en de zender kleiner is dan 23 m (75 voet) de gaininstelling één stap lager.

Kabellengte Gaininstelling (op basis van het kabeltype)
RG58* RG8X RG213/RG8 RG8/RG213 met lage verliezen**
3 m (10 voet) 0 0 0 0
8 m (25 voet) +6* 0 0 0
15 m (50 voet) * +6 +6 0
30 m (100 voet) * +12 +6 +6

* RG58-kabel heeft een hoog signaalverlies en wordt niet aanbevolen voor kabellengtes van meer dan 3 m (10 voet)

** RG8/RG213-kabels met lage verliezen zijn onder andere de Times Microwave Systems LMR400 en de Belden 9913 of 7810A

Kijk online voor meer informatie

Ga voor meer informatie naar http://www.shure.com

Productgegevens

Connectortype

BNC, Vrouwelijk

Impedantie

50 Ω

Voedingsvereisten

10 tot 15 VDC voorspanning van coaxiale verbinding, 75 mA

RF-frequentiebereik

174–216 MHz

Ontvangstpatroon

3 dB straalbreedte

120 graden

Derde-ordeonderscheppingspunt bij overbelasting (OIP3)

>30 dBm

Antenneversterking

Op as

3dBi

Signaalversterking

±1 dB, Schakelbaar

+12 dB +6 dB 0 dB −6 dB

Drempel LED-indicator RF-overbelasting

−5 dBm

LED-indicator RF-overbelasting werkt niet bij passieve gaininstellingen

Afmetingen

559 x 435 x 68 mm (H x B x D)

Nettogewicht

765 g (27,0 oz.)

Bedrijfstemperatuurbereik

−18°C (0°F) tot 63°C (145°F)

Opslagtemperatuurbereik

−29°C (-20°F) tot 74°C (165°F)

Certificering

Dit product voldoet aan de essentiële vereisten van alle toepasselijke Europese richtlijnen en komt in aanmerking voor CE-markering.

De CE-conformiteitsverklaring kan worden verkregen via: www.shure.com/europe/compliance

Erkende Europese vertegenwoordiger:

Shure Europe GmbH

Hoofdkantoren in Europa, Midden-Oosten en Afrika

Afdeling: EMEA-goedkeuring

Jakob-Dieffenbacher-Str. 12

75031 Eppingen, Duitsland

Telefoon: +49-7262-92 49 0

Fax: +49-7262-92 49 11 4

E-mail: info@shure.de